Migratiedenkers (5) Ruud Koopmans

‘Het blijft angstwekkend stil’

Volgens de socioloog Ruud Koopmans ligt de oplossing van het islamitisch radicalisme vooral binnen de moslimgemeenschap zelf. De gematigde moslims moeten zich veel duidelijker manifesteren.

Medium hh 51710654

Het werkvertrek van professor Ruud Koopmans is gesitueerd in een statig oud gebouw aan het Landwehrkanal midden in Berlijn. In dit sociaal-wetenschappelijk instituut, het wzb, wordt nagedacht over de problemen van een moderne samenleving in een geglobaliseerde wereld. In de gangen heerst een serene stilte. Op een van de deuren hangt een poster waarop vluchtelingen van harte welkom worden geheten.

Koopmans heeft een hoekkamer, op zijn bureau liggen overal paperassen. De in Amsterdam opgeleide socioloog lijkt zich inmiddels voorgoed gevestigd te hebben in Berlijn. Hij werkt er, met een onderbreking van vier jaar, sinds 1994. Samen met zijn team doet hij onderzoek naar sociale bewegingen, naar rechts-extremisme, integratie en fundamentalisme. Hij is ook verbonden aan de Humboldt-Universität. Een paar weken per jaar komt Koopmans terug naar Amsterdam om als gasthoogleraar les te geven aan de UvA.

In Nederland kreeg hij bekendheid door zijn artikel ‘Zachte heelmeesters’ in het tijdschrift Migrantenstudies (2002), waarin hij korte metten maakte met het Nederlandse multicultureel beleid. Al die speciale maatregelen voor verschillende doelgroepen zouden segregatie in de hand werken, betoogde hij. De nadruk lag te veel op de eigen cultuur, zei hij destijds tegen de Volkskrant, ‘waardoor we vreemden voor elkaar zijn geworden, we leven langs elkaar heen. De mythe van onze tolerantie blijft bestaan, maar in feite willen we niets van elkaar weten.’ In die tijd dacht Koopmans dat de aanpak in Duitsland, dat geen speciaal beleid voor nieuwkomers kende, beter werkte. Migranten moesten het zelf zien te redden en werden zo gedwongen snel Duits te leren, anders overleefde je domweg niet.

De afgelopen maanden krijgt Koopmans regelmatig vragen van journalisten die van hem willen weten hoe hij aankijkt tegen het vluchtelingenvraagstuk; in 2015 nam Duitsland miljoen vluchtelingen op. Volgens Koopmans bestond er in Duitsland de afgelopen jaren, in tegenstelling tot de jaren negentig, een positief beeld van vluchtelingen. Er was de hoop dat zij de vergrijzing zouden tegengaan en de economie op peil zouden houden. Hij sprak over een ‘collectieve euforie’, die hij ook bij de media waarnam. Nu het grote aantal vluchtelingen ook een toename aan incidenten en onrust betekent, beseft men dat er ook nadelen aan deze gedwongen volksverhuizing kleven en slaat de stemming om.

Koopmans zou je een realist kunnen noemen die niet bang is voor de controverse. In 2015 kwam hij in het nieuws door de uitkomsten van een eerder uitgevoerd onderzoek onder zesduizend moslims van Turkse en Marokkaanse komaf en een vergelijkingsgroep van drieduizend christelijke autochtonen, dat hij uitvoerde in Duitsland, Frankrijk, België, Nederland, Zweden en Oostenrijk. Daaruit bleek dat maar liefst 44 procent van de ondervraagde moslims fundamentalistische ideeën zou aanhangen. Wat daaronder werd verstaan? Een strikte, orthodox-plus geloofsopvatting, want een fundamentalist voert het geloof terug tot de wortels van de leer.

In de definitie van Koopmans worden bovendien de religieuze regels belangrijker gevonden dan seculiere wetten en kent de oorspronkelijke leer maar één uitleg. Van de fundamentalistische moslims stemde zeventig procent in met de stellingen ‘ik wil geen homoseksuelen als vrienden’, ‘joden zijn niet te vertrouwen’ en ‘het Westen wil de islam vernietigen’. Die cijfers lagen onder fundamentalistische christenen beduidend lager. In totaal stond 22 procent van de moslims vijandig tegenover zowel homo’s, joden als het Westen. Dat percentage lag bij christenen op 0,7.

