Brits onderzoek noopt PVV tot linkse politiek

Het biefstuksocialisme van Geert Wilders

Het Britse onderzoeks­bureau dat van Geert Wilders moest ­bevestigen dat Nederland beter af is met de gulden kwam met twee rapporten. Het ­eerste pleit voor… de gulden. Het tweede ­daarentegen kan bij de onderhandelingen in het Catshuis in Wilders’ ­gezicht ontploffen.

Het is pijnlijk voor de strategie van Geert Wilders voor de terugkeer van de gulden. Het rapport waarop het standpunt van de pvv-leider is gebaseerd staat haaks op de bezuinigingsronde in het Catshuis waaraan hij als gedoogpartner van het kabinet deelneemt. De ironie wil dat Wilders op grond van dit rapport voorstander moet zijn van extra overheidsuitgaven en meer koopkracht.

Ruim twee weken geleden heeft Lombard Street Research (lsr), een financiële consultancy gevestigd in Londen, haar onderzoek over Nederland en de euro aan de pvv overhandigd. lsr leverde twee rapporten. Het eerste, de samenvatting, was beschikbaar bij de presentatie en bevat de aanbeveling dat Nederland er goed aan doet de gulden zo snel mogelijk in te voeren. ‘De euro is geen geld, de euro kost geld’, zei Wilders bij de ontvangst van het rapport. ‘Voor de pvv is het duidelijk. Wij willen baas zijn in eigen huis. De pvv zegt ja tegen de gulden, laat maar komen. Geef de munt terug aan de Nederlanders.’

Dit haalde het nieuws.

Het tweede, uitgebreider rapport bleef vrijwel onopgemerkt. Het is beschikbaar via de website van Lombard Street*. Hierin geeft lsr de economische onderbouwing van de bewering dat Nederland door de euro slechter af is. Of zoals Wilders samenvatte: ‘De euro heeft ons welvaart, economische groei en koopkracht gekost.’ Wilders zei bij de presentatie van het rapport ook: ‘De pvv heeft aan de europropaganda geen boodschap, we willen alleen de feiten.’

Des te merkwaardiger dat de uitgebreide versie van het lsr-rapport geen aandacht heeft gekregen, want er zit dynamiet in deze publicatie. Heeft Wilders dit rapport begrepen en heeft hij een exemplaar ervan op tafel gelegd bij de onderhandelingen die hij voert met premier Rutte en vice-premier Verhagen in het Catshuis over extra bezuinigingen in 2013? Als hij zich de analyse van lsr heeft eigengemaakt, slaat hij zijn gesprekspartners ermee om de oren. Dan wijst hij bezuinigingen van de hand en zet hij in op extra overheidsuitgaven, loonstijging en koopkrachtverbetering in Nederland.

Het rapport dat de City-boys voor de pvv hebben geschreven is een oproep tot de herleving van het ‘biefstuksocialisme’. Die term is van Hans van den Doel, een econoom die een prominente rol speelde in de jaren zeventig toen in de pvda levendige debatten over het economische beleid werden gevoerd. Samengevat: massa­consumptie en welvaart voor het volk.

Je zou het een ouderwets links verhaal kunnen noemen, waarin bestedingen de economie aanzwengelen. In ieder geval neemt Lombard Street een radicaal ander standpunt in dan in Nederland, Duitsland en Brussel gangbaar is. De crisis van de eurozone is volgens de Britse analisten niet veroorzaakt door uit de hand gelopen begrotingstekorten in de zuidelijke eurolanden en wordt niet opgelost met het strenge begrotingspact dat op aandrang van Duitsland en Nederland onlangs tot stand is gekomen. Zo schrijft lsr: ‘Overheidstekorten zijn in hoge mate irrelevant. (…) Er is geen duidelijke economische reden voor begrotingsevenwicht. (…) Het is een gevaarlijke misvatting dat iedereen moet streven naar begrotingsevenwicht.’

