Commentaar

Het andere K-woord

HET IS DE AFGELOPEN maanden in allerlei media met groot plezier gemeld: de kredietcrisis betekende de terugkeer van de grote ziener van de jaren dertig, de Britse celebrity-econoom John Maynard Keynes. Het keynesianisme, oftewel het op de Amsterdamse Zuidas gehate ‘K-woord’, was terug: het afremmen en stimuleren van de economie door uitgaven en bezuinigingen van de overheid. Sindsdien zijn de economische vooruitzichten en de daarmee gepaarde angst flink opgelopen. Niets illustreert dat beter dan de terugkeer van een ander K-woord. Twintig jaar nadat Nikolai Kondratieff werd gerehabiliteerd in de Sovjet-Unie valt hem die eer te beurt in het Westen.
Zo’n 85 jaar geleden was Kondratieff als hoofd van het Instituut voor Conjunctuur een van de drijvende krachten achter de NEP, de Nieuwe Economische Politiek die de sovjeteconomie moest vlottrekken door privé-winsten mogelijk te maken, en die Lenin, Stalin en andere sovjetleiders tot op het bot verdeelde. Weinig verrassend werd Kondratieff na Stalins machtsovername ontmaskerd als ‘koelak-professor’, tot acht jaar werkkamp veroordeeld en geëxecuteerd toen hij zijn tijd bijna uitgezeten had. Pas onder Gorbatsjov kon Kondratieff weer worden geprezen in partijblad Kommunist.
Afgelopen week constateerde The New York Times de heropleving van Kondratieffs gedachtegoed in de VS, terwijl de Volkskrant de cover van zijn zaterdagkatern ‘Het Betoog’ wijdde aan een Kondratieff-college van ‘informatiespecialist’ Eric Mecking (een opwarmertje van een eerder artikel in het Reformatorisch Dagblad, maar dit terzijde). De reden voor de wederopstanding is simpel: elke keer dat de wereldeconomie écht in duikvlucht gaat, leeft de herinnering op aan de somberste econoom van allemaal.
Kondratieff destilleerde harde wetten uit tweehonderd jaar kapitalistische geschiedenis. Zijn theorie lijkt eigenaardig veel op de universele wijsheid van tuinman Chance uit Being There: de kapitalistische economie gaat telkens door vier stadia, die analoog zijn aan de seizoenen – met een heerlijke lente en zomer en een barre winter. De Kondratieff-cyclus duurt volgens de theorie veertig tot vijftig jaar, wat de kredietcrisis een wat verlaat vervolg maakt op de Grote Depressie. Het slechte nieuws: volgens Kondratieffs theorie kan niets de winter tegenhouden, geen bankenplan, kredietgarantie of ‘onorthodoxe maatregel’. Er zit weinig anders op dan het uitzitten van de kou, die volgens de theorie wel twintig jaar kan duren.
Maar nu het goede nieuws: Kondratieff is in de afgelopen halve eeuw vooral een betrouwbare weerhaan gebleken voor de economische wind. New York Times-correspondent Paul Lewis schreef: ‘Volgens Kondratieff-aanhangers beleeft de wereld de vierde grote economische crisis sinds 1790, een periode van mondiale recessie die waarschijnlijk tot het einde van de eeuw zal duren – en niemand kan daar iets doen.’ Lewis schreef dit in 1982. Bovendien valt of staat Kondratieffs theorie met creatief schuiven met jaartallen. Voorlopig lijkt de terugkeer van de Kondratieff-cyclus dus vooral een teken van mondiale angst, en natuurlijk van de troost van het zwartste scenario dat alleen nog mee kan vallen.