De belangrijkste uitkomst voor Koopmans was de constatering dat het fundamentalisme onder moslims in Europa geen marginaal fenomeen is. Er is nog altijd een meerderheid van moslims die een liberale vorm van de islam aanhangt, maar dat er een grote minderheid is die er andere opvattingen op nahoudt, vindt Koopmans zorgelijk. Hij wijst erop dat de conservatieve opvattingen bij deze groep diepgeworteld zijn, waardoor de afstand tot de autochtonen groot blijft. Dat langs elkaar heen leven is funest.

Waardoor werd de rol van de islam bij migranten steeds groter?

‘Tot midden jaren zeventig was migratie pure arbeidsmigratie van met name jonge, alleenstaande mannen. Er was in die tijd geen sprake van conservatisme. Dat veranderde op het moment dat er na de oliecrisis een immigratiestop werd afgekondigd en de mannen hun vrouw en kinderen lieten overkomen. De sociale controle werd groter en op dat moment werd er een islamitische gemeenschap gevormd. De revolutie in Iran in ’79 speelt ook een rol, die heeft het fundamentalisme op de kaart van de islamitische wereld gezet.’

In hoeverre zijn uw eigen opvattingen over integratie in de loop der jaren veranderd?

‘Ik dacht dat veel ellende voortkwam uit onrecht. Daar denk ik nu anders over’

‘Ik was een politiek geïnteresseerde student, een anarchist, ik las Bakoenin, Kropotkin, maar ben nooit gecharmeerd geweest van dogmatiek. Ik dacht destijds wel dat veel ellende voortkwam uit onderdrukking, marginalisering en onrecht. Een deel van links Nederland verklaart het islamitisch radicalisme nog steeds uit het feit dat moslims in Europa worden gediscrimineerd, geen werk hebben, worden buitengesloten. Het is eigenlijk allemaal onze schuld. Daar denk ik inmiddels anders over.

Het eerste wat me aan het denken zette was de fatwa die in 1989 over Salman Rushdie werd uitgesproken, alleen omdat hij De duivelsverzen had geschreven. Mohamed Rabbae, toenmalig leider van GroenLinks, een partij waar ik me verwant aan voelde, verlangde tot mijn verbijstering een verbod op het boek in Nederland.’

We zijn overgevoelig voor de negatieve kanten van de islam, zegt Koopmans een paar keer tijdens het gesprek. Links heeft de nieuwe migranten te lang uitsluitend als een nieuwe onderdrukte groep gezien. Hij ziet een parallel met de soms kritiekloze verering van de Sovjet-Unie of van Mao in de jaren zeventig. ‘Dat ging soms samen met het niet wíllen zien, of zelfs het goedpraten van evidente onderdrukking. Hoe kan het dat links in het Westen zich zo weinig bekommert om het lot van vrouwen, homoseksuelen en ongelovigen in islamitische landen? Waarom gaan, ook in mijn kennissenkring, veel linkse vrouwen op vakantie naar Iran, dragen daar doodleuk een hoofddoek en komen terug met het verhaal dat het wel meevalt met de vrouwenonderdrukking?’

Wat zouden ze moeten doen?

‘In de jaren tachtig hadden we afgesproken dat we voor geen goud naar Zuid-Afrika zouden gaan vanwege de apartheid. Ik zou zeggen: voor landen als Saoedi-Arabië, Iran en Pakistan geldt hetzelfde. Het zijn wrede regimes waar je je verre van zou moeten houden. Ik begrijp ook sommige collega’s niet die aanbiedingen aannemen van universiteiten in Saoedi-Arabië of Qatar die veel geld schuiven om etalagehoogleraren te installeren die een paar weken per jaar les komen geven.’

