D

Het actuele van het gewone

Désanne van Brederode

Het opstaan

Querido, 542 blz., € 19,95

Een boek is goed wanneer je van de ene verbazing in de andere valt, wanneer je tegen de personages begint te schreeuwen, plotseling wakker wordt uit het verhaal en ontdekt dat iemand met hart en ziel aan het schrijven is geweest, wanneer je een stijl ziet die je nog niet eerder hebt gezien, wanneer je sommige passages verschrikkelijk vindt en wanneer je merkt dat een boek doodgewoon mooi is en verder niks.

Zo’n boek schreef Désanne van Brederode. Het vertelt de geschiedenis van Rudolf de Wolf, toneelschrijver en criticus die na de dood van zijn vrouw – ze pleegde zelfmoord – in een diepe depressie is beland en zich daar niet uit kan bevrijden. Van Brederode is erin geslaagd De Wolf niet te schetsen als een geflipte intellectueel of een patiënt die ons aller medelijden moet oproepen, maar als een gewone man die bijna normaal lijkt te reageren op de gebeurtenissen en tegelijkertijd goed weet dat zijn visie op de wereld hem uiteindelijk tot de afgrond zal brengen.

Het verhaal wordt vrijwel geheel door De Wolf verteld, wat deze figuur adembenemend dichtbij brengt. We voelen ons gaandeweg steeds meer verplicht ons aan hem over te leveren, en deze vertellers constructie maakt dat we ook medeplichtig met hem worden. Van Brederode laat De Wolf nauwelijks theo retiseren over zijn depressie, ze geeft beelden en scènes, ze weet heel goed dat je niet moet uitleggen maar moet laten zien. En zo komen we er achter dat De Wolf vaak wegwerpend over de wereld denkt, ook over zichzelf, dat hij zichzelf als een god beschouwt, alles kapot redeneert, dat hij zijn schuld gevoel over de dood van zijn vrouw niet onder ogen wil komen en zich verstrikt in oeverloze zelfreflecties. «Ik imiteer een Rudolf die nooit bestaan heeft», peinst hij ergens, «of misschien heel lang geleden, en die wél emoties heeft. Zeg dat het een tweede exemplaar van mij is. Ruud de tweede. Ik kan hem activeren als een robot, ik programmeer er wenselijke emoties in, hij gaat voor me uit, ik bestudeer de levendige uitdrukkingen op zijn gezicht, ik bestudeer zijn grappen, zijn schrik, zijn trots, zijn gebaren, en boots die een paar seconden later na. Feilloos, al zeg ik het zelf.»

Dit is niet alleen een indringend beeld van wat het betekent in een depressie te belanden, het is ook bijzonder goed geschreven. Afwisselend in ritmiek, zwierig, rijk in woordkeus, puntig en tegelijk zo bitter als gal. Van Brederode toont haar bijzondere schrijftalent ook in de talloze beschrijvingen van het dagelijks leven: boodschappen doen, opstaan, een onderbroek aantrekken. Ze wil alles van het gewone laten zien en dat doet ze door er niet samenvattend maar juist «uitbreidend» over te schrijven. Geen detail laat ze onvermeld, en geleidelijk ontdek je dat juist deze sterke nadruk op het gewone samenleven een van de middelen van haar held is om zich uit zijn moeras te bevrijden. Kijk naar het gewone, bezie de dingen en de wereld, laat je niet meeslepen door het abstracte en het aanmatigende. Deze aandacht voor het actuele van het gewone verheft Van Brederodes roman ver boven wat we normaal lezen over depressies en aanverwante zielenroerselen, waarin ons nooit het verregaand gewone van een schuldgevoel wordt ingepeperd.

Er zijn zeker scènes in dit uitvoerige en rijke boek die ik, achteraf, liever had willen overslaan. Dan zat ik te schreeuwen en wilde ik me overal mee bemoeien, op zich toch ook weer een goed teken. Van Brederode laat bijvoorbeeld vrij vaak het idee van «parallelle levens» opduiken, ook al zet ze daar via andere personages vraag tekens bij. Een vriendin van Rudolf gelooft dat zij in een «parallel leven» uit Polen komt en laat zich gaan in rare fantasieën over het vernietigingskamp Sobibor. «Kampkitsch» noemt een personage dit verderop, maar ondertussen moest ik me er pagina’s lang doorheen worstelen. Toch wil ik niet te lang klagen. Van Brederode schreef een vérgaand en bijzonder boek, rijk aan gevoel en de taillering daarvan. Ze heeft zich de tijd gegund ons uitvoerig, vaak ontroerend en rechtstreeks mooi een beeld te geven van hoe schuldgevoel kan uitwerken.