Het Benedictus-syndicaat

Er was eens een tijd dat kinderen in de Brabantse jeugdzorg tweemaal daags een schone pyjama van de paters kregen. De reden voor die overdaad is in 1977 door journalist Rudie van Meurs uit de doeken gedaan in de artikelenserie Het Nollen-syndicaat. Het verantwoordelijke katholieke zorgconcern Samivoz werd geleid door ene Adrianus C.J.A. Nollen uit Raamsdonk, die tevens de voornaamste toeleveringsbedrijven van Samivoz bezat. De tehuizen moesten op straffe van een fikse boete zijn producten en diensten afnemen, ook die van zijn wasserij. Voor de nodeloze kosten mocht de Nederlandse belastingbetaler opdraaien. Nollen kon dit conglomeraat als een dorpstiran regeren omdat hij goede connecties had met het landelijk bestuur van de Katholieke Volkspartij, het bisdom en de lokale ambtenarij.

In zo'n sfeer van mentale en organisatorische beslotenheid konden uiteraard ook andersoortige misstanden gedijen. Het wekt geen verbazing dat er achteraf zoveel klachten binnenkomen over seksueel misbruik in de katholieke scholen, internaten, tehuizen en seminaries van destijds. Dat komt niet doordat de mens in het algemeen of de katholieke mens in het bijzonder zo slecht is, maar doordat in een eenzelvige, autoritair geleide gemeenschap de corrigerende mechanismen ontbreken. Tal van katholieke internaten, tehuizen en zelfs prestigieuze seminaries zijn inmiddels aan de schandpaal genageld. ‘Achteraf gezien was het natuurlijk een ongezonde situatie op zo'n internaat, allemaal jongens van 12 tot 18 jaar, zonder meisjes, en paters die niet mochten trouwen. Het was bijna gebruikelijk dat het voorkwam,’ zei een slachtoffer in De Volkskrant.

Fanatici en criminele geesten komen binnen zo'n sociaal systeem vanzelf bovendrijven, gedekt of gesteund door de zwakkere broeders, door profiteurs van het type Nollen en door officiële propagandisten van de leer, in dit geval de katholieke geestelijkheid. Zo ging het mutatis mutandis in de Oost-Europese weeshuizen tijdens de communistische dictatuur of in de feodale Tibetaanse kloostermaatschappij waarnaar de Dalai Lama terugverlangt. Zo gaat het ook binnen de islamitische zuil in ons land waarin jongens en meisjes steeds vaker worden gescheiden en opgeleid in een sfeer religieuze bekrompenheid. Maar in het Westen is het vooralsnog vooral de katholieke kerk die zijn institutionele domheid en onverdraagzaamheid op seksueel gebied als een molensteen om de nek draagt.

De massieve schandalen rond seksueel misbruik door Amerikaanse katholieke geestelijken zijn genoegzaam bekend. Een groot onderzoek naar katholieke instellingen in Ierland heeft aangetoond dat ook de Ierse kerkleiding seksueel misbruik op jongensscholen willens en wetens heeft toegestaan. Het rapport maakt ook melding van systematische emotionele mishandeling en verwaarlozing in het kader van de religieuze opvoeding. Dezelfde verschijnselen begeleidden vaak het misbruik in Nederlandse instellingen. En het probleem wil maar niet wegebben omdat de kerkelijke top, verpersoonlijkt in paus Benedictus XVI, weigert zijn verantwoordelijkheid te erkennen en zowel de praktijk als de leer grondig aan te passen.

Het gaat wellicht wat ver om van een criminele vereniging te spreken, maar de rest van de mensheid heeft het volste recht om tegen de opvattingen van de katholieke kerk te ageren, desnoods tot in Reusel (N.-Br.) toe omdat de dorpspastoor daar weigert een homoseksuele prins karnaval te zegenen. Het gaat hier om een institutie die ten eerste gemeenschapsgeld beheert in het kader van het bijzonder onderwijs en andere bijzondere voorzieningen en ten tweede minderjarigen tracht te indoctrineren met bekrompen opvattingen over seksualiteit. Dat maakt het tot een zaak die ons allemaal aangaat.