Nee, de crisis wordt veroorzaakt door economische onevenwichtigheden. lsr stelt onomwonden: ‘De eurocrisis is een betalingsbalanscrisis.’ Het gaat om de overschotten en tekorten op de betalingsbalans van de noordelijke respectievelijk zuidelijke eurolanden. Geen drastische bezuinigingen in de zuidelijke landen, maar stimuleringsprogramma’s in de noordelijke eurolanden zijn noodzakelijk. Helaas, constateert lsr, maken de Duitse beleidsmakers niet de geringste aanstalten om in Duitsland de economie te stimuleren. De Duitsers dragen de schuld voor de puinhoop in de eurozone. ‘De volledige aanpassingslast wordt gelegd op Ierland en de Zuid-Europese landen die te hoge schulden hebben, met een categorische weigering van Duitse kant om de groei van de consumptie te bevorderen. Men leidt de aandacht van deze onbalans af door alle nadruk te leggen op het grotendeels irrelevante thema van overheidstekorten. De reden hiervoor is dat Duitsland zijn rol ontkent in het ontstaan van de schuldproblemen [in de zuidelijke eurolanden].’

lsr vervolgt: ‘Als de eurozone ernst zou maken met het voorkomen van een toekomstige crisis, zou het de overheidstekorten als goeddeels onbelangrijk moeten beschouwen en zich moeten richten op terugdringing van de betalingsbalansonevenwichtigheden. (…) Maar Duitsland verzet zich krampachtig tegen de vermindering van zijn betalingsbalansoverschot. Duitsland weigert elke verantwoordelijkheid voor de eurocrisis, ook al is het Duitse beleid er de inherente oorzaak van.’

Lombard Street verzuimt in één adem Nederland (dat een groter overschot op de betalingsbalans heeft dan Duitsland) te vermelden, maar deze redenering geldt evenzeer voor de Nederlandse opstelling in de eurocrisis.

In de kritiek van de pvv op de steunverlenging aan Griekenland klinkt de gedachtegang van lsr dat Nederland achter de brede rug van Duitsland medeverantwoordelijk is voor de puinhoop in de eurozone nooit door.

Duitsland voert volgens lsr een _‘begger thy neigbhour’-_beleid: het behaalt economisch succes ten koste van andere eurolanden. ‘Duitsland en verwante landen als Nederland hebben tekortgeschoten om sterk te groeien in de periode 2001-2011 – in tegenstelling tot Zweden en Zwitserland. Dit is het resultaat van een op de export gerichte groeistrategie tegen iedere prijs, waarbij men binnen de eurozone gebruikmaakt van de inflatoire gewoontes van Zuid-Europa. Dit heeft ernstige schade aangericht in de Zuid-Europese landen, maar het springende punt is dat dit ook Nederland en Duitsland ernstige schade heeft berokkend.’

De opvatting van lsr dat het uiteenlopende concurrentievermogen tussen de noordelijke en zuidelijke landen een fundamentele constructiefout in de muntunie is, is inmiddels gemeengoed. Toen men in 1991/92 de verdragsafspraken over de monetaire unie maakte, was men ervan overtuigd dat de betalingsbalans van landen binnen een muntunie geen betekenis meer had. Niemand let op de onderlinge betalingsbalans van Groningen of Limburg, of die van de Duitse deelstaten. Zo zou het in de eurozone ook zijn. Bovendien zouden de financiële markten hun rol spelen. Zij zouden de euro’s van overschotlanden doorsluizen naar de tekort­landen. Een Griekse euro is immers dezelfde als een Nederlandse euro.

Er bestond zelfs geen plan B voor het geval het mis zou gaan, vertelden oud-premier Lubbers en oud-minister van Financiën Kok onlangs. Niemand hield er rekening mee dat de financiële markten niet bereid zouden zijn tekort­landen te financieren of dat de tekorten van landen onhoudbaar zouden zijn. Er was geen crisis- en geen transmissiemechanisme opgenomen in het europact. Inmiddels weten we dat onhoudbare betalingsbalansverschillen de achilleshiel van de muntunie zijn.

De nadruk die Lombard Street legt op de kwestie van de betalingsbalans sluit aan bij een lange Angelsaksische traditie. Daarvoor moeten we terug naar 1944. Toen kwamen in Bretton Woods vertegenwoordigers van 44 landen bijeen om de naoorlogse internationale financieel-economische ordening vorm te geven. Een economische depressie zoals die van de jaren dertig mocht zich nooit meer herhalen. John Maynard Keynes, de beroemdste econoom van de twintigste eeuw, deed voorstellen om de positie van landen met een betalingsbalanstekort te versterken ten opzichte van de overschotlanden. De Verenigde Staten waren op dat moment het grootste crediteurenland, Groot-Brittannië had enorme oorlogsschulden.

