Het beleg van brooklyn

NEW YORK - Het Amerikaanse leger heeft Brooklyn bezet, op zoek naar jongens met namen als Mohammed en Hassan. In Brooklyn wonen veel moslims, en onder de moslims zijn veel terroristen. Zij zijn New York in hoog tempo aan het opblazen, omdat de CIA hun geestelijk leider heeft opgepakt. Eerst een volle bus, dan een uitverkocht Broadway-theater, vervolgens het hoofdbureau van de FBI: allemaal aan flarden, voor Allah. De explosies worden live op de televisie uitgezonden. De straten zijn leeg, het volk is bang. De FBI doet zijn best en onderzoekt erop los, maar loopt als altijd achter de feiten aan. De New Yorkse burgemeester en de president weten het ook niet meer. En dus: Send in the troops!

Tanks rollen over Brooklyn Bridge. In een stadion worden alle jonge mannen die er Arabisch uitzien bijeengedreven achter hoge hekken met prikkeldraad. Een verdachte moslim wordt gemarteld en vermoord door een gewetenloze generaal. Alle beroemde Amerikaanse vrijheden, zorgvuldig vastgelegd in de grondwet, zijn eventjes opgeschort. ‘I am the law’, meldt de generaal droogjes. Het loopt uiteindelijk allemaal goed af met New York en de moslimjongens, want de generaal heet Bruce Willis, en de belangrijkste FBI-man, Anthony Hubbard, is Denzel Washington. Ze spelen in The Siege, een film die een goede actiefilm had kunnen zijn. Er zijn sterke hoofdrollen, prachtige, haast voelbare explosies in de straten van Manhattan en Brooklyn, we zien niet al te veel bloed en doden (wel een indringend beeld van een verdwaasde vrouw in galajurk zonder linkerarm), er is zorgvuldig opgebouwde spanning. De enige vrouw in de film is Elise Kraft, een zwakke rol van Annette Bening. Zij is een geheimzinnige dame van de CIA, die in korte rokjes met een license to kill rondloopt, het FBI-werk in de war schopt en vrijt met een leuke Palestijnse terrorist. 'Gebruik je mij?’ vraagt hij, diep in een glas wijn starend. Het antwoord is ja, weten wij. En als ze wegkijkt roept hij vertwijfeld: 'Iedereen gebruikt de Palestijnen!’ Kraft is wat Amerikanen een tough cookie noemen; ze heeft zelf terroristen opgeleid, destijds in het Midden-Oosten, om te strijden tegen Saddam Hoessein - het zijn dezelfde Arabische jongens die nu the American way of life bedreigen. Jammer is dat nu juist deze enige, sterke vrouw in The Siege op een moeilijk moment beschaamd gaat zitten huilen in een auto, terwijl het buiten hard regent. Nee, dan de Echte Mannen om haar heen. Bommen plaatsend of Arabieren arresterend bijten die alsnog stoer op hun lip. Zelfs met een bloedneus of een hersenschudding werken die gewoon door. Het zijn slechts twee van de vele stereotypen in de film. MAAR DE FILM van regisseur Edward Zwick heeft twee échte problemen. Ten eerste verzandt The Siege in ongeloofwaardige hersenspinsels vanaf het moment dat de mariniers heel schilderachtig over Brooklyn Bridge wandelen. Het leger is nog nooit tegen de eigen burgers ingezet, ook niet na de bom onder het World Trade Center in 1993, de eerste terroristische actie op Amerikaanse bodem, of na de explosie in Oklahoma City in 1994. Het is onwaarschijnlijk dat dit nu zou gebeuren. En het is helemaal ondenkbaar dat een beestachtige generaal, type Bruce Willis, een soort totalitair wijkregime zou kunnen voeren. Een staat van beleg met intifada-achtige taferelen in het overwegend gemoedelijke Brooklyn (een stad op zich met 2,5 miljoen mensen) werkt vooral op de lachspieren. Een tweede probleem is dat regisseur Zwick (van Glory, Legends of the Fall en Courage Under Fire) niet alleen wil vermaken. Het idee was een 'geëngageerde’ film te maken. Hij wil waarschuwen voor racisme en vooroordelen. Maar het leeuwendeel van de talloze moslims in de film is ondertussen in de bekende stereotypen gegoten. Veel wapperende gewaden, gedoe met waterpijpen, en samenscholingen in bad- en koffiehuizen. De almaar pizza’s etende zelfmoordcommando’s bevinden zich inderdaad onder het Arabische volksdeel en de FBI spoort ze op om ze, hup, helemaal aan gort te knallen. Maar andere jonge moslimmannen blazen zichzelf met plezier op om tot het paradijs toe te treden en aldaar 'zeventig maagden’ aan te treffen. 