Het beste geheugen

Laia Fàbregas
Het meisje met de negen vingers
Anthos, 172 blz., € 17,95

Wat een fijne roman heeft Laia Fàbregas geschreven. Het moet een combinatie van factoren zijn; hoewel het verhaal, de personages of de stijl niet eens zo bijzonder zijn, is de optelsom een debuutroman die hap-slik-weg in een roes uitgelezen kan worden: Het meisje met de negen vingers. Fàbregas (1973) is geboren in Spanje en woont nu tien jaar in Nederland. Ze schreef het rechtstreeks in het Nederlands en hoewel ze stijltechnisch weinig bijzonders doet, vertelt ze haar verhaal op een lucide, bijna serene toon.

Aan het woord is Laura, het meisje uit de titel, geboren zonder rechterpink. Ze besluit met terugwerkende kracht een dagboek bij te gaan houden, uit angst dat ze haar jeugdherinneringen vergeet. Zij en haar zusje, Moira, mochten van hun ouders, liberale antifascisten in het Spanje van Franco, nooit foto’s maken. In plaats daarvan moesten ze ‘gedachtenfoto’s’ maken: een beeld in gedachten nemen en proberen dit zo minutieus mogelijk te onthouden. Beiden zijn nu in de dertig en hebben zich op hun beurt vrijgevochten van hun ouders – Moira werd zelfs fotograaf – maar allebei houden ze het gevoel dat ze onherroepelijk een deel van hun jeugd zijn verloren. Samen gaan ze op zoek naar verdrongen fragmenten van hun verleden.

In die zin is het een verhaal over de betekenis van gedeelde herinneringen, over het onvermogen van onze fantasie om de gaten in ons geheugen op te vullen. Daarnaast heeft het boek zijn duistere kant. Vanaf de eerste zinnen – ‘Ik ben Laura. Ik heb negen vingers.’ – sneuvelen de resterende vingers één voor één, telkens op bizarre, naargeestige manieren – bankovervallen, cirkelzaagongelukken, automutilatie. Ongelukken die zo bizar zijn dat je je afvraagt of de herinneringen van Laura wel echt zijn. De eerste zin die ze in haar dagboek opschrijft, bijna zonder erbij na te denken, is immers: ‘Ik speel met de gedachte om alleen maar leugens op te schrijven.’ In bijna elke herinnering duikt een Arnau op, iemand die in het dagelijks leven haar geliefde is, maar die in haar herinneringen steeds een andere rol speelt.

‘Leugenaars moeten het beste geheugen hebben’, zegt zo’n Arnau in een metro ineens tegen haar. ‘Want de dingen die niet gebeurd zijn, zijn moeilijker te onthouden dan echte gebeurtenissen.’ Wat echt is en wat niet maakt Fàbregas wellicht iets te duidelijk in de twee afsluitende hoofdstukken. Ze maakt het zo duidelijk dat er weinig mysterie meer overblijft, maar ook zonder suspense staat dit debuut als een huis.