Het aletta-gevoel

Hoe Nouchka van Brakels film ook wordt ontvangen, hij bereikt in ieder geval een doel: dat de naam “Aletta Jacobs” weer iets bekender wordt. Zelfs in haar bakermat Groningen begint de herinnering aan “de bekendste vrouw van Nederland” te vervagen. Maar niet in Hoogezand-Sappemeer, waar de film afgelopen zaterdag in premiere ging.
“WAAR ga je heen?” Een reporter met pen en bloknootje in de aanslag maakt brutaal gebruik van de tien minuten treintaxi-wachttijd die ik bij het Groningse station moet ondergaan. Hij blijkt de reporter voor de “Waar ga je heen”-rubriek in het plaatselijke huis-aan-huis-blad De Loeks. Na flink aandringen krijgt hij uit de reizigster dat ze, als een soort collega van hem, op zoek gaat naar het Aletta Jacobs-gevoel, voor zover dat nog leeft.

“O, Aletta Jacobs…”
“De eerste vrouwelijke student.”
“O.”
“En de eerste vrouwelijke arts.”
“O ja. Wat was dat nou voor vrouw?”
Hij kijkt erbij alsof ik een lijk ga opgraven. De treintaxi-chauffeur heeft meegeluisterd. “Dat wist ik allemaal niet, maar ik ken haar naam. Ze moet wel dood zijn, want anders was er geen straat naar haar vernoemd. Die is in Groningen-Zuid, bij de Mansholtstraat.” De beide medepassagiers, jongens van in de twintig, hebben nog nooit van haar gehoord.
IN HET Groningse Universiteitsmuseum is dr. Jacobs nog springlevend. Conservator Frank Smit: “Ik ben het af en toe wel een beetje zat, dat hele Aletta-gedoe. Iedereen die wat met de emancipatiegeschiedenis wil, komt bij ons archief terecht, van scholieren tot professionals. Waarom bij haar? Dat vraag ik me af. Mensen hebben weinig fantasie. De laatste jaren is er echt sprake van overkill. Dat sneeuwt de rest van onze collectie wat onder.” In de Verenigde Staten verschijnt binnenkort een prestigieuze Aletta-biografie bij de feministische pers van een universiteit, weet hij door de fax waarin men om foto’s vraagt.
In een werkkamer van het Universiteitsmuseum bevindt zich tussen antieke vitrinekastjes, perspex tentoonstellingstoebehoren en ander materieel het bureau van Aletta Jacobs, met een groen laken er half overheen. Smit schenkt het in de toekomst wellicht aan het IAVG, het “vrouwenarchief” in Amsterdam. In een andere hoek staat de hutkoffer waarmee ze de wereld over reisde. Toen Mineke Bosch, eveneens bezig met een Aletta-biografie, erin wou neuzen, bleek het sleuteltje zoek. Documentaliste Brigitte Hekker komt nog aanzetten met een paarse theemuts, door Aletta vervaardigd uit een oude japon, en een tinnen beschuitbus, maar dan heb je de tastbare alettania wel gehad. Ja, de ploeg van Nouchka van Brakels film over Aletta Jacobs is ook langsgeweest. Maar waarom zouden die originele rekwisieten moeten gebruiken, als ze toch een loopje nemen met de historie? vraagt Hekker zich af. Ze vreest het ergste, want mensen zien de beelden toch gauw als waarheid: “Neem die scene op de trappen van het Academiegebouw. Dat gebouw bestond toen nog niet. Wat ze dan hadden gemoeten? Een gebouw nemen dat lijkt op de oude Academie, zoals het Leeuwarder Gerechtshof. Of de scene in de studio doen, of laten vervallen. Maar nog erger is dat die ontvangst op de trappen door de rector magnificus en studenten nooit heeft plaatsgevonden! Tja, wij zijn te integer historisch ingesteld voor zo'n film. Het gaat om de pretentie: als het een echte speelfilm was geweest, hadden we minder moeite gehad.”
