Hoe nu verder: Politicoloog John Keane

‘Het Amerika van nummer 45 is een fantoomdemocratie’

Het verval van de VS onder Donald Trump verbaast politicoloog John Keane niet. Een machthebber die met repressie reageert op elke tegenspraak wordt vanzelf dom en gaat stuntelen. Dat gebeurt overal waar een despoot aan de macht komt.

Donald Trump tijdens een persconferentie in het Oval Office in het Witte Huis. 2 oktober 2019 © Doug Mills / The New York Times / HH

Met de democratie is het als met een bergwandeling: omhoog is de wandeling zwaarder en de wil op je schreden terug te keren groter dan bergafwaarts. Met deze parafrase van een oude wijsheid van Machiavelli beschrijft de Australische politicoloog John Keane in zijn nieuwe boek The New Despotism het lot van de democratie in de recente geschiedenis.

Landen die de weg omhoog proberen te vinden na zich te hebben bevrijd van een dictatuur maakten nogal eens rechtsomkeert, uit teleurstelling over het resultaat van die inspanning. Democratie bleek niet als vanzelf synoniem met welvaart, vrijheid en geluk: de weerbarstige werkelijkheid logenstrafte die verwachting. Brazilië, Hongarije en Polen, om enkele sprekende voorbeelden te noemen, namen het pad terug. Dat zijn nu ‘fantoomdemocratieën’, met een woord van Keane. Verkiezingen worden daar nog wel gehouden, maar die fungeren als een façade waarachter despotische praktijken schuilgaan. Stelselmatig brengen de machthebbers de pers, de wetenschap en de rechterlijke macht in diskrediet of morrelen ze aan hun onafhankelijkheid. Zo ontregelen ze de veiligheidskleppen die moeten voorkomen dat hun regime absolutistische trekken krijgt.

In de korte biografische schets Het leven van Castruccio Castracani (1520) schrijft Machiavelli dat de weg naar de hel een gemakkelijke is: hij gaat naar beneden en je kunt hem met de ogen dicht afleggen. Bij Keane komt dat beeld op, zegt hij, als hij naar de VS onder Donald Trump kijkt. Daar is te zien hoe snel een democratie die bergafwaarts gaat in verval kan raken.

Minder dan vier jaar geleden was Barack Obama nog president, een toonbeeld van fatsoen en democratische integriteit. Hij verpersoonlijkte de gedachte dat Amerika geroepen was een stad op de berg, a city upon the hill, te zijn: een lichtend voorbeeld voor de wereld. ‘Yes, we can’, was zijn slogan, waarmee hij aangaf dat hij zijn presidentschap als een gezamenlijk project van hem en de kiezers zag. Zijn opvolger is een dommekracht met een niet te stillen wraakzucht die niets leest, niet nadenkt en zelfkritiek als een zwakte beschouwt. ‘Only I can do it’, roept Trump zijn aanhang op massabijeenkomsten toe. Dat tekent het verschil tussen beiden. De een weet dat hij het niet alleen moet doen (‘Yes, we can’), de ander denkt dat alleen hij het kan. Dat is ook het verschil tussen een democraat en een despoot.

Keane werd in zijn diensttijd ooit opgeroepen voor de Vietnamoorlog, de grote schandvlek in de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis. ‘Maar zelfs in die donkere jaren wist je dat Amerika ondanks al zijn tekortkomingen en fouten in de kern een goed land was, een rolmodel voor de wereld’, zegt hij. ‘Tijdens de rede die Obama als presidentskandidaat afstak in Berlijn stond ik tussen de duizenden toehoorders. Hij zou de eerste zwarte president van Amerika worden. We waren allemaal verliefd op hem. Zijn wijsheid, zijn ontspannen lichaamstaal, zijn charme, zijn trefzekere woorden. En dan nu, het Amerika van zijn opvolger. Ik heb nog nooit een land zo diep in de afgrond zien vallen als de VS onder nummer 45 – ik weiger de naam van die man te noemen. We zijn ons voorbeeld van beschaving kwijt.’

Keane kan zich niet voorstellen dat een renaissance van het Amerika dat Trump te gronde heeft gericht mogelijk zal zijn. ‘Zelfs niet als Joe Biden president wordt: de corruptie zit inmiddels zo diep in het systeem, het pad naar despotisme is zo ver gevorderd dat de weg terug lang en verdomd moeilijk zal zijn.’

