Het B-woord in de Italiaanse literatuur

Rome – Vele Italiaanse succesauteurs waren door de jaren heen de uitgeverskolos Mondadori al ontvlucht omdat hij van Berlusconi is.

Grote namen als Roberto Saviano, Sandro Veronesi, Paolo Giordano en Margaret Mazzantini. Niet omdat Berlusconi zich met hun teksten bemoeide, maar omdat het aanhangen van bepaalde principes op den duur onverenigbaar blijkt met het werken voor de stal van Berlusconi.

Maar – zoals iedere Italiaan weet bij Berlusconi – je komt hem altijd wéér tegen. En jawel: daar is hij opnieuw, met een monster-overnamebod op de uitgeversgroep Rizzoli, waar vier belangrijke uitgeverijen onder vallen, waaronder het chique Bompiani, sinds jaar en dag de uitgever van de grootste bestseller aller tijden Umberto Eco, en ook van bijvoorbeeld Sandro Veronesi.

De auteurs zijn in hoogste staat van ongelukkigheid. ‘Dit is echt vreselijk’, aldus Veronesi, ‘met dit bod van 135 miljoen zou Mondadori veertig procent van de Italiaanse markt in handen krijgen. Dat gaat betekenen dat de markt wordt gehomologeerd en dat je als schrijver niets meer in te brengen hebt. Voorschotten, percentages, afspraken met het buitenland, maar ook, zoals bij mijn laatste roman Terre rare (die in april in Nederland bij Prometheus verschijnt als Zeldzame gronden – ab), de discussie over de lengte. Ik had bij Bompiani al moeite om er vierhonderd pagina’s doorheen te krijgen, want daar zou je de lezers mee afschrikken. Moet je nagaan, ik heb alle literaire prijzen gewonnen die er te winnen zijn in Italië, en ik moet soebatten of mijn nieuwe roman misschien vierhonderd pagina’s mag tellen. Ik heb Mondadori twintig jaar geleden overtuigd verlaten omdat ik niet voor Berlusconi wilde werken, maar ja hoor, daar is hij weer.’

Ook Umberto Eco, wiens nieuwste boek Het nulnummer deze week in Nederland verschijnt, is het er absoluut niet mee eens: ‘Mijn boek gáát nota bene over de invloed van Berlusconi op de Italiaanse vrijheid van pers. Ik maak mezelf totaal belachelijk als ik dat schrijf terwijl Berlusconi de percentages mag opstrijken.’

Er zou nog maar één grote Italiaanse uitgever overblijven die kwaliteit garandeert: Feltrinelli. Ook een klassieke naam, waar belangrijke auteurs als Alessandro Baricco, Niccolò Ammaniti, Margaret Mazzantini en Roberto Saviano al hun toevlucht hebben gezocht. Iedereen naar Feltrinelli is een idee, maar ook dat zou leiden tot een ongezonde situatie. ‘Waar het op neerkomt’, aldus Umberto Eco, ‘is dat je het B-woord gewoon nooit kunt vermijden, als Italiaan.’