Voortschrijdend inzicht deed hem soms van opvatting veranderen. Vroeger dacht Koopmans dat het integratiebeleid van het ontvangende land bepalend was voor de mate van integratie, maar dat blijkt slechts in beperkte mate het geval te zijn. ‘De invloed van de landen waar de migranten oorspronkelijk vandaan komen is veel groter dan werd aangenomen.’ Uit zijn onderzoek is gebleken dat migranten uit islamitische landen het minst makkelijk integreren. De islam, zo stelt Koopmans op basis van zijn onderzoek, is een remmende factor. ‘Die veroorzaakt een culturele kloof.’ Op het moment dat het geloof in de weg staat, wordt het lastiger om diepe vriendschappen met anders- of niet-gelovigen te onderhouden of om interetnische huwelijken te sluiten.

Maar in heel Europa komen steeds minder bruiden of bruidegoms uit de landen van herkomst, dat is toch een hoopvolle ontwikkeling? Zeker, vindt Koopmans, maar het is niet genoeg. ‘Europees onderzoek toont aan dat men nog bijna altijd trouwt met iemand uit de eigen gemeenschap.’

Dat soort groepsdruk beperkt zich zeker niet alleen tot de moslimgemeenschap, beseft Koopmans. Hij geeft een voorbeeld. ‘Mijn promotor woonde boven een orthodox joodse familie, hij wilde kennismaken en nodigde ze uit. “Wij eten wel kosjer”, zei de man des huizes. Daar zou de gastheer rekening mee houden. De hele familie kwam op de afgesproken dag, maar iedereen bleef onwennig in de kamer staan en niemand ging zitten. Wat bleek? De vrouwen mochten niet naast de mannen zitten. Meteen werd de kamer in tweeën gedeeld. Dit was meteen het laatste bezoekje. Het verschil in omgang met elkaar bleek te groot.’

De kloof is het diepst in Groot-Brittannië. ‘In een onderzoek van een paar jaar geleden vond 34 procent van de ondervraagden dat afvalligen ter dood mochten worden gebracht.’ Het brengt ons weer naar zijn onderzoek over fundamentalisme waar hij ook kritiek op kreeg. ‘Vaak was de reactie op mijn bevindingen dat een meerderheid van de moslims in Europa de regels van het geloof belangrijker vindt dan de wetten van het land, dat die twee elkaar niet hoeven tegen te spreken.’

Is die kritiek onzin?

‘Hoe kan het dat links zich zo weinig bekommert om het lot van vrouwen en homo’s?’

‘De vraag is op zichzelf gerechtvaardigd. Critici zeiden: in de tijd van nazi-Duitsland was het juist goed geweest als de regels van het geloof boven die van het land waren gesteld. Er bestaat echter ook een Duits onderzoek uit 2007 waar de vraag ietsje anders is gesteld. Daar stond: “Voor mij zijn de regels van de koran belangrijker dan de democratie.” Het percentage respondenten dat daar bevestigend op antwoordde was net zo groot als bij mijn onderzoek. Het punt is: wil je het zien of wil je het niet zien?

Op de stelling “joden zijn niet te vertrouwen” reageren veel moslims bevestigend. De tegenwerping die ik dan hoor: “Ja, maar als ze aan joden denken, bedoelen ze eigenlijk Israël.” Zo lust ik er nog wel een paar! De vraag was niet: “Israëliërs zijn niet te vertrouwen”, of: “De Israëlische regering is niet te vertrouwen.” Ik hoor dat “ja maar” nooit als het gaat om islamofobie. Wanneer respondenten aangeven liever geen moslim als buurman te hebben, zeggen diezelfde critici nooit dat de respondenten waarschijnlijk aan Saoedi-Arabië dachten.

Ik gebruik dezelfde vragen die ik ook hanteer om islamofobie en xenofobie te meten en dan wordt er nooit aan de onderzoeksresultaten getwijfeld. Misschien dat critici de waarheid niet onder ogen willen zien. De overtuiging dat moslims vooral slachtoffer zijn van discriminatie en dat radicaliseren daar een reactie op is, zit heel erg diep.’

Zonder het radicalisme met als gevolg wereldwijde agressie en aanslagen zou er minder worden gediscrimineerd, is zijn vaste overtuiging. ‘Radicale moslims brengen de islam telkens slecht in het nieuws, dat werkt zo contraproductief.’

