Coronacrisis

Het aantal positieve testen knalt omhoog. Hoe nu verder?

Uitbundig danste Nederland de afgelopen twee weken met het virus. Tot daar plots de man met de hamer was. Hoe kon het zo misgaan? En wat nu?

Testen voor toegang met de corona checkapp © ANP / Hollande Hoogte / ROBIN UTRECHT

De bezoekers in de rij voor de ingang van het 90’s on the Beach-festival in het Utrechtse Woerden begrijpen het niet meer. Waarom gaan ze nu ineens weer maatregelen nemen, terwijl de ziekenhuizen helemaal niet volstromen? Ze halen hun schouders op tegenover de verslaggever van *EenVandaag* die hen op 9 juli ondervraagt. Zij horen waarschijnlijk bij de lucky few die deze zomer een festival hebben kunnen meepikken – in elk geval tot aan 13 augustus. Vanaf de volgende ochtend zal al het entertainment in Nederland weer verboden zijn, inclusief buitenfestivals.

Op 18 juni had Mark Rutte nog opgewekt plaatsgenomen achter zijn spreekgestoelte voor wat de voorlopig laatste coronapersconferentie moest worden. ‘Goedenavond,’ begon hij. ‘Hugo de Jonge en ik hebben op deze plek meerdere keren de hoop en verwachting uitgesproken dat we op weg waren naar een mooie zomer. En die verwachting komt gelukkig uit. […] Onze belangrijkste boodschap vanavond is dat we ook de volgende stap uit het openingsplan, stap 4, een paar dagen eerder durven te zetten en dat er zelfs meer kan dan we eerder dachten. Kijkend naar de cijfers en naar het laatste advies van het Outbreak Management Team is dat verantwoord.’

De dagen erna overheerste de opluchting met vlak daaronder een dosis opgekropte euforie die zijn weerga niet kende. Op kantoor werken en door Europa reizen werd niet langer ontraden – sterker nog: op de vraag of we op vakantie konden gaan deze zomer was het antwoord van demissionair coronaminister Hugo de Jonge ‘volmondig: ja.’ De mondkapjes werden begeleid door melige liedjes van bewindslieden afgeslingerd – alleen in het OV en op Schiphol moesten die nog op. Alleen de anderhalve meter, het handen wassen en het thuisblijven en testen bij klachten bleven in stand, en zelfs die afstandsregel kon onder een voorwaarde van tafel: wanneer bezoekers voor binnenkomst aan de deur een QR-code konden tonen dat ze volledig gevaccineerd of negatief getest waren.

Het nachtleven opende de deuren, giga-rijen vormden zich voor de testcentra waar dansliefhebbers hun felbegeerde QR-code konden bemachtigen. Al snel doken de eerste verontrustende berichten op over gesjoemel met testbewijzen, een storing waarvan de gevolgen werden bestreden door dan maar zonder test groen licht te geven, portiers die op grote schaal nauwelijks QR-codes, laat staan de ter controle benodigde identiteitskaarten controleerden. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Twee weken danste Nederland uitbundig met het virus. Toen was daar de man met de hamer. De GGD’en stuiten op het ene na het andere megacluster, tot tweehonderd besmettingen in één Enschedese discotheek aan toe. In Amsterdam alleen al doken er na het tweede feestweekend 65 clusters op. In een niet eerder vertoond tempo knalt het dagelijks aantal positieve testen omhoog van minder dan 500 op 27 juni tot ruim 12.000 op vrijdag 9 juli – een record dat de dag erna alleen maar blijft staan dankzij een storing bij de GGD’en. En dus moet het nachtleven voorlopig weer op slot.