EEN DAG LATER zal Van Brakels documentaire visie op het leven van Aletta feestelijk in premiere gaan te Sappemeer, Jacobs’’ geboorteplaats. Nouchka van Brakel heeft haar film Aletta Jacobs: Het hoogste streven vooral gemaakt om de jonge generatie te informeren. Aan de Rijks Universiteit Groningen zijn de laatste vijftien jaar allerlei activiteiten ontplooid met hetzelfde doel. Er was een tentoonstelling in 1979, honderd jaar na Jacobs’’ promotie.
In 1982 werd bovendien de Aletta Jacobs-lezing ingesteld, jaarlijks op 8 maart. Dat is niet alleen de dag waarop Jacobs als eerste vrouw promoveerde aan de RUG, maar ook de Internationale Vrouwendag. Germaine Greer, die dit jaar uitgenodigd was, sprak over “The Transparant Womb”, onder het motto: een baarmoeder als een doorzichtige ovendeur maakt het brood niet lekkerder. Er is een tweejaarlijkse Aletta Jacobs-prijs voor een academica met voortrekkersrol in de emancipatie. Liesbeth Brandt Corstius van het Gemeentemuseum Arnhem is de meest recente winnaar. En er zijn verscheidene boekjes rond Aletta verschenen. Inge de Wilde (Bureau Universiteit) speelde bij dit alles een grote rol. Maar het leek haar beter, zo liet ze het filmproduktieteam weten, dat ze niet als adviseur op de aftiteling van de film zou worden geplaatst. De Wilde: “Die zelfmoordpoging van Aletta op latere leeftijd? Daar weet ik niks van! En dan die hoogleraar die een verhandeling houdt tegen studerende vrouwen, terwijl de sfeer juist in Groningen zo liberaal was op dit punt!”
Ik meld me bij de portier om de weg te vragen door het nieuwe universitaire complex in de Kijk in “t Jatstraat. Die stuurt me weer naar buiten, met de woorden: ’‘Bij Aletta Jacobs rechtsaf.” Op het pleintje tussen de universiteitsgebouwen blijkt haar borstbeeld te zijn verschenen. Het archief van Frank Smit meldt dat het er sinds vijf jaar staat en in 1992 door onbekende activisten van een baarmoeder werd voorzien: een halve plastic bol en twee stoffen poppen. Op dat loverrijke pleintje aan de Kijk in’’t Jatstraat vliegen studenten voorbij. Een bejaard vrouwtje zit op een bankje naar Aletta te staren. Zegt het borstbeeld haar iets? “Ik ben 92 en ik zit hier elke dag. Nee, ik weet niet wie ze is. Aletta Jacobs? Een schrijfster, he?” Na enige uitleg: “O, heel vroeger woonden wij wel lezingen bij over seks enzo. Misschien was zij dat wel.”
De meeste passanten zijn jong. Van het dertigtal dat ik aanspreek, weten er drie dat dit Aletta Jacobs is. Een van hen doceert hier rechten, een ander komt net van school, uit Hoogezand-Sappemeer, en heeft een scriptie over haar gemaakt: “Meneer van Teerns, mijn oude geschiedenisleraar, woont in haar huis.” Wanneer ik verraad dat het beeld Aletta Jacobs voorstelt, blijkt die naam wel iets op te roepen. Dat wil zeggen: de studentenhelft van de ondervraagden heeft die eerder gehoord. Ze lepelen lusteloos wat feiten op (eerste vrouwelijke student, eerste vrouwelijke arts).
