Hert

Er was iets wat me helemaal niet beviel, toen ik de kapperszaak in kwam, maar ik kon er de vinger niet op leggen. Liever gezegd: ik kon het niet lospeuteren uit de wirwar van gegevens. Alles klampt je aan op zo’n moment. Je opent de deur en de lucht van shampoos, natte haren, krultangen en chemicaliën drukt zich in je gezicht.

Iemand schiet op je af om je jas aan te nemen, je krijgt cappuccino tijdens het wachten en je voelt de ogen van de vrouwen. Ze loeren via de spiegel. Ze loeren vanonder hun rollers en zilverfolie en vanonder knippende kappershanden. Ze loeren en schatten. Misschien kwam ik er gewoon niet zo goed vanaf die dag en voelde ik dat. Het is lastig om zulke vibraties te negeren. De subtiele trillingen van vrouwelijke hiërarchie. Feit is dat ik me op mijn afspraak verheugd had (vooral op de soft-erotiek van het harenwassen) maar me ineens heel erg ongemakkelijk voelde. En een paar kilo dikker ook. De avond ervoor was ik met een vriend uit eten geweest en had ik gemopperd over bambiïstische vrouwen. Hij wist niet wat dat waren. ‘Hertjesvrouwen’, zei ik. ‘Die vrouwen die met grote vochtige hertenogen doen alsof ze ieder moment uit kunnen glijden, het liefst zodra er iets wezenlijks van ze verwacht wordt. Dát soort vrouwen.’ Ik hoorde mezelf mopperen, terwijl ik de Beure de Paris proefde en ik dacht: niet doen. Je hebt wel gelijk, maar daar gaat het niet om. Je moet je eigen kleinzieligheid niet als een mening brengen. Pure jaloezie. ‘Wat jou natuurlijk stoort is dat het werkt’, zei mijn vriend, die wel gewoon altijd alles benoemt. ‘Want men trapt erin. En dat jij dat niet kunt.’ Ik knikte gelaten, want dat was uiteraard waar. O, een hulpbehoevend hertje te zijn, even maar. Een kortstondige verlichting van de zelfredzaamheid. Heerlijk zou het zijn. ‘U mag mee naar de wasbak hoor’, zei een meisje vrolijk. Ik stond op, zette mijn lege cappuccinokopje neer en liep met haar mee. Zo waardig mogelijk, dwars door het donkere woud vol loerende vrouwen.

Ik gleed niet uit.