Het pleidooi van Keynes voor een evenwichtige aanpak waarbij tekort- en overschot­landen de aanpassingslast delen, haalde het niet. Sindsdien is de mantra van het imf – in 1944 opgericht in Bretton Woods – dat tekortlanden zich moeten aanpassen door middel van bezuinigingen en devaluatie van de munt om hun betalingsbalansproblemen op te lossen.

De VS veranderden rond 1968 in een tekortland – ze geven meer dollars uit dan ze verdienen – en zijn dat tot vandaag. Sedertdien stellen de Amerikanen in internationaal overleg telkens voor dat zij niet moeten bezuinigen, maar dat de overschotlanden hun economieën moeten stimuleren. Meer vraag, minder besparingen, een expansief begrotingsbeleid, waardestijging van de nationale munt. Dat eisen ze in de loop der jaren van achtereenvolgens (West-)Duitsland, Japan en China – overigens tevergeefs.

In Groot-Brittannië, een land met chronische betalingsbalanstekorten, is de geest van Keynes nooit verdwenen. De tegenzin om zich te onderwerpen aan de macht van overschot­landen en gedwongen te worden tot aanpassingen en devaluaties was de belangrijkste economische reden voor Groot-Brittannië om zich altijd afzijdig te houden van Europese monetaire samenwerking onder leiding van overschotland Duitsland. Voor Duitsland is begrotingsdiscipline en een harde munt het beproefde recept voor economisch succes.

Martin Wolf, de overschatte columnist van de Financial Times, voert in zijn columns een permanente strijd tegen overschotlanden. Wolf vindt dat die hun bestedingen moeten opvoeren, minder moeten sparen, meer importeren en minder exporteren. Bij Wolf dragen tekortlanden nooit schuld en hij spreekt ze zelden aan op hun verantwoordelijkheid. Lombard Street hanteert dezelfde redenering. De Duitsers hebben het gedaan. Zij hebben de afgelopen tien jaar hun lonen gematigd. Voor Duitsland was de rente in de eurozone te hoog, de wisselkoers van de euro (ten opzichte van de dollar) te laag. De combinatie van die factoren gaf Duitsland een steeds groter concurrentievoordeel. Gevolg: stagnatie van de binnenlandse vraag, groei van de exportindustrie, achterblijvende welvaart, een chronisch spaaroverschot dat zijn weg naar buitenlandse bestemmingen vindt.

Deze met Britse superioriteit gepresenteerde opvatting kent twee problemen. Ten eerste maakt Duitsland Porsches, bmw’s en machines die de hele wereld wil afnemen. Groot-Brittannië heeft al decennia geen eigen automobielindustrie en de Britse economie drijft op de financiële sector in de City. Tweede probleem: de Duitse economie is de internationale recessie goed doorgekomen.

De oplossing die lsr voorstaat, volgt uit hun analyse. Duitsland (en toegevoegd voor de pvv: Nederland) moet meer besteden. De koopkracht moet omhoog, dus geen loonmatiging. Gezien het spaaroverschot van de private sector moet de overheid niet streven naar begrotingsevenwicht, maar het overheidstekort juist laten oplopen. Ten slotte moet de rente omlaag en de wisselkoers omhoog. Voor dat laatste doen Nederland (en Duitsland) er goed aan zich los te maken uit de monetaire unie.

We zijn weer thuis: dit is de conclusie die Wilders wilde. Maar Wilders neemt alleen de aanbeveling voor de gulden over, de rest laat hij zitten. Als hij het hele lsr-rapport serieus neemt, moet hij voor hogere lonen en uitkeringen, een expansief begrotingsbeleid en meer binnenlandse bestedingen gaan. En voor meer ontwikkelingshulp, want geld overmaken naar arme landen is de snelste manier om het betalings­balansoverschot van Nederland te verminderen. In plaats hiervan onderhandelt hij met Rutte en Verhagen in het Catshuis over kortingen op de ambtenarensalarissen en bezuinigingen om het begrotingstekort terug te dringen. Hij opereert binnen het dominante frame van Brussel en laat het rapport met het pleidooi voor biefstuksocialisme dichtgeslagen op tafel liggen.

*Lombard Street Research: The Netherlands & The Euro The Full report