John Keane (73) is als hoogleraar verbonden aan de universiteit van Sydney en aan het Wissenschaftszentrum in Berlijn (wzb). In de wereld van de politicologie heeft hij een groot gezag, zeker sinds de publicatie van zijn vuistdikke The Life and Death of Democracy in 2009. ‘Lees dat niet in bed!’ waarschuwt hij als ik hem mijn exemplaar laat zien. ‘Als je in slaap sukkelt en het valt uit je handen, kun je zwaargewond raken.’

Zijn Bulgaarse collega Ivan Krastev looft hem als ‘een van de meest prominente politieke theoretici van de wereld’. Hoewel het woord ‘theoreticus’ Keane niet helemaal recht doet, want in zijn manier van wetenschapsbeoefening hanteert hij een opvallend journalistieke werkwijze: hij schrijft geen theorie op voordat hij die op reportages en in interviews aan de praktijk heeft getoetst.

Dat deed hij ook voor The New Despotism, volgens zijn vakgenoot Paul ’t Hart ‘a hell of a scary book’. In dat boek, deze maand verschenen bij Harvard University Press, schetst hij hoe de democratie, opgevat als een politieke orde waarin geen enkele macht absoluut mag zijn, steeds meer concurrentie krijgt van haar fantoomversie: een bewind dat van de buitenkant democratisch oogt, terwijl in werkelijkheid de macht zich juist opeenhoopt bij een sterke man en zijn kleine kring van getrouwen. Een despoot, dus, maar dan wel een despoot die ‘meesterkopiist van een democratisch bestel’ is, aldus Keane. In zijn woorden: ‘Een nieuw type pseudo-democratisch bewind, met heersers die de kunst verstaan om mensen te manipuleren, binnen te dringen in hun leven en toch hun steun te verwerven.’

Hij ging op reportage in een aantal landen met zo’n regime, variërend van Rusland, Turkije en India tot Tadzjikistan, en zag hoe het dagelijks bestaan daar een prettige aanschijn had: ‘Het leven oogt relaxed in hun steden. Verliefde paartjes flaneren hand in hand langs de bomen op de boulevards. De cafés en restaurants bruisen van het leven. In de shoppingmalls lopen stijlvol geklede consumenten.’ Een veelzeggend detail is dat het aantal winkelcentra op megaformaat in Turkije verachtvoudigd is in de eerste twintig jaar van Erdogans bewind. De machthebbers in de Verenigde Arabische Emiraten hebben een nationaal programma ‘geluk en positivisme’ gelanceerd. In dat kader zijn de ‘raden voor geluk’ belast met initiatieven om het geluksniveau van de burgers te verhogen.

De nieuwe despoten zijn virtuoos in de misleiding en verleiding van mensen, concludeert Keane. Zij zijn geen botte dictators die hun kracht in terreur zoeken, noch organiseren ze extatische massabijeenkomsten, zoals Hitler deed, om ‘in de ziel van de kleine man de trotse overtuiging te branden dat ofschoon hij klein is, hij met de massa om hem heen een grote draak vormt’, in de woorden van de socioloog Daniel Bell. De nieuwe despoot doet geen beroep op je opofferingsgezindheid voor het grote ideaal, hij paait je met de belofte dat je onder zijn bewind materieel niets tekort zult komen. Hij richt zich dus op het individu, niet op de massa, en verleidt dat tot loyaliteit aan hem met die belofte van een comfortabel leven. Dat is zijn ‘sociaal contract’ met de burgers: ik zorg goed voor jullie, in ruil zijn jullie niet al te kritisch op mijn bewind. Grover gezegd: spelen jullie het spel mee in deze quasi-democratische maskerade waarin je stilzwijgend mijn macht accepteert.

‘De nieuwe despoot verwerft zo de vrijwillige volgzaamheid van de burgers’, zegt Keane. ‘Hij verwacht van hen dat ze niet al te veel interesse zullen hebben in de politiek. Ze mogen klagen, ze mogen mopperen, ze mogen grappen over hun regering maken. Dat staat de nieuwe despoot allemaal toe, zolang ze zich hebben teruggetrokken in hun privébestaan en hun leven hebben ingebed in werk en carrière, in consumptie, in vakanties – en ze daarmee tevreden zijn. Die privatisering van het leven van mensen is een basisingrediënt van deze regimes: hun publieke leven is gereduceerd tot dat van consument. En ze weten dat ze beter niet ergens anders voor de straat op kunnen gaan, want dan zal hun leven ingewikkelder worden.’

