Essay Westerse dwaasheden inzake Oekraïne

Het Atlantische geloof

In hun beoordeling van het Russische handelen in Oekraïne worden Europese media en politici verblind door hun loyaliteit aan Amerika. Volgens hoogleraar Karel van Wolferen speelt juist Washington in Oekraïne met vuur.

Medium uk

De Europese Unie wordt niet (langer) geleid door politici met inzicht in de geschiedenis, een nuchtere kijk op de mondiale werkelijkheid of domweg gezond verstand gekoppeld aan de langetermijnbelangen van datgene waar zij sturing aan geven. Als daarvoor nog meer bewijzen nodig waren, zijn die nu zeker geleverd door de sancties waar zij onlangs toe besloten om Rusland te straffen.

Om hun dwaasheid te doorgronden kan men misschien het beste beginnen met de media. Want wat voor begrip of zorgen deze politici persoonlijk ook mogen hebben, zij moeten naar buiten toe de indruk wekken het juiste te doen, wat wordt bepaald door de tv en de kranten. In een groot deel van de Europese Unie is een algemeen beeld van de mondiale werkelijkheid sinds het gruwelijke lot van de mensen aan boord van de MH17 afkomstig uit kranten of tv die de benadering van de Anglo-Amerikaanse mainstream-media overnamen en ‘nieuws’ brachten waarin insinuaties en het demoniseren van Vladimir Poetin de plaats innamen van ordentelijke berichtgeving. Hoogstaande publicaties als de Financial Times of het ooit gerespecteerde NRC Handelsblad, waarvoor ik zestien jaar als Oost-Azië-correspondent heb gewerkt, bezondigden zich niet alleen aan deze gecorrumpeerde vorm van journalistiek, maar hielpen haar ook krankzinnige conclusies te trekken. De analyses en commentaren die hieruit zijn voortgekomen zijn verder gegaan dan wat ik me kan herinneren van eerdere voorbeelden van aanhoudende mediahysterie, opgepookt om politieke redenen. Een hoofdartikel in The Economist met een aan waanzin grenzende aanval op Poetin roept Europa op om hem eensgezind een halt toe te roepen.

Het is belangrijk om te bedenken dat er geen pan-Europese kranten of tijdschriften bestaan ter ondersteuning van een Europese publieke sfeer, in de zin van een forum waar politiek geïnteresseerde Europeanen met elkaar belangrijke internationale ontwikkelingen kunnen bespreken. Degenen die belangstelling hebben voor mondiale politiek lezen meestal de internationale editie van The New York Times of de Financial Times. Vragen en antwoorden over geopolitieke aangelegenheden worden doorgaans gevormd of sterk beïnvloed door wat redacteuren in New York en Londen belangrijk vinden. Denkwijzen die daar in aanzienlijke mate van afwijken, zoals die nu soms nog kunnen worden aangetroffen in Der Spiegel, de Frankfurter Allgemeine, Die Zeit en het Handelsblatt komen niet over de Duitse grenzen heen. Daarom zien we niets wat ook maar enigszins op een Europese opinie over de wereldpolitiek lijkt, zelfs niet als mondiale aangelegenheden rechtstreekse gevolgen hebben voor de belangen van de Europese Unie zelf.

***

De Nederlandse bevolking werd door de dood van 196 landgenoten die, samen met 102 mensen van andere nationaliteiten, in het neergeschoten vliegtuig zaten ruw wakker geschud uit haar algehele zelfgenoegzaamheid ten aanzien van wereldgebeurtenissen die haar zouden kunnen raken. De Nederlandse media volgden op onbezonnen wijze de Amerikaanse aantijgingen aan het adres van Moskou. Verklaringen die niet uitgingen van de schuld van de Russische president leken onredelijk. Dit was in tegenspraak met de nuchtere uitlatingen van premier Mark Rutte, die onder aanzienlijke druk stond om mee te doen aan de voorbarige beschuldigingen, maar erop stond te willen wachten op een grondig feitenonderzoek.

