Een nieuw geluid?

Het ‘andere antwoord’ op de crisis

Juist dankzij de crisis in de economie zien veel mensen mogelijkheden voor wezenlijke veranderingen. Grijpt het kabinet met zijn crisispakket die kansen?

DE KREDIETCRISIS biedt ook kansen. Dat was al snel de boodschap toen afgelopen najaar het bank- en verzekeringsconcern Fortis dreigde om te vallen, de overheid met miljarden moest bijspringen en de kredietcrisis daarmee ook Nederland had bereikt.
De overname van Fortis lijkt nu al weer een eeuwigheid geleden: inmiddels zijn er ook andere banken ‘geholpen’, leeft Nederland niet meer in de waan dat de crisis ons niet zo hard zal raken, realiseren we ons dat de arbeidsmarkt van een tekort aan personeel naar een overschot gaat waardoor we ineens weer met werkloosheid te maken krijgen en rekent het Centraal Planbureau (CPB) voor dat de overheid met een groot begrotingstekort komt te zitten.
Maar dat de kredietcrisis ook kansen biedt, dat gevoel bleef. Die kansen zijn zelfs door menigeen ingekleurd. Zo pleitten CDA-premier Jan Peter Balkenende en PVDA-minister van Financiën Wouter Bos voor meer moraal, onder het motto dat een vrije markt van zichzelf geen moraal kent en niet vanzelf het goede doet. Ook lieten beiden de term ‘duurzaamheid’ vallen, waarbij die duurzaamheid vervolgens door henzelf en door derden aan allerlei onderwerpen werd verbonden: duurzaam bouwen, duurzaam omgaan met de schaarse energiebronnen, een duurzamere Europese Unie, een duurzamere economische orde, duurzame sociale verbanden.
Wie zich door die hoop op ‘het wordt allemaal anders’ heeft laten inspireren, zal niet erg tevreden zijn met het recente verloop van de onderhandelingen in het kabinet over wat het crisispakket is gaan heten. Die onderhandelingen boden meer van het vertrouwde zelfde, oude politiek als het ware. Het overleg tussen CDA, PVDA en ChristenUnie verliep traag en moeizaam, als gevolg van onderling wantrouwen en botsingen over al even vertrouwd klinkende thema’s: hoe hoog mag het financieringstekort zijn, moet er bezuinigd of niet, gaat de AOW-leeftijd omhoog, mag er gesneden in de hypotheekrenteaftrek, moet de aanrechtsubsidie verdwijnen, worden de ambtenarensalarissen bevroren? Erg hoopgevend was het niet.
Op 12 november vorig jaar hield Wouter Bos in Den Haag de Mansholtlezing. Die begon hij met een citaat van de wis- en natuurkundige Albert Einstein: ‘De vragen zijn hetzelfde, de antwoorden zijn veranderd.’ De vraag is of, ondanks het oude vertrouwde politieke proces en de oude vertrouwde thema’s, die andere antwoorden worden gegeven met het crisispakket van het kabinet.
Wie hoge verwachtingen had, zal teleurgesteld zijn. Een andere economie is niet in vier of vijf weken door zeven politici in het Torentje of Catshuis op poten te zetten. Het kabinet begint niet met een leeg tekenvel, en dan nog zouden CDA, PVDA en ChristenUnie over wat er op dat vel moet komen te staan het moeilijk eens kunnen worden. Nederland is een coalitieland en dat leidt tot andere politieke processen dan in landen als Frankrijk en de Verenigde Staten, waar een president daadkracht kan uitstralen omdat hij geen rekening hoeft te houden met coalitiepartners. Maar ook bij meer daadkracht liggen er niet altijd vernieuwende antwoorden.
Bovendien mag de minister van Financiën dan wel een bank hebben genationaliseerd, de overheid leidt geen elektronicaconcerns, bouwbedrijven of varkensfokkerijen. Zo’n vorm van anders is niet het antwoord. Daar komt bij dat een klein land als Nederland, met een economie die afhankelijk is van de export en een munt die verbonden is aan andere Europese landen, dat niet ook nog eens alleen zou kunnen doen.

