Live vanuit de schuilkelders in Ghouta, Syrië

‘Het bereik is slecht.’ Boem!

Mohammed en Zaher, die journalist Maarten Zeegers nog uit zijn studietijd in Syrië kent, berichten uit het belegerde Ghouta. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk af in schuilkelders. ‘Ik had niet verwacht dat het regime zo misdadig zou zijn.’

Medium anp 56303170
Douma, Ghouta, 8 maart. Kinderen wachten bij de ingang van een schuilkelder © HAMZA AL-AJWEH / ANP

Vrijdagnacht 23 februari – vier dagen onder de grond – meer dan driehonderd doden.

‘Ik zit in de schuilkelder’, schrijft Mohammed. ‘Ik had je al eerder een berichtje gestuurd, maar het bereik is heel slecht.’

Mohammed is een vriend uit de tijd dat ik studeerde in Syrië. Vlak voordat de oorlog uitbrak ben ik nog op zijn bruiloft geweest in het huis van zijn vader die werd gevierd met een feestelijke maaltijd van rijst, vlees en erwten. Dat waren betere tijden.

‘Het is door de bombardementen te gevaarlijk om buiten te komen’, gaat Mohammed verder. ‘Je weet nooit waar een raket zal inslaan. Complete straten zijn weggevaagd.’

Mohammed komt uit Arbin, een oostelijke voorstad van Damascus die deel uitmaakt van de Ghouta-vallei. De Ghouta, waar naar schatting van de VN nog vierhonderdduizend mensen wonen, was een van de eerste plekken waar protesten uitbraken tegen het regime van president Assad en is momenteel een van de laatste rebellenbolwerken in de Syrische hoofdstad.

Sinds april 2013 wordt de Ghouta belegerd door troepen loyaal aan het regime van Assad. Die hebben het gebied van de buitenwereld afgegrendeld. Voedsel is schaars en de prijzen liggen soms wel tien tot vijftien keer hoger dan in het centrum van de stad. De afgelopen jaren bestookte het regime het gebied voortdurend met vliegtuigbommen en raketten. Maar sinds vorige week zijn de luchtaanvallen zo hevig dat het te gevaarlijk is om nog op straat te lopen. Daarom houden de inwoners van de Ghouta zich dag en nacht schuil in kelders die ze alleen bij noodgevallen verlaten. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk ondergronds af.

Mohammed zit sinds woensdag in een kelder van het huis van een vriend die hij nog kent van vroeger. Hij leeft daar samen met tien andere gezinnen. ‘Dit geldt nog als een vijf-sterren-kelder’, grapt hij. ‘Er zijn kelders waar meer dan vierhonderd mensen verblijven.’

Mohammed verblijft daar op een kleedje met zijn vrouw en zijn twee zoontjes, een van zes jaar oud en een drie maanden oude baby. De oudste kwam ter wereld toen de oorlog in Syrië al aan de gang was. Hij weet niet beter dan dat het leven bestaat uit bommen, schuilkelders en het antwoord: dat hebben we niet. Mohammed: ‘Soms vraagt hij om simpele dingen, zoals een biscuitje. Maar zelfs dat kan ik hem niet geven. Als er ergens al koekjes te koop zijn, dan zijn die onbetaalbaar.’

Voor de geboorte van zijn jongste zoon had hij voor een goede prijs nog een groot aantal blikken melkpoeder en luiers op de kop weten te tikken. Dat komt nu goed van pas. ‘De jongste huilt veel’, vertelt Mohammed. ‘De oudste verveelt zich en wil weg uit de kelder, maar dat kan niet.’

Door de aanhoudende beschietingen is het niet gemakkelijk om aan eten te komen. Alle winkels zijn dicht, bakkerijen zijn platgegooid. ‘In de hele Ghouta is geen brood meer te vinden’, vertelt Mohammed. Gelukkig had hij voordat hij ging schuilen thuis nog een flinke hoeveelheid pasta gekookt, zonder toevoegingen, dat wel. Hij heeft ook nog wat rijst en bulgur, maar hij weet niet hoe lang hij daarmee toe kan.

Vandaag was hij gedwongen om de kelder te verlaten om thuis wat kleren en zeep te halen. Zijn huis had de bombardementen niet overleefd. Alle ramen en deuren waren eruit geblazen door een inslag vlakbij. ‘Als de luchtaanvallen ophouden, moet ik meteen op zoek naar een nieuw huis, zodat ik daar de spullen naartoe kan brengen die ik nog overheb.’