De nieuwsprogramma’s die ik in de dagen onmiddellijk na de ramp op tv zag, hadden naast andere anti-Russische commentatoren Amerikaanse, met de neoconservatieven verbonden sprekers uitgenodigd die aan een aangeslagen publiek mochten uitleggen wat er was gebeurd. Een Nederlandse buitenlanddeskundige zei dat de minister van Buitenlandse Zaken of zijn plaatsvervanger niet naar de rampplek kon gaan, zoals Maleisische officials dat wél deden, om de resten van Nederlandse burgers veilig te stellen, aangezien dit zou neerkomen op een impliciete erkenning van de diplomatieke status van de ‘separatisten’. Als de Europese Unie en bloc een regime erkent dat tot stand is gekomen via een door de Amerikanen geïnstigeerde staatsgreep, zit je er diplomatiek aan vast.

De bewoners van de streek in Oost-Oekraïne en de anti-Kiev-strijders op de rampplek zelf werden op YouTube afgeschilderd als weinig coöperatieve criminelen, wat voor veel kijkers neerkwam op een bevestiging van hun schuld. Dit veranderde toen latere reportages van echte journalisten geschokte, eerbiedige en bezorgde dorpelingen lieten zien, maar de discrepantie werd niet uitgelegd en de eerdere veronderstellingen over schurkenstreken maakten geen plaats voor een objectieve analyse van de vraag waarom deze mensen überhaupt aan het vechten waren. Tendentieus Twitter- en YouTube-‘nieuws’ was de basis geworden voor de officiële Nederlandse verontwaardiging over het gedrag van de Oost-Oekraïners.

Niets wat ik heb gezien of gelezen zinspeelde er ook maar enigszins op dat de staatsgreep en burgeroorlog in Oekraïne voor rekening komen van neoconservatieven en een paar r2p (‘Responsibility to Protect’)-fanaten van het State Department en het Witte Huis, die van president Barack Obama blijkbaar de vrije hand hadden gekregen. De Nederlandse media leken ook niet te beseffen dat de ramp onmiddellijk was veranderd in een propaganda-instrument voor de doeleinden van het Witte Huis en het State Department. De waarschijnlijkheid dat Poetin gelijk had toen hij zei dat de ramp niet zou hebben plaatsgevonden als zijn aandringen op een staakt-het-vuren was geaccepteerd, kwam niet ter sprake.

Kiev doorbrak op 10 juni het staakt-het-vuren in zijn burgeroorlog tegen de Russisch sprekende Oost-Oekraïners die niet geregeerd willen worden door een verzameling schurken, erfgenamen van Oekraïense nazi’s en oligarchen gecharmeerd van het imf en de Europese Unie. De zogenaamde ‘rebellen’ of ‘terroristen’ waren en zijn voornamelijk Russisch sprekende burgers die reageren op etnische zuiveringsoperaties (systematische terreurbombardementen en gruweldaden – dertig of meer levend verbrande Oekraïners) door de strijdkrachten van Kiev, waarover weinig of niets is doorgedrongen tot de Europese nieuwskanalen.

Het is onwaarschijnlijk dat de Amerikaanse ngo’s die naar eigen zeggen vijf miljard dollar hebben uitgegeven aan politieke destabilisatiepogingen vóór de februaricoup in Kiev, plotseling uit Oekraïne zijn verdwenen, of dat de Amerikaanse militaire adviseurs en gespecialiseerde huurtroepen werkeloos hebben toegezien hoe het leger en de milities van Kiev hun burgeroorlogstrategie uitstippelden; het nieuwe regime is immers afhankelijk van de financiële reddingslijnen van Washington, de Europese Unie en het imf. Wat we weten is dat Washington mede verantwoordelijk is voor het voortduren van het moorden in een burgeroorlog die het zelf op gang heeft helpen brengen.

Maar Washington is voortdurend aan de winnende hand geweest in een propagandaoorlog tegen een in wezen onwillige tegenstander, geheel in tegenspraak met wat de mainstream-media ons willen doen geloven. Er komen golven propaganda uit Washington waarin Poetin, gedreven en geholpen door een nationalisme dat is aangewakkerd door het verlies van het sovjetimperium, wordt afgeschilderd als iemand die eropuit zou zijn de Russische Federatie uit te breiden tot de grenzen van dat verdwenen rijk. Volgens de meer avontuurlijke commentatoren, besmet door het neoconservatieve virus, dreigt Rusland het Westen te onderwerpen. Vandaar dat de Europeanen wordt wijs gemaakt dat Poetin diplomatie weigert, terwijl hij daar juist steeds op heeft aangedrongen. Vandaar dat de overheersende propaganda het effect heeft gehad dat niet de daden van Washington maar die van Poetin als gevaarlijk en extreem worden gezien.

