Het backpackend gilde

Josef Roth kwam er graag. Wij vrienden ook, decennia later, om bij te praten. Ideaal café, nauwelijks veranderd sinds 1893: geen bar en muziek, prettige bediening. Maar alles gaat voorbij. Een vriend dood, om maar iets te noemen.

Medium tv

Na vijf jaar onderbreking kwamen we er weer. Eén tafeltje vrij. Alle andere bezet door toeristen, van wie velen jong maar vooral luidruchtig. Lonely Planet? Internet? Onze rustige plek zijn we kwijt (een stad bestaat niet alleen uit plekken die we bezoeken, maar ook uit plekken die we bezochten en die we onveranderd denken te kunnen terugeisen). Meer nog dan door die horden onbekwame fietsers voelde ik daar verlies door toerisme. Wie het paradijs ontdekt maakt het automatisch tot een mindere plek.

Dit Amsterdamse voorbeeld is natuurlijk peanuts vergeleken bij het Giethoorn van de Chinezen of Muang Ngoi in Noord-Laos. Dat laatste dorp is de locatie van een documentaire van Daan Veldhoven. Voor onze ogen veranderen eeuwenlange leefwijze, cultuur en economie door het backpackend gilde. Het eerste half uur van de lange film toont een fraai gefilmde regelrechte idylle waarin niet zozeer het dorp zelf als wel de schitterende bergen, bossen en rivier de coulissen vormen en de vriendschap tussen twee jonge mannen centraal staat. Van wie Khao zijn rijst niet alleen op de mooiste plek ter aarde verbouwt (en zich daarvan bewust is!) maar ook nog eens, gelukkig getrouwd en met een aanbiddelijk zoontje, naar ieders tevredenheid in driegeneratieverband leeft, zoals Boeddha of God het bedoeld heeft. Het mag duister zijn in hun boerenhut, het is er figuurlijk licht en warm.

Shai, vriend sinds de kinderjaren, is een ander geval: hij is naar de stad geweest om te studeren en dat heeft zijn blik op de wereld veranderd. Vanuit de moderniteit is hij teruggekeerd in de traditie die hem niet gelukkig maakt. Terwijl hij die, profiterend van nieuw toerisme en van de voorzieningen die daarvoor tot stand worden gebracht, juist probeert te slijten aan westerlingen. We zien de elektriciteit letterlijk aangelegd worden, maar dat het dorp zelf tamelijk lang buiten beeld blijft is ook omdat Veldhoven zelf ooit een van de allereerste backpackers daar was (oerschuldige) en teruggekeerd met camera al menige verandering moest vaststellen. Het gigantische contrast tussen het eeuwenoude Muang Ngoi dat ‘ontdekkingsreiziger’ Veldhoven aantrof en dat van de transformatie (guesthouses, souvenirwinkeltjes, massagesalons, evenementenbureautjes, blowende spiritualiteitzoekers) moest door weglating een beetje bij elkaar worden geconstrueerd. Verdedigbaar, want naar de geest correct. Mijn café is een enigszins misleidende opmaat.

De hoofdlijn van de film is niet de tegenstelling tussen de klagende dorpeling die zijn zuivere cultuur (of kroeg) verliest door globalisering enerzijds en de daarvan juist profiterende dorpsgenoot. Maar die tussen Khao, die zijn boerenbestaan uitbreidt met toeristische activiteiten en daardoor een groter familiehuis kan bouwen, en ‘wereldwijze’ Shai die de ene na de andere mislukkende commerciepoging onderneemt, waarvan toenemend drankgebruik zowel oorzaak als gevolg is. Het drijft de vrienden uiteen. Zoals alle dorpelingen concurrenten worden in de nieuwe geldeconomie. Verdedigers van de traditie zien we eigenlijk niet, of het zouden de boeddhistische monniken moeten zijn die met hun nappen eten blijven ophalen. Een mooie film.


Daan Veldhoven, Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice, BOS, woensdag 9 september, NPO 2, 23.00 uur

Beeld: Cinema Delicatessen