Het avontuur van een jamsessie

Helemaal op het eind van Kendrick Lamars nieuwe album valt een cruciale term: ‘survivor’s guilt’.

Medium muziek

In welke omstandigheden Kendrick Lamar opgroeide in Compton, daarover zong hij veelvuldig op zijn inmiddels legendarische album Good Kid, M.A.A.D City. Het is een inflatiegevoelige term, dat ‘legendarisch’, maar voor de status die dat album inmiddels heeft schiet iedere voorzichtigere kwalificatie te kort.

Deze week zou de opvolger pas verschijnen, maar vorige week maandag stond hij ineens al op Spotify. Liefst 9,6 miljoen mensen luisterden op die eerste dag naar het nieuwe album van Lamar. Het hoogste aantal ooit in de geschiedenis van Spotify. Wie er nog aan twijfelde: Kendrick Lamar is een superster, wereldwijd. En ergens wringt dat hij hemzelf. Soms wil hij terug naar zijn oude wijk en leven, ‘trying to convince myself the stripes I earned’. En soms ook niet. ‘But I don’t know. I’m no mortal man. Maybe I’m just another nigga.’

Zo wilde hij dit gedicht waarmee hij zijn album afsluit eigenlijk noemen, Just Another Nigga. De titel werd uiteindelijk: Not Really a Poem. Dat is niet de titel van dit zestiende nummer. Die luidt: Mortal Man. Waar we naar luisteren is namelijk niet het gedicht zelf, maar Lamar die het voordraagt en toelicht, inclusief haperingen, aan zijn grote inspirator: 2Pac. Uit een verloren gewaand radiointerview met de bijna twintig jaar geleden vermoorde rapper heeft Lamar een gesprek gemonteerd, over veel van de onderwerpen die hij in de vijftien nummers ervoor heeft behandeld. Het is zeer exemplarisch voor Lamar: hij is zich ervan bewust dat hij inmiddels een rolmodel is, maar zelf ook nog steeds op zoek naar dat van hem (van Dr. Dre, die tot hem spreekt in het openingsnummer, tot en met Oprah Winfrey), überhaupt naar zijn rol in en opvattingen over de wereld.

Die zoektocht speelt zich ook in zijn muziek af. To Pimp a Butterfly begint met een sample van de Jamaicaanse Boris Gardiner, uit zijn Every Nigger Is a Star. Het zet tekstueel meteen de toon, want de rol van zwart Amerika in de entertainmentindustrie fascineert Lamar bijzonder. Niet voor niets noemt hij de gevallen zwarte ster Wesley Snipes. Maar ook muzikaal wordt hier meteen een punt gemaakt: Lamar gaat niet verder op het pad van zijn doorbraakalbum. Een paar minuten later zit hij in een jazzclub, we zien de blauwe rook bijna langsdrijven, terwijl Lamar rapt als een Last Poet. Officieel is het een interlude, een pauzenummer dus, een onderbreking van de flow van het album. Maar het duurt nauwelijks korter dan de nummers die wél nummer mogen heten. En we zijn nog geen tien minuten onderweg of we zijn al teruggekeerd naar de jaren zeventig via de funk, naar de jaren vijftig via jazz en een opgewekt ‘Annie are you OK?’, de echo uit Michael Jacksons Smooth Criminal, dus de jaren tachtig.

Pas in het vierde nummer zet Lamar een effect op zijn stem dat we kennen uit The Art of Peer Pressure, een van de vele smaakmakers van zijn vorige album. Die smaakmakers laten zich op To Pimp a Butterfly iets langzamer kennen. Het is een avontuurlijk rijk album, dat zelfs na talloze luisterbeurten nog steeds geheimen prijsgeeft. Er staan opzwepende hits op – zoals de single i, die het album vorig jaar al voorafging. Er is nauwelijks voorstellingsvermogen nodig om in te beelden wat dat nummer bij liveshows aan taferelen gaat opleveren – want ook live hoort Lamar tot de top van de hiphop.

Maar de jazzy stijl van het album, de nadruk op sfeer meer dan op dynamiek: het maakt van To Pimp a Butterfly minder een strakke clubstamper, meer het album van het avontuur en de sfeer van een jamsessie. Lamar heeft veel gereisd, hij verwijst er geregeld naar. De kracht van zijn vorige album was die van de focus: van de jongeman die ons deelgenoot maakte van zijn eigen leven. Nu is Lamar de jongeman die de laatste jaren is overdonderd door ervaringen en indrukken, en die allemaal, inclusief de woede, het plezier, de vragen, zelfverwijten en inzichten die dat hebben opgeleverd met ons deelt, op een album dat bruist, borrelt en soms kookt. Zwarte mannen moeten hun kansen grijpen voor hun dertigste, houdt 2Pac de luisteraar in het slotinterview voor: daarna raken ze te vaak hun hart en ziel kwijt. Kendrick Lamar is pas 27. De hoeveelheid hart en ziel die hij nu al met de wereld heeft gedeeld is bijna onvoorstelbaar.


Beeld: Kendrick Lamar, To Pimp a Butterfly (Albumart)