De dikwijls aangehaalde Moskouse propaganda bestaat ongetwijfeld. Maar er zijn manieren waarop serieuze journalisten concurrerende propaganda kunnen wegen om te onderscheiden hoeveel waarheid of leugens en onzin erin schuilgaan. Binnen mijn blikveld is dit alleen in Duitsland een beetje gebeurd. Voor de rest moeten we de politieke werkelijkheid bij elkaar puzzelen door ons te verlaten op de nu meer dan ooit onmisbare Amerikaanse websites die onderdak bieden aan klokkenluiders en ouderwetse onderzoeksjournalisten.

In Nederland wordt vrijwel alles wat afkomstig is van het State Department voor waar aangenomen. Dat terwijl Amerikaanse regeringen sinds de ondergang van de Sovjet-Unie een adembenemende serie leugens hebben gedebiteerd: over Panama, Afghanistan, Irak, Syrië, Venezuela, Libië en Noord-Korea. Daarnaast is er een waslijst van omvergeworpen regimes en geheime en clandestiene operaties, alsmede het feit dat de VS de planeet onopvallend belegeren met een duizendtal vaak geheime militaire bases. De hysterie in de week na het neerhalen van het verkeersvliegtuig heeft mensen met enige relevante historische kennis ervan weerhouden hun mond open te doen. De arbeidszekerheid in de huidige journalistiek is vrij ongewis, en tegen de stroom in gaan brengt je journalistieke ‘geloofwaardigheid’ in gevaar.

In Nederland is het officiële verhaal over de MH17 inmiddels in steen gebeiteld, maar het rust niet op het minste bewijs

Wat een oudere generatie van serieuze journalisten twijfelachtig vindt aan de geloofwaardigheid van de mainstream-media is de redactionele onverschilligheid ten aanzien van mogelijke aanwijzingen die het officiële verhaal zouden kunnen ondermijnen of vernietigen. In Nederland is het officiële verhaal inmiddels in steen gebeiteld, wat ook mag worden verwacht als het tienduizend maal wordt herhaald. Het kan uiteraard niet buiten beschouwing worden gelaten, maar het rust niet op het minste bewijs.

De aanwezigheid van twee Oekraïense gevechtstoestellen in de buurt van het Maleisische verkeersvliegtuig op de Russische radar zou een mogelijke aanwijzing zijn waarin ik zeer zou zijn geïnteresseerd als ik onderzoek deed, als journalist of als lid van het onderzoeksteam waar Nederland officieel leiding aan geeft. Deze aanwijzing lijkt te worden bevestigd door een rapportage van de bbc, met ooggetuigenverhalen van dorpelingen die duidelijk een tweede vliegtuig, een gevechtstoestel, in de buurt van het verkeersvliegtuig hebben gezien rond de tijd van de crash en explosies hebben gehoord die zich in de lucht voordeden. Deze rapportage heeft onlangs de aandacht getrokken omdat hij uit het bbc-archief is verwijderd. Ik zou willen praten met Michael Bociurkiw, een van de eerste inspecteurs van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (ovse) op de rampplek, die ruim een week bezig is geweest de brokstukken te onderzoeken en aan CBC World News heeft laten weten dat hij twee of drie stukken van de romp heeft gezien die doen vermoeden dat de cockpit van het toestel vanuit de lucht met een boordkanon is bestookt: ‘Het lijkt wel alsof er met een heel sterk machinegeweer op is geschoten, dat deze unieke sporen heeft achtergelaten die we nergens anders zijn tegengekomen.’

Ik zou zeker ook een blik willen werpen op de naar verluidt in beslag genomen radar en geluidsopnamen van de luchtverkeersleiding in Kiev, om te kunnen begrijpen waarom de Maleisische piloot van zijn koers afweek en het vliegtuig snel liet dalen kort voordat het werd getroffen, en ik zou willen weten of buitenlandse luchtverkeersleiders aanwezig in de verkeerstoren na de crash inderdaad onmiddellijk zijn ontslagen. Net als de Veteran Intelligence Professionals for Sanity zou ik er bij de Amerikaanse autoriteiten die toegang hebben tot satellietbeelden op aandringen de bewijzen te laten zien die zij beweren te hebben van batterijen met buk-raketten die in handen van de ‘rebellen’ zouden zijn, en bewijzen van de Russische betrokkenheid, en hun vragen waarom ze die bewijzen niet eerder hebben getoond. Tot nu toe heeft Washington zich gedragen als een automobilist die een ademtest weigert. Omdat sommige Amerikaanse inlichtingenfunctionarissen naar Amerikaanse kranten hebben laten lekken dat ze twijfels hebben omtrent de zekerheden die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken de wereld heeft voorgehouden, zou mijn nieuwsgierigheid onverbiddelijk zijn.

