Agnes Jongerius en de nieuwe eeuw

‘Het beest van de marktwerking moet getemd’

Ze is ernaar op zoek, ze heeft rondgevraagd: waar is het concept voor de 21ste eeuw? FNV-voorzitter Agnes Jongerius over business as usual, sociale samenhang en het uitblijven van het echte debat.

‘Ik zie het iedereen zeggen, ook in de politieke debatten: we staan op een keerpunt. Zelf ervaar ik dat ook zo. Maar ik loop te worstelen. Het is voor mij duidelijk dat het economische systeem vastloopt. We zijn aan het einde van een cyclus. De een benoemt dat met: we hebben op de pof geleefd. De ander zegt dat je niet meer kunt volhouden dat marktwerking werkt. Een derde haalt zijn schouders op over de groeiende tweedeling. Maar het einde van een systeem aankondigen is makkelijk. De vraag is: waar wordt het alternatief geformuleerd? Waar zijn de mensen die daarover nadenken?
Deze verkiezingen moeten gaan over hoe we onze 21ste eeuw gaan vormgeven. Net zoals de negentiende eeuw zijn kantelpunt pas had bij de Eerste Wereldoorlog, denk ik dat de twintigste eeuw nu pas zijn kantelpunt heeft. Maar waar is het concept voor die nieuwe eeuw? Ik bespeur daar weinig debat en denkwerk over. Ook niet in het buitenland, en dat zeg ik er niet bij als geruststelling. Ik heb gezocht, rondgevraagd, mijn neus buiten de deur gestoken: waar is het?
Vorig jaar in Davos, op het World Economic Forum, merkte je dat iedereen een beetje de weg kwijt was. Er waren bijna geen bankiers, want die waren óf hun banken aan het redden, de laan uitgestuurd óf ze durfden hun gezicht niet te laten zien. De adviseurs waren ook in hun schulp gekropen. En de woordvoerders van de échte economie waren kwaad op de bankiers, omdat die er een zooitje van hadden gemaakt en hen mee onder water hadden getrokken. Het is ook moeilijk uit te leggen dat als in de Verenigde Staten Lehman Brothers omvalt, drie weken later in Nederland de orders bij dsm opdrogen. Dat is wel heel gortig, dat bedrijven mee onder water worden getrokken omdat de financiële sector zich onverantwoordelijk gedraagt.
Maar dit jaar lieten de bankiers zich in Davos weer met hun privé-helikopters afzetten op de berg. De woordvoerders van de echte economie gaven achter hun hand nog wel op ze af, maar niet meer openlijk want dat zou hun kredietlijnen in gevaar kunnen brengen. De algemene tendens was eigenlijk: we moeten zo snel mogelijk weer naar business as usual. Ze zeiden daar eigenlijk weer: geef de problemen maar aan ons, waarom aan de politici, dat is maar lastig, want met hun mandaten voor slechts vier jaar nemen zij toch geen maatregelen.
Als je in Davos dat proces zich voor je ogen ziet voltrekken, dan besef je dat de noodzaak dat er een alternatief komt nog vele malen groter is. Maar ik zie het nergens.’

