Het alles-of-nietsritueel rond het zorgbudget

Een jaar geleden was het nog toekomstmuziek. Er waren een paar experimenten met het clientgebonden budget, maar niemand geloofde dat het snel iets zou worden. Het idee dat iemand die recht heeft op zorg, zelf het geld in het handje zou krijgen om die zorg naar eigen inzicht te kopen, was te revolutionair.

Maar de experimenten pakten bijna allemaal positief uit, het CDA werd buiten de regering gehouden, de Ziekenfondsraad moest zich wel een beetje enthousiast tonen en VVD-staatssecretaris Terpstra sloeg meteen haar slag. Vanaf haar aantreden is zij aan de zaak gaan trekken en vorige week maakte zij met de nota Persoonsgebonden budget: zorg in portefeuille het resultaat daarvan wereldkundig.
Vanaf 1 januari kunnen mensen die vanwege hun handicap of leeftijd in aanmerking komen voor hulp, kiezen of zij deze hulp in natura wensen te ontvangen of in de vorm van een budget. Dit budget komt voor een beperkt deel (\f200 per maand) op hun eigen rekening en voor de rest op rekening van een ‘vereniging van budgethouders’, die zorgt voor het uitbetalen van de hulpverleners en de afdracht van sociale premies en belastingen. Terpstra was nog nauwelijks uitgesproken of de sceptici riepen om het hardst dat het niet deugde. Met name het feit dat de clienten het geld niet rechtstreeks op hun girorekening ontvingen, was een doorn in het oog. De Gehandicaptenraad sprak van 'paternalistische bevoogding’, de hoogleraar gezondheidszorg Schrijvers voorspelde 'een complete mislukking’, en de Volkskrant bespeurde een bureaucratische knieval voor de gevestigde belangen van de verzekeraars en de ministeries van Sociale Zaken en Financien.
Het hoort allemaal bij het alles-of- nietsritueel dat in Nederland bijna elke verandering frustreert. Gelukkig is Terpstra niet in die valkuil gestapt. Zij moest een oplossing zien te vinden voor het praktische probleem dat wie in Nederland geld ontvangt en arbeid inkoopt, te maken krijgt met de fiscus en de arbeidswetgeving. Een gehandicapte die voor 25.000 zorg inkoopt zal snel de fiscus op de stoep krijgen met de vraag of er wel belastingen en premies zijn afgedragen. Dat leek Terpstra niet bepaald een klus waar de client op zit te wachten. Die wil immers slechts een grotere invloed op de wijze waarop hij/zij zorg ontvangt. In plaats van het veranderen van de fiscale wetgeving (wat niet lukt) heeft Terpstra dus terecht voor een pragmatische tussenoplossing gekozen, waardoor in ieder geval een begin wordt gemaakt met het in evenwicht brengen van vraag en aanbod in de gezondheidszorg.
Voor patienten- en clientenorganisaties en voor de ouderenbonden doet zich daarmee een unieke kans voor. Via het opzetten van 'verenigingen van budgethouders’ krijgen zij de mogelijkheid om daadwerkelijke invloed op de gezondheidszorg te gaan uitoefenen. Dat is een invloed die in ieder geval verder gaat dan het deelnemen aan het stroperige overlegcircuit, waar voorafgaande christen- en sociaaldemocratische bewindslieden hen voortdurend uitnodigden. En waardoor de stem van clienten in de gezondheidszorg nu al jaren verloren is gegaan.