‘Het pad naar despotisme in de VS is zo ver gevorderd dat de weg terug lang zal zijn’

In de nieuwe ‘despotieën’ worden doorgaans nog wel verkiezingen gehouden, maar dan om de macht van de heerser te vieren en niet om die te breken. Pakt de uitslag niet naar zijn zin uit, dan zal hij achteraf het verkiezingsproces in diskrediet brengen en zeggen dat het niet eerlijk is verlopen. Dat is ook bedoeld als stil signaal aan zijn aanhang: accepteer deze uitslag niet.

In een democratie heeft de overdracht van de macht een symbolische lading, als publieke manifestatie van het idee dat je zonder mandaat van de kiezers geen recht op de macht hebt. De wisseling van de wacht moet zich vrijwillig, vreedzaam, zonder verongelijktheid voltrekken, want de kiezer, niet de verkozene is in een democratie het hoogste gezag. In de VS van Trump is dat geen zekerheid meer.

In The New York Times schreef columnist Roger Cohen over de periode tot de verkiezingsdatum van 3 november: ‘Tussen nu en november kan in Amerika alles gebeuren.’ Om de dreiging in die woorden te onderstrepen voegde hij toe: ‘Ik bedoel alles.’ Hij schreef dat nadat Jared Kushner, Trumps schoonzoon en vertrouweling, had laten doorschemeren dat de verkiezingen de Amerikaanse president deze keer misschien niet zo goed uitkwamen. ‘Op dit moment is dat nog wel het plan, ja’, had Kushner geantwoord op de vraag of de presidentsverkiezingen doorgaan. De impliciete boodschap is duidelijk: een plan kun je altijd nog uitstellen of desnoods schrappen.

Keane moet nog zien of de Amerikanen op 3 november naar de stembus kunnen. ‘Ik vrees dat nummer 45 hoe dan ook niet uit het Witte Huis zal vertrekken en daarvoor, als hij dat nodig vindt, de verkiezingen zal saboteren. Een jaar geleden had ik dat nog voor sciencefiction uit Hollywood gehouden, maar je moet er rekening mee houden dat hij met een beroep op de een of andere noodtoestand de verkiezingen zal willen uitstellen of afgelasten. Lukt hem dat niet en Joe Biden wint, dan zal hij waarschijnlijk beweren dat hij is beroofd van de overwinning. Dat de verkiezingsdag chaotisch is verlopen, dat de Democraten hebben gefraudeerd en dat hij daarom de uitslag betwist en zijn advocaten te hulp roept om na de inauguratiedatum van 20 januari in functie te blijven.’

Een ander scenario is nog dreigender: daarin uit het geweld dat al in Trumps woorden verborgen zit zich ook in fysieke zin. ‘Nummer 45 laat het dan niet bij de bewering dat de verkiezingen frauduleus waren, maar gaat een stap verder en roept zijn volk op de “echt” gekozen president alsnog zijn zege te bezorgen. Dat kan eindigen in een burgeroorlog. Die zal vuil zijn, bloederig, en de VS wereldwijd van zijn respect beroven.’

De openlijke vijandschap van Trump tegenover Amerikanen die zich tegen hem keren doet Keane denken aan het gedicht ‘Die Lösung’ van Bertolt Brecht. Hij schreef dat nadat het Oost-Duitse bewind in 1953 een opstand van de arbeiders had neergeslagen. De secretaris van het Deutsche Schriftstellerverband, een staatsorgaan van de ddr, liet daarop in Oost-Berlijn pamfletten verspreiden waarin de arbeiders de les werd gelezen: zij hadden het vertrouwen van de regering verspeeld en konden dat alleen terugwinnen door tweemaal zo hard te werken. Brecht vroeg zich daarop in zijn gedicht af: ‘Zou het niet eenvoudiger zijn wanneer de regering het volk zou ontbinden en een ander volk zou kiezen?’