Veel van de feestgangers van die eerste twee weekends zitten met de schrik thuis in isolatie of quarantaine en ook de rest van Nederland is ontwaakt uit de veel te zonnige zomerdroom. De cijfers knallen zo hard omhoog dat het kabinet wel moest ingrijpen. De vraag die leeft is hoe kabinet en adviseurs zich zo hebben kunnen vergalopperen. Maar er is ook verwarring. Maandenlang hebben Van Dissel, Rutte en De Jonge verteld dat er pas een probleem was wanneer de ziekenhuizen vol stroomden. Dat was nu allerminst het geval. Sterker nog, op de dag van de persconferentie was er zelfs nog geen sprake van een toename en het was dankzij het vaccineren maar de vraag of de zorgcapaciteit überhaupt in de knel zou komen. Waarom werd er dan nu toch ingegrepen? Is het nu ineens wél een probleem dat jongeren elkaar besmetten? Zijn de zorgen over long covid oprecht? Waarom durfden het kabinet en zijn adviseurs het nu het erop aankwam toch niet aan om het virus rond te laten gaan? En hoe nu verder?

Een onmiskenbare factor in de virusexplosie is dat de snel oprukkende delta-variant van het virus anderhalf keer besmettelijker is dan de toch al besmettelijkere alfavariant. Bovendien is de incubatietijd van dit virus gemiddeld een dag korter, waardoor mensen na hun besmetting eerder zelf weer besmettelijk worden, soms al de dag na besmetting. ‘Het gaat echt te hard’, zegt viroloog en OMT-lid Marion Koopmans. En we zijn het zicht op het virus kwijt.’

Tot overmaat van ramp blijken zelfs de mRNA-vaccins die bij de alfavariant de verspreiding behoorlijk goed remden, hier bij de delta-variant veel minder goed in staat. Hierdoor kunnen gevaccineerde mensen het virus doorgeven aan onvolledig gevaccineerden en ongevaccineerden om hen heen – en het virus ook verspreiden door Europa.

Organisatiewetenschapper en RedTeam-data-analist Marino van Zelst waarschuwde al eind mei voor de opmars van die variant, al erkent hij dat ook hij deze explosie niet had voorzien. Hem viel de afgelopen weken vooral op dat deze variant net als eerder de alfavariant een groeiende epidemie vormde binnen de krimpende epidemie. Alleen rekenden de deskundigen van het RIVM en OMT er op basis van de modellering dit keer op dat het aantal besmettingen deze zomer weliswaar net als vorig jaar langzaam op zou lopen, maar geen druk op de zorg zou geven. In het najaar, wanneer de omstandigheden gunstiger zouden zijn voor het virus en mogelijk een deel van de ouderen weer vatbaarder zou worden, kon dat wel weer gebeuren. Maar ook dat zou door de vaccinaties waarschijnlijk meevallen.

Die overtuiging dat het mee zou vallen overheerste bij het RIVM nog tot halverwege vorige week. Toen het kabinet vanwege de snel oplopende besmettingsaantallen overwoog een spoedadvies te vragen aan het OMT, was de reactie van OMT-voorzitter Jaap van Dissel tijdens de technische briefing van woensdag 7 juli nog: ‘Het doel van het OMT is niet het voorkomen van neusverkoudheid en milde ziekten. Wat wij willen voorkomen is overbelasting van de zorg en we willen de kwetsbaren beschermen. Die zijn momenteel niet betrokken bij deze opleving.’

Tijdens deze technische briefing komt Van Dissel daarbij nog met de redenatie dat de jongeren beter in de zomer in groteren getale besmet kunnen worden dan in het najaar, omdat het virus zich in dat jaargetijde makkelijker verspreidt en wellicht een deel van de ouderen dan al weer vatbaarder is geworden. Terwijl we hadden kunnen leren van de vorige zomer in de regio Antwerpen, waar het na snelle versoepelingen ook toen al heel hard ging. Van Zelst: ‘En je kunt die jongeren binnen een paar weken gewoon laten vaccineren, waarom zou je ze laten infecteren?’