Het is niet de eerste keer dat Mohammed moet verhuizen. Het huis dat zijn vader als huwelijkscadeau voor hem had gebouwd, raakte zwaar beschadigd door een raketinslag. Hetzelfde gebeurde met een volgende woning. Daarna heeft hij een tijd onderdak gevonden op een boerderij, en sinds vorige week had hij een nieuwe woning betrokken in de stad Saqba. Maar ook die is dus niet meer bewoonbaar.

Zondagnacht 25 februari – zes dagen onder de grond – meer dan vierhonderd doden.

‘Momenteel is het wat rustiger’, antwoordt Mohammed op de vraag of er nog steeds gebombardeerd wordt. ‘Waarschijnlijk door het bestand van vandaag.’

Hij doelt op de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van een dag eerder. Ondanks verschillende vertragingstactieken van Rusland stemde de Veiligheidsraad voor een oproep tot een onmiddellijk staakt-het-vuren gedurende dertig dagen om humanitaire hulp het gebied binnen te krijgen en zwaargewonde burgers te evacueren.

Zijn wens lijkt vooral de vader van de gedachte. Het regime heeft al meerdere VN-resoluties aan zijn laars gelapt en er is geen reden om aan te nemen dat het zich er deze keer wel iets van aantrekt. Dreigementen vanuit het Westen zijn de afgelopen jaren tandeloos gebleken, met als pijnlijkste voorbeeld de gifgasaanval op de Ghouta in augustus 2013 waarbij honderden burgers omkwamen. Barack Obama verklaarde dat er een rode lijn was overschreden, stuurde zelfs een oorlogsschip naar de Middellandse Zee, maar deed uiteindelijk niets.

‘Het is een nieuwe holocaust. Wat er met de joden is gebeurd, gebeurt nu met ons. En de wereld doet niets’

Westerse diplomatie staat al geruime tijd buitenspel. Het enige land dat nog invloed lijkt te kunnen uitoefenen op het Syrische regime is Rusland. Poetin heeft zich echter volledig achter Assad geschaard. Dankzij directe militaire steun uit Moskou is het Syrische regime erin geslaagd om grote delen van het land terug te veroveren. Russische vliegtuigen nemen actief deel aan de huidige bombardementen op de Ghouta.

De ironie van de nieuwe VN-resolutie is dat er in de Ghouta-vallei eigenlijk al een soort staakt-het-vuren van kracht was. Bij onderhandelingen in Astana in mei 2017 spraken het Syrische regime, Rusland, Iran en Turkije af dat onder meer de Ghouta-vallei zou worden aangemerkt als een de-escalatiezone, een gebied waar een niet-aanvalsverdrag van kracht zou zijn tussen regime en rebellen. De twee machtigste rebellengroepen actief in de Ghouta (Jaysh al-Islam en Faylaq ar-Rahman) gingen akkoord. Wat voor keuze hadden ze ook?

De internationale gemeenschap begroette de deal als een voorzichtig succesje, een eerste stap op weg naar een grotere vredesovereenkomst tussen de strijdende partijen. In werkelijkheid was het onderdeel van een sluw plan van het regime en Rusland om de militaire eindoverwinning te behalen.

Omdat het Syrische leger niet over genoeg capaciteit beschikt om op meerdere fronten tegelijk te vechten, moesten de de-escalatiezones de druk op de eigen troepen verlichten. Deze militairen kon het leger dan inzetten om rebellen in andere gebieden aan te vallen. Zo was het regime in staat om een einde te maken aan de aanwezigheid van Islamitische Staat in het oosten van Syrië en enclaves van rebellen rond Damascus een voor een op te rollen.

Het lijkt erop dat de Ghouta nu aan de beurt is. Het regime gebruikt als excuus voor de beschietingen dat jihadistische groepen zoals Islamitische Staat en Hay’at Tahrir al-Sham (hts) actief zijn in de Ghouta. Deze groepen vielen buiten het niet-aanvalsverdrag van de de-escalatiezones. Het aantal strijders van hts bedraagt echter niet meer dan 150 in het zuidelijke deel van de Ghouta, terwijl het regime zonder scrupules het hele gebied in puin schiet. Bovendien was al eerder afgesproken dat deze strijders de Ghouta zouden verlaten, maar het regime heeft hun vertrek steeds tegengehouden. Volgens Mohammed ‘om ons te blijven beschuldigen dat we terroristen huisvesten’.

