Het andere beweegt

Daarna. Elk ogenblik kunnen ze in slaap vallen. Hij wordt overspoeld door een zachte golf die langs zijn voorhoofd strijkt, maar is nog steeds wakker. Op onzekere afstand recht voor hem een grof gevlekt gordijn. Het valt van bovenaf opzij. Hij geeft een hand, aan iets of iemand. Zijn rug klemt om hem heen, het is geen kleding maar een donkere kloppende maan. Die opeens uit elkaar valt, maar dat helpt want nu kunnen ze weglopen. Ook het andere beweegt, dat geeft een gelukkig gevoel. Je moet het allemaal op één rij zien, dat is hetzelfde. Hij weet het zeker. Wat was dat? Hij weet het niet en zal het zich ook nooit meer herinneren. Hij slaapt.

Zij stond op haar vlekkeloze tenen. Zij veert terug op haar hielen.
Zij zette haar rechtervoet het eerst vooruit. Bijna twee meter was de afstand die ons van elkaar scheidde. Net iets meer dan de lichaamslengte van haar lieve vriend. ‘Naar lawaai buiten. Wat een bijzondere manchetknopen heeft u’, zegt de jonge arts die in zijn rechterhand een lang pincet heeft waarin een prop verbandgaas is geklemd. 'Van oude horlogeonderdelen, zie ik. Heel bijzonder!’
Tijdens de laatste stap opent ze haar ogen. Die al open zijn. Alleen wijder nu. Ik zie het niet. Opeens is de holle, als een scheepsruim ver lichte gang gevuld met tientallen vrouwen. Veelal gehuld in perkamine ofwel zuivere kaffa. Sommige onder hen dragen een lang kleed van levantine, doorweven met sarsenet en barijn. Ik zag lijfjes van bobbinet, kragen van stramien en wijde rokken van weefsels als langine, fustein, tobralko, estamein en adampolam. Knopen kennen zij niet, in plaats daarvan worden levende, daartoe afgerichte insekten aangewend. Die met hun kleine harige pootjes, met aan de uiteinden daarvan kleine harige haakjes, de stoffen bij elkaar houden. Daaronder wemelt het van appel- en perentieten, ongetwijfeld ook edelachtbare mossel- en cactusdelen.
Meer niet. Want zij, zij drukt een kus op mijn lippen.
Van grote afstand, verder weg is niet mogelijk, hoor ik de slimme stem van Jim Brown. We liggen of zitten of staan op de zolder in de Bloemstraat.
Hij vertelt een grappig verhaal.