Het beloofde land chabot (1)

Er is troost in het besef dat je een eind aan je eigen leven kunt maken. Mocht het leven ondraaglijk worden, dan kun je altijd nog zelfmoord plegen en je op die manier onttrekken aan de onontkoombaarheid van het eigen bestaan. Je bent ongrijpbaar geworden. Het is de verboden uitweg, de meest extreme oplossing die geen oplossing is, maar die je wel rust geeft. Wie nog hoopt op iets beters, wil niet dood, maar wie nergens meer op rekent, raakt vroeg of laat zo ‘onthecht’ dat het leven er niet meer op aankomt.

Zulke mensen plegen zelfmoord. Ze sparen slaapmiddelen op, snijden hun polsen door of verdrinken zich in de zee. De rest van de wereld zou hen graag in leven houden, al is het maar uit puur zelfbehoud, maar zowel psychiatrische hulp als medicamenten falen en de persoon in kwestie bevindt zich in de eenzame positie dat hij niet meer snapt waarom anderen zo fanatiek hechten aan iets wat hen als waardeloos voorkomt. De drang om in leven te blijven is zo diep geworteld dat we ons niet gauw identificeren met iemand die liever dood is.
Natuurlijk hebben we begrip voor het doodsverlangen van iemand met een terminale ziekte. Dat iemand zijn lijden eenvoudig wil bekorten, klinkt redelijk en begrijpelijk, maar dat iemand willens en wetens zijn leven wil beeindi gen, omdat hij het vertrouwen erin heeft opgezegd: daar kunnen we met ons verstand niet bij.
In Sterven op drift, de onlangs verschenen opstellen over doodsverlangen en onmacht, geschreven door psychiater B. E. Chabot, wordt de vraag opgeworpen of je mensen die voor hun eigen gevoel klaar zijn met leven, tegemoet zou moeten komen in hun verlangen naar een zelfgekozen dood. In sommige gevallen, stelt de psychiater voorzichtig, zou je dodelijke middelen kun nen verstrekken aan bejaarden die aantoonbaar lijden en door lichamelijke, psychische en sociale oorzaken niets meer hebben om voor te leven.
Chabot, die bekend is geworden door de zaak- Boomsma, waarin hij de omstreden beslissing nam een naar zijn oordeel psychisch gezonde maar diep ongelukkige vrouw de medicijnen te geven waarmee ze zelfmoord kon plegen, lijkt zich tot doel te hebben gesteld in de discussie over euthanasie taboe-onderwerpen aan de orde te stellen waarover hij vervolgens zelf niet echt een mening heeft. Hij kijkt wel uit. In de zaak- Boomsma heeft Chabot risico’s genomen en werd hij onbedoeld zelf het onderwerp van discussie: nu is hij slechts de boodschapper die ons informeert over schrijnende doelgroepen, waarmee we terdege rekening dienen te houden bij onze gedachtenvorming over euthanasie, want zijn nek uitsteken, dat doet de psychiater niet meer. Daar is hij veel te integer voor.
Met ogenschijnlijk wetenschappelijke afstand analyseert Chabot in Sterven op drift de problematiek rond het doodsverlangen van mensen die er bij voorkeur uit willen stappen, al hebben ze nog een poos te leven, en hij werpt zich op als intermediair tussen hen die lijden onder een bestaan dat hun ondraaglijk voorkomt en wij die tegen beter weten in blijven geloven dat iemand die klaar is met leven zelf verantwoordelijk is voor het al dan niet beeindigen van zijn leven.
Chabot pleit weliswaar niet voor een verregaande versoepeling van de wettelijke regels - hij vindt niet dat iedereen zomaar een be roep kan doen op de arts die de sleutel van de medicijnkast beheert - maar wel vestigt hij in zijn boek nogal indringend de aandacht op willekeurige groepen mensen, bejaarden of chronisch zieken, die onze aandacht behoeven. Chabot beschrijft persoonlijke dilemma’s uit zijn carriere die indrukwekkend klinken (hij weigerde een chronisch zieke vrouw te helpen aan dodelijke medicijnen en zij pleegde in een tamelijk vroeg stadium zelfmoord, omdat zij niet de garantie had gekregen van euthanasie in een later en gruwelijker stadium van haar ziekte), maar niets bewijzen. Chabot lijdt als beheerder van de fel begeerde medicamenten onder de doodsdrift van zijn patienten en hij tobt heel wat af. Maar stelling nemen, daar begint hij niet aan.
Volgens mij wil Chabot in de eerste plaats beroemd worden. Beroemd om zijn moed. Om zich als wetenschapper te verplaatsen in datgene waarin niemand zich kan of wil verplaatsen. Om als arts zijn verantwoordelijkheid te nemen, morele dilemma’s aan de orde te stellen en taboes te doorbreken.
Sterven op drift gaat niet zozeer over doodsverlangen en onmacht, maar in de eerste plaats over Chabot zelf. Het is een poging tot herstel van een beschadigde reputatie. Van een psychiater die weigert zijn onmacht onder ogen te zien.