Het plan om met toegangstesten het uitgaansleven te heropenen was niet uit het niets gekomen. Er was maanden voorwerk verricht, tijdens door de sector opgezette Fieldlab-experimenten onder leiding van arts-microbioloog en OMT-lid Andreas Voss. Al waren die allerminst onomstreden. Enkele wetenschappers onder wie epidemioloog en NRC-columnist Cecile Janssens hielden weinig heel van de methodologie en vooral de zeer optimistische aannames. Op basis daarvan was de inschatting van het OMT dat het risico aanvaardbaar was, zegt Koopmans. ‘We hadden toch de hoop dat we met de lage cijfers en de prescreening het onder controle zouden kunnen houden.’

Wat niet aan het OMT was voorgelegd, waren enkele wijzigingen ten opzichte van de Fieldlab-adviezen. De door het OMT aangeraden maximaal 24 uur tussen de sneltest en het eind van het evenement, werd 40 uur tussen test en aanvang. Riskant, aangezien een sneltest goed in staat is om besmettelijkheid te detecteren, maar een negatief geteste persoon binnen 40 uur alsnog flink besmettelijk kan worden – ook zonder duidelijke symptomen. En dan is er nog het besluit van De Jonge om jongeren naar de vaccinatiestraat te lokken door hen direct na hun Janssen-prik een toegangscode voor het nachtleven te geven – terwijl dit vaccin op zijn vroegst pas na twee en mogelijk zelfs vier weken voldoende werkt en het onduidelijk is of het de verspreiding van het virus wel genoeg remt.

Niet iedereen is verrast door het uit de hand lopen van testenvoortoegang. Gezondheidseconoom Xander Koolman van de Vrije Universiteit in Amsterdam stond mede aan de wieg van het concept om Nederland versneld te kunnen openen. ‘Maar niet voor potentiële superspreading events’, verzucht hij. ‘Daarvan kon je zien aankomen dat het risico te groot zou zijn. Dus ja, er is gesjoemeld, maar dat was niet nodig geweest om het te laten falen.’

Een toename, daar had het OMT op basis van de RIVM-modellen van Jacco Wallinga wel op gerekend – eentje vergelijkbaar met afgelopen zomer, waar het vaccineren dan in de loop van de zomer weer korte metten mee zou maken, voor de ziekenhuizen vol zouden stromen. ‘Wallinga zei het ook in een interview met de NOS: de modellen rekenen met gemiddelden’, zegt Van Zelst. ‘Maar wat dit virus doet zit in wat we de fat tails noemen – het gedraagt zich niet rondom gemiddelden, het gedijt juist bij die extreme situaties, zoals superspreading events.’

In feite functioneert het model dus goed zo lang het virus geen kans krijgt te gedijen en door alle onderdrukkende maatregelen slechts geleidelijk kan verspreiden. Zodra het de kans krijgt zich echt te verspreiden, geven de modellen niet thuis. ‘Ik heb de indruk dat er maar weinig landen in hun beleid zo zwaar leunen op die modellen als Nederland,’ zegt Koolman.

Het spoedadvies kwam er toch. Dat de situatie ernstig is, maakt het advies wel duidelijk. Maar hoe zit het met de ziekenhuizen? Op dit moment is er nog nauwelijks sprake van een toename, maar hoe zal dat over een paar weken zitten? In het advies komt het getal van 3 miljoen vatbaren langs, maar of verspreiding onder hen de ziekenhuizen onder druk kan zetten blijft ongewis – de modellen schieten tekort, erkent het OMT. ‘Het is waarschijnlijk dat ook het aantal opnames per dag sneller stijgt en dat deze stijging langer aanhoudt dan voorzien.’

De link tussen besmettingen en ziekenhuisopnames en sterfte is weliswaar door de vaccinaties verzwakt, maar niet helemaal losgekoppeld. In Groot-Brittannië, waar de deltavariant al langer rondwaart, bleef het aantal opnames eerst ook achter, maar neemt dat nu exponentieel toe, met op 8 juli 379 opnames in alleen Engeland, waarvan een aanzienlijk deel tussen 25 en 44 jaar. Op dinsdag 13 juli meldt Aura Timen van het RIVM dat ze voor de komende periode rekenen op 150 tot 600 nieuwe IC-opnames vanwege corona, met name veertigers, vijftigers en zestigers. Een fikse last in een periode waarin andere zorg zou worden ingehaald en zorgpersoneel ook graag even rust had gewild, maar er dreigt bij lange na geen code zwart.

