Hoofdcommentaar: Het asfaltkabinet

Het asfaltkabinet

Welke kleur heeft een kabinet van CDA, VVD en LPF eigenlijk? «Centrum-rechts» klinkt wat ouderwets en voldoet niet helemaal aan de wensen van de Lijst Pim Fortuyn (LPF), die zegt niet op een links-rechtsschaal in te delen te zijn. De partijkleuren van de LPF zijn geel en blauw. Wie, zoals bij «Paars», deze kleuren eenvoudig mengt met de andere coalitiekleuren, het VVD-blauw en CDA-groen, komt onvermijdelijk uit op «Groen-1».

De politieke plannen van de drie partijen zijn echter allesbehalve groen. Steeds meer maatregelen die het milieubeleid ver terug brengen in de tijd sijpelen door uit het overleg aan de tafel van informateur Piet Hein Donner. «In de geest van Pim For tuyn» wordt steen voor steen het sinds eind jaren zeventig opgebouwde milieubeleid afgebroken.

Fortuyn liet er voor zijn dood geen twijfel over bestaan: «In Nederland hebben we helemaal geen milieuprobleem meer», fulmineerde hij november vorig jaar in een interview met het blad van Milieudefensie. Hij zei niet te geloven in de broeikastheorie, de milieubeweging te verafschuwen en zich eigenlijk uitsluitend zorgen te maken om «troep die mensen op straat gooien». De «groene grens», de door Milieudefensie gepropageerde scheidslijn tussen bebouwing en natuur, leek hem onzin, gezien het gegeven dat Nederland geen land maar een «stadstaat» is. «Natuurbeheer? Daar moet ik in Nederland erg om lachen.»

Hoewel de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening in iets minder krasse bewoordingen eveneens stadstaat Nederland als uitgangspunt neemt, is dit megaproject — waar de afgelopen jaren in brede kring intensief aan is gepolderd — inmiddels gesneuveld. Ook andere paarse erfenissen zijn uitgevlakt: de kilometerheffing voor automobilisten is van de baan en zelfs het «kwartje van Kok» lijkt op een of andere wijze te worden geretourneerd. De VVD, die op de lijn stond dat een aanzienlijk deel van dit kwartje via de wegenbelasting allang aan de automobilist is teruggeven, lijkt dit punt in de onderhandelingen te hebben verloren. Voor de LPF is het het eerste punt van winst, al moet nog blijken of partijleider Mat Herben straks een algehele lastenverlichting of andermaal een verlaging van de wegenbelasting aan zijn achterban kan presenteren als compensatie voor Koks kwartje. Het is domweg uitgesloten dat de benzineprijs zomaar met elf eurocent naar beneden gaat.

Knelpunten in het wegennet zullen de komende jaren, waar de financiën dat toelaten, met meer asfalt worden aangepakt. Dat zal niet veel oplossen, hebben Delftse vervoerseconomen al eens voorgerekend. Bij minder bewust en dus méér autogebruik worden de wegopstoppingen hooguit verplaatst. Auto’s staan dan misschien niet meer vast op de met enkele banen uitgebreide A4, maar op de toevoerwegen naar de stadscentra die vanwege de oude bebouwing onmogelijk verbreed kunnen worden. In televisiedebatten en in zijn boek heeft Pim Fortuyn expliciet aangegeven het fileprobleem niet te kunnen en te willen oplossen. Balkenende, Zalm en Herben wekken de suggestie die ambitie wél te hebben. Ze zullen daar bij de volgende verkiezingen op worden afgerekend.

Voor de stroomvoorziening doet het aanstaande kabinet niet meer moeilijk over kernenergie. De centrale in Borssele, die door de inspanningen van Paars uiterlijk 31 december 2003 gesloten zou worden, mag in elk geval tot de afschrijving van het reactorvat in 2007 open blijven. VVD en LPF, waar kernfysicus Peter Langendam nog altijd partijvoorzitter is, «studeren» zelfs op de mogelijkheden voor een nieuwe kerncentrale. In Finland heeft het parlement afgelopen maand immers ook ingestemd met de bouw van een nieuwe centrale; waarom zou dat in Nederland niet kunnen? Tien procent van de Nederlandse stroom wordt nu al uit (voor een deel geïmporteerde) kernenergie verkregen, dus waarom niet zelf een centrale gebouwd?

Toegegeven, met kernenergie is het makkelijker de normen te halen voor de uitstoot van CO2 die zijn overeengekomen in het Kyoto-protocol. Er moeten immers nogal wat windmolens draaien voordat net zo veel «schone» stroom kan worden opgewekt als een kerncentrale zou doen. Zolang er echter geen andere mogelijkheid is dan het kernafval duizenden jaren lang in (ondergrondse) depots op te slaan, is het louter een kwestie van beschaving om de door Paars ingezette afbraak van kernenergie door te zetten. Vooral voor het CDA, de partij van het «rentmeesterschap», zou dit een keihard punt in de onderhandelingen moeten zijn. Terecht plaatst prominent partijlid Herman Wijffels, voorzitter van de SER, vraagtekens bij het milieubewustzijn van zijn partij. «Rentmeesterschap voor de aarde is de blinde vlek van onze politiek-maatschappelijke beweging», zegt hij deze maand in een interview in Christen Democratische Verkenningen.

Milieuorganisaties zijn terecht bevreesd voor wat komen gaat. Het paarse milieubeleid was teleurstellend, lieten ze de afgelopen jaren met zekere regelmaat weten. Vlak voor de presentatie van de laatste paarse miljoenennota, september vorig jaar, spraken Milieudefensie en de Stichting Natuur en Milieu nog van «tien verloren jaren», waarin de economie het te vaak won van de ecologie. Paars had inderdaad meer oog voor economische ontwikkeling dan voor milieubeleid, maar pas dezer dagen wordt duide lijk hoe het is als natuur en mili eu helemaal geen rol meer spelen.

Hierop voortbordurend had een lezer van de Volkskrant een aardige suggestie voor de nieuwe kabinetskleur. «Na ‹werk, werk, werk› is het nieuwe motto: ‹asfalt, asfalt, asfalt›, schreef hij in de brievenrubriek. «Na Paars nu op naar een Zwart kabinet.»