Verkiezingen Wachten met stemmen tot het laatste moment

Het aarzelende potlood

Het aantal zwevende kiezers is nog nooit zo groot geweest, naar schatting dertig tot vijftig procent. Een gesprek in een koffiehuis dat in maart begon, liep uit op een wekenlange conversatie.

16 maart
Het koffiehuis heeft wifi-verbinding, een lange leestafel en uitzicht op een oude gracht. Vroeg in de ochtend druppelen de vaste klanten langs de openstaande glazen deur naar binnen het oorverdovende gesis van de espressomachine tegemoet. Behangen met een zware schoudertas, voorzichtig met hun volle mok, zoeken ze een plekje waar ze zich geroutineerd van alle ballast ontdoen. Jas over de stoel, tas onder de tafel, laptop en mobieltje klaar: de werkdag kan beginnen.
In het midden staat de leestafel. De kranten staan vol over de nieuwe leider van de PVDA die juichend wordt binnengehaald. ‘Verrassend’, zegt een vrouw die balancerend met haar koffie en twee mobieltjes in haar hand is aangeschoven. Of ze ook op hem zal stemmen weet ze niet. Eerst nog maar eens kijken. De vrouw leeft mee met de diep bedroefde SP-fractie die Agnes bij haar vertrek achterliet. En ze is verontwaardigd over Balkenende, die na het weggaan van Bos moest beamen dat de politiek een zware tol eist van het gezin, maar er zelf niet over piekert om ook zo'n offer voor zijn vrouw en kind te brengen. 'Die heeft thuis nog wel wat uit te leggen.’ En ze is blij voor de PVDA, die plotseling Cohen in de schoot geworpen kreeg. Maar kan dat wel goed blijven gaan? Hoezo? Dat weet ze niet, gewoon een gevoel.

27 april
Het is een mooie lentedag en op de stoep voor het café worden alvast tafeltjes en stoeltjes neergezet. De ramen staan wijd open, de geluiden van de straat dringen door naar binnen. Een vrouw met zilveren oorbellen en lange, blonde haren heeft een leren fauteuil naar het open raam gedraaid om de eerste zonnestralen op te vangen. Ze leest wat, neemt een slok gezonde muntthee en sms’t dan weer eens wat. Ze voldoet geheel aan het beeld van de moderne eenling, met een overvloed aan losse contacten, maar geen collega’s. Mist ze die dan niet? 'Als ik heel eerlijk ben, nee.’ Het onderwerp van gesprek komt op de verkiezingen, weet ze het al? Ook daar kan ze kort over zijn. Nee. 'Ik ben ook niet zo'n type dat in één hokje past.’
In het koffiehuis is het tempo anders dan buiten, men gedraagt zich hier leisurely, het Nederlands ontbeert er een passend woord voor. Hier heerst in elk geval niet de vliegende haast van menig kantoor. Maar toch zitten hier harde werkers, die zich uren achtereen op hun laptop concentreren. Anderen komen alleen even langs voor wat koffie en een praatje voor ze weer thuis, veelal aan de keukentafel, verder gaan. Ze leiden een 'liquid life’ zoals Zygmunt Bauman dat noemt.
Aan de leestafel gaat het over de partijcongressen die het afgelopen weekend gehouden zijn. Een ernstige dertiger met een zwart brilmontuur is er bij komen zitten. Hij heeft gisteravond thuis tot middernacht gewerkt, maar tussendoor heeft hij op tv wel wat fragmenten van de congressen gezien. De nieuwe leider van de SP is ene Emile Roemer geworden. Nooit van gehoord. Rutte stond als een cabaretier op het podium flauwe grappen te maken over 'jaloeziebelasting’. Cohen sprak dreigend over een 'giftige neoliberale cocktail’. En Balkenende begon over de hypotheekrenteaftrek en gebruikte daarbij natuurlijk het woord 'morrelen’. Waarom zegt hij niet gewoon afschaffen of verlagen? 'Van die man krijg ik jeuk.’
Er zijn nu ook cijfers. Maurice de Hond meldde dat de VVD met twee zetels is gestegen en nu op 32 staat. De PVDA blijft met 33 de grootste. Het belooft een felle campagne te worden, er kunnen nog veel stemmen worden gewonnen: de zwevende kiezer zal bepalend zijn.
Terwijl ze de mooie spiraal in het melkschuim op haar koffie kapot roert, vraagt een jonge vrouw met kort, piekerig haar zich af of het zin heeft om op een kleine partij te stemmen. En welke belangen moet je het zwaarst laten wegen? Je eigen portemonnee of je idealen? Ze hekelt de bankiersbonussen en maakt zich zorgen over het milieu, maar ze is ook ondernemer, al verdient ze nog heel weinig. Met die gedachten draait ze steeds in cirkeltjes rond.

