Opheffer

Het argument van de dode kinderen

Bij elke oorlog krijg je het argument van de dode kinderen. Er is een bombardement geweest en wat er dan gebeurt is dat de dode kinderen worden getoond: zo erg is de vijand. Niets is zo weerzinwekkend, zo gruwelijk, zo walgelijk als dode kinderen. En waar een kind als gevolg van een bom of een kogel is gedood, is per definitie een fout gemaakt; een foute manier van denken of een foute beslissing.

Wat kun je inbrengen tegen dode kinderen? Niets, vrees ik.

Maar hoe gruwelijk ook, het is eigenlijk een verkeerd argument. Of beter: het tonen van dode kinderen is goedkoop. Goedkoop omdat je denkt dat je iets niet hoeft uit te leggen, de dode kinderen spreken immers voor zichzelf. Wie kinderen doodmaakt heeft geen geweten, is dus fout.

Het is goedkoop omdat in een oorlog iedere partij het argument van de dode kinderen kan inbrengen. De Hezbollah-beweging schiet lukraak op de steden van Israël. Als daar geen kinderen bij worden geraakt, zou je kunnen spreken van pure mazzel. De intentie – ze zeggen het tenslotte zelf – van Hezbollah is dat heel Israël van de kaart moet verdwijnen, inclusief de kinderen. En dat doen ze met bommen die ze in feite op iedereen richten.

Bestaat er ethiek in dit soort kwesties? Er bestaat zoiets als oorlogsrecht, maar dat is in oorlogstijd een paradox, want juist als de wapens kletteren is er een periode waarin maar één wet telt: die van de sterkste. De ethiek die je in oorlogskwesties hanteert, is afhankelijk van je eigen beschaving. Ik vermoed bijvoorbeeld niet dat wij, Nederland, kindsoldaten zouden inzetten als we in oorlog zijn, maar er zijn landen waar dat wel gebeurt. Wanneer je van die landen dode kinderen ziet, omgekomen in oorlogsgeweld waar ze zelf aan hebben meegedaan, is het dan minder triest dan de kinderen die omgekomen zijn in Libanon door een Israëlische fout? Ik denk dat het niet te vergelijken is, en dat het dus net zo triest is. Nogmaals: waar in een oorlog kinderen omkomen, is een ernstige fout gemaakt. Maar de vraag wie die fout precies heeft gemaakt, beantwoord je niet met het tonen van de dode kinderen.

Een ouder die door de vijand gewaarschuwd wordt dat de stad wordt gebombardeerd, maar die uit haat niet vertrekt, onttrekt zich aan een verantwoordelijkheid jegens zijn kinderen. Het is waar: vluchten kan laf zijn, maar kennis over wat er kan gebeuren geeft je ook verantwoordelijkheid. Je weet namelijk iets wat van invloed kan zijn op het leven van je kinderen. Als ik van de onderwereld het bericht krijg dat morgen de moordenaars komen, breng ik in ieder geval mijn kinderen in veiligheid.

Let wel: ik verdedig Israël niet met hun bombardement op een huis in Qana waar meer dan dertig kinderen bij omkwamen, maar als je kritisch wilt staan tegenover Israël, dan moet je met iets anders aankomen dan het laten zien van de kinderen die zijn gedood.

Wie draagt verantwoordelijkheid voor wat?

Als ik lid van een guerrillabeweging ben en ik verberg me tussen burgers, dan moet ik me realiseren dat ik die mensen in gevaar breng. Sterker: de mensen tussen wie ik mij verberg moeten zich daar ook bewust van zijn. Hezbollah volgt deze tactiek. Dat is geen slechte tactiek; ze rekenen op de beschaving van Israël die zegt liever geen burgers te willen doden. Waar kun je je dan beter verbergen dan tussen die burgers? Maar als, in een oorlogssituatie, vervolgens uitgevochten moet worden wie de sterkste is, dan moet je het feit dat jij welbewust onschuldige mensen tot doelwit maakt niet gaan gebruiken als die mensen daadwerkelijk doelwit zijn geworden. Je speelt dan met verantwoordelijkheden en je geeft jezelf noch je tegenstander enig houvast. Zijn burgers dan soldaten, of zijn soldaten burgers?

Er zit ook iets kinderachtigs in. Zelf met hamers tegen het huis van de vijand slaan, en vervolgens kwaad worden als de vijand met een shovel aankomt om jouw huis te rammen, is ongeloofwaardig. Wat wíl je dan?

Eén slag heeft Hezbollah binnen: de slag om de sympathie van de wereld. Iedereen veroordeelt Israël. Maar sympathie is vloeibaar. Sympathie luistert naar geld en macht, naar intelligentie, vuurkracht desnoods, maar is altijd slechts tijdelijk. Er is niet één land op deze wereld dat eeuwig sympathiek werd gevonden, zeker Israël niet.

Ik hoorde een minister van Hezbollah zeggen dat de Israëlische soldaten niet waren ontvoerd, maar dat ze waren «gearresteerd» en nu werden behandeld als «prisoners of war». Waarmee Hezbollah zelf erkende dat ze in staat van oorlog zijn. Die staat van oorlog kan veel uitschakelen, maar niet de wetten van de logica. En de wetten van de logica zeggen dat wanneer twee landen met elkaar in oorlog zijn, er dan gevochten wordt, en dat er dan aan beide kanten slachtoffers zullen vallen. Meestal onschuldigen. En aantallen doen er niets toe. Eén dood kind is een miljoen dode kinderen. Zou Hitler minder schuldig zijn geweest als er niet zes maar één miljoen joden waren vergast?

Op de middelbare school – 1966 – moest ik een spreekbeurt houden voor geschiedenis. Ik had een stunt bedacht. Mijn spreekbeurt zou bestaan uit twee zinnen. «Waarom is het fascisme fout?» zou ik zeggen. Daarna zou ik de schokkende foto’s van de opgestapelde lijken in Auschwitz laten zien die in De ondergang van Presser stonden (dat boek was dat jaar verschenen) en ik zou zeggen: «Hierom!»

Ik deed dat, en mijn leraar Piet Schraa zei toen: «Niet daarom. Het waarom staat in dat boek juist op de pagina’s waar geen foto’s staan.»