Ik gooi het dan maar over een andere boeg: als ze de Aletta Jacobs-prijs voor de meest bijzondere vrouw mochten uitreiken, wie zou hem dan krijgen? Violetta Ciamoro, de president van Santo Domingo (drie Caribische gaststudentes), Winnie Sorgdrager (driemaal, rechtenmensen), Nicky Nicole, “die travestiet is heel goed als vrouw, ook van dichtbij” (een studente), Beatrix (een studente), Sonja Barend (een chauffeur), “nee, niet dat afschuwelijke mens” (de collega-chauffeur), “mijn vrouw, want wij zijn dag en nacht weg en dat ze dat volhoudt” (een derde chauffeur). Een groepje studenten Russisch mag bij gebrek aan een Nederlandse kandidate een Russin noemen, maar ze weten er geen: “Rusland is een mannenland.”
BUITEN DE provincie Groningen heeft de naam “Aletta Jacobs” nog minder zeggingskracht. De cast van de film Aletta wist amper wie ze was. Stienette Bosklopper, producente van de film, wist dat wel, als bewuste Groningse in Amsterdam. Haar eigen associaties met de feministe van het eerste uur betreffen echter het oude wondermiddel van dr. Jacobs: het pessarium. Dat haalde Bosklopper bij het Aletta Jacobshuis van de Rutgersstichting aan de Amsterdamse Overtoom. Ze hadden er ook een paar dozen van op de filmset. De jongedames in de crew hadden geen flauw idee waarvoor die dingen waren: “Toen ik het vertelde, waren ze verbijsterd: hoe kon je zoiets prehistorisch gebruikt hebben! Er hing een soort sfeer om die dozen alsof het vooroorlogse monstruositeiten waren. Misschien hebben die jongelui datzelfde gevoel ook bij Aletta zelf. Ze is inderdaad geen Mata Hari, niet erotisch maar praktisch en prozaIsch.”
Bij het Aletta Jacobshuis, Bureau voor Geboortenregeling en Seksualiteit, zijn de medewerksters trots op de naam der firma. Arts Anne Emans: “Het Aletta Jacobshuis is een van de weinige plekken waar je kunt leren een pessarium te gebruiken. Nee, ze zijn niet zo populair, zeker niet bij huisartsen. Vijfduizend gebruiksters zijn er in Nederland; in Duitsland en de Verenigde Staten veel meer. In dat laatste land wordt het wel de ’'Dutch cap” genoemd. Dat komt door Aletta, die in de bibliotheek aan het Rokin had zitten lezen over de Duitse ontdekking van het middel, en dacht: “Dat is wat voor mijn vrouwen in de Jordaan!” Ze ging de pessariums op grote schaal propageren, via haar reizen voor vrouwenrechten zelfs over de hele wereld.“
In de Agnietenkapel, het museum van de Amsterdamse universiteit, wordt Aletta juist deze maand in haar voorbehoedende rol getoond. Uit de tentoonstelling Het oog op de lust: 100 jaar seksuologie in Amsterdam komt ze naar voren als de ’'pionierster die met haar voorbehoedmiddelen door de mannelijke collegae werd afgevallen, want de vertrutting lag telkens op de loer”, aldus conservator Marian Schilder, die een heftigheid in haar woorden legt alsof het gisteren plaatsvond. Dr. Jacobs kreeg het, zo lezen we, zelfs aan de stok met de tweede vrouwelijke arts, mede-feministe Catharine van Tussenbroek. Maakte het pessarium de vrouwen immers niet altijd beschikbaar voor de mannelijke lusten?
Niet ver van de Overtoom, in de Tesselschadestraat, hangt een herinnering aan de Aletta Jacobs-film die in de jaren vijftig niet mocht worden gemaakt. Aan het huis waar Jacobs heeft gewoond en haar praktijk voerde, is in 1959 een relief met haar portret bevestigd. Het geld ervoor kwam uit het Dr. Aletta Jacobs-filmfonds, dat toen de moed had opgegeven dat hun scenario over het leven van Jacobs ooit nog zou worden verfilmd. De synopsis ervoor, geschreven door journaliste Martha van Brink-Poort, was weliswaar in 1950 door het ministerie van OK&W bekroond, maar in de scenariofase had Brink-Poort te verstaan gekregen dat alles betreffende geboortenbeperking beter kon worden geschrapt.