18 mei
De serveerster heeft een weelderig boeket hemelsblauwe seringen op de leestafel gezet, de kranten zijn er in een halve cirkel omheen gelegd. Deze aangename ordelijkheid is snel verdwenen als de vaste klanten hun plaats innemen. Er is veel nieuws over de eindexamens die net begonnen zijn.
Er staat een overzicht in de krant van de verkiezingsposters die in de stad zullen komen te hangen. Verkiezingstijd is een heerlijke tijd voor alle mogelijke deskundigen die op alle mogelijke vragen hun deskundige antwoord geven. Nu is een specialist in 'communicatie in het politieke domein’ de vraag voorgelegd waarom Femke er niet voor heeft gekozen zich 'glossy’ af te laten beelden. Ze staat er nu op 'zonder een glimp van een glimlach’. De deskundige heeft wel een antwoord, maar aan de leestafel is daar geen belangstelling voor. Hoezo geen glimp van een glimlach? Er is toch duidelijk iets in haar ogen dat op een twinkeling lijkt. Maar doet dat ertoe? Zal iemand zich hierdoor laten leiden?
Door één zo'n foto of één zo'n leus?
Natuurlijk niet.
Wat denkt men wel?
Pechtold is boos omdat zijn vuilniszak door een journalist overhoop is gehaald. Wat een toeval dat er nou net in die zak een zwangerschapstest zat en bij Rouvoet dat briefje over zijn zoon! Dat verzin je toch niet? En dan is er ook nog de commotie over Jack de Vries die vier dagen geleden als staatssecretaris van Defensie is afgetreden om zijn buitenechtelijke affaire met zijn vrouwelijke adjudant. De vrouw die ook vandaag weer met twee mobieltjes in haar hand is aangeschoven probeert zich nog in te houden, maar uiteindelijk geeft ze toe, ze smult ervan.
En is dat erg?
Ze is nu scherper naar Pechtold gaan kijken. Het geheim dat uit die vuilniszak kwam, fascineert haar. Ze ziet het eeuwige fronsen van Rouvoet nu ook anders. Ook een minister voor Jeugd en Gezin blijkt geen perfecte kinderen te hebben. En wat goed dat de school niet schroomt om de minister hiervoor op het matje te roepen.
Maar zal dit haar stem bepalen?
Natuurlijk niet.
Trouwens nog niemand aan de leestafel is eruit. Een vrouw in een slobberig gestreept T-shirt reageert alsof een leraar haar onverwacht een mondeling wil afnemen. Ze lacht verlegen. 'Nee, hellup! Geen idee.’ Maar ze blijft positief, want dat heeft ze zo geleerd. Dus zegt ze braaf: 'Elke partij heeft wel wat goeds in z'n programma.’
Een oudere man heeft meegeluisterd. Hij vindt dat het niet over poppetjes mag gaan. Praat nu eindelijk eens over politiek. Over hoeveel er bezuinigd moet worden, wie de rekening van de crisis gaat betalen. Hij probeert daar een gesprek over te beginnen, maar het loopt al gauw stuk wegens verschil van inzicht. Kan iedereen nu wel of niet aan werk komen als- ie dat maar wil? Wordt er nu wel of geen geld verspild in ziekenhuizen? Hebben leraren nu wel of niet een hondenbaan? Wat is waar? Wie moet je geloven? En daarmee komt het gesprek toch weer op poppetjes.
Vroeger was het veel makkelijker. Godfried Bomans beschreef hoe in de tijd van zijn vader, die van 1917 tot 1929 lid was van de Tweede Kamer, verkiezingsbijeenkomsten werden georganiseerd als louter aanhankelijkheidsbetuigingen. De grootste zalen werden afgehuurd. Ruim een uur voor aanvang stonden er al lange rijen wachtenden. Het publiek werd opgezweept en juichte uit volle borst de voorman toe. 'Door hem zo feestelijk mogelijk in te halen, verhief men zichzelf of althans de eigen beginselen tot de grootste denkbare hoogte’, schreef Bomans. Onder partijgangers zal dit een sterk gevoel van saamhorigheid hebben gegeven. Hoe zou je dan nog kunnen twijfelen aan je partij?
In 1952 telde de Tweede Kamer nog honderd zetels. L.G. Kortenhorst, de toenmalige voorzitter, zei daarover: 'Men kan zeggen dat 95 zetels van tevoren vaststaan, maar vijf à zes zetels zijn niet stabiel. Enkele honderdduizenden kiezers gokken met deze vijf a zes zetels.’
Het negatieve woord 'gokken’ is veelzeggend. De voormannen van de oude zuilen hebben het geleidelijke verlies van hun vaste aanhang vermoedelijk als ontrouw en verraad gevoeld. Men wilde zeker zijn van de 'zuivere politieke wilsvorming’ onder het electoraat en daarom verscheen in 1956 een rapport over De Nederlandse kiezer: een onderzoek naar zijn gedragingen en opvattingen. Hoewel het toen om een beperkte groep kiezers ging, werden de zwevers al wel gesignaleerd. Niet als zwevers, maar meer als zwervers, als 'politiek daklozen’.
Van lieverlee werden het er meer. De ontzuiling zou daar de reden voor zijn. Maar dat verklaart niet veel, het is alleen een andere manier om te zeggen dat de banden tussen volk, kerk en politiek losser zijn geworden.
De laatste twee decennia rijst de zwevende kiezer als een schim uit de berekeningen van opiniepeilers. De groep is flink gegroeid. Volgens Henk van der Kolk en Elwin Reimink van de Universiteit Twente die met data werken van het Nationaal Kiezersonderzoek, gaf in 1971 nog slechts 10,2 procent van de kiezers aan in de laatste dagen voor de verkiezingen een keuze te hebben gemaakt. In 1989 steeg dit naar 17,5 procent en in 2006 werd het 35,2 procent.
Er zijn iets meer vrouwen dan mannen onder de zwevers en ook iets meer hoogopgeleiden dan lageropgeleiden. Het verschil is klein, maar, zoals statistici zeggen, wel significant. Maar de zwevende kiezer wordt hier nauwelijks minder schimmig door. Twijfel is het enige overtuigende kenmerk van een zwever.
Maar nu dwaalt aan de leestafel de aandacht af naar iets heel anders. Op de achterkant van de krant is een paginavullende knalrode advertentie voor gratis WK-handjes. 'Verzamel ons allemaal!’ roepen drie bolle wezentjes de lezer toe. Ja, gezellig, zucht de hele leestafel. Even geen moeilijke dingen.

