Zonneke Matthée

Het antifeminisme van de NSB

Zonneke Matthée
Voor volk en vaderland: Vrouwen in de NSB 1931-1948
Balans, € 19,95

De verklaring voor de opkomst en het succes van de nsb in Nederland mag nagenoeg bekend verondersteld worden. De nieuwe beweging vulde een gat in de markt in tijden van economische crisis en politieke onzekerheid, waarop de gevestigde parlementaire democratie geen antwoord leek te hebben. De drie bronnen waaruit de partij putte – godsvertrouwen, liefde voor volk en vaderland en eerbied voor arbeid – leidden op 31 december 1931 te Utrecht tot de oprichting door Anton Mussert en Cornelis van Geelkerken.

Dat ze in korte tijd ook onder vrouwen grote aanhang verwierven, is minder bekend, en wat vrouwen in de nsb aantrok is nauwelijks onderzocht. Voor volk en vaderland: Vrouwen in de NSB 1931-1948 van historica Zonneke Matthée vult dit hiaat. Haar studie maakt helder dat, naast rassenleer, antifeminisme de ideologische pijler was waarop de reactionaire antiparlementaire beweging rustte.

Matthée geeft als verklaring voor haar fascinatie voor dit onderwerp niet alleen persoonlijke redenen – haar vader is halverwege de bezetting negen maanden lid geweest van de nsb – maar ook noemt ze de invloed van de tweede feministische golf, die ze tijdens haar studie in Leiden in de jaren zeventig onderging. De nieuwe richting vrouwenstudies maakte haar ervan bewust dat de geschiedenis nauwelijks vanuit vrouwenperspectief werd geschreven. Matthée wilde toen onderzoek doen naar de rol van vrouwen binnen de nsb.

Maar het kwam er pas van nadat in 2000 het Centraal Archief voor de Bijzondere Rechtspleging was verhuisd van Justitie naar het Nationaal Archief. Deze overdracht is van cruciaal belang, omdat daardoor de dossiers van collaborateurs voor onderzoek toegankelijk werden. Matthée dook in ‘vier kilometer lange’ rijen van bronnen en documenten en deed daarnaast vele interviews met dochters van nsb-moeders. Die gesprekken waren soms ongemakkelijk en pijnlijk.

Volgens Matthée is het heersende beeld van nsb-vrouwen dat ze in het kielzog van hun echtgenoot of vader kozen voor het nationaal-socialisme. In de hoogtijdagen waren er ruim dertigduizend vrouwen lid (gemiddeld rond de vijftig jaar en laag opgeleid) en tweederde daarvan was actief in de Nationaal Socialistische Vrouwen Organisatie (nsvo), een vereniging die onder de zinspreuk ‘Het hartvuur heilig, het haardvuur veilig’ bijeenkomsten organiseerde waar liederen werden gezongen en spreekbeurten gehouden over ‘vrouwenonderwerpen’.

Het beeld van de nsb-vrouwen als trouwe meelopers die de huiselijke vrede wilden bewaren verdient nu bijstelling. Uit Matthées studie blijkt dat negentig procent van de vrouwen de politiek van de nsb autonoom steunde uit ideologische overtuiging. Vaderlandsliefde (‘de verslapping van het Nederlandse volk tegengaan’) en ‘het beste willen voor de Nederlandse vrouwen’ golden als rechtvaardiging van het lidmaatschap.

Ze geloofden in Musserts nieuwe idealen. Zijn programma vonden ze nationaal en sociaal. Ze waren tegen de democratie, tegen het vrouwenkiesrecht en tegen emancipatie van vrouwen. Hierdoor was de seksuele moraal immers vergiftigd, waren moederschap en huwelijk uitgehold en was het land in een ellendige crisis gestort. In het nationaal-socialistische paradijs zou de vrouw weer worden gewaardeerd om haar vrouw-zijn en een belangrijke taak krijgen: naast de zorg voor de man en de kinderen kregen vrouwen een heroïsche rol als ‘hoedsters en voedsters van het volk, ras en vaderland’ en werden ze ‘moeders van de volksgemeenschap’. Voor dit heilige ideaal wilden ze graag strijden.

Op zich was dit niet specifiek nationaal-socialistisch. Het antifeminisme was in het algemeen een reactie op de invloeden van de moderne American way of life – individualisme en seksualiteit – en de vernietiging van het geloofs- en gezinsleven in de Sovjet-Unie (Het Rode Gevaar). In Duitsland ging dit ideologisch gepaard met antisemitisme. De nsdap klaagde het feminisme aan als een joodse samenzwering met als doel Duitsland van binnenuit te verzwakken. In Nederland heeft dit nauwelijks gespeeld, zoals ook de Duitse gezins- en geboortepolitiek (het produceren van raszuivere baby’s) niet werd overgenomen.

Anders dan hun Duitse zusters speelden de nsb-vrouwen geen rol van betekenis binnen de beweging. Ze verrichtten hand- en spandiensten voor de partij of kwamen als ‘kameraadskes’ bijeen op nsvo-bijeenkomsten. Hun relatief onbetekenende positie vertaalde zich na de bevrijding in relatief lichte straffen. De interneringskampen waar ze gevangen zaten waren zeker geen pretje, maar de meesten zijn in juli 1946 vrijgelaten. Ze droegen de rest van hun leven wel de last van hun beladen achternaam mee. Hun dochters komen hierover in het boek aan het woord. Die passages zijn het meest belangwekkend.

Aan het eind van het boek stelt Matthée de belangrijkste vraag van haar onderzoek: werden vrouwen lid van de nsb vanwege de vrouwenkwestie of vanwege het nationaal-socialistische ideaal? Werden ze nationaal-socialist omdat ze antifeministisch waren of werden ze antifeminist omdat ze nationaal-socialistisch waren? Ze komt er niet uit.

Was het dan toch Mussert? Voor vrouwen had hij ‘een zeker charisma’. Ze vielen voor zijn burgerlijke degelijkheid. Hij was zuinig, ascetisch, precies, hardwerkend, formeel en humorloos. Maar hij was ook een rokkenjager. Zelf maakte hij de rol van hoofd van een keurig, kinderrijk gezin allerminst waar.