Het belgische voorbeeld

Diezelfde partijvoorzitters die ‘de terugtredende overheid’ prijzen als er op bejaardentehuizen moet worden bezuinigd, hebben Hans Dijkstal, de minister van Binnenlandse Zaken, gevraagd een centje extra in hun halffailliete clubjes te steken. Dijkstal houdt echter de hand op de knip. Hij heeft begrip voor de financiele noden der diverse politieke organisaties, maar geeft de voorkeur aan verruiming van de sponsorregels. Er is naar zijn mening niets tegen als bijvoorbeeld het bedrijfsleven de politieke partijen steunt, mits dit ‘ordelijk is geregeld’.

De bewindsman is het blijkbaar ontgaan dat de kwestie al ordenlijk is geregeld. Sponsoring mag, materieel in de vorm van een (fiscaal aftrekbare) schenking, of immaterieel in de vorm van een bloemetje ter decorering van het partijcongres. Bedraagt de donatie tienduizend gulden of meer, zo hebben de partijen afgesproken, dan wordt daar in het openbaar verantwoording over afgelegd.
Niettemin, in de praktijk hebben giften van een dergelijke omvang zeldzaamheidswaarde. Het Nederlandse bedrijfsleven is zo verstandig om zich niet met deze of gene politieke partij te identificeren, zelfs niet met de ondernemersvriendelijke VVD. Want het kost altijd klanten. Stel dat C&A besluit het geestverwante CDA te steunen. Niets tegen het CDA, althans niet zoveel, maar dan besluit ik toch maar mijn nieuwe mantelpakje bij de firma Kreymborg te betrekken.
Niemand heeft belang bij door het bedrijfsleven medegefinancierde politieke partijen, ook die politieke partijen niet. Het is natuurlijk denkbaar dat een clubje kapitalistische mestkevers, al borrelend op societeit De Witte, besluit twee ton voor de VVD bij elkaar te harken. Die koopt daar vervolgens tv-zendtijd voor. Om te beginnen kom je daar niet ver mee, gegeven de astronomische hoogte van de tarieven. Verder is het grotendeels weggegooid geld. Kiezers kiezen uit traditie, gemakzucht of maatschappelijk onbehagen. Zij kiezen Wim Kok omdat die zo te zien geen ladenlichter is, of zij kiezen Frits Bolkenstein omdat hij onorthodoxe (of orthodoxe) denkbeelden helder over het voetlicht weet te brengen. Via het free publicity-circuit, een kostelijk instrument waar geen tv-spot of advertentiecampagne tegenop kan.
De kiezersgunst is niet te koop, althans niet in Nederland, dit samenstelsel van elkaar in wankel evenwicht overeind houdende minderheden. Elke kracht provoceert automatisch zijn tegenkrachten. Als de VVD zich straks, dank zij een genereuze gift van de Shell, het allerduurste reclamebureau kan permitteren, vindt de PvdA altijd wel een groepje idealistische reclamemakers dat voor een ramsjprijs een veel betere, veel creatievere campagne bedenkt.
Het bedrijfsleven houde zich ver van de praktische politiek. Laten wij dit keer een voorbeeld nemen aan Buurman Belg, ogenschijnlijk gespecialiseerd in handjeklap en belangenverstrengeling. Daar bleek de socialistische partij (in het geheim) door een buitenlandse helikopterfabrikant te zijn gesponsord, een gebaar waar die partij bijna aan ten onder is gegaan.