‘In de VS van nummer 45 heb je deze brechtiaanse dynamiek’, zegt Keane. ‘Hij zoekt de confrontatie met zijn eigen burgers, zelfs met geweld, en behandelt iedereen die het niet met hem eens is als schoelje. Zo probeert hij te herdefiniëren wie tot het volk behoort en wie niet, wie juist de vijand van het volk is. Er zijn inmiddels meer dan tweehonderd gevallen bekend van aanvallen van de politie op journalisten. Tweehonderd. Dit tekent de despotische ondermijning van de Amerikaanse democratie, gedirigeerd vanuit het Witte Huis. Nummer 45 heeft allerlei tegenmachten de mond gesnoerd. Het hooggerechtshof functioneert niet als een onafhankelijke rechterlijke macht. De Republikeinen in het Congres zijn gehoorzaam aan hem. De federale bureaucratie is ernstig verzwakt.’

Hij zegt dat de vergelijking met de regering van Viktor Orbán in Hongarije zich opdringt. ‘Orbán deed er tien jaar over om een constitutionele democratie met vrije en eerlijke verkiezingen te transformeren in een despotisch bewind. De Hongaarse premier liet zien hoe je dat doet. En nu is dat proces op federaal niveau in de VS ver gevorderd, met als gevolg dat zij niet meer die city upon the hill zijn. We beleven geen herhaling van de jaren dertig, er is geen Hitler, geen Mussolini, geen Stalin, dat neemt niet weg dat de geest van de democratie, haar taal en instituties, in veel landen onder grote druk staan. De VS zijn het epicentrum van deze crisis in de democratie.’

John Keane in Valencia, 2013 – ‘In de VS heeft de president het brein van een erwt, zijn bewind inmiddels ook’ © Angel Sanchez

De nieuwe despoot laat zich aan de hand van een aantal kenmerken identificeren, zegt Keane. ‘In de eerste plaats nemen al die despotische leiders die ik bezocht en onderzocht graag het woord “democratie” in de mond. Van zichzelf zullen ze nooit zeggen dat ze despoten zijn, laat staan dictators, nee, ze zeggen dat ze van de mensen zijn, echte democraten. Ten tweede zijn despotische systemen cliëntelistisch: krab mijn rug en ik zal de jouwe krabben. In zo’n sfeer ontstaat als vanzelf een innige, wederzijds afhankelijke relatie tussen bedrijfsmagnaten en overheidsfunctionarissen, tot beider voordeel. Rond nummer 45 is een dikke dynastie ontstaan, met de president bovenaan die de banen onder zijn vrienden verdeelt. En zijn definitie van vriend kennen we: dat ben je zolang je hem gehoorzaamt.’

Een ander kenmerk van de nieuwe despoten is dat zij in de media die hun gunstig gezind zijn een geheel eigen wereld met een eigen waarheid scheppen. ‘Dat gebeurt in Iran, China, dat gebeurt in de VS. Nummer 45 is daar dagelijks mee bezig, al sinds hij zei dat de halflege National Mall bij zijn inauguratie vol stond en de zon toen scheen terwijl het in werkelijkheid goot. Peter Pomerantsev is een intelligente schrijver en journalist, een Rus die in Londen in ballingschap verblijft. Hij beschrijft Poetins Rusland als een land waar het regime de realiteit constant vervormt.’

Tot de manipulatieve wapens van de nieuwe despoot behoort het fenomeen van gaslighting, een moeilijk te vertalen woord omdat het is afgeleid van een filmtitel. In de film Gaslight van George Cukor (1944) beïnvloedt een gangster de werkelijkheidsbeleving van een vrouw die op hem verliefd is door de gaslampen in haar huis op ongezette tijden te dimmen. Als zij vraagt hoe dat komt, zegt hij dat ze zich maar wat verbeeldt. Langzaam maar zeker slaagt hij erin haar te laten geloven dat ze aan hysterie lijdt en gek aan het worden is.