'Het verwondert mij dat er nauwelijks meer debat is over de inkomensverdeling. Niet dat ik hier wil pleiten voor een terugkeer naar de 1 op 5-verhouding van Joop den Uyl uit de jaren zeventig. Ik wijs erop omdat Den Uyl zich destijds baseerde op economen als Jan Pen en Jan Tinbergen.
Nu zie je vooral journalisten die lijstjes maken van de topinkomens. Dan zeggen we: dat zou zo niet moeten. We hebben het over de Balkenende-norm in de publieke sector. Er zijn irritaties, omdat de top in bedrijven tegen de rest zegt dat ze pas op de plaats moeten maken en dreigt dat ze anders het bedrijf verplaatst naar Oost-Europa of Azië. Maar wat vinden we nou een rechtvaardige inkomensverdeling? Dat debat kan ik moeilijk in m'n eentje voeren. Daar is reuring voor nodig.
Inkomen is ook niet het belangrijkste. Dat debat moet gaan over sociale samenhang. Over hoe je een toekomstperspectief biedt aan iedereen, en niet alleen aan hen die zichzelf als winnaars percipiëren of alleen aan hen die denken een te hoge prijs te betalen voor de globalisering, de migratie, de veranderende economie. Inkomen is daar slechts een onderdeel van. Misschien dat het er snel over gaat, omdat dat het makkelijkste deel lijkt, omdat het in euro’s is uit te drukken. Maar dat het daar niet alleen over gaat, bleek wel bij de staking van de schoonmakers. Die ging ook over respect, de wens gezien te worden. Dat was minstens zo belangrijk als de twee dubbeltjes meer loon. De mensen in het land herkenden dat.
Het grotere toekomstperspectief is nodig, anders krijg je in deze crisissituatie de discussie over ingrijpende maatregelen niet gevoerd. De econoom Willem Buiter zei dat onlangs en daar ben ik het mee eens. De tweede voorwaarde die hij stelde was overigens politieke stabiliteit.
Dat Job Cohen van de pvda het heeft over binden, is belangrijk. Wat hij in Amsterdam heeft laten zien als burgemeester doet er toe. Maar hij moet er wel iets naast leggen. Zeggen dat de Derde Weg het niet was, zoals zijn voorganger Wouter Bos deed, is makkelijker dan het alternatief voor een nieuwe orde in discussie brengen.
Alleen een toptarief invoeren zoals de pvda voorstaat, is niet voldoende. Niet onbelangrijk, maar slechts een maatregel. Zoals uiteindelijk ook het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek of het verhogen van de aow-leeftijd wel belangrijke ingrepen zijn, maar niet de kern van de zaak. Dan moet het gaan over de vraag wat voor financieel systeem je wilt. Ga je kapitaalstromen belasten, het Robin Hood-systeem, zoals de internationale vakbond heeft voorgesteld? Wil je andere heffingsgrondslagen in het belastingsysteem dan alleen op arbeid?
Bondskanselier Angela Merkel in Duitsland heeft het er wel over, maar hier hoor je dan meteen: dat is slecht voor ons vestigingsklimaat. Nout Wellink van De Nederlandsche Bank zegt vervolgens iets wat er vooral op neerkomt dat ze de banken nu echt even niet lastig moeten vallen. En dat is het.
Maar het beest van de marktwerking moet getemd! Als je zegt dat Nederland dat niet alleen kan, schept dat verplichtingen op internationaal niveau. Jan Peter Balkenende is trots dat hij als minister-president weer een plekje heeft aan tafel bij de g20, maar waar gaan we aan die tafel over praten? Over hoe we ons economisch systeem duurzamer kunnen maken? Over het uitbannen van kinderarbeid en werkende armen? Aan die g20-tafel wordt vooral de lijn gesteund: business as usual.
We hebben, misschien ten onrechte, een tijdlang in Nederland het beeld gehad dat wij het nog wel eens zouden uitleggen aan de wereld. Maar nu lijkt het of we geen enkel voortouw meer durven nemen. Als Nederland de normen voor duurzaamheid niet haalt, dan zeggen cda en vvd: we gaan niet op de Europese Unie vooruitlopen. We zijn heel afwachtend geworden.’

