WikiLeaks: voyeurisme of transparantie

Het belang van het lek

Het zomaar op internet dumpen van duizenden documenten is niet in het algemeen belang, stelt Frank Furedi. Juist wel, volgens Yasha Lange. Overheden moeten maar eens leren niet alles automatisch als ‘geheim’ te bestempelen.

HET WARE VERHAAL ACHTER de WikiLeaks-publicaties is niet wat we kunnen leren van die honderdduizenden documenten die achteloos op het internet zijn gedumpt. Nee, het ware verhaal maakt ons heel veel duidelijk over de morele en culturele normen van het hedendaagse openbare leven.
Ongetwijfeld zijn veel mensen blij dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zo in verlegenheid is gebracht. Veel media zijn er stellig over: de publicatie van vertrouwelijke uitspraken betekent een overwinning en een verdere stap op weg naar verantwoordelijkheid, transparantie en democratie.
Persoonlijk ben ik verbaasd door de onappetijtelijke zelfgenoegzame toon van de kranten die de wereld verkondigden dat zij, ook zij, de flarden van memo’s hebben gezien die over het internet zijn verspreid. De vijf nieuwsorganisaties die de gouden kans kregen om zich als eerste op de prooi te storten - The Guardian, The New York Times, Der Spiegel, Le Monde en El Pais - maakten een hoop heisa over hun ‘scoop’ en presenteerden hun daden als waren die gepleegd in de beste traditie van journalistieke verantwoordelijkheid.
Het is volkomen terecht en correct dat kranten over belangrijke zaken berichten. Maar deze kranten beperkten zich niet tot het analyseren en vervolgens onthullen van die interne informatie - ook presenteerden ze hun publicatie van de lekken als een overwinning van de vrijheid, en beweerden dat het in het algemeen belang was om erachter te komen wat een onderknuppel op Buitenlandse Zaken dacht over de manier van leven van een Conservatief parlementslid. Dat is een poging gedaan uit eigenbelang om voyeurisme te presenteren als een belangrijke publieke plicht.
Hoe wordt het algemeen belang gediend met het doelloos lekken van informatie? Sinds wanneer is het verplicht voor instituties om hun persoonlijke overleg aan iedereen te onthullen op het internet? Heeft het publiek hier iets wezenlijks van opgestoken? Is er nu een misstand rechtgezet doordat er massaal communiqués zijn gedumpt op het wereldwijde web? Of is het eigenlijk zo dat de betrokken nieuwsorganisaties hun eigen beperkte belangen verwarren met de belangen van het publiek?
Natuurlijk zullen nu en dan activisten met een duidelijk maatschappelijk of politiek doel publieke steun proberen te verwerven door details van persoonlijke diplomatieke correspondentie openbaar te maken. Dat probeerden de bolsjewieken te bereiken toen ze de geheime communicatie tussen tsaristisch Rusland en buitenlandse mogendheden publiceerden in de aanloop tot en tijdens de Eerste Wereldoorlog. En toen Daniel Ellsberg de inhoud van de 'Pentagon Papers’ lekte naar The New York Times in 1971 had hij een heel duidelijk doel: vraagtekens plaatsen bij de officiële versie van de Vietnam-oorlog. Die beide daden werden gemotiveerd door een resolute politieke agenda, door de wens ervoor te zorgen dat het publiek bewust werd gemaakt van feiten die essentieel waren om de wereld te begrijpen.
De informatie die WikiLeaks biedt dient niet een dergelijk nobel doel. Het enige doel van deze lekken is om mensen in verlegenheid te brengen en verwarring te zaaien. In oppervlakkige zin lijkt de stelling dat het publiek 'het recht heeft om te weten’ het democratische ethos te bevestigen. Maar wat betekent 'het recht om te weten’ precies? Er is niets verlicht of democratisch aan om informeel ambtenarenoverleg toegankelijk te maken voor publiek onderzoek. De meeste diplomatieke correspondentie betreft de expressie van voorlopige of incomplete opinies, en geen harde feiten. Het publiek heeft geen intrinsiek recht om te weten hoe mensen informatie vinden en waarderen en interpreteren.
Natuurlijk heeft het publiek recht om te weten waarom zijn regering uiteindelijk een bepaald besluit neemt, na intern debat, en wat de gevolgen van dat besluit waarschijnlijk zullen zijn. Kortom, het publiek heeft recht op politieke verantwoordelijkheid en een serieus openbaar debat. Het heeft niet het 'recht’ nodig om te ruiken aan de vuile was van overheidsdienaren.

HET IDEE dat door het uitbannen van vertrouwelijke correspondentie, informeel oriënterend overleg en persoonlijke intimiteiten instituties transparanter zullen worden, is een waanidee, zo niet gewoon waanzin. In welke institutie dan ook moeten mensen het besef hebben dat ze kunnen denken, reflecteren en communiceren op een vertrouwelijke manier, als een manier om essentiële informatie uit te wisselen, hun denken te ontwikkelen en, als allerbelangrijkste, hun angsten, zorgen, twijfels en overtuigingen kenbaar te maken. Als mensen denken dat ze zich niet langer kunnen uitdrukken zonder te worden blootgesteld aan de blik van miljoenen voyeurs, dan zullen ze zich vormen van gedrag gaan aanmeten die in wezen schadelijk zijn voor de integriteit van hun instituties en voor het openbare leven zelf. Instituties worden ondoorzichtiger en oneerlijker.
Ooit namen moedige mannen en vrouwen het op zich - ten koste van aanzienlijke persoonlijke schade - om het incorrecte gedrag te onthullen van de organisaties waarvoor zij werkten. Voordat klokkenluiden geïnstitutionaliseerd en wettelijk beschermd werd, betekende het opnemen tegen je meerderen een exemplarische daad van morele dapperheid. Tegenwoordig, nu klokkenluiden in wezen onderdeel is van de functieomschrijving van mensen die publieke waardering en aandacht zoeken, betekent het niet meer dan een aansporing tot trouweloosheid. Erger nog, het wordt moeilijk om onderscheid te maken tussen de ware held die het opneemt tegen de macht van corrupte instituties en de honderden poseurs die de morele woestenij bewonen die wordt bemest door WikiLeaks.
FRANK FUREDI

Dit artikel verscheen eerder opwww.spiked.com
Vertaling Rob van Erkelens