‘Ik vrees dat nummer 45 niet uit het Witte Huis vertrekt en daarvoor de verkiezingen saboteert’

‘Despotische regimes lichten hun bevolking op’, legt Keane uit. ‘Ze brengen verwarrende verhalen in de wereld, zodat niemand precies weet wat er aan de hand is. Ook nummer 45 doet dat. Tegen journalisten die hem op nepnieuws betrappen zegt hij dat zij zelf nepnieuws brengen als ze zijn versie van de werkelijkheid niet voor waar aannemen. Dat is honderd procent gaslighting. Wat hij probeert op te bouwen, is een soort media-politiek apparaat met duidelijke despotische eigenschappen.’

Trump zet het wapen van de waarheidsmanipulatie in om mensen murw te maken voor zijn permanente stroom leugens. ‘Wanneer je mensen dagelijks overspoelt met leugens en bedrog breng je ze in verwarring. Ze weten niet meer precies wat nu wel en wat niet waar is. Dat is de bedoeling van nummer 45. Hij maakt gebruik van het wantrouwen dat mensen tegenover politici hebben: ze liegen allemaal, zo zijn ze nu eenmaal, niets nieuws onder de zon. En hij maakt gebruik van de menselijke eigenschap om over dingen die je niet begrijpt te zeggen: ik kan hier geen chocola van maken, het zal wel aan mij liggen.’

Het politieke doel dat de nieuwe despoot volgens Keane heeft met gaslighting is weg te komen met machtsmisbruik. Hij kan zijn macht aanmerkelijk vergroten door de toets aan de werkelijkheid onmogelijk te maken en zo een controlemechanisme te saboteren. Het wrange is dat hij met deze flessentrekkerij met de waarheid misbruik maakt van een van de basisprincipes van de democratie: het uitgangspunt dat niemand het gelijk volledig aan zijn kant heeft.

‘Een democratie vereist dat mensen erkennen dat het mogelijk is om de wereld op meer dan één manier te bekijken’, licht Keane toe. ‘Dat pluralisme van meningen en perspectieven is een noodzakelijk ingrediënt van een bestel waarin mensen er rekening mee moeten houden dat zij zich kunnen vergissen. De geest die helemaal zeker is van zichzelf is een gevaarlijke geest, las ik in de notitieboekjes die Albert Camus in de nazitijd schreef.’

Het pijnlijke is, zegt hij, dat het nieuwe despotisme een boosaardige draai aan deze democratische notie geeft, door het waarheidsbegrip in zijn geheel te relativeren. ‘In een democratie is de erkenning van je mogelijke ongelijk noodzakelijk om compromissen te kunnen sluiten, om te geven en nemen. Despoten perverteren dit uitgangspunt door dat manipulatieve spelletje met de waarheid te gaan spelen. Hun bedoeling is twijfel aan de waarheid te zaaien, niet om haar te vinden. Door te handelen in tegenstrijdigheden moedigen ze een soort cynisme over de moraal aan en zaaien ze de kiemen van verwarring over wat goed is en wat fout.’

In zijn boek vergelijkt Keane deze eigenschap van het nieuwe despotisme met de vaudeville. ‘Het brengt de democratie terug tot een theater met voor ieder wat wils. Je kunt er sterke mannen zien, jongleurs. En alle artiesten in dit theater van het despotisme hebben een jas met veel kleuren aan: op een coherente ideologie zul je ze niet kunnen betrappen. De Chinese leider Xi Jinping kan een toespraak houden die op het ene moment geschreven lijkt door Greenpeace of Extinction Rebellion, waarna hij in één adem overgaat naar het belang van een zo hoog mogelijke economische groei, om vervolgens het socialisme op te hemelen en dan moeiteloos over te schakelen naar de oude Chinese tradities en het confucianisme.’

Hoe nu verder?

Diagnoses zijn er volop van de crises waar de wereld mee worstelt. Van de klimaatcrisis tot de crisis in de westerse democratie, van de technologische ontheemding tot het doorgeschoten kapitalisme met zijn groeiende kloof tussen superrijk en kansloos arm – er zijn inmiddels stapels boeken en rapporten over verschenen. Langzaam gaan we nu van diagnose naar voorstellen voor verandering. In deze interviewserie laten we prominente denkers aan het woord over de oplossingen voor de grote problemen van deze tijd.