'De keuzes bij de verkiezingen zijn niet helder. Als je weet dat de komende jaren de overheidsfinanciën niet ruim zijn, dan helpt het niet als je niet goed uitlegt waar ’m dat in zit. Voor een deel is het de crisis. Voor een deel de vergrijzing.
Als je die vergrijzing al als een probleem wilt zien, dan lijkt het mij overigens eerder een sociaal-cultureel vraagstuk dan een geldvraagstuk. Wij weten geen rol te formuleren voor mensen die aan het eind van hun werkzame leven zijn gekomen. Eigenlijk zeggen we tegen hen: we zien jullie over een jaar of vijftien als jullie hulpbehoevend worden wel weer eens terug. Maar die mensen hebben levenswijsheid, ervaring en energie. Die willen nog graag een rol spelen in de samenleving, wél met als voorwaarde dat ze meer grip krijgen op hun eigen tijd.
Het probleem van de overheidsfinanciën zit ’m vooral in de gezondheidszorg. De kosten daarvoor stijgen meer dan gemiddeld. Ook dat ligt overigens niet per se aan de vergrijzing. Dat komt ook door nieuwe therapieën, nieuwe technieken. Dat houd je niet tegen. Dat hoeft ook niet. Maar of marktwerking in de gezondheidszorg een zegen is, daarover wordt geen debat gevoerd. Omdat het niet goed wordt uitgelegd, krijg je ook niet de goede discussies.
Ik denk niet dat je kunt volhouden dat dit gebrek aan debat komt doordat Nederland na de opkomst van de lpf en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh de afgelopen acht jaar te druk was met een andere discussie. Want dan zou je nu moeten zien dat men naarstig bezig is om met wat knippen en plakken het denkwerk uit het buitenland te halen. Daar heeft het denkwerk ook niet plaatsgevonden en daar stond minder druk op de snelkookpan. Blijkbaar wordt daar ook gedacht dat economische groei een soort geboorterecht is. Als er wat hapert, doen we er de ene keer wat lastenverlichting bij, de volgende keer wat vrijhandel en hop, daar gaan we weer. Maar dat is geen antwoord op de klimaatcrisis, de energiecrisis, de voedselcrisis, het verdelingsvraagstuk.
Nederland is misschien typisch, omdat het tegen zijn zelfbeeld is aangelopen van open en tolerant. Maar verder zijn we helemaal niet typisch. Kijk naar Europa. Ook al een discussie die ontbreekt in de huidige verkiezingstijd. Er ligt nu een stuk voor over hoe Europa eruit moet zien in 2020. In dat stuk komt het woord crisis niet voor. Daarin staat niet dat de werkloosheid in Spanje enorm is. En over armoede, och god, dat is lastig, laten we dat maar schrappen. Ook op de klimaattop in Kopenhagen wordt niet teruggekomen. Alles wat lastig of ingewikkeld is, wordt terzijde geschoven.
Dat de vvd in de peilingen op winst staat, heeft te maken met het idee dat het er vooral om zou gaan dat het huishoudboekje van de staat op orde moet zijn. Maar er is niet alleen een probleem met dat staatshuishoudboekje. Als dat op orde is, zegt dat niks over het perspectief dat mensen wordt geboden, niks over de vraag waar we denken dat onze kinderen straks hun geld mee gaan verdienen.
Als we bij de komende verkiezingen op een keerpunt staan, gaat het niet alleen over de staatsschuld en het tekort. Daarom zou ik aan Mark Rutte willen vragen: wat is je businessplan voor Nederland?
In het buitenland zeggen ze wel eens dat wij in Nederland trotser moeten zijn op onze verzorgingsstaat. Dat ideaal van toen, dat zijn we kwijtgeraakt. Nu praten we met lange tanden over de Wajong en de sociale werkvoorziening. Natuurlijk mag je het best hebben over de enorme groei van de Wajong. Waar het mij om gaat is dat we er trots op moeten zijn dat we mensen die door een gebrek of omdat ze geen mazzel hebben arbeidsongeschikt zijn, toch een fatsoenlijk bestaan bieden. We zijn het antwoord kwijtgeraakt op de vraag: waartoe zijn we op aarde, waartoe dient de economie?
Ik wil hier geen hel en verdoemenis preken, maar we zullen een alternatief moeten bedenken. Want de oude cocktail van een snufje lastenverlichting en een snufje vrijhandel is niet de oplossing voor de echte vraagstukken. Dat kan echt niet meer.’