25 mei
De plannen uit de partijprogramma’s zijn doorgerekend door het CPB. Vooral de VVD krijgt veel complimenten. Ook het RTL-'premiersdebat’ is geweest, 34 procent van de kijkers roept Mark Rutte uit tot winnaar. Aan de leestafel vraagt men zich af van wat precies. De beste ideeën? De mooiste praatjes?
In het koffiehuis is een hoop geroezemoes, er wordt veel gebeld. Een meisje met een helderblauw T-shirt dat één schouder bloot laat, overlegt over de inhoud van een website. Terwijl ze haar laptop aanzet, zegt ze iets over 'per uur betalen’ en 'ik snap de insteek’.
Verderop wordt er een andere conversatie gevoerd: 'goed, heel goed… Kun je nog een…? Tot straks. Mooi weer - lachen - Toch mooi - vertel ik je morgen.’
En bij het raam: 'Yes, excellent!’
Er wordt gedelibereerd over een businessplan. Een elegante vrouw met hoge hakken probeert orde te scheppen in een enorme agenda, die uitpuilt van de kleine papiertjes die om haar heen op de grond dwarrelen.
Vergeleken met de vaste klanten van het koffiehuis die er een eer in stellen om steeds opgewekt te zijn, is de sfeer in de politieke debatten grimmig, zonder opbeurende vergezichten of zelfs maar een sprankje optimisme. De meesten hebben het RTL-debat dan ook niet gezien. 'Geen zin.’ En het goede voornemen om een serieuze afweging te gaan maken, op grond van programma’s en politieke argumenten - daar is het tot nu toe ook niet van gekomen.
'En… weet je het al?’ 'Nou, misschien Femke?’ Het antwoord lijkt meer een vraag. “t Is moeilijk’, 'Of toch Mark Rutte…’ Ze klinken een beetje bezorgd. Kiezen is geen feest. Meer een probleem, een hoofdbreken. De zwevende kiezer is een tobbende kiezer. Waarom is het toch zo moeilijk?
Misschien heeft het iets te maken met het heersende idee van de maakbaarheid van het eigen leven, dat zo langzamerhand de plaats heeft ingenomen van het oudere ideaal van de maakbaarheid van de samenleving. De laatste jaren wordt hier veel over geschreven door sociologen en filosofen als Richard Sennett en Zygmunt Bauman. Ook de Nederlandse sociologe Christien Brinkgreve schetst in haar boek In de ogen van de ander hoe men in toenemende mate naar binnen is gericht en zich bij belangrijke keuzes in het leven allereerst vragen stelt als: wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik? In dit denken is weinig ruimte voor de blik van de ander, die juist essentieel is om tot een dieper inzicht te komen in jezelf en je plaats in de wereld.
Dit is misschien ook het euvel waaraan de zwevende kiezer lijdt die van een politieke keuze een persoonlijk dilemma maakt. Wie geen oog heeft voor de samenleving als geheel zal er moeite mee hebben om uit te maken welke standpunten en belangen hij verdedigen wil. Want politiek gaat over de verdeling van schaarse middelen en over de vraag aan wie dit mag worden toevertrouwd. Daarvoor heb je kennis nodig, niet alleen over jezelf, maar ook over anderen. Vooral over hoe je je tot elkaar verhoudt.