Al geruime tijd is het regime bezig met een troepenopbouw rond de hoofdstad, die onder meer bestaat uit elite-eenheden die IS in het oosten van het land hebben verslagen. De huidige bombardementen lijken de inleidende beschietingen voor een algehele bestorming van het gebied. Wat het lot van mijn vriend Mohammed dan zal zijn weet niemand. ‘Ik kan niets anders doen dan afwachten’, zegt hij. ‘De Ghouta is op dit moment de gevaarlijkste plek ter wereld.’

Maandagavond 5 maart – vijftien dagen onder de grond – meer dan achthonderd doden.

‘Vandaag is er een bom boven op een schuilkelder terechtgekomen’, bericht Zaher. ‘En nog wel in het bijzijn van internationale vertegenwoordigers. Er zijn veel doden gevallen, onder wie de vrouw van mijn neef.’

Net als Mohammed ken ik Zaher nog uit mijn tijd in Syrië. Bij het uitbreken van de revolutie woonde hij in het centrum van Damascus. Terwijl steeds grotere aantallen mensen de Ghouta probeerden te ontvluchten, nam Zaher de omgekeerde route. In 2014 keerde hij terug naar zijn geboortestad Douma.

De idealist (en Zaher zelf) zegt dat hij het gevoel had dat ‘vrouwen en kinderen uit de Ghouta behoefte hadden aan onderwijs, bewustzijn, en begeleiding bij het opzetten van humanitaire projecten’. De cynicus (zoals een vriend die inmiddels in Europa woont) wijst op het feit dat Zaher in 2013 zijn baan verloor als gevolg van de door de oorlog verslechterende economische situatie. Hierdoor kon hij de huur niet meer betalen. In Douma had hij de mogelijkheid om voor de revolutie te gaan werken in ruil voor een vast salaris. Met het idee dat het regime na een paar maanden toch wel zou vallen.

Dat liep anders. Het regime bleef overeind en sloot de Ghouta af van de buitenwereld. Zaher kon niet meer wegkomen. ‘Ik had niet verwacht dat het regime zo misdadig zou zijn. Maar nu moet ik wel blijven. Je overgeven aan het regime betekent een zekere dood.’

Zaher is inmiddels getrouwd met een vrouw uit Douma en woont in het huis van zijn ouders. Momenteel slaapt hij in een kelder op zijn werkplek. Als het ’s ochtends wat rustiger is, gaat hij naar zijn gezin dat een schuilplek heeft gevonden in de buurt van hun huis. Daar blijft hij een uur of twee om daarna weer terug te keren naar zijn werk.

Terwijl ik met Zaher app, ontvangt hij berichten dat het regime een aanval heeft uitgevoerd met chloorgas. ‘Het is een nieuwe holocaust. Wat er met de joden is gebeurd, gebeurt nu met ons. En de wereld doet niets.’

De VN-resolutie van vorige week heeft duidelijk niets uitgehaald. Door de hevigheid van de bombardementen zijn hele huizen ingestort. Sommige wegen zijn zo beschadigd dat het voor ambulances haast onmogelijk is geworden om op de getroffen plekken te komen. Daarnaast is het regime begonnen met het bestormen van het oostelijk deel van de Ghouta en heeft ongeveer een kwart van het gebied veroverd. Dat heeft geleid tot een nieuwe stroom vluchtelingen van de ene kant naar de andere kant van de enclave.

Ondertussen wordt de voedselsituatie steeds nijpender. Regeringstroepen hebben verschillende opslagplaatsen gebombardeerd en een groot deel van de landbouwgronden ingenomen waardoor een belangrijke voedselbron is weggevallen. De inwoners hebben moeten terugvallen op een noodplan, waarvoor Zaher de logistiek verzorgt.

Speciale gaarkeukens maken maaltijden klaar die under cover of darkness naar centrale punten worden gebracht. Van daaruit leveren ploegendiensten het voedsel af bij de schuilkelders. Ook bij Mohammed, bij wie gisteren een bom op 25 meter van zijn schuilplek viel, zijn de afgelopen dagen voedselpakketten aangekomen. Maar het is lang niet genoeg om iedereen van voedsel te voorzien. Ook het gebrek aan medische voorzieningen is een probleem. Operaties vinden plaats in kelders zonder fatsoenlijke hygiëne en lichaamsdelen worden geamputeerd zonder verdoving.