IN 1970 SCHREEF de toenmalige PVDA-fractievoorzitter Joop den Uyl al over de smalle marges in de politiek, in een geglobaliseerde wereld zijn die marges nog kleiner geworden. Den Uyl voegde daar echter wel aan toe: ‘Marges gebruiken is soms het verschil tussen een spiraal naar beneden of naar boven. Het verschil tussen uitzichtloosheid en perspectief, tussen hoop en wanhoop.’ Kijk met die bril naar het pakket en er zitten toch heel voorzichtige elementen van een ‘ander antwoord’ in.
Neem het financieringstekort en het terugdringen van de staatsschuld. Die waren tot voor kort heilig. Niet zonder reden overigens, omdat als er geen tekort is op de jaarlijkse overheidsbegroting en de staatsschuld zelfs kan dalen, de rente-uitgaven van de overheid kleiner worden. Daarmee komt geld vrij, waarmee dit kabinet de kosten van de vergrijzing had willen opvangen.
Dat streven schuift het kabinet nu op de langere baan. Het tekort mag oplopen. Volgens de laatste berekeningen van het CPB zal dat in 2010 zelfs tot 5,6 procent zijn, dat is ruim twee procent meer dan de EU-norm. Het CDA had daar de meeste moeite mee, maar ging overstag toen in februari duidelijk werd wat voor ravage de economische crisis gaat aanrichten. Voor het CDA is dit een ‘ander antwoord’.
Uit vele hoeken kreeg het kabinet de afgelopen tijd de kritiek dat het vergeleken bij andere landen niks doet om de economie te stimuleren. Maar dat verwijt is volgens weer andere economen onterecht. Door in plaats van een overschot op de begroting een tekort te accepteren, pompt de overheid zo’n veertig miljard euro in de economie. Het CPB schreef vorige week hierover: ‘Een grove inschatting leert dat zonder aanvullende maatregelen de Nederlandse inspanning qua omvang vergelijkbaar is met die van Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar substantieel kleiner dan die van de Verenigde Staten.’ Bij de PVDA waren ze heel content met het rapport van het CPB over de kredietcrisis. Vooral de zinsnede dat er nu geen maatregelen genomen moeten worden die leiden tot vraaguitval, lees bezuinigingen, ging erin als koek. Het CDA heeft er tandenknarsend mee ingestemd. Tot 2011, dan moet er alsnog bezuinigd worden. Want de christen-democraten konden zich vastgrijpen aan het eerste deel van diezelfde zin in het CPB-rapport: ‘Het is daarom verstandig om nu maatregelen te nemen die wél op termijn zicht geven op herstel van gezonde overheidsfinanciën.’
Een maatregel die niet onder bezuinigingen valt maar wel op een later tijdstip geld in het overheidslaatje brengt, is het verhogen van de AOW-leeftijd. Als iets een gevoelig onderwerp is in de politiek, dan is het wel – naast de hypotheekrenteaftrek – de oudedagsvoorziening. Nog bij de verkiezingen van 2006 kwam Wouter Bos op zijn schreden terug nadat hij had geopperd pensioengerechtigden te gaan laten meebetalen aan de AOW en vervolgens een storm van kritiek over zich heen kreeg.
In dat licht gezien is wat het kabinet nu van plan is een ‘ander antwoord’. Degenen die altijd al voor deze maatregel pleitten zien het als een wezenlijke hervorming, passend bij deze tijd, waarin een mens langer leeft dan in de jaren vijftig toen de AOW-leeftijd werd ingesteld en ook passend bij een vergrijzende samenleving, waarin bovendien jongeren tot hogere leeftijd een opleiding volgen dan vroeger.
Dat het kabinet om in de toekomst de staatskas te vullen uitkomt op de verhoging van de AOW-leeftijd en niet op andere geopperde maatregelen is niet verwonderlijk: deze ingreep kan rekenen op een breed draagvlak in de Tweede Kamer, ook bij oppositiepartijen. Dat laatste is niet onbelangrijk, want dan kunnen die partijen bij de volgende verkiezingen niet gaan schermen met leuzen als: ‘CDA, PVDA en ChristenUnie hebben aan jullie oude dag gezeten.’
De vraag voor het kabinet was wel hoe die verhoging van de leeftijd vorm zou moeten worden gegeven: langzaam een maand per jaar of met één klap voor bijvoorbeeld de generatie die in 2011 de leeftijd van 25 bereikt. Dat voor de ouderen van nu de pensioenleeftijd als het ware morgen al omhoog zou gaan, daar is nooit sprake van geweest. Dat velen dat toch dachten, komt enerzijds doordat het kabinet zo lang vergaderde zonder met ook maar iets naar buiten te komen. Anderzijds komt dat door onder meer de vakcentrale FNV die zich kantte tegen een ingreep in de AOW zonder uit te leggen dat wanneer het kabinet toch zou doorzetten, de maatregel niet zou gelden voor haar oudere leden. Dat niet is gekozen voor het snijden in de aftrekbaarheid van de hypotheekrente komt doordat dit politiek nog gevoeliger ligt dan de AOW-leeftijd. Het zou onder meer tot interne partijproblemen bij het CDA hebben geleid en tot gehoon vanuit de VVD-bankjes. Bovendien heeft een maatregel voor de hypotheekrenteaftrek het risico dat ze verstorend werkt op de toch al onrustige huizenmarkt.
Van de aanrechtsubsidie, ook een onderwerp dat bij het kabinet op tafel lag, hebben de onderhandelaars mogelijk gedacht dat deze zich vanzelf afschaft. Het aantal vrouwen dat niet buitenshuis werkt daalt, omdat jongere vrouwen meer en meer arbeid, huishouden en opvoeding van de kinderen combineren. Dit ‘andere antwoord’ komt toch wel.