Ruud Koopmans memoreert dat tijdens debatten over integratie in de jaren zeventig en tachtig het woord ‘islam’ volkomen afwezig was. Niemand had het over religie. Dat werd pas een thema in de jaren negentig en helemaal na 9/11. In Duitsland werd in ’97 het boek Verlockender Fundamentalismus van de socioloog Wilhelm Heitmeyer gepubliceerd. Hij deed met zijn team onderzoek onder 1.220 Turkse jongeren waaruit bleek dat een substantieel aantal van hen dreigde te radicaliseren en ook bereid was geweld te gebruiken. De linkse Heitmeyer werd destijds door zijn progressieve vakgenoten weggehoond. ‘Achteraf’, zei Heitmeyer in 2005 tegen Vrij Nederland, ‘beschouw ik hun tolerantie van destijds als een vorm van onverschilligheid.’

Koopmans voelt zich gesteund door het onderzoek van Heitmeyer, al legde de laatste de oorzaak van radicalisering vooral bij marginalisering en achterstand. Heitmeyer zag deze jongeren, net als rechts-radicalen, als verliezers van de globalisering, terwijl Koopmans blijft hameren op het negatieve effect van religieuze en culturele afzondering.

De oplossing van het fundamentalisme en voor een deel ook van het radicalisme ligt binnen de moslimgemeenschap zelf, herhaalt Koopmans. De gematigde, liberale moslims moeten zich veel duidelijker manifesteren, zich beijveren voor een moderne interpretatie van het geloof. Het zou fantastisch zijn, zegt hij, wanneer alle moslims in Europa er binnenkort een individuele geloofsopvatting op na zouden houden. ‘Waarbij je een goede relatie met God hebt en je naar de geest van de koran leeft, zonder dat je je per se aan allerlei rigide regels moet houden.’

Medium wzb jahresbericht20151728 zw

Een struikelblok is het gebrek aan zelfkritiek binnen de moslimgemeenschap. ‘Het is verleidelijk om alles af te doen als islamofobie, maar daarmee vermijd je de vinger op de zere wond te leggen. Die wond ligt voor een deel, nee bijna helemaal, binnen de eigen gemeenschap. Nogmaals: de belangrijkste oorzaak van discriminatie is die radicalisering. Europese burgers worden geconfronteerd met wandaden die in de naam van de islam worden begaan en aan de kant van gematigden blijft het angstwekkend stil.

Ik maak wel eens een vergelijking met Duitsland in de jaren negentig. Asielzoekerscentra stonden toen in brand en nu soms ook weer. In die tijd verwachtten migranten dat Duitsers daar afstand van zouden nemen. Dat gebeurde ook, Duitsers gingen massaal de straat op, en dat had wel degelijk effect. Rechts-radicalen kwamen alleen te staan. Dat soort reacties zou ik graag, en velen met mij, van moslims willen zien als er wandaden worden begaan in de naam van de islam. Maar ik zie zelden een demonstratie, ja één keer werd er door moslims een kring gevormd rond een synagoge in Noorwegen als reactie op de aanslag in februari vorig jaar op de synagoge in Kopenhagen. Maar verder lees ik vooral persberichten van contactorganen die zeggen dat de aanslagen niets met de islam te maken hebben en dat we ons moeten realiseren dat de westerse interventiepolitiek in het Midden-Oosten ook olie op het vuur gooit.’

‘Door de moord op Theo van Gogh zijn we vroeg met de neus op de feiten gedrukt’

Dat geldt misschien voor andere Europese landen, maar in Nederland nemen moskeeën tegenwoordig wel degelijk afstand van aanslagen en bestaan er ook dialooggroepen als Salam-Shalom waarbij moslims en joden samen optrekken, niet alleen na de aanslag op Charlie Hebdo. Een mooi begin, zeker, vindt Koopmans. Maar het is bij lange na niet genoeg en raakt volgens hem bovendien de kern niet: de hervorming van de islam.

Ook de Franse politicoloog en islamkenner Olivier Roy heeft zijn hoop gevestigd op een hervorming van de islam, die in gang gezet moet worden door de middenklasse, waarna de beleden godsdienst nauwelijks banden zou moeten hebben met het land van herkomst. ‘Die landen verhinderen juist dat de islam kan integreren in Europa’, zei hij in De Groene afgelopen juli.

