Het blijft tobben

Gedurende de twintigste eeuw hebben kunst en wetenschap zich in een steeds hoger tempo verwijderd van elkaar en van de wereld die zij proberen te duiden. Poneer op een zaterdagmiddag in de Kalverstraat aan passanten de stelling dat Einstein de grootste wetenschapper en Mondriaan de grootste kunstenaar van deze eeuw is en je zult vrij algemene instemming ontmoeten. Vraag vervolgens waarom beide mannen dat waren en het zal stil blijven.

Relativiteitstheorie, quantummechanica, constructivisme en zerokunst, ze prikkelen op z'n hoogst de nieuwsgierigheid van de gewone burger, maar slechts de direct betrokkenen zullen er werkelijk door geïnspireerd raken. Chriet Titulaer en professor Van Os doen hun best om het uit te leggen, maar raken zelf vaak ook de draad kwijt en verliezen hun betoog in wollige metaforen. Kunst en wetenschap zijn dankzij hun radicale ontwikkeling voortdurend in de verdediging om een antwoord te zoeken op de Wim T. Schippers-vraag: ‘Waar heb dat nou voor nodig?’
Zeker sinds de Renaissance zijn kunst en wetenschap zusters van dezelfde orde. Kunstenaars bemoeiden zich met wetenschap en omgekeerd. Tot in de negentiende eeuw bleef die verwantschap bestaan, denk bijvoorbeeld aan de kleurenleer van Goethe. Maar sinds de polarisering van alfa en bèta zijn beide werelden uit elkaar gedreven.
Dankzij een filosofische crisis in beide werelden (het postmodernisme in de kunst en kwesties van ethiek en chaos in de wetenschap) worden er de laatste tijd weer voorzichtige pogingen gedaan om het gesprek nieuw leven in te blazen. Een pragmatische stap. De subsidiehongerige kunstwereld is op zoek naar steeds nieuwe 'hybrides’ die de kranten halen en dus de geldkraan doen stromen (Kunst & Porno, Kunst & Ruimtevaart, Kunst & Oorlog - de lijst is eindeloos); de wetenschap, gevangen in een schijnbaar onoplosbaar en zeer abstract dispuut over micro & macro, zoekt wanhopig een weg terug naar de menselijke schaal.
'Neuro-artonomy’ heet het in dit geval. Een kunsttentoonstelling in het kader van het wetenschappelijke symposium Cerebellar Modules van de vakgroep anatomie van de Erasmus Universiteit. Kunst en hersenen dus. Een razend interessante combinatie. Enerzijds omdat hersenen het enige ding in het ons bekende universum vormen waarover we niet kunnen nadenken zonder het ding zelf te gebruiken, en anderzijds omdat kunst een van de weinige door mensenhanden (en hersenen) gecreëerde sensaties kan zijn die de hersenen zelf in verwarring brengen. Een labyrint in Droste-effect dus, waar kunstenaars en wetenschappers hand in hand naar hartelust in kunnen verdwalen.
Zoveel verwachtingen, dat moet haast wel tegenvallen. En dat doet het ook. Een beetje. Er zijn wel een paar interessante werken te zien van bijvoorbeeld Natalie Hollander en Toine Horvers, maar een chemisch huwelijk tussen kunst en wetenschap is het niet. Meer een one-night-stand. De deelnemende kunstenaars (en wie weet wetenschappers?) lijken willekeurig gekozen. Meer inzicht in wat zich afspeelt in het menselijk brein krijg je er niet door.
Het beetje inzicht dat je krijgt komt uit onverwachte hoek. Op de tentoonstellingsroute hangt tegenover kamer Ce 339 een collage van groepsfoto’s van werknemers van de universiteit. De inwisselbare gezelligheid, van commentaar voorzien door voorbedrukte stickers waarop teksten staan als: 'Dit is vakwerk!’, 'Fa. Leuk & Lollig’ en 'Even lachen!’, verklaart op een geheimzinnige manier veel meer over de vermoedelijke werking van de menselijke hersenen dan alle hier getoonde kunst bij elkaar. Het blijft tobben.

  • Yasu Ichige, videowerken. Knotsgekke Japanse videokunst. Yasu is geobsedeerd door auto’s en snelheid en dat zal de kijker weten. Casco, Oudegracht 366, Utrecht, 030-2319995. Open: vrijdag t/m zondag van 13.00 tot 17.30 uur. T/m 13 september.
  • Tunnelvision. Hippe kunst in de fietsers- en voetgangerstunnel onder de Maas. Tevens cd-rom. Opening: 5 september, 20.00 uur, Charloissehoofd 22. T/m 19 september. Informatie: 010-4146730 of www.cell.v2.nl.