De vijf beste boekverfilmingen ooit, volgens Annelies Verbeke

Het boek op het doek

‘Het lijkt alsof de literaire wereld steeds meer beïnvloed raakt door de Angelsaksische stijl.‘ De Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke was jurylid tijdens het Film by the Sea-festival: een filmfestival dat volledig draait om boekverfilmingen.’