Om de loyaliteit van de Europese media jegens Washington en het slaafse gedrag van Europese politici in perspectief te kunnen plaatsen, moeten we het atlanticisme begrijpen, een Europese geloofsovertuiging die uiteraard niet tot een officiële doctrine heeft geleid, maar die in feite wel zo functioneert. Deze overtuiging wordt goed samengevat in de Nederlandse slogan ten tijde van de inval in Irak: ‘Zonder Amerika gaat het niet.’ Het is onnodig te zeggen dat het atlanticisme is voortgekomen uit de Koude Oorlog. Ironisch genoeg heeft het aan kracht gewonnen naarmate de dreiging van de Sovjet-Unie voor steeds grotere delen van de Europese politieke elite minder overtuigend werd. Dat was waarschijnlijk een kwestie van generaties: hoe verder verwijderd van de Tweede Wereldoorlog, des te minder goed de Europese regeringen zich konden herinneren wat het betekent om een onafhankelijk buitenlands beleid te hebben over zaken van mondiaal formaat. De huidige regeringsleiders van de Europese Unie hebben geen ervaring met praktische strategische overwegingen. Routineus denken over wereldpolitiek is diep geworteld in de epistemologie van de Koude Oorlog.

Medium uk

Hierdoor wordt onvermijdelijk ook het redactioneel beleid van ‘verantwoordelijke’ media beïnvloed. Het atlanticisme is nu een schrikwekkende aandoening: het bevordert historisch geheugenverlies, doelbewuste blindheid en gevaarlijk misplaatste politieke woede. Maar het gedijt door een mengeling van sluimerende, nooit ter discussie gestelde zekerheden uit de tijd van de Koude Oorlog over bescherming, Koude Oorlogs-loyaliteiten die zijn ingebed in de populaire cultuur, pure Europese onwetendheid en een begrijpelijke weigering toe te geven dat je ook maar een beetje bent gehersenspoeld. Washington kan afschuwelijke dingen doen, maar dankzij ieders vergeetachtigheid – waar de media weinig of niets aan doen – blijft het atlanticisme intact. Ik ken Nederlanders die het zwart maken van Poetin meer dan zat zijn, maar het idee dat in de context van Oekraïne de vinger beter naar Washington kan worden uitgestoken is nagenoeg onacceptabel. Vandaar dat Nederlandse publicaties, net als vele andere in Europa, zich er niet toe kunnen zetten de Oekraïense crisis in het juiste perspectief te plaatsen door te erkennen dat Washington ermee is begonnen en dat Washington en niet zozeer Poetin de sleutel voor de oplossing in handen heeft. Dat zou immers neerkomen op een afwijzing van het atlanticisme.

***

Het atlanticisme ontleent veel van zijn kracht aan de Navo, de institutionele belichaming ervan. De bestaansreden van de Navo, die is verdwenen door de ondergang van de Sovjet-Unie, is grotendeels vergeten. De organisatie, opgericht in 1949, was gebaseerd op het idee dat transatlantische samenwerking voor veiligheid en defensie na de Tweede Wereldoorlog noodzakelijk was geworden tegenover een communisme dat er onder regie van het Kremlin op uit zou zijn de hele planeet over te nemen. Er werd toen niet veel gesproken over het onderlinge wantrouwen van de Europeanen, dat nog levensgroot was toen zij hun eerste stappen zetten in de richting van economische integratie. De Navo vormde een soort Amerikaanse garantie dat geen enkele macht in Europa ooit zou proberen de andere te overheersen.

De Navo is al geruime tijd een belasting voor de Europese Unie, omdat zij de totstandkoming van een gezamenlijk Europees buitenlands en defensiebeleid verhindert en de lidstaten heeft gedwongen instrumenten te worden ten dienste van het Amerikaanse militarisme. De Navo is ook in moreel opzicht een probleem, omdat de regeringen die hebben deelgenomen aan de ‘coalition of the willing’ aan hun burgers de leugen hebben moeten verkopen dat de Europese soldaten die in Irak en Afghanistan zijn omgekomen een noodzakelijk offer zijn geweest om Europa te beschermen tegen het terrorisme.