26 mei
In Carré debatteren de lijsttrekkers van de grote partijen. Een gelikt spektakel onder protserige kristallen kroonluchters in een gestroomlijnd decor. Iedereen die aan het debat meedoet is gespannen. Cohen gaat ervan hakkelen. Balkenende doet raar tegen de interviewster en probeert aan haar dwingende vragen te ontsnappen: 'U lacht zo lief.’ Roemer vlamt terwijl hij een vurig pleidooi houdt voor solidariteit. En opgewekt grapt hij: 'U kunt me van alles verwijten, behalve dat ik te vroeg heb gepiekt!’
'Leuke, positieve man’, vindt men aan de leestafel. Inmiddels weten ze wie hij is. Ze zien hem als de olijkerd die de luchtige bijrol in een soap vertolkt, de aardige sukkel die net op het verkeerde moment een deur opendoet en kwinkslagen maakt waardoor het dramatische hoogtepunt nog even wordt uitgesteld.

28 mei
Geconfronteerd met een huilende bijstandsmoeder volgt 27 mei de woede van Rutte. Ze hebben aan de leestafel wel gezien hoe Rutte heel even, bijna onmerkbaar, als een boos kind met zijn voet heeft gestampt. Van alle kanten worden excuses geëist. De VVD doet er een hele dag over om met nieuwe berekeningen te komen die de bijstandsmoeders gerust moeten stellen. En alleen al omdat het zo lang duurt, concluderen commentatoren en Haagse journalisten dat veel economische vraagstukken voor een leek gewoon te ingewikkeld zijn. En nu zeggen ze: 'Je mag elkaar niet om de oren slaan met cijfers.’
De man met het zwarte brilmontuur, zijn haar nog nat van de douche, raakt erdoor gefrustreerd. Nu het houvast van objectief cijferwerk is opgezegd, weet hij nog minder hoe hij zijn keuze moet bepalen. Er zijn zoveel argumenten en tegenargumenten. Door de kakofonie zijn zijn oren gaan tuiten.
Maar kan hij dan niet gewoon kiezen voor een ideaal, voor een socialistische, een liberale of een groene samenleving? En de rest overlaten aan deskundigen? Hij peinst. Nee, zegt hij dan, want nu hij erover nadenkt, beseft hij dat hij geen ideaal meer heeft. Tenminste niet van het soort dat in een politiek program past. Hij werkt gewoon hard aan zijn eigen bedrijfje, hij is vol hoop, zelfs optimistisch, maar het blijft de vraag of hij zal slagen in wat hij doet. Het zijn onzekere tijden.
De VVD is nu de grootste partij in de peilingen. De PVDA zakt en het CDA staat derde.