En dan, als een duveltje uit een doosje, is daar iets anders: long covid. Al die maanden vrijwel volledig genegeerd door het kabinet, nu zowel door het OMT als door het kabinet genoemd als reden om in te grijpen. Plots is daar ook deze week een tussenrapportage van het in mei 2021 opgezette longcovid-RIVM-onderzoek, waaruit zou zijn gebleken dat vooral patiënten met milde corona langdurige klachten ontwikkelen – iets wat voor deskundigen niet nieuw is. Zijn kabinet en OMT van inzicht veranderd? ‘Wanneer je zoals Nederland vaart op de ziektelast, dan heb je op een moment dat de opnames omlaag gaan als medisch adviseur haast geen argumenten meer,’ zegt Koopmans, ‘Feit is dat dit virus ons voor verrassingen blijft zetten en de ernst van long covid wel degelijk voortschrijdend inzicht is. De cijfers en definities blijven lastig, maar wat mij betreft is long covid zeker niet verwaarloosbaar.’

Xander Koolman heeft er zijn twijfels bij of dit ook daadwerkelijk het beleid heeft bepaald. Hem viel het op dat die donderdagavond, na het OMT-overleg en de dag voor de persconferentie, GGD-arts en OMT-lid Anja Schreijer nog benadrukte dat long covid inderdaad niet is waar het beleid om draait. ‘Er waren andere afwegingen waaronder mogelijke reisbeperkingen, maar die bleven buiten beeld. Het stoort mij dat waarschijnlijk dominante argumenten ontkend worden en eerder afgeserveerde argumenten nu ineens worden opgeblazen.’

Uiteindelijk is er iets anders aan de hand, zegt Koolman. Door de toenemende cijfers begon de onrust toe te nemen in het land. Clubs sloten zelf hun deuren, gemeenten zoals Eindhoven besloten zelf hun terrassen te sluiten. ‘Je kunt denken dat het meevalt met de ziekenhuisbezetting, maar als de onrust toeslaat gaan mensen zelf maatregelen nemen,’ zegt hij. ‘Dan geef je als Rijksoverheid het stuur uit handen.’

Daarbij dreigt Nederland in rap tempo donkerrood te kleuren op de kaart van het Europese RIVM, wat landen kan doen besluiten dat Nederlanders bij bezoek en hun eigen burgers bij terugkeer in quarantaine moeten. Verder is het goed mogelijk dat er contact is geweest met Duitsland, dat al eerder heeft gedreigd de grens te sluiten – iets waar Mark Rutte erg gevoelig voor is.

Hoe dan ook is Nederland niet geïsoleerd. Je kunt zelf wel denken dat het virus rond laten gaan onder de jeugd kan, omdat de meeste ouderen gevaccineerd zijn (maar slechts 40% van de volwassenen volledig gevaccineerd is), maar als daar in de landen om je heen heel anders over wordt gedacht heb je toch een probleem.

Dat besef dringt langzaam door, ook in de Kamer. Maar in plaats van die realiteit goed door te laten dringen, namen ze een motie aan die erop aandringt de Europese kleurcodes niet langer op besmettingen maar op ziekenhuisopnames te baseren. Terwijl Nederland er eerder ook al in was geslaagd die criteria te versoepelen. Wie brengen het virus binnen? Niet de mensen in de ziekenhuizen. En als we iets geleerd hebben het afgelopen jaar is dat zodra de ziekenhuizen vollopen, je te laat bent om nog subtiel en proactief te reageren.