De film die het 45 jaar later wel zou halen, is ook niet van de ene dag op de andere gemaakt. De Stichting Aletta Jacobs werd, met een film als doelstelling, in 1989 opgericht en is al die jaren in leven gehouden door de gemeente Hoogezand-Sappemeer. Op de dag voor de premiere geeft het stichtingsbestuur, bestaande uit Iekje Smit en Aaja Weert, mij een rondleiding door Aletta’s geboorteplaats. Via het van oudsher protestante Hoogezand rijd je geruisloos het voormalig katholieke Sappemeer binnen. Aan deze hoofdstraat over de gedempte vaart, die in Sappemeer de Noorderstraat heet, staat de oude Rijks HBS. Aletta volgde er lessen en haar beeltenis staat voor het gebouw. Iekje Smit: “Dit koppie bevalt me veel beter dan dat grootmoederachtige beeld in Groningen.”
De school heeft nu een andere functie, maar er is elders een nieuw Dr. Aletta Jacobs-college met 1400 leerlingen. Daar vond onlangs ook een grote Aletta-manifestatie plaats. Frens Jonker, leraar geschiedenis, draagt zijn bezielde kennis van Aletta’s tijd over op de leerlingen. Met de hele bovenbouw van de school zal dan ook de film worden bezocht. Dan denken ze in elk geval niet meer dat dr. Jacobs “iets met de pil te maken had”.
Of Van Brakels experiment hen raakt, is vooralsnog de hamvraag. Frens Jonker hoopt vooral de sociale context waarin Jacobs geleefd heeft, in de film te zien: “Het is geen toeval dat Aletta een Gronings meisje is. In deze provincie heerste in de negentiende eeuw een strijdvaardige en verlichte geest. Ik zie haar passen in die sfeer. Multatuli, die door de feministen wordt doodgezwegen, was kind aan huis in Groningen, en een kennis van Gerritsen, Aletta’s man.”
Op zoek nu naar de familie van Teerns die in het huis van de Jacobsen woont. Het is een prettig, onopgesmukt huis aan de Noorderstraat. Ook Van Teerns is leraar geschiedenis. Het echtpaar runt nu tevens de plaatselijke Filmliga: het vertrek dat de slaapkamer van de ouders Jacobs kan zijn geweest, hangt vol met filmaffiches. Ooit overwogen de Van Teernsen het bewerkelijke oude huis te verkopen. Ze hebben toen een briefje met een foto neergelegd op Aletta Jacobs’’ bureau, dat tentoongesteld werd in het Universiteitsmuseum. Ze zijn blij dat niemand erop is ingegaan.
IN DE CENTRUM Bioscoop, gelegen tussen huize Van Teerns en de oude HBS, wordt onder leiding van de gemeentevoorlichtster het draaiboek gemaakt voor de premiere die in “Holland” de “voorpremiere” heet. Het filmtheater van het echtpaar Bruinsma, dat er alles zelf doet, is vandaag in het Nieuwsblad van het Noorden uitgeroepen tot het charmantste en beste in de regio. Zanger Johan Raspe komt binnenlopen met de tekst van het Alettalied dat hij de volgende dag zal zingen, in het Gronings. Het drama zal aanzwellen, zo vertelt hij, om in het refrein te verstillen: “Veur vraauwlu, dij dou kind op kind aal kregen/ was dat dokterskind n haile grode zegen./ Zai haar bevochten en dat was veul veurnoamer/ t Onrecht zulfs tot in d’'eerste koamer./ Aletta wos woar ze aan begonnen was!”
Enige consternatie ontstaat omdat de Nederlandse vertaling nog niet binnen is. Het Westen wordt immers verwacht, met vrouwenorganisaties, kamerleden, filmmensen en het NOS-journaal.