‘Olifanten’ zijn Grad-raketten gemonteerd op vaten met metaal om zoveel mogelijk slachtoffers te maken

Veel hangt af van hulpgoederen die het gebied binnenkomen. Vandaag kreeg voor het eerst in een maand een VN-konvooi toegang met voedsel, net genoeg voor zeven procent van de inwoners. Negen van de 46 vrachtwagen werden door de onveilige situatie gedwongen om rechtsomkeert te maken. Medewerkers van de VN verklaarden dat de regering van tevoren zeventig procent van de medische goederen in beslag had genomen, omdat ze niet wil dat gewonde rebellen ermee worden opgelapt.

Gisteren wierpen helikopters folders uit met daarop een vluchtroute voor burgers via een checkpoint ten noorden van Douma. Het regime kondigde een dagelijkse gevechtspauze af, zodat burgers veilig het checkpoint konden bereiken. ‘Allemaal leugens!’ volgens Zaher. ‘De vliegtuigen hangen 24 uur per dag in de lucht en gooien bommen op alles wat beweegt.’

Tot nu toe heeft dan ook geen enkele bewoner van deze mogelijkheid op een safe-exit gebruik gemaakt. Het regime beweert dat dat komt doordat de opstandelingen burgers tegenhouden en gebruiken als menselijk schild, maar volgens Zaher slaat dat nergens op. ‘Zonder internationale garanties vertrouwt niemand het regime. Hoe kun je jouw lot zomaar in handen leggen van iemand die jou bombardeert en je familie uitmoordt?’

maandag 12 maart – 22 dagen onder de grond – meer dan elfhonderd doden.

Boooem! Een enorme knal aan de andere kant van de lijn. Gevolgd door nog drie explosies. ‘Een luchtaanval’, onthult Aboe Ammar de oorsprong van het geluid. ‘Dan kun je dat ook nog eens live meemaken.’ Hij voelt zich niet op zijn gemak. Omdat hij geen goed bereik heeft in de kelder van het huis, is hij even naar het dak gegaan om te bellen. ‘Het is echt extreem gevaarlijk’, vertelt hij zwaar ademend. Er hangt een drone in de lucht, een of twee helikopters en een Sukhoy of Mig. ‘Je weet nooit waar die bommen terechtkomen.’

Aboe Ammar is een oom van een goede vriend uit het stadje Arbin. Hij is daar actief voor de lokale gemeenteraad die probeert om toch nog een vorm van bestuur en rechtspraak overeind te houden in de stad die al meer dan vijf jaar van de buitenwereld is afgesloten. ‘Er is nooit geld om iets te doen’, vertelt hij gefrustreerd. ‘En als je net iets hebt opgezet, kan er zo een bom op vallen.’

De afgelopen dagen heeft het regime opnieuw veel progressie geboekt in de Ghouta. Meer dan de helft van de enclave heeft het leger inmiddels veroverd. Het regime is er zelfs in geslaagd om de Ghouta in tweeën te splitsen. Douma, de stad van Zaher, is volledig omsingeld en afgesloten van het zuidelijke gedeelte van de vallei, waar Mohammed (Saqba) en Aboe Ammar (Arbin) wonen.

Het gemeenteraadslid wijt de onverwacht snelle opmars van het regime aan de intensiteit van de bombardementen. Hierdoor konden de strijders niets anders doen dan zich terugtrekken uit open terrein naar stedelijke gebieden om zo dekking te vinden. ‘Maar het regime heeft nog geen enkele echte stad kunnen innemen.’

‘Ze gebruiken de tactiek van de verschroeide aarde’, zegt Aboe Ammar, terwijl op de achtergrond nog steeds explosies te horen zijn. ‘Raketten van de Soechoj Soe-57 verbranden alles in een omtrek van tien meter. Er zijn mensen levend verbrand in hun schuilkelders.’ En dan heb je ook nog de ‘olifanten’. Olifanten zijn Grad-raketten die gemonteerd zijn op vaten gevuld met stukken metaal om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Bij het afschieten produceren ze een beangstigend geluid dat lijkt op het getrompetter van een olifant.