'Te sterven voor Allah is prachtig’, meent een jongen van hoogstens zeventien. Duidelijk wordt dat Zwicks goede intenties in zo'n mega-Hollywoodproductie onmogelijk tot een zorgvuldig en complex beeld van de Arabische wereld in New York konden leiden. Hij wilde 'bewustzijn creëren rond racisme en vooroordelen’, aldus een persbericht van 20th Century Fox. Maar de regisseur koos voor het verkeerde middel: een dreunende, up-tempo actiefilm, waarin subtiliteit en complexiteit helemaal niet kunnen bestaan, hoe overtuigend vooral Washington zijn rol ook neerzet. DE REGISSEUR had het kunnen weten: door moslims te portretteren als fanatieke anti-Amerikaanse schurken moest het wel tot een controverse komen. Organisaties als het Arabisch-Amerikaanse Anti-Discriminatie Comité en de Raad voor Amerikaans-Islamitische Verhoudingen (Cair) hebben zich erg boos gemaakt over de stigmatisering van Amerikanen van Arabische komaf. De film verhuisde nog vóór de première begin november van de filmpagina, waar hij gemengde recensies ontving, naar het nieuwskatern. De media werden bestookt met boze brieven en communiqués, en Cair richtte een aantal webpagina’s in waar tegen de film gefulmineerd wordt (www.cair-net.org). Onbegrijpelijk is de felle reactie binnen de Arabische wereld niet. Het blad Harper’s Magazine meldde in december vorig jaar in zijn vaste index van curieuze feiten dat 'de kans dat een Amerikaanse film met mannelijke Arabische of moslimkarakters hen afschildert als gierig, gewelddadig of oneerlijk’, negentien op twintig is. Actievoerders protesteerden bij bioscopen en deelden daar folders uit om mensen uit te nodigden om de volgende dag naar een open huis in een nabijgelegen moskee te komen. Om te zien hoe het er echt aan toe gaat in een open, vreedzame moslimgemeenschap. Volgens de critici sluit de film naadloos aan op het wijdverbreide negatieve imago waarmee de Arabische gemeenschap worstelt, niet alleen in New York of de VS, maar overal in het westen. De Palestijnse denker uit New York, Edward Said, een autoriteit inzake de Arabische problematiek, schreef vorige maand nog dat 'de islamitische dreiging buitenproportioneel als beangstigend wordt afgeschilderd. Zo wordt steeds de stelling gesteund (hier ligt een interessante parallel met anti-semitische paranoia) dat er een wereldwijde samenzwering zit achter elke explosie.’ En in 1996 zei hij: 'Als je ziet hoe de islam wordt gekenschetst in de kranten en op de televisie, dan is dat nog steeds als een bedreiging, iets dat buitengesloten moet worden. De Arabische wereld wordt afgeschilderd als een verzameling terroristen en fanatici.’ Een voorbeeld van die houding is dat na Oklahoma City al snel naar islamitische terroristische 'cellen’ werd gewezen, met als gevolg een sfeer van verdachtmaking en geweld tegen alles wat ook maar Arabisch leek. De dader, Tim McVeigh, bleek een blanke jongen uit een rechtse militie te zijn. Actueler binnen het perspectief van vijandigheid, dat zeker het veiligheidsbeleid van de Amerikaanse regering kenschetst, is de jacht op de schatrijke internationale terrorist Osama Bin Laden (niet voor niets heet de gevangen genomen sjeik in de film Ahmed Bin Talal). En vorig jaar bombardeerden de Amerikanen Soedan en Afghanistan op roekeloze en voorbarige wijze als vergelding voor de ambassadebommen, zo toonde onderzoeksjournalist Seymour Hersh aan in The New Yorker. VOLGENS IBRAHIM Hooper van de islamitische belangengroep Cair in Washington draagt The Siege bij aan die 'vervreemding’ van moslims in Amerika. 'Voor de makers zijn de stereotypen in de film een weerspiegeling van de werkelijkheid. Voor hen zijn moslims slechteriken, vreemden, terroristen. Ze zeggen: “Maar we maken ook films over de Ira en de maffia, en die klagen nooit.” Het verschil is dat Ieren en Italianen in talloze films ook positief worden afgeschilderd, en moslims nooit. Ik vind dat filmmakers een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten beseffen hoezeer ze de ideeën van een grote groep mensen beïnvloeden.’ Hooper is ervan overtuigd dat de makers geen racistisch haar op hun hoofd hebben, maar hij ziet wel hoe de stereotyperingen tot racisme zouden kunnen leiden. De criticus van het alternatieve New Yorkse weekblad The Village Voice schreef: 'Zoals in de meeste Amerikaanse films wordt handig een Ander gecreëerd zodat we een Ons kunnen definiëren. Het enige verschil is dat de nikker deze keer niet zwart is.’ Edward Zwick zegt dat hij geen zondebok heeft willen creëren. Hij benadrukt dat hij verantwoordelijkheidsbesef heeft en daarom juist films met 'moeilijke thema’s’ maakt. Glory ging over het eerste zwarte regiment in de Amerikaanse Burgeroorlog, en Courage Under Fire betrof de heldhaftigheid van een vrouwelijke officier in de Golfoorlog. The Siege moet niet als anti-moslim of anti-Arabisch worden gezien, maar als anti-vooroordeel. De tragische consequenties van racisme worden getoond, stelde het persbericht. Tegelijk vindt Zwick dat hij juist de diversiteit van de Arabische gemeenschap toont. 'De film portretteert Arabische Amerikanen als politieagenten, huisbazen, mensen met families, leiders van de gemeenschap - en, inderdaad, terroristen’, schreef hij in de New York Times. 'De film gaat over stereotypen, over wat er gebeurt als stereotypen gewoon worden, met rampzalige gevolgen.’ Dat laatste klopt. De algehele angst voor alles wat ook maar Arabisch lijkt, leidt in deel twee van de film tot het Beleg van Brooklyn. Maar dat 'heel diverse beeld van de moslimgemeenschap’ bestaat toch vooral in Zwicks hoofd, of misschien is het gesneuveld op de montagetafel. Hooper: 'Het is prachtig dat een van de good guys een Libanese Arabier is (Tony Shalhoub als FBI-man Frank Haddad, dvh). Maar dit “goeie” type drinkt alcohol, zoent vrouwen, en bezigt het f-woord en s-woord. Dat is geen goeie moslim! Daar komt bij dat “normaal” moslimgedrag wordt geassocieerd met terrorisme. Tot twee keer toe zien we een man zich wassen voor het gebed om vervolgens de ontsteking in een bom te plaatsen of dynamiet om zijn middel te binden. Die gaat even iemand of iets opblazen! Kinderen krijgen zo niet echt een leuk beeld van de islamitische wereld: als een moslim zich staat te wassen, gaat hij daarna de boel opblazen. Laat ik zeggen: als Amerikanen moslims zo in het algemeen zien, dan moeten ze heel snel wakker worden geschud. In Europa zijn de Arabische gemeenschappen misschien nog redelijk homogeen, maar niet in Amerika. We hebben islamistische Afro-Amerikanen, Europese Arabieren, Hispanics met een moslimachtergrond, Indo-Pakistani’s enzovoort. Je hebt hier een goede kans dat je taxichauffeur moslim is, of je dokter, of je kruidenier op de hoek. Ik hoop van harte dat zij niet allemaal terroristen zijn.’ Altijd geopende corner stores met sigaretten, koffie, kranten, fruit, batterijen en ander noodzakelijk spul zie je overal in New York. Vaak worden ze beheerd door Koreanen, maar in het stuk Brooklyn nabij de East River dat in The Siege wordt 'schoongeveegd’ door het leger, zie je er veel met achter de toonbank Arabisch aandoende mannen. 'Franky’ beheert zo'n winketje in het centrum van Brooklyn. Hij kwam ruim twintig jaar geleden van Noord-Irak naar New York, 'Koerdistan dus, dat snap je.’ Hij schenkt on-Amerikaans sterke koffie en rookt non-stop. Hij heeft The Siege gezien, met zijn zoon van zestien. 'Ik schrok. Zelf zijn we niet echt religieus, maar toch voelde ik me aangesproken. Je merkt toch al dat vooral blanke Amerikanen niks van moslims snappen, en ook bang zijn voor ons. Als je in zo'n spannende film enkel jonge Arabische mannen ziet die alleen maar mensen vermoorden, dan helpt dat niet, denk ik.’ Een vaste klant ('Geen naam! Ik ben illegaal, vriend’) vindt dat ook. Hij kwam twee jaar geleden uit Libanon, net als de good cop in de film. Als moslim voelde hij zich door de film in zijn eer aangetast. Maar: 'Er zijn wel moslimmensen met terroristische ideeën. Ook in New York. Het lijkt me goed dat daarvoor wordt gewaarschuwd. Alleen zijn wij in de film allemáál bandieten. Dat klopt niet!’ Hij lacht verlegen. 'Bandieten… Is dat het juiste woord?’