Zoals kenmerkend is voor een ideologie heeft atlanticisme geen boodschap aan geschiedenis. Als paardenmiddel tegen de kwelling van fundamentele politieke twijfel levert het zelf geschiedenis: een die door de Amerikaanse mainstream-media kan worden herschreven terwijl zij rondbazuinen wat Washington zegt.

In gesprekken die ik de afgelopen maand heb gevoerd ben ik op echte verbazing gestuit toen ik mijn vrienden eraan herinnerde dat de Koude Oorlog via diplomatie is beëindigd, met een overeenkomst die in december 1989 op Malta werd beklonken door Michail Gorbatsjov en George Bush senior. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker was erin geslaagd Gorbatsjov de hereniging van Duitsland en de terugtrekking van de troepen van het Warschaupact te laten aanvaarden met de belofte dat de Navo geen centimeter naar het oosten zou worden uitgebreid. Gorbatsjov beloofde op zijn beurt geen geweld te zullen gebruiken in Oost-Europa, waar de Russen alleen al in Oost-Duitsland zo’n 350.000 soldaten hadden gelegerd, in ruil voor de belofte van Bush dat Washington niet zou profiteren van een terugtrekking van het Rode Leger uit Oost-Europa. Bill Clinton negeerde deze toezeggingen toen hij, om puur electorale redenen, wilde pochen over een uitbreiding van de Navo. In 1999 maakte hij de Tsjechische Republiek en Hongarije volwaardig lid, en tien jaar later kwamen daar nog eens negen landen bij, zodat het aantal Navo-lidstaten op dat moment het dubbele was van het aantal tijdens de Koude Oorlog. De beroemde Amerikaanse Rusland-specialist George Kennan, de bedenker van het ‘containment’-beleid uit de Koude Oorlog, noemde de stap van Clinton ‘de noodlottigste dwaling van het Amerikaanse beleid in de hele post-sovjetperiode’.

***

Historische onwetendheid, samen met atlanticisme, komt op schrijnende wijze naar voren in de bewering dat het ultieme bewijs in de zaak tegen Vladimir Poetin zijn invasie van de Krim zou zijn. Opnieuw is de politieke werkelijkheid in dit geval vormgegeven door de Amerikaanse mainstream-media. Er was helemaal geen invasie, omdat de Russische matrozen en soldaten er al waren op grond van het feit dat de Russische marine de Krim gebruikte als ‘warmwaterbasis’ voor zijn Zwarte-Zeevloot. De Krim heeft net zo lang deel uitgemaakt van Rusland als de Verenigde Staten zelf bestaan. In 1954 heeft Nikita Chroesjtsjov, die uit Oekraïne afkomstig was, de Krim aan de Socialistische Republiek Oekraïne gegeven, wat erop neerkwam dat er een regio bij een andere provincie werd ondergebracht, omdat Rusland en Oekraïne destijds tot hetzelfde land behoorden. De Russisch sprekende bevolking van de Krim was blij met Poetins ingreep, want zij stemde bij een referendum onmiskenbaar vóór onafhankelijkheid van het uit een staatsgreep geboren regime in Kiev en vóór hereniging met Rusland.

Wie volhoudt dat Poetin het recht niet had om zoiets te doen, is zich niet bewust van een ander stukje geschiedenis, waarin de Verenigde Staten Star Wars-raketverdedigingssystemen steeds dichter naar de Russische grenzen hadden geplaatst, zogenaamd om vijandige raketten uit Iran te kunnen onderscheppen, die helemaal niet bestonden. Schijnheilig gepraat over territoriale integriteit en soevereiniteit is onder deze omstandigheden weinig zinvol en, afkomstig van een regering die het concept van soevereiniteit in haar buitenlands beleid stelselmatig aan haar laars lapt, belachelijk.

Wie volhoudt dat Poetin het recht niet had om in te grijpen op de Krim, is zich niet bewust van de geschiedenis

Een walgelijke op atlanticisme gebaseerde stap was het buitensluiten van Poetin van de bijeenkomsten en andere gebeurtenissen die samenhingen met de herdenking van de landingen in Normandië, voor het eerst in zeventien jaar tijd. De G8 werd als gevolg daarvan de G7. Geheugenverlies en onwetendheid hebben de Nederlanders blind gemaakt voor een geschiedenis die hen rechtstreeks betrof, want de Sovjet-Unie heeft het hart uit de oorlogsmachine van de nazi’s, die Nederland bezet hielden, gehaald, ten koste van een onvoorstelbaar aantal dode soldaten; zonder die doorslaggevende bijdrage zou er nooit een invasie van Normandië hebben kunnen plaatsvinden.

