Het beste toneel van 2013

In de Nederlandse podiumkunsten was het kalenderjaar 2013 het jaar van de verschroeide aarde en de rokende puinhopen die Rutte I op de podia achterliet na de rottigste kruistocht tegen de muzen die we in tijden hadden meegemaakt.

Medium voorstelling 236

De lachende soufflé-bakker Mark R., ondertussen aan zijn tweede kabinet begonnen, vond het dit najaar nodig om, als uitroepteken achter zijn eigen smakeloosheid, onze belangrijkste componist, Louis Andriessen, ter gelegenheid van diens 75ste verjaardag, toe te spreken als meester Kwel die een belhamel nog eens de les leest over het belletje-trekken in zijn puberteit. Die man kent geen schaamte.

Veel rondscharrelende kunstbeschouwers meenden te mogen constateren dat de schade na de Zijlstra-vloed enorm meevalt, dat het kunstenlandschap er zelfs geweldig van is opgeknapt en dat de sanering nog veel ruiger kan. De toneelspelers van verdoemde collectieven als ’t Barre Land, Bambie en Discordia namen, met hun superjonge collega’s van De Theatertroep, tijdens de voor-vorige jaarwisseling afscheid met de prachtige marathon waarvan de titel een commentaar én een program leek: Toegestaan is wat bevalt. Daarna gingen ze tijdelijk ondergronds. Een niet onbelangrijk deel van de programmeurs en inkopers van toneel is dit jaar zo bang en zo laf geworden dat we een aantal van de meesterwerken van 2013 bij hen in ieder geval nooit meer zullen terugzien, áls we ze het afgelopen jaar al hebben mogen bewonderen. Daaronder Tsjechovs avondvullende eersteling Platonov in de regie van Luk Perceval bij NTGent. De wederopbouw van het westen, de Wit-Rood-Zwart-_marathon van Compagnie De Koe (Natali Broods, Peter Van den Eede en Willem de Wolf). En de vertelling _There Is a Discussion van Rob de Graaf, Marien Jongewaard en Nieuw West. De lijst van hoogtepunten is uit te breiden.

De verschroeide maanlandschappen waar ooit de behuizing stond van het theatraal avontuur der Lage Landen begint al een beetje te wennen, zo lijkt het. We hebben immers Dood Paard nog. En de troep van Ivo. De Toneelschuur natuurlijk. De Wunderbaumen en Warme Winkels. En waren De Verleiders niet fan-tas-tisch! Kijk jij ook zo uit naar Anne Frank – de klop op de deur(werktitel, gegarandeerd zonder ironie & grappen) van Leon de Winter & Jessica Durlacher en natuurlijk van time-pleaser Theu Boermans?!

Mensen die met enige regelmaat in oudtestamentische razernij ontsteken over wat in de voorbije jaren achteloos werd weggegooid en in de komende jaren nog verder bij de vuilcontainer zal worden geplaatst, worden als azijnzeikende hypochonders weggezet. We hebben immers op de achterhand altijd nog onze braafpraat-sjacheraar, suikeroom Melle Daamen, die groots bezette Zwanenmeren gaat inkopen bij Dadja Poetin en hippe Volksbühnes bij Frau Merkel.

Wie wil zien waar de vitaliteit van het Nederlands-Vlaamse toneel zijn oorsprong vindt en hoe die tot grote hoogten stijgen kan, doet er goed aan deze maanden (tot 10 maart) een kaartje te bemachtigen voor de mooiste reprise van 2013 (uit 2011) in 2014: Shakespeare’s Storm in de vormgeving van Rieks Swarte en in de evenzeer in eenvoud gloriërende regie van Liesbeth Coltof, gespeeld door een onovertroffen, allemachtig-prachtig, jong én gerijpt, de ‘talentontwikkeling’ van minister Jet Bussemaker net op tijd ontsnapt ensemble.

Om een Hollandse bard te citeren: je weet niet wat je mist en voor je het in de gaten hebt, weet je inderdaad niet meer wat je mist.

Beeld: [De Storm](toneelmakerij.nl) - © Sanne Peper