Het blad van de meerderheid

Gerry van der List

Meer dan een weekblad: De geschiedenis van Elsevier

Bert Bakker, 292 blz., € 18,95

Volgens Elsevier-redacteur Gerry van der List zijn de meeste boeken over kranten en tijdschriften saai en onleesbaar, aangezien ze de lezer «overdonderen met een overdosis aan informatie». In het boek over zijn eigen weekblad wilde hij deze fout vermijden en heeft hij afgezien van «minutieuze beschrijvingen van alle redactionele ruzies en van uitvoerige behandelingen van een grote hoeveelheid artikelen». Het resultaat is een, inderdaad vlot leesbare, aaneenschakeling van anekdotes uit de zestigjarige geschiedenis van het grootste weekblad van Nederland, dat lange tijd het officieuze partijorgaan van de VVD was en waarvan de redacteuren meer geïnteresseerd waren in overnachtingen in luxueuze hotels in exotische oorden en in goedbetaalde schnabbels dan in dat ene, ultieme en spraakmakende verhaal.

Met overduidelijk plezier beschrijft Van der List bijvoorbeeld de «sfeer van corruptie» die het blad in de jaren zeventig en tachtig, onder «Herrie om Ferry» Hoogendijk aankleefde. Ook de pogingen van de voormalige NRC Handelsblad-hoofdredacteur André Spoor om van het tandartsen- en middenstandersblaadje een door de intellectuele incrowd gewaardeerd tijdschrift te maken, worden met een zekere Schadenfreude geschilderd. Pas onder hoofdredacteur H.J. Schoo, die in de jaren negentig met harde hand regeerde, keerde het tij. Geschrokken constateerden sommige redacteuren dat er nu echt gewerkt moest worden en dat de hoofdredacteur de journalistiek niet zag als broodwinning maar als een levensvervulling.

Op de achterflap staat vermeld dat Elsevier al zestig jaar het blad is van de «zwijgende meerderheid». Dat is natuurlijk onzin, want die meerderheid, de hardwerkende en meer in geld dan in cultuur geïnteresseerde «ruggengraat» van Nederland, is allerminst zwijgzaam. Vroeger kankerde zij de godganse dag op de «rooien» en het «werkschuwe en langharige tuig» en tegenwoordig op de «geitenneukers» en het «Haagse zooitje». Het was Elsevier-columnist Pim Fortuyn die dit eindeloze gezanik omzette in demagogisch gebral. Je kunt dus veel van dit weekblad zeggen, maar niet dat het een onbeduidend blad is.

Het valt te hopen dat, na deze onderhoudende aanzet, iemand de moed opbrengt om een gedegen geschiedenis van Elsevier te schrijven. Het is de echter de vraag of daar iemand voor te porren is, want in dat geval zal er wel meer aandacht aan de inhoud van het blad besteed moeten worden. En uit de schaarse informatie die Van der List daarover geeft, wordt duidelijk dat het lezen van al die jaargangen vol bekrompen gezeur allerminst een pretje is.