Raspe vertelt dat hij steeds maar langs de HBS kwam gelopen en geintrigeerd raakte door het fenomeen Aletta Jacobs. “Toch leuk dat ik daar als kerel een klein beetje van weet. Ik heb waardering voor zo'n mens, dat ze het pessarium uitgevonden heeft.” Hij wilde een sober lied, “want het was een sobere vrouw, ik heb haar nog nooit gezien met een lach. Ik word elk jaar wel een paar maal bij damesclubjes gevraagd met dit lied, en dan zitten er dus steevast twee kerels in de zaal: een wethouder en ikzelf.”
Bij uitgeverij Xenos in Groningen-stad heerst ook premiere- koorts. Zojuist is het boek binnengebracht dat bij de film zal worden gepresenteerd. In Aletta Jacobs, het hoogste streven: Interviews en achtergronden staan onder meer de gesprekken afgedrukt die de Stichting Aletta Jacobs heeft gevoerd met mensen die haar nog gekend hebben.
Jacob Bouwman, een van de vier vrijwilligers die de uitgeverij runnen, heeft tijdens zijn studie op een wel zeer bijzondere wijze kennisgemaakt met Jacobs. Zijn Noorse hoogleraar filosofie Else Barth combineerde feminisme met logica en vond dat de boeken van Aletta Jacobs in dat kader moesten worden behandeld. Want het seksisme in de filosofie, van Plato via Kant en Hegel tot Marx, verdiende tegenwicht. Ze schonk ook veel aandacht aan John Stuart Mill, wiens The Subjection of Women voor Aletta, dank zij de boekenkast van haar vader, een bron van inspiratie is geweest.
OP DE ZOMERS aandoende premieremiddag is de entree van de Centrum Bioscoop met luifel en rood tapijt verfraaid. In zijn welkomstwoord legt burgemeester Van der Linde een actueel accent. Aletta was door de Oostenrijkse regering gevraagd om in Sarajevo naar de gezondheid van achtergestelde (Turkse, Hongaarse) vrouwen te komen kijken. Ze kwam tot de conclusie dat het veel beter zou gaan als de Serviers het er voor het zeggen zouden hebben…
Professor Iteke Weeda veert tijdens de filmvertoning zichtbaar op wanneer een Jordanese anno 1900 de kreet “Baas in eige buik” hanteert. Weeda, na afloop: “Ik dacht even, o, dat gaat snel in de film!” Heeft zij enig idee waarom er de laatste jaren zo'n Aletta-revival is? Ze oppert: “Misschien omdat de universiteit wat trager is dan de vrouwenbeweging, en haar eigen rol nu wat kritischer onder de loep durft te nemen?” Viel Aletta inderdaad zo slecht bij Dolle Mina? Weeda: “Misschien wel omdat ze tegen abortus zou zijn geweest.”
Een vrouw in het premieregezelschap valt op vanwege haar kleine gestalte, gecombineerd met een zeer kordate uitstraling. Het blijkt oud-wethouder en -gemeenteraadslid Jannie Hesselink (PvdA) te zijn. Ze is nu in de zeventig, maar heeft indertijd vanuit de gemeente Hoogezand-Sappemeer als wethouder het startschot voor de film gegeven. Ze begon in 1952 als raadslid in Appingedam, zesentwintig jaar oud. “Ik was er zeven jaar lang de enige vrouw.”
Ze vertelt over de vrouwengroep in haar partij, waar ze alleen over Tupperware wilden praten. “Net als Aletta heb ik me nooit laten intimideren. Al werd het me soms in die mannengemeenschap flink lastig gemaakt, een ding heb ik nooit gedaan: gaan huilen. De mannelijke collega’s moeten geen aanleiding hebben om te zeggen dat je geemotioneerd bent. Want dat schrikt ze af. Je moet als vrouw uitstralen dat je aanwezigheid heel normaal is. Ja, ik voel me wel een opvolgster van Aletta Jacobs.”