Niet zo lang geleden leken de militaire fiasco’s in Irak en Afghanistan de Navo op een punt te hebben gebracht waarop het onvermijdelijke opdoeken van de organisatie niet ver meer weg kon zijn. Maar de crisis in Oekraïne en de vastberadenheid van Poetin om te voorkomen dat de Krim met zijn Russische marinebasis mogelijk in handen zou kunnen vallen van een door de Amerikanen gedomineerd bondgenootschap, was een godsgeschenk voor deze kwakkelende club.

Het leiderschap van de Navo had al troepen verplaatst om haar aanwezigheid in de Baltische staten te versterken en raketten en jachtvliegtuigen naar Polen en Litouwen overgebracht. Sinds het neerhalen van het Maleisische verkeersvliegtuig heeft het bondgenootschap verdere militaire stappen gezet die kunnen uitdraaien op gevaarlijke provocaties aan het adres van Rusland. Het is duidelijk geworden dat de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, samen met de Baltische landen, die geen van allen deel uitmaakten van de Navo toen het bestaansrecht van die organisatie nog kon worden verdedigd, een belangrijke drijvende kracht achter deze maatregelen zijn. De afgelopen weken heeft zich een mobilisatiestemming verspreid. De buikspreekpoppen Anders Fogh Rasmussen en Jaap de Hoop Scheffer kunnen blindelings naar allerlei tv-studio’s worden gestuurd om te waarschuwen tegen afvalligheid van de lidstaten. Rasmussen, de huidige secretaris-generaal van de Navo, heeft op 7 augustus in Kiev gezegd dat de ‘steun van de Navo voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne onomstotelijk’ is en dat hij de samenwerking met het land op de topconferentie van de alliantie in september in Wales wil verstevigen. Die samenwerking is al sterk, aldus Rasmussen, ‘en in reactie op de Russische agressie zal de Navo nog intensiever met Oekraïne aan de slag gaan om zijn strijdkrachten en defensieinstellingen te hervormen’.

Intussen hebben in het Amerikaanse Congres 23 Republikeinse senatoren een wetsvoorstel ingediend, de Russian Aggression Prevention Act, bedoeld om Washington in de gelegenheid te stellen van Oekraïne een niet-Navo-bondgenoot te maken, wat de opmaat zou kunnen zijn voor een rechtstreekse militaire confrontatie met Rusland. We zullen waarschijnlijk tot na de Congresverkiezingen in november moeten wachten om te zien wat hiervan terecht zal komen, maar het voorstel biedt nu al een politiek excuus voor diegenen in Washington die vervolgstappen in Oekraïne willen zetten.

In september vorig jaar heeft Poetin Obama geholpen door hem in staat te stellen een bommencampagne tegen Syrië, waarop de neoconservatieven hadden aangedrongen, tegen te houden. Hij heeft ook de helpende hand geboden bij het neutraliseren van het nucleaire geschil met Iran, een ander neoconservatief project. Dit heeft geleid tot het neoconservatieve streven om de band tussen Poetin en Obama te verbreken. Het is nauwelijks een geheim dat de neoconservatieven Poetin omver willen werpen en uiteindelijk de Russische Federatie willen ontmantelen. Minder bekend in Europa is dat er in Rusland tal van ngo’s bestaan die hen bij dit werk zullen helpen. Vladimir Poetin zou nu of binnenkort kunnen toeslaan, om de Navo en het Amerikaanse Congres voor te zijn, door Oost-Oekraïne binnen te vallen, iets wat hij waarschijnlijk beter meteen al na het Krim-referendum had kunnen doen. Dat zou in de ogen van de Europese hoofdredacteuren uiteraard het ultieme bewijs zijn van zijn kwade bedoelingen.