Je had een openlijke discussie gewild over de daadwerkelijke argumenten, zegt Koolman. ‘Dan gaat het bijvoorbeeld over de vraag of we ons beleid niet toch meer moeten synchroniseren met de landen om ons heen. Nu zijn de draaien niet te volgen. Je kunt niet meer aankomen met dat het gevaarlijk is voor die jongeren zelf als je maandenlang iets anders hebt gezegd.’

Een belangrijke vraag is of de huidige maatregelen genoeg zijn om de explosieve toename op zijn minst stevig af te remmen. Een optimist zal zeggen: het monster dat superspreading heet, is onthoofd. In het uitgaansleven heeft het virus het gemakkelijk, daarbuiten niet en zal het hopelijk snel uitdoven. De pessimist wijst op het reproductiegetal van voor de laatste versoepelingen: 1,37. En op het feit dat het virus inmiddels al op andere plekken en onder andere leeftijdsgroepen oprukt: in studentenhuizen, op werkvloeren, verjaardagsfeestjes en in de nog wel geopende horeca.
Tegen dat rimpeleffect doet het kabinet nog niets. De teststructuur kraakt waardoor het zicht op de aantallen besmettingen verder afneemt. Het bron- en contactonderzoek wordt door de enorme aantallen nog maar minimaal uitgevoerd: in veel regio’s noteren de contactonderzoekers de vermoedelijke plaats van besmetting al niet meer en besmette personen krijgen het dringende verzoek hun contacten zelf te benaderen – een groot deel van hen is niet te vinden omdat de besmettelijke personen op een avond in verschillende kroegen zijn geweest. ‘Nu zitten we op ruim 10.000 positieve testen per dag, zegt Van Zelst. ‘Het kostte de vorige keer zes maanden om van zo’n aantal terug te gaan. Dus het lijkt erop dat het kabinet het wil uitzingen tot de prikken de verspreiding verder omlaagdrukken.’
Of het testenvoortoegang in de horeca na die 13e augustus opnieuw ingevoerd gaat worden, is nogal de vraag. In elk geval wil het OMT dat ook volledig gevaccineerden dan een negatieve test moeten laten zien, omdat te onzeker is of zij niet toch het virus kunnen binnenbrengen.

Ondertussen is een andere vraag of een deel van de festivalzomer nog te redden is, wanneer daar wél heel streng het testenvoortoegang gehanteerd zal worden. De meest recente berichten, over alleen al 1000 besmettingen op één tweedaags festival in Utrecht stemmen niet optimistisch. ‘Het is op dit moment heel lastig te zeggen’, zegt Koopmans. ‘We weten niet goed waar het aan ligt dat het zo hard omhoogging in het uitgaansleven. Misschien is het het gesjoemel of de zwakke handhaving, maar de delta op zich maakt ook al een verschil. En ook al scheelt het iets dat festivals buiten plaatsvinden, wandelen in het bos is iets anders dan zwetend voorin op de dansvloer bij het hoofdpodium. Plus bij grote festivals heb je vaak randactiviteiten zoals overnachtingen, campingfeestjes en volle treinen.’.’

Wat de afgelopen weken heeft ontbroken en nog altijd ontbreekt is houvast, ook als het tegenvalt. De coronagedragsunit van het RIVM benadrukte het belang van een plan B en roept al maanden om als criteria ‘data, geen datums’ te nemen. Het kabinet stelt 13 augustus niet als einddatum maar als ‘in elk geval tot dan’, maar in de hoofden van veel burgers zal het vermoedelijk anders uitwerken.

En daarbij is er onvoldoende duidelijk wanneer we wél vinden dat er genoeg Nederlanders beschermd zijn om de maatregelen (weer) los te laten. Zal daarbij wel de ziekenhuiscapaciteit als uitgangspunt genomen worden? Daar zal het kabinet de bevolking helderheid over moeten verschaffen. ‘In elk geval is duidelijk dat Nederland ook voor mensen die zich niet laten vaccineren een IC-bed beschikbaar wil hebben,’ zegt Koolman. Koopmans: ‘Nu is er nog te veel ongelijkheid in of mensen de kans hebben gehad zich te laten vaccineren.’