Tema con variazioni

Het boek is een zwijn

Welke grote mannen heeft zij niet gekend? zegt de schrijfster Claire Goll, niet zonder zelfbewustzijn. André Malraux, Albert Einstein, Henry Miller, Rainer Maria Rilke, Salvador Dali, Antonin Artaud, James Joyce en vele, vele anderen.

De meesten hunner, aldus Goll, werden gekenmerkt door fanatisme en geslotenheid. Maar geen hunner was zo geblokkeerd als Joyce. «Een wortelkwal? Een kruising tussen een oester en een kreeft? Ik heb te veel eer bied voor dieren, zelfs voor kwallen en schelpdieren, om ze met Joyce te vergelijken, deze gepatenteerde mummie, dat stuk schors zonder sap of warmte, die uitge droog de peer. Hij mag dan een van de meest geslaagde literatoren zijn, in menselijk opzicht is hij een van de treurigste misbaksels van de schepping.»

Nou, nou, mevrouw, kan het niet wat minder?

Ondanks zijn tamelijk bizarre uiterlijk was Joyce een rokkenjager eerste klasse. Tegelijkertijd vermoedde hij achter elke bremstruik een medeminnaar. Van nota bene zijn echtgenote Nora, een brave vrouw die er niet aan zou denken zich andermans affecties te laten welgevallen.

Joyce was, behalve een wortelkwal en een rokkenjager, ook een alcoholist en sado maso chist. Verder moet worden vastgesteld dat hij de geestelijke vader is van de roman Ulysses, een van de beroemdste boeken aller tijden.

De schrijver ontmoette Nora op 10 juni 1904, wandelend door de Nassau Street in Dublin, en hij was zo getroffen door haar knappe, rijzige gestalte dat hij het waagde haar aan te spreken.

James Joyce meets miss Nora Barnacle.

Veel educatie had het meisje niet genoten, maar «ze bezat een goed verstand en een echt-Ierse radde tong, alsook het vermogen tot trouw en tederheid», aldus de Joyce-kenner Martin Koomen.

Maar een lezeres was zij niet, en de literaire implicaties van Ulysses, het hoofdwerk van haar echtgenoot, ontgingen haar geheel. «Mijn man werkt aan een boek», zei ze tegen een Zwitserse vriend, «ik zal je vertellen: das Buch ist ein Schwein.»

Joyce vond dat niet prettig. «O mijn liefste», schreef James aan Nora, toen zijn boek eindelijk was verschenen. «Als je je nu maar eens naar mij zou willen toekeren en dat verschrikkelijke boek zou willen lezen dat me nu het hart in de borst heeft gebroken en me tot jezelf zou willen toelaten om met me te doen wat je wil!»

Zijn smeekbede was tevergeefs. Claire Goll, een kritische intimus van de familie, had dezelfde ervaring.

«Op een keer had ze zo'n indroevige blik in haar ogen dat ik niet kon nalaten mijn hand op haar schouder te leggen.

‹Wat is er, Nora?›

‹Hij schrijft maar, hij schrijft maar, hij doet niet anders›, zei ze hoofdschuddend.

‹Dat is toch normaal›, zei ik. ‹Hij is nu een maal schrijver.›

Opnieuw schokte ze met haar bovenlichaam.

‹Weet je wel hoe bevoorrecht je bent dat je met een genie mag leven?› voegde ik eraan toe.

‹Natuurlijk wel, Claire, dat zegt iedereen, maar ik voel helemaal niets en ik begrijp niet eens wat hij schrijft.›»

Toen Joyce in 1941 was gestorven, installeerde Nora zich op de sofa waarop wijlen haar echtgenoot zoveel uren had doorgebracht en probeerde het nogmaals.

Wéér tevergeefs. Voor de zoveelste keer slaagde Nora er niet in tot de lectuur door te dringen, op dat laatste hoofdstuk («Penelope») na, de onverbloemde apotheose van de roman.

Waarom beschouwde Nora Joyce het hoofdwerk van haar man als een voorbeeld van literaire zwijnerij?

Waarschijnlijk omdat zij, net als iedereen,

alleen dat slothoofdstuk kende, de monologue intérieur van de erotisch aangebrande Molly Bloom. Het is een proeve van onverbloemd eigentijds proza, bestaande uit acht zinnen, met totaal 25.000 woorden waarin 261 toespelingen op de geslachtsdaad zijn gecatalogiseerd. Wij slaan het boek bij een willekeurige passage open: «dan ga ik me aan kleden om uit te gaan presto non son più forte ik trek mijn beste kleedje en broekje aan en daar kan hij dan zijn ogen op uitkijken zodat zijn jongeheer gaat staan ik zal hem dat duidelijk maken als hij dat nu beslist wilde dat zijn vrouw geneukt is ja en verdomd goed geneukt is ook tot hij er bijna van achteren uitkwam 5 of 6 uur achter elkaar hier heb je de vlek van zijn geil op het schone laken ik neem niet eens de moeite het weg te strijken.»

Het een en ander in het jaar des Heeren 1922, toen de wereld nog braaf en netjes was. Zelfs D.H. Lawrence, de chroniqueur van de erotische avonturen van lady Chatterley, vond Joyces Ulysses «smerig en obsceen», zodat de diverse overheden het boek verboden, in Amerika (tot 1933), in Engeland (tot 1936) en in Ierland (tot diep in de jaren zestig).

Het interessante van de zaak is dat Ulysses, in een wereld die allang niet meer braaf en netjes is, opnieuw op de index terecht dreigt te komen. Anno 2000, in het vrijgevochten Schotland! Het is het laatste nieuws van het Edinburgh Festival, dat het zangspel Molly Bloom: A Musical Comedy op het programma heeft gezet

Andermaal is het woord «ob sceen» gevallen, dit keer nota bene uit de mond van Stephen Joyce, een kleinzoon van de schrijver. Vandaar dat hij ernstig over weegt om de rechter tegen Molly Bloom te mobiliseren. James Joyce was blijkbaar niet de enige zonderling in de familie. Laat Joyce jr. zich liever bij zijn opa beklagen. Als die zijn Molly Bloom niet zo woordenrijk had laten vuilbekken was er nu, driekwart eeuw na haar eerste optreden, geen vuiltje aan de lucht geweest.