In het licht van dit alles is een van de belangrijkste vragen die je in de huidige wereldpolitiek kunt stellen wat er moet gebeuren om de Europeanen te laten beseffen dat Washington met vuur speelt, is opgehouden de beschermer te zijn waar zij altijd op hebben vertrouwd, en nu hun veiligheid in gevaar brengt. Komt dat moment wanneer het besef doordringt dat de crisis draait om plaatsing van Star Wars-raketbatterijen langs de hele Russische grens, wat in het krankzinnige taaltje van kernstrategen Washington ‘first strike capacity’ oplevert?

Oudere Europeanen beginnen in te zien dat de Verenigde Staten vijanden hebben die niet de vijanden van Europa zijn, omdat de Amerikanen die vijanden om binnenlandspolitieke redenen nodig hebben: om een economisch gezien zeer belangrijke oorlogsindustrie draaiende te houden en binnen een kort tijdsbestek de geloofsbrieven te kunnen testen van degenen die een politiek ambt bekleden of ambiëren. Maar hoewel het gebruik van schurkenstaten en terroristen als doelwit van ‘rechtvaardige oorlogen’ nooit overtuigend is geweest, kan het demoniseren van Poetins Rusland door een militaristische Navo helpen de transatlantische status quo te verlengen. Vanaf het moment dat ik erover hoorde, dacht ik dat de waarheid over het lot van het Maleisische verkeersvliegtuig politiek bepaald zou worden. De zwarte dozen bevinden zich in Londen. Dus in handen van de Navo?

Ook de andere zaken die bewustwording van de werkelijkheid in de weg staan blijven levensgroot: financialisering en neoliberaal beleid hebben gezorgd voor een nauwe transatlantische verwevenheid van plutocratische belangen. Samen met de Atlantische geloofsovertuiging heeft dit geholpen de politieke ontwikkeling van de Europese Unie te dwarsbomen, en daarmee het vermogen van Europa om onafhankelijk politieke besluiten te nemen. Sinds Tony Blair bevindt Groot-Brittannië zich geheel in de macht van de VS, en sinds Nicolas Sarkozy kan min of meer hetzelfde over Frankrijk worden gezegd.

Dan blijft Duitsland over. Angela Merkel was duidelijk niet blij met de sancties, maar ging er uiteindelijk mee akkoord omdat ze goede relaties met de Amerikaanse president wil blijven onderhouden. Als overwinnaar in de Tweede Wereldoorlog hebben de Verenigde Staten dankzij een verscheidenheid aan verdragen bovendien nog steeds veel invloed in Duitsland. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, heeft aanvankelijk in kranten en televisieoptredens de sancties afgewezen en Irak en Libië als voorbeelden genoemd van wat het gevolg kan zijn van escalaties en ultimatums. Maar ook hij is uiteindelijk overstag gegaan en heeft de sancties aanvaard.

Der Spiegel is een van de Duitse publicaties die hoop bieden. Een van zijn columnisten, Jakob Augstein, vaart uit tegen de ‘slaapwandelaars’ die met de sancties hebben ingestemd en tegen de aantijgingen van zijn collega’s aan het adres van Moskou. Gabor Steingart, de uitgever van het Handelsblatt, gaat tekeer tegen de ‘Amerikaanse neiging tot verbale en vervolgens militaire escalatie, en het isoleren, demoniseren en aanvallen van vijanden’ en concludeert dat ook de Duitse journalistiek ‘binnen een paar weken tijd is opgeschoven van nuchter naar geagiteerd. Het spectrum aan opinies heeft zich vernauwd tot het blikveld van een scherpschutter.’ Er moeten nog meer journalisten in andere delen van Europa zijn die dit soort dingen zeggen, maar hun stemmen dringen niet door de demonisering heen. Een kritische Europese kijk op de VS is blijkbaar nog niet subtiel genoeg voor het besef dat extreem denkende en handelende instrumenten van de staat daar niet onder effectieve politieke controle staan. De president heeft er geen greep op.

Opnieuw wordt er geschiedenis gemaakt. Wat het lot van Europa zou kunnen bepalen is dat ook buiten de pleitbezorgers van het atlanticisme fatsoenlijke Europeanen zich er niet toe kunnen zetten om het disfunctioneren en de buitengewone onverantwoordelijkheid van de Amerikaanse staat onder ogen te zien.


Karel van Wolferen is publicist en emeritus universiteitshoogleraar vergelijking politieke en economische instituties aan de UvA
Vertaling: Menno Grootveld


Beeld: Pro-Russische militanten bij het neergehaalde vliegtuig MH17 van Malaysia Airlines (Zurab Dzhavakhadze / Corbis / HH)