Koopmans en Roy krijgen steun van Yassin Elforkani, de imam die onlangs in Trouw zei: ‘Als we de islam niet hervormen, blijft het dweilen met de kraan open, bovendien zijn we dan medeverantwoordelijk voor het terrorisme.’ Moslims duwen de gedachte dat IS wel degelijk met de islam te maken heeft liever weg, zei Elforkani. ‘Ze zeggen: het hoort niet bij ons, en denken dat het daarmee is opgelost.’ De prijs die de imam voor zijn strijdbare opstelling moet betalen is groot, hij wordt regelmatig bedreigd.

Er zijn mensen die denken: het zijn pubers die de ellende veroorzaken, het gaat wel over.

‘Er zit zeker iets van jeugdige rebellie in hun verzet. Maar als je kijkt naar de omvang van het geweld is dat weinig geruststellend. Uiteindelijk zijn er bij het geweld van de Rote Armee Fraktion 34 mensen omgekomen, door de Rode Brigades in Italië ongeveer zeventig. Alles bij elkaar heeft het linkse terrorisme minder dan 150 doden gekost. Het islamitisch terrorisme is een mondiaal fenomeen, wat wij hier meemaken is het topje van de ijsberg. Er is een burgeroorlog gaande binnen de islam, die kan alleen worden opgelost door een tegenbeweging binnen de islamitische wereld.’

In Nederland gaat het niet zo slecht, er is in jaren geen aanslag geweest.

‘Door de moord op Theo van Gogh zijn we vroeg met de neus op de feiten gedrukt. We zijn waakzamer.’

Een ander punt van kritiek op Koopmans is dat hij met zijn cijfers extreem rechts in de kaart zou spelen. Toen Wilders de resultaten van zijn onderzoek in handen kreeg, riep de pvv-leider inderdaad meteen dat zeventig procent van de moslims de sharia wilde invoeren, terwijl er stond dat zeventig procent van de fundamentalistische moslims de religieuze regels belangrijker vindt dan de wetten van een land. Koopmans wil zijn resultaten brengen, ongeacht wie hij in de kaart speelt. Dat is zijn taak als wetenschapper, vindt hij. Bovendien wordt de Wilders-stemmer, vaak net als de migrant verliezer van de globalisering, door links te snel van racisme beschuldigd als hij of zij vraagtekens zet bij de wat minder positieve gevolgen van migratie.

Koopmans heeft een zekere zendingsdrang, hij wil waarschuwen en gehoord worden. Nee, hij heeft geen last van een vernauwde blik. Zijn zoon zit op een gemengde school midden in Kreuzberg. En hij zit ook niet in een ivoren toren. Hij reisde talloze malen naar islamitische landen en was vaak in Turkije, het land waar zijn vrouw vandaan komt. Hij is en blijft in de eerste plaats wetenschapper, maar staat ook dicht bij de werkelijkheid. Misschien sterkt dat hem in zijn overtuiging dat pas als elke gelovige zijn eigen interpretatie van de islam mag hebben, en er niet meer voortdurend gekeken wordt naar de landen van herkomst die de migranten blijven voeden met vooroordelen en gedragsregels, de integratie voorspoedig zal kunnen verlopen.


Migratiedenkers

Grote groepen migranten voor de poorten van Europa onderstrepen het eens te meer: migratie, gedreven door de vlucht voor geweld of door de hoop op een betere toekomst, is een van de belangrijkste mondiale vraagstukken van dit moment. Op zoek naar de betekenis en gevolgen van migratie in de 21ste eeuw gaat De Groene Amsterdammer in gesprek met prominente denkers over migratie. Na Ian Goldin, Slavenka Drakulic, Farish Noor en Ad Melkert is nu de beurt aan Ruud Koopmans.


Beeld: (1) Herdenking bij de Rotterdamse Essalam-moskee voor de slachto ers van de aanslagen in Parijs van afgelopen november (Peter de Krom / HH); (2) Ruud Koopmans (David Ausserhofer)