MAAR OM ECHT na te gaan welke wezenlijke veranderingen de huidige crisis teweegbrengt, moet niet alleen naar dit crisispakket worden gekeken. Graadmeters daarvoor liggen elders: in de discussies binnen politieke partijen en hun wetenschappelijke instituten, maar ook in concreet handelen van politici buiten dat crisispakket om.
Als de financiële crisis het gevolg is van ontoereikend internationaal toezicht op grensoverschrijdend opererende banken, dan is een graadmeter hoe dat toezicht opnieuw vorm krijgt. Welke instituties krijgen daarin een verantwoordelijkheid, op welk internationaal niveau, met welke landen of middenveldorganisaties in de fora en met welke regels?
Nu de marktwerking onder het vergrootglas ligt en de roep om meer markt niet vanzelfsprekend meer is, is het interessant om te volgen of de politiek toestaat of een ziekenhuis gekocht mag worden door een zorgverzekeraar en zo ja, onder welke voorwaarden. Of om te zien of zorginstellingen hun fusiedrift en vastgoedmanie moeten beteugelen onder druk van de overheid.
Wanneer Wouter Bos zegt dat hij pleit voor een sterke overheid, dan is de vraag hoe ver hij met regulering wil gaan. Waar komt een nieuw evenwicht tussen regelen en vertrouwen? Komt Bos’ voornemen om in te grijpen in de bonussen dan daaruit voort dat hij niet langer vertrouwt op zelfregulering, of is het toch eerder een reactie op de druk vanuit de samenleving? En wanneer botst hij met het CDA, dat huivert voor veel overheidsregulering en de moraal toch liever zoekt bij de mensen zelf?
Als de crisis duurzaamheid een kans biedt, dan is het niet alleen zaak dat we nu de in het crisispakket voorgestelde instelling van regelvrije zones in steden met gezonde argwaan volgen. Nog belangrijker is het om te zien wat Nederland doet op de langere termijn, zoals bij de onderhandelingen over een vervolg op het Kyoto-verdrag.
Dat kunnen allemaal kleine tekenen van hoop zijn, om met Joop den Uyl te spreken. Of van wanhoop.