De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Het belang van ernst

Waarom storten de media al die corona-platitudes en BN’er-nonsens over ons uit, juist nu we snakken naar serieuze informatie?

Moe. Erg moe. Maar als gevolg waarvan? Het zou logisch zijn de vermoeidheid toe te schrijven aan het natuurlijke gedrag van de pasgeborene. Of aan de peuter die nooit eerder een pandemie meemaakte en die na drie weken intelligente lockdown een debiliserend effect op haar ouders begint te sorteren. Maar de rol van de gigantische lading onzin die over ons wordt uitgestort, juist nu we snakken naar zaken die zich kunnen meten met het moment, moet niet worden onderschat.

Tv-recensent Arjen Fortuin doopte het ‘de Kelder-curve’. Na twee weken experts aan de talkshowtafels begonnen de bekende talking heads de kop op te steken. Het mildste lockdown-regime in West-Europa was nog geen drie weken oud of men begon op zogenaamd serieuze toon bespreekbaar te maken wie precies in eenzaamheid zou moeten sterven om ‘de economie’ te redden. Het valse dilemma dat hier werd geschapen werd al gauw links en rechts gefileerd, maar wat deed het er toe.

Een paar dagen later zagen we aan een van de tafels Thierry Baudet vertellen over de exitstrategie die hij had uitgedokterd. Tv-makers zijn dankbaar wanneer iemand met hetzelfde gemak praat over pandemiebestrijding als over de morele verwerpelijkheid van zelfbevrediging en de meetlat waarlangs je het westerse ras superieur kunt noemen. De godvrezende graspol die het programma presenteerde rechtvaardigde het gesprek achteraf door erop te wijzen dat fans van de politicus boos waren over de wijze waarop hun aanvoerder tijdens zijn betoog was onderbroken.

‘Tegenlicht’ ging te rade bij een ‘trendforecaster’ – iemand die, neem ik aan, het reguliere trendwatchen is ontgroeid. De toekomst is aan de gemeenplaats, denk ik. Want de nietsvermoedende zapper had in de platitudes spuiende Lidewij Edelkoort een Jiskefet-typetje van Herman Koch kunnen vermoeden.

Goed, er zat een knop op het ding. Maar wie de krant opensloeg belandde van de regen in de drup. Waar de reguliere verslaggeving in verwarrende tijden floreert, biedt de meeste reflectie niets meer dan de verwarring zelf. Columnisten zien in het virus een grote gelijkmaker, crisisdeskundigen vinden dat wij alles goed doen en de Italianen alles verkeerd, hoogleraren filosofie steken donderpreken af over hoe we dit over onszelf hebben afgeroepen. Ze vertellen ons dat het middel niet erger moet zijn dan de kwaal en ze roepen ons op ‘corona te omarmen’. Ramsey Nasr herontdekt door het coronavirus het belang van kunst en Stine Jensen komt ook onder deze uitzonderlijke omstandigheden tot de conclusie dat filosofie van vitaal belang is. ‘Ik twijfel, dus ik’, vatte iemand de verheerlijking van het twijfelen snedig samen.

Totale nonsens over Nederlanders die van nature afstand houden...

Als dit moment iets duidelijk maakt, is het dat opiniepagina’s niet ten dienste staan van het publieke debat, maar andersom: we hebben meningen om krantenpagina’s te vullen.

Grofweg was de eerste week voor wie in de pandemie het eigen gelijk bevestigd zag, de tweede voor de deskundigen en de derde voor wie nu eenmaal nooit om een mening verlegen zit. De enige constante leek Marli Huijer, die als ex-Denker des Vaderlands nog vaker hardop nadenkt dan toen ze nog in functie was. Wie de reeks interviews met haar achter elkaar legt, ziet een vreemde mengeling van zeer terechte kanttekeningen bij onder grote druk tot stand komend beleid, volstrekt misplaatste quasi-diepzinnigheden als ‘uiteindelijk kunnen we er niet omheen dat doodgaan bij het leven hoort. Het lijkt of we dat niet langer accepteren’ en totale nonsens over Nederlanders die zogenaamd een gedisciplineerd volkje zijn, van nature afstand houden, anders dan anderen hun handen goed wassen, en wellicht zelfs een betere weerstand hebben. Hallucinant werd het toen Huijer zich hardop afvroeg of er in plaats van dwingend beleid niet een paraplu kon worden uitgevonden die mensen op afstand hield. In een parapluwinkel hielpen ze haar uit die illusie, maar toch: ‘Nederland zit vol met ontwerpers en kunstenaars, gebruik die creativiteit.’

Het duurde even voordat ik begreep waarom Huijer sterker dan anderen op mijn zenuwen werkt. Het is dat haar serieus te nemen kritiek zo overduidelijk lijdt onder de lading goedkope retoriek eromheen. Dat ze net zo gemakkelijk praat over het gevaar van controle als over groepsimmuniteit, iets waarvan ze overduidelijk totaal geen verstand heeft. En dat ze spreekt over de dood van anderen als iets wat vooral filosofisch-theoretisch interessant is.

Wanneer de eigen ervaring in een breder perspectief wordt geplaatst, schuilt er dikwijls troost in distantie. Wie nu leest over Florence onder quarantaine in de vroege zeventiende eeuw voelt hoe de tijd tussen toen en nu vervaagt. Hoe alles wat verandert toch ook hetzelfde blijft.

Maar er is ook een vorm van distantie die zichzelf voor kritisch aanziet, maar waarin zelfgenoegzame lichtzinnigheid en minachting de grondtonen vormen. Terwijl de omvang van de ramp nog maar amper duidelijk is op verheven toon betogen dat de dood bij het leven hoort en dat andere mensen dat niet willen begrijpen valt daaronder. Net zoals het zogenaamd moeilijke dingen bespreekbaar willen maken in je tv-programma en daarvoor BN’ers uitnodigen.

Ernst draait om het prangende besef van de eigen onwetendheid, oog in oog met een onzekere werkelijkheid. Het is wat bescheiden verslaggeving op een moment als dit zo waardevol maakt. Maar waar we door talkshow- en opinieredacties op worden getrakteerd is vaker dan niet een houding die zich kleedt als zulke ernst, om een schrijnend gebrek daaraan te verhullen.