Het regime gebruikt steeds dezelfde strategie om rebellenbolwerken rond te hoofdstad op de knieën te krijgen. Het leger omsingelt een enclave en probeert deze uit te roken door burgers en opstandelingen te verhongeren of plat te bombarderen. Vervolgens krijgen rebellen een vrije doortocht met bussen naar de provincie Idlib om zo zonder verdere tegenstand het gebied in te nemen. Tot nu toe hebben de commandanten van de opstandelingen elke evacuatiedeal afgewezen, maar met de steeds verslechterende militaire en humanitaire situatie hebben ze straks weinig keus meer.

Het Syrische Observatorium voor de Rechten van de Mens (sohr) meldde dat er onderhandelingen zouden hebben plaatsgevonden tussen het regime en leiders uit de steden Hamouriya, Kafr Batna en Saqba (waar Mohammed woont) met rijke handelaren uit Damascus als bemiddelaars. Daarbij zou rebellen een veilige uittocht zijn geboden. De strijdgroep Jaysh al-Islam in Douma verklaarde met Rusland tot een akkoord te zijn gekomen om zwaargewonden uit de stad te evacueren.

Ondertussen verkeren de gewone burgers in grote onzekerheid over de toekomst. ‘Sommigen willen doorvechten, anderen willen zich overgeven’, legt Mohammed uit. ‘En er zijn veel geruchten. Dat het regime terrein wint, dat er een wapenstilstand komt, dat de bewoners geëvacueerd zullen worden.’

Mohammed heeft niet veel zin om opnieuw te verhuizen, en hij wil al helemaal niet in een vluchtelingenkamp terechtkomen. Hoewel dat nog steeds een beter vooruitzicht is dan de gevangenissen van het regime.

Zaher noemt de geruchten psychologische oorlogsvoering. ‘Elke dag zeggen ze weer iets anders. Ik word er gek van.’ Hij is niet de enige. In de stad Kafr Batna gingen inwoners de straat op met vlaggen van de Syrische staat en met borden waarmee ze het leger welkom heetten en gewapende rebellen opriepen om de Ghouta te verlaten. Een poging om verdere burgerslachtoffers te vermijden, omdat het gerucht ging dat gevechtsvliegtuigen steden zouden overslaan wanneer er pro-regeringsdemonstraties werden georganiseerd.

Inderdaad zijn in dit deel van de Ghouta de luchtaanvallen de afgelopen twee dagen afgenomen. Helaas kwamen deze keer de kogels uit een andere hoek. Gemaskerde mannen openden vanaf het dak het vuur op de demonstranten, waarbij één man om het leven kwam.

Aboe Ammar bagatelliseert de pro-regime protesten. ‘Het is maar een kleine groep, die gebruik maakt van het feit dat mensen verhongeren in schuilkelders. Het ontbreekt hun aan ruggengraat om ook in moeilijke tijden te volharden. Je weet toch hoe het regime dit soort beelden aangrijpt als propagandamiddel?’

Syrië is nog altijd tot op het bot verdeeld tussen voor- en tegenstanders van het regime. Een nationale verzoening lijkt nog altijd een onmogelijkheid. Een vriendin die op nog geen kilometer afstand woont en wier wijk regelmatig bestookt werd met mortieren vanuit de rebellenenclave ziet niets in onderhandelingen met de rebellen. ‘Iedereen in de Ghouta is een terrorist, zelfs de zuigelingen die de vergiftigde melk van hun moeder drinken’, plaatste ze op Facebook. ‘Nee tegen verzoening… Nee tegen onderhandelingen… Nee tegen een staakt-het-vuren! Moge God ons leger de overwinning schenken!’

Zaher wordt boos als hij hoort dat hij wordt uitgemaakt voor terrorist. ‘Je kent mij, je kent Mohammed en je weet heel goed wat onze ideeën zijn. De mensen hier zijn heel eenvoudig en hangen zeker niet het gedachtegoed aan waar het regime ons van beschuldigt.’ Hoewel vrede nog altijd ver weg lijkt, eindigt hij hoopvol. ‘Ik hoop dat het weer zoals vroeger kan zijn. Als de oorlog voorbij is dan kom ik naar Nederland om samen met jou de tulpen te bekijken.’