3 juni
De tijd gaat dringen. Aan de leestafel worden ze zo langzamerhand bang voor de grote vraag. Ook de stemwijzer is al te hulp geroepen, maar het antwoord was niet bevredigend. Een beetje D66, of SP, een vleugje VVD en eventueel de Dierenpartij. Met alle flexibiliteit die ze in hun leven aan de dag leggen, voelt die ene stem wel heel erg inflexibel. Maar wat is zo'n advies nou waard? Het geeft toch wel te denken dat politici zichtbaar opgelucht waren als bleek dat ze inderdaad dezelfde opvattingen hadden als hun eigen partij.
Over het CDA gaat het gerucht dat achter de schermen de leiding het al heeft opgegeven. De kranten staan er vol mee: 'Balkenende wacht electoraal slagveld’; 'CDA werpt de handdoek in de ring’. Maar Balkenende houdt vol dat er nog kans is op een overwinning. Hij spreekt veel over zichzelf: 'Zo zit ik niet in elkaar, dat weet u.’ 'Ik ben een vechter’, en: 'Ik ben een Zeeuw.’ Hij zegt dat hij weet wat het is om met tegenwind te fietsen. Het lijkt alsof hij om zijn karakter gekozen wil worden. Maar waar staat hij voor? Aan de leestafel heeft hij nu echt afgedaan.
Er waait een lichte bries door het open raam. Buiten lopen toeristen met rugzakjes en zonnehoedjes op voorbij. Een studente zit ijverig met roze fluorstift in een studieboek te strepen. De melancholieke stemmen van Crosby, Stills, Nash & Young klinken door het koffiehuis: 'Where will you be tomorrow? Will you bring me happiness, will you bring me sorrow?’ Aan de leestafel wordt het Twitter-debat ter sprake gebracht dat in chaos is verzand. Ze hadden het al voorspeld, het zou niks kunnen worden. Niemand heeft ernaar gekeken.
Een enkeling heeft zijn twijfel weten terug te brengen tot twee partijen, in principe dan, want zolang je niet gestemd hebt, blijven alle opties open. De vrouw met de twee mobieltjes weet het ook nog altijd niet, maar vertrouwt gewoon op de dramatische wetten van de soaps. Er zal spoedig een ontknoping komen. Eén zal blijken de beste te zijn. Cohen is sympathiek omdat hij worstelt. Rutte is arrogant door zijn branie, maar soms heeft hij ook wel de gloed van een winnaar. Balkenende is raar en egoïstisch. Roemer is er voor de vrolijke noot. Wilders is het zwarte schaap. De rol van Femke is minder duidelijk, misschien omdat ze de enige vrouw is. En dan zijn er nog Pechtold en Rouvoet, 'de twee kleine neven’. Het hele stel is voor haar zo langzamerhand één grote, ruziënde familie geworden.
Een dierbare familie?
Ach…

8 juni
Het koffiehuis is op deze grijze ochtend vrijwel leeg. Een oudere man in een blauw jack komt naar de leestafel gelopen met een reusachtige goudgele muffin. De serveerster gaat er even bij zitten. Ze pakt lusteloos een krant. Het verkiezingsdebat van EenVandaag heeft ze gisteren niet gezien. Word je daar dan wijzer van?
Vorige week had ze nog geen keus gemaakt. Nu denkt ze dat ze het bijna weet, al is ze nog niet helemaal zeker. De twijfel kent oneindig veel nuances. Opiniepeilers weten dit en vragen: is uw keus vrij zeker, niet helemaal zeker, helemaal niet zeker of zeer onzeker.
Nog twintig procent van de kiezers zweeft, genoeg voor dertig zetels. De zwevers zouden als partij de grootste kunnen zijn. Voor hen is er vanavond nog één debat. Wie weet wat er daar nog gaat gebeuren. En ook morgenochtend kan een krant nog een verrassing brengen. Dus wordt de knoop nog steeds niet doorgehakt.
Wacht met oordelen, weeg zorgvuldig alles af. Sta niet te snel met een mening klaar. Is dat niet wat een verstandig mens moet doen?
Dus wordt gewacht tot het allerlaatst. En dan? Nou ja, dan moet het maar.