Het blonde joch in mij

Nog tot eind maart in Nederland en Vlaanderen te zien. Inlichtingen: Huis aan de Amstel, 020-6229328.
Op het toneel staat een enorme kast. Om die kast heen loopt een mevrouw rondjes met een grote kar. Daarin zit een jongen. Er loopt ook een soldaat met een trommel. Die mevrouw en die soldaat hebben elkaar niet in de gaten. Steeds als ze achter de kast vandaan komen, is er iets veranderd, subtiel, heel klein. Er wordt binnen een paar minuten een wereld opgeroepen. Mijn hart springt open: de magie van het theater. Een kind naast me fluistert tegen zijn moeder: ‘Gaat het de hele tijd zo door?’

Het blijft intrigerend, volwassenen en kinderen die samen kijken naar een toneelstuk dat voor hen beiden is gemaakt - op de uitnodiging stond: voor iedereen vanaf vijf jaar. De hoofdpersoon is een jongen die graag ergens bij wil horen, die bedroefd is over het feit dat hij nergens thuis kan zijn en die daarom heeft gekozen om te zwijgen. Het kleine blonde joch in mij kijkt mee, de volwassen meneer die ik langzamerhand zou moeten zijn, krimpt van ontroering. En naast me zit een kereltje dat nog een klein blond joch is, die kijkt naar wat hij ziet, geniet van wat hem geboden wordt, opveert als de trommelaar trommelt, en lacht om het slapstick-spel met de gestolen stukjes worst.
We kijken naar Stil, de trommelaar, een bewerking van Brechts pronkstuk Moeder Courage en haar kinderen voor drie acteurs. In Brechts tekst staat de koopvrouw Anna centraal, die van de oorlog leeft, een voor een haar kinderen aan de oorlog verliest, maar niets leert. In de bewerking die Liesbeth Coltof en Roel Adam maakten voor Huis aan de Amstel, staat het kind centraal. Bij Brecht is een van de kinderen (Katrin) stom door iets wat soldaten haar hebben aangedaan. Hier is de jongen Stil gewoon stil omdat hij niet meer wil praten met een wereld waarin hij niets te zoeken heeft. Katrin droomt van kleine kinderen, Stil gewoon van een huis met een poes en een schemerlamp. Als hij daarover iets kwijt wil, begint hij te tekenen. Zo ontstaat in die enorme kast in de loop van de voorstelling de geschilderde droom van Stil. Of liever, het verlangen van Stil: eindelijk gehoord worden. Want de andere twee personages van het stuk, Moeder en Soldaat, zijn vooral met zichzelf bezig. Moeder met haar handel, de Soldaat met zijn buik, zijn onverzadigbare honger.
Een van de mooie kanten aan Stil, de trommelaar is dat je de wezenlijke thema’s onder de voorstelling voelt schuiven zonder dat ze aan je worden opgedrongen. In de vorige bewerking van een klassiek stuk (Liesbeth Coltof maakt er dit seizoen maar liefst drie op rij), Romeo en Julia, was dat ook zo. De vrijscene in die voorstelling was van een ongelofelijke schoonheid, en tegelijk voelde je: dit is ook een antwoord op de banale beelden over seksualiteit die wij (ook kinderen) dagelijks consumeren.
De kracht in het werk van belangrijke jeugdtheatermakers als Pauline Mol en Liesbeth Coltof zit ’m voor mij in hoe hun kinderpersonages (bijna per produktie) vechtend groeien, tegen de haat en de pijn in. De twee jongetjes in Vertel Medea vertel (van Pauline Mol) riepen vanuit de dood hun ouders ter verantwoording. Stil in Stil, de trommelaar groeit in zijn koppig zwijgen torenhoog uit boven de onbenulligheden van Moeder en Soldaat. En uiteindelijk maakt hij een groots geluid - een kind dat eist gehoord te worden. De twee volwassenen gaan erin mee, ze luisteren. Happy end? Verdomme, hoe kan dat nou! - zo ongeveer kwam ik de voorstelling uit, volledig in de war. De moeder van het kereltje naast me zei: ‘Ik weet niet of die drie het zolang met elkaar zullen uithouden. Stil heeft nog een hoop uit te vechten.’ Dat is het natuurlijk: helemaal geen happy end maar een open einde!
Van de door haat gesmoorde liefde (uit Romeo en Julia), via de door oorlog uitgebleven beschutting (in Stil de trommelaar), gaan we nu naar de volgende essentiele vraag: wie is hier de baas? En precies dat is het thema van de volgende klassieker van Liesbeth Coltof voor kinderen: Pinters Huisbewaarder.