FILM

Het bizarre alledaagse

My Son, My Son

Het verhaal kán uit het leven gegrepen zijn: een werkloze acteur, die in zijn vrije tijd Orestes speelt in Elektra van Sophokles, vermoordt zijn moeder met een zwaard en verschanst zich vervolgens in het ouderlijk huis met een shotgun en twee gijzelaars. Die flamingo’s blijken te zijn.
Inderdaad, de woorden ‘waar gebeurd’ verschijnen op het scherm aan het begin van My Son, My Son, What Have Ye Done, een op het oog conventionele, in San Diego gesitueerde police procedural. Maar met dit verschil: de producent is David Lynch en de regisseur en scenarist is Werner Herzog. Dat bekent dat 'conventioneel’ niet aan de orde is; Amerikaanse krantenkoppen dekken de lading, bijvoorbeeld: Herzog Ups the Wacko.
Toen ik Herzog, die al langere tijd in Los Angeles woont, een paar jaar geleden interviewde stelde hij genoeg te hebben gehad van het bewandelen van de gebaande paden in de cinema. Voortaan, zei hij met een blik van ernst, zou hij zich vooral concentreren op 'narratieve genrefilms’. Dat was even slikken. De maker van de poëtische meesterwerken Aguirre (1972) en Heart of Glass (1976) en Fitzcarraldo (1982) en Cobra Verde (1987) aan de slag als een hack director in Hollywood?
Het bleek geen grap. Twee jaar geleden maakte hij het vreemde, prachtige The Bad Lieutenant: Port of Call New Orleans, met Nicolas Cage in de rol van een agent verstrikt in een netwerk van drugs en georganiseerde misdaad waarin vooral de aanwezigheid van allerlei soorten dieren in het verhaal opvalt, vooral een slang.
My Son, My Son is in sommige opzichten een vervolg op Port of Call, behalve dat het nu gaat om flamingo’s en de psychologie van dader en hoofdpersonage Brad (Michael Shannon). Na jaren woont hij nog altijd bij zijn moeder, gespeeld door de opnieuw fantastisch acterende Grace Zabriskie, vooral bekend door haar verontrustende verschijningen in de films van David Lynch. Ook in deze rol is haar aanwezigheid in een scène al beangstigend genoeg. Hoe ze kijkt, bijvoorbeeld, met een mix van verdriet en waanzin en ingehouden geweld. Met haar als moeder, en met de perversiteit van de roze flamingo’s als troeteldieren, heeft Brad natuurlijk geen schijn van kans. Zijn enige hoop lijkt zijn verloofde, Ingrid (Chloe Sevigny).
Mijn favoriete personage in de film is evenwel Hank Havenhurst, de door Willem Dafoe gespeelde agent in beheer van de plaats delict, het ouderlijk huis waar Brad dreigt die twee gijzelaars om het leven te brengen. Hank straalt hetzelfde gevoel voor orde en menselijkheid uit als Agent Cooper in Lynch’s televisieserie Twin Peaks, terwijl hij net als Cooper een zwak lijkt te hebben voor de wijze waarop het bizarre zich in het alledaagse manifesteert. (Nog twee heerlijke referenties aan Twin Peaks: Brad die vlak voor de moord op zijn moeder enthousiast zegt hoe heerlijk de koffie wel niet is en… jawel, een dwerg…)
Afwisselend trieste Mexicaanse ballades en vervreemdende, lynchiaanse industriële soundscapes maken het hallucinante karakter van My Son, My Son compleet. Het is een film die zich het best als 'ervaring’ laat omschrijven, waarin je je als in een droom laat meevoeren in iets wat op een verhaal lijkt, maar waarin plot en karakterontwikkeling vloeibaar zijn en de betekenis van de motieven vooral ontwijkend blijft. En toch: Herzog maakt duidelijke statements over het contrast tussen mens en natuur en over de perversiteit van het moderne leven. En over de werking van genre en conventie in de cinematografie.
Zijn volgende film is de documentaire Cave of Forgotten Dreams waarin hij de Chauvet-grotten in het zuiden van Frankrijk afspeurt naar de oudste afbeeldingen gemaakt door de mens. Gedraaid in 3D.

Te zien vanaf 16 juni