Gastcolumn

Het balboekje van de verslaggever

Je hoort wel beweren dat de journalistiek invloed verliest, en dalende kijk- en oplage­cijfers duiden daar ook op. Maar zeg dit niet tegen de gemiddelde nieuwsjournalist. Want die heeft een totaal andere beleving. Er wordt gevochten om zijn aandacht, om zijn tijd en zijn 06: iedereen wil in het balboekje van de journalist (m/v).

Medium columnzonderop

De Volkskrant schreef het laatst nog op: op vijftienduizend journalisten zijn 150.000 communicatieprofessionals actief, waarvan sommigen maar één doel hebben: hun opdrachtgever in de krant krijgen, op de radio of op tv. Daar wordt onder journalisten wel eens over geschamperd, vooral over dames die de toezending van persberichten nabellen. Maar feit is dat de hedendaagse journalistiek geen dag zou kunnen functioneren zonder dit leger van woordvoerders, spindoctors en pr-types. Beide beroepsgroepen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt, en beide hebben eraan meegewerkt dat het zo ver is gekomen.

Neem de recente ervaring van een jonge, wakkere krantenjournalist. Hij vertelde vol trots dat een invloedrijke belangenclub hem had uitverkozen om hun rapporten als eerste aan door te spelen. Hij was vanaf nu verzekerd van een gestage stroom van primeurs die hij, met z’n eigen naam erboven, in de krant kon publiceren. Dit betekent dat ik de beste ben, zei hij, want de club heeft mij verkozen boven de verslaggever van de concurrent. Zolang hij het spelletje meespeelt…

Want zo werkt de ijzeren logica van de Nederlandse nieuwsjournalistiek. Wie de eerste is, is de beste. Hoe je daarbij geholpen bent, komt op een tweede plaats. Een nieuwsredacteur kan uren in touw zijn met woordvoerders die om aandacht vragen, maar die ook relevante of, nog fijner, exclusieve informatie te bieden hebben. Dan ontrolt zich een subtiel spel van geven en nemen. Je krijgt alleen de primeur als je ons bedrijf noemt. En de minister komt alleen in jouw uitzending als je die vraag niet stelt. De journalist wordt gevoed en gesauveerd door een leger pr-mensen, elke dag opnieuw. Geen wonder dat het hem ontgaat dat zijn gezag steeds minder vanzelf spreekt.

U had misschien als kritische media­consument al zo’n licht vermoeden. De hedendaagse mediacratie is een bolwerk van grote belangen die vooral op elkaar inwerken. Ze helpen elkaar en versterken elkaar. De kijkers, de lezers of de luisteraars staan erbij en kijken ernaar. Ze vormen het publiek dat zich, soms letterlijk op tv, vergaapt aan het politieke circus dat zich in hun naam voltrekt.

Media en politiek zijn altijd nauw verweven geweest. Maar met het afscheid van de ideologieën en de vaste achterbannen zijn media hét voertuig van het politieke bedrijf geworden. Zie de belangenorganisatie die zijn primeurs nu exclusief uitvent aan die ene krantenjournalist. In het verschrompelde maatschappelijk middenveld kunnen veel belangenclubs al lang niet meer bogen op een volgzame achterban. Dan maar proberen via de media je punt te maken. Politici zijn tegenwoordig al evenmin zeker van een vaste aanhang. Ze stappen naar de media om draagvlak te verwerven. Die staan klaar in het gelid: in de afgelopen dertig jaar is het aantal geaccrediteerde parlementair journalisten meer dan verdubbeld.

Aldus ontstaat een beeld van een innig omstrengelde dans. Vijftig jaar geleden spraken we wel eens over het militair-industrieel complex, een samenwerking tussen het leger en de industrie waarin functies en rollen in elkaar leken over te lopen. De vraag rijst of we nu in iets vergelijkbaars zijn beland, maar dan tussen politiek en media. Politici storten zich op de media in een poging om de burger te bereiken. Een groeiend aantal journalisten stort zich op de politiek, daarmee denken ze hun bestaansrecht te laten zien. Tegelijkertijd stort belangenbehartigend Nederland zich op de media om de politiek te bewerken. De gewone burger is al lang afgehaakt – of in slaap gevallen, zoals blijkt uit het feit dat kijk- en luisteronderzoek met moeite kan vaststellen hoeveel kijkers het einde van Pauw Witteman daadwerkelijk halen. Want al die politieke berichtgeving gaat wel over u, zeker in naam, maar gaat het ook om u?

We leven in een veranderlijke tijd. Het machtsevenwicht in de wereld verplaatst zich. Grondstoffen en energie raken op, het klimaat verslechtert. De financiële crisis gaat nog jaren duren. De burgers weten het heus wel, maar wat doen we eraan? Zo lijkt het ook te gaan met de media. Als een miljoen mensen in Nederland naar een tv-programma kijken, kijken zestien miljoen mensen niet. Voor krantenlezers geldt hetzelfde; een meerderheid leest niet. Media verspreiden elkaars berichtgeving voortdurend – je moet in Nederland knap je best doen om van het nieuws verstoken te blijven. Menigeen gelooft het wel. Terwijl politici en pundits elkaar twitterend bedienen, timmeren gewone burgers een konijnenhok of gaan ze op verjaarsbezoek bij tante Riet. Daar glimlachen ze wat om die anderhalf miljoen mensen ‘in de media’ die zo druk zijn met elkaar. Vermakelijk zijn ze zeker. Maar of ze ook belangrijk zijn?