Commentaar

Het blijft onrustig in Soedan

Voor het eind van dit jaar moeten de strijdende partijen in Soedan een vredesakkoord tekenen. Dat vindt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Powell, die zich in het kader van de oorlog tegen terrorisme sterk maakt voor een oplossing van het langst lopende gewapende conflict in Afrika. In Soedan wordt al twintig jaar gevochten tussen troepen van de islamitische regering in het noorden en rebellen in het christelijke en animistische zuiden. Hierbij zijn zo’n twee miljoen mensen om het leven gekomen.

De door Powell gestelde deadline lijkt niet haalbaar. Er zijn nog te veel tegenstellingen, met name over de verdeling van de olieopbrengsten. Ook de status van hoofdstad Khartoem is nog niet helder. Net als elders in het noorden zou hier volgens de regering de sharia moeten gelden, maar voor John Garang, leider van de het zuidelijke Sudan Peoples Liberation Army (SPLA) en in het vredesakkoord toekomstig vice- president, is dat onaanvaardbaar.

De Nederlandse regering is via minister voor Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne bij het vredesproces betrokken. Onlangs bezocht zij het verscheurde land en benadrukte ze dat Nederland een bijdrage zal leveren aan de wederopbouw zodra het vredesakkoord ondertekend is. Ze sprak met zowel de rebellen in het zuiden als met de autoriteiten in het noorden. Dit laatste tot woede van de Soedanese gemeenschap in Nederland, die recent in een Amsterdams zaaltje discussieerde over het ophanden zijnde akkoord. «De Nederlandse regering praat met misdadigers die in de gevangenis thuishoren», zei een van de aanwezigen. De uitgenodigde vertegenwoordiger van de officiële noordelijke regering gooide ten overstaan van de vooral zuidelijke, wantrouwende toehoorders extra olie op het vuur door te stellen dat de «problemen in het zuiden» door de Britse kolonisator zijn veroorzaakt en dat «Khartoem» geen enkele blaam treft.

Hoe onhoudbaar dit standpunt is, bleek vorige week. Amnesty International presenteerde een onderzoek naar de recente brandhaard in de westelijke provincie Darfur en meldde dat de milities die daar hele dorpen platbrandden en sinds april een half miljoen inwoners verjoegen, bewapend waren door de regering in Khartoem. Human Rights Watch kwam bijna gelijktijdig met een rapport over de voortdurende «verplaatsing» van duizenden mensen uit de olierijke gebieden in het zuiden. Het Amerikaanse optimisme ten spijt: of het vredesakkoord voor het eind van deze maand getekend wordt of niet, voor lopig blijft het in Soedan onrustig.