Hun eigen cynisme over het belang van tegenspraak in een democratie is volgens Keane tegelijkertijd de grote zwakte van de nieuwe despoten. Hun opmars mag soms onstuitbaar lijken, maar hier schuilt toch hun kwetsbaarheid. Doordat ze andere denkbeelden over de maatschappelijke werkelijkheid niet serieus nemen, eerder als een ongewenst commentaar vanaf de zijlijn beschouwen, ontberen ze de innerlijke tegenmacht van de twijfel, en dus ook het corrigerende effect dat daarvan uitgaat. Daardoor maken ze fouten en kunnen ze als stuntelaars door de mand vallen. Trumps miskleunen in zijn reactie op het coronavirus en daarna op de golf van het antiracistische protest zijn tekenend. ‘Het is typisch voor despoten dat ze denken geen fouten te kunnen maken. Dat maakt ze dom. Dat is dan ook hun grote zwakte: door die arrogantie over hun onfeilbaarheid gaan ze bij problemen die ze niet echt bevatten opzichtig de mist in.’

Een van de kernthema’s in het werk van Keane is dan ook dat despoten zichzelf kwetsbaar maken door de oren dicht te stoppen voor de kritische tegenspraak van de pers, de wetenschap, de rechterlijke macht en maatschappelijke organisaties. ‘Openlijk toezicht op de macht bezorgt zo’n regime hoofdpijn en nachtmerries en dat denkt het zich te kunnen besparen door de tegenmachten te negeren’, zegt hij. ‘Het zit in mijn werk, al vele jaren: zonder waakhonden die blaffen als je iets fout doet neem je domme, dwaze beslissingen. In de VS heeft de president het brein van een erwt, dat is duidelijk, maar zijn bewind inmiddels ook, met verstrekkende gevolgen voor miljoenen mensen. Hun leefomgeving staat op het spel, hun banen, hun gezondheid, hun vrijheid. Het tragische is dat despoten de gevolgen van hun domme beslissingen vaak compenseren met keiharde repressie. Ook dat zien we nu in de VS.’

In hun reactie op het despotisme moeten democratisch gezinde krachten volgens Keane eerst bij zichzelf te rade gaan: wat hebben zij fout gedaan of nagelaten waardoor dat nieuwe regime een kans kreeg? ‘De democratie kan zich het best tegen het despotisme verweren door de eigen augiasstal op te ruimen’, zegt Keane. ‘Weet je, politici hebben van alles laten gebeuren wat de democratie aantast: de verspreiding van leugens, de verwaarlozing van politieke partijen, de groeiende invloed van zwart geld bij verkiezingen, commerciële invloed op de media, ministers die niet meer aftreden als ze de fout zijn ingegaan. Zo hebben ze zelf het verval van de democratie in gang gezet.’

Minstens zo belangrijk in het verzet tegen het despotisme is dat de tegenkrachten zich hoeden voor fatalisme. ‘Fatalisme is eigenlijk een antidemocratische kracht. Als je zo zeker weet dat het toch geen zin heeft, waarom zou je je dan nog inspannen voor een keer ten goede? In mijn schrijven ben ik geen optimist, want dat zou in deze tijden naïef zijn, maar ik pas ervoor in pessimisme weg te zinken. Ik noem mijzelf tegenwoordig een possumist. Nee, dat verwijst niet naar de possum, de Australische buidelrat die ik hier geregeld op mijn dak hoor lopen. Het komt van het Latijnse woord possum: ik kan. Inderdaad: yes, we can. Dus blijf actief, in woord en daad, in je verweer tegen het despotisme.’

Op de vraag waar we in de wereld een nieuwe city upon the hill moeten zoeken, antwoordt hij: ‘De toekomst is een sms die we nog moeten ontvangen, dus met zekerheid kunnen we niets zeggen. Wat we wel weten is dat de VS in een armoedige staat verkeren, politiek en sociaal. Nummer 45 heeft de voorbeeldfunctie van zijn land te grabbel gegooid. De andere grootmacht, China, kan met zijn wrede, nietsontziende staatskapitalisme evenmin een voorbeeld zijn. Ondanks al zijn onvolkomenheden blijft Europa dat wel. Een continent dat zichzelf na de oorlog uit de puinhopen heeft gehaald door de samenwerking in plaats van het conflict te zoeken en, al tastend, de democratie en de rechtsstaat te versterken. Ik hoop maar dat het volhoudt.’


John Keane, The New Despotism, Harvard University Press (2020), 306 blz.