1914-1918 op waarde schatten

Het belang van de Grote Oorlog

De Eerste Wereldoorlog wordt in Nederland pas de laatste jaren op waarde geschat. Op de volgende pagina’s een introductie tot het waarom daarvan en een essay over wat buiten Nederland vaak «de Grote Oorlog» wordt genoemd.

In zijn regiedebuut Max (2002) probeert de Nederlander Menno Meyjes, die ook het scenario voor deze film schreef, greep te krijgen op de dagen na de Eerste Wereldoorlog in München. De hoofdpersoon Max was, voordat hij aan het front zijn rechterarm verloor, een getalenteerd schilder. Gehandicapt richt hij zich na de oorlog op de handel in modernistische kunst van voormalige loopgraafsoldaten. Max ontmoet de jonge kunstenaar Hitler, en spoort deze aan modernistische werken te schilderen. Hitler ontdekt, op confronterende wijze, de grenzen van zijn talent als blijkt dat hij dat niet kan. Hij kiest ervoor zich in te zetten voor een alternatieve vorm van moderne kunst: de politiek.

De film riep negatieve reacties op. De persoon Hitler is volgens sommigen niet los te zien van zijn latere, wrede rol in de Tweede Wereldoorlog. Maar die reacties zijn niet helemaal terecht. Meyjes wil in de film vooral de periode van Hitlers leven vlak na de Eerste Wereldoorlog doorgronden. Een scène uit de eerste paar minuten van Max geeft die belangrijke periode vorm: in de sombere, door de oorlogsjaren verslonsde straten van München beweegt een kreupele oorlogsveteraan zichzelf voort op een plankje dat op massief houten wieltjes rolt.

Het is typerend voor Nederland dat film recensenten Max becommentariëren met de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd, en nauwelijks aandacht besteden aan de belangrijke rol die de Eerste Wereldoorlog heeft gespeeld. De aandacht voor de geschiedenis van WOI is beperkt. Dat is vreemd omdat juist die oorlog een blijvende invloed had op de Europeanen die twee decennia later het politieke en culturele leven bepaalden. Allen poogden zij na de Eerste Wereldoorlog hun leven opnieuw vorm te geven en met hun keuzes drukten zij een stempel op de korte twintigste eeuw.

Volgens hoogleraar internationale betrekkingen Koen Koch is er iets aan het veranderen: «Het was in Nederland moeilijk over de hoge muur van de Tweede Wereldoorlog heen te kijken, maar die muur is nu geslecht.» Steeds meer mensen verdiepen zich in de Eerste Wereldoorlog. De plaatsen waar destijds grote gevechten zijn geleverd, waren voor Fransen en Engelsen al lang toeristische trekpleisters. Pas de laatste jaren kiezen ook veel Nederlanders die streken in België en Frankrijk als vakantiebestemming. Koch, die zelf reizen naar de oude frontlinies organiseert voor studenten en belangstellenden, merkt de toename en verklaart die als volgt: «Op het moment dat de twintigste eeuw afliep, vroegen mensen zich af hoe die eeuw was begonnen.»

Hans Andriessen, voorzitter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, weet te vertellen dat honderdduizend Nederlanders afgelopen jaar Verdun bezochten. Ook het aantal boeken over de Eerste Wereldoorlog dat verschijnt, is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Volgens Andriessen kwamen er in 1990 nog slechts acht nieuwe titels uit maar was dat aantal in 1997 gestegen tot 75.

De stichting wil in Nederland meer aandacht vestigen op de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, en organiseert lezingen en een jaarlijkse studiedag. De laatste studiedag, afgelopen week in Rotterdam, trok honderdvijftig bezoekers, met name gepensioneerde mannen. Het hoogtepunt van de dag was voor velen van hen de lezing van muziekhistoricus Henk Kruitwagen. Het grootste deel van het publiek kende de liedjes nog die hij met zijn band liet horen; «It’s a long way to Tipperary», een oorlogslied van Jack Judge en Harry Wil liams, werd uit volle borst meegezongen.

De coördinator van het Flanders Fields Museum in Ieper, Piet Chielens, merkt de toestroom van Nederlanders ook. Zijn museum werd vorig jaar door ongeveer twintigduizend Nederlanders bezocht. In 1998, het openingsjaar van het museum, kwamen er vierduizend bezoekers uit Nederland.

Typerend voor de centrale rol van de Tweede Wereldoorlog in het Nederlandse historische bewustzijn is het lot van veel Nederlandse gedenktekens aan de Eerste Wereldoorlog. Paul Schulten en Martin Kraaijestein, beiden als historicus werkzaam aan de Erasmus Universiteit, ontdekten tijdens een onderzoek dat veel van die gedenktekens een rol zijn gaan spelen bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Het marinemonument in Den Helder is een goed voorbeeld. De jaartallen 1914-1919 zijn uit het monument gebeiteld. Daarna kon het worden gebruikt bij de herdenkingsplechtigheden op 4 mei.

Dit onderzoek werd, samen met andere studies naar de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor Nederland, gepubliceerd in de bundel Leven naast de catastrofe: Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dit onderzoeksveld dat tot voor kort vrijwel onontgonnen was, wordt de laatste jaren steeds vaker betreden. Historicus Maarten Brands trok in 1998 aan de bel. Volgens hem was de Eerste Wereldoorlog een blinde vlek in het Nederlandse historische bewustzijn. Paul Moeyes publiceerde in 2001 Buiten Schot 1914-1918: Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Niod heeft een werkgroep opgericht: Nederland en de Eerste Wereldoorlog.

Belangrijke vragen moeten nog een antwoord krijgen. Welke invloed bijvoorbeeld had de oorlog precies op de toename van overheids taken, een proces dat in de oorlogsjaren versneld plaatsvond? Tijdens de oorlog reguleerde en controleerde de overheid zowel de productie als de verdeling van voedsel. En tegen het einde van de oorlog niet alleen de voedselvoorziening, maar de gehele economie. Dergelijke regulering moet zijn uitwerking hebben gehad op de verhouding tussen overheid en maatschappij.

Daarnaast is politiek extremisme in het interbellum vooral onderzocht in relatie tot de Tweede Wereldoorlog, terwijl oorzaken misschien moeten worden gezocht in de uitwassen van de Eerste. Juist WOI heeft in Nederland, net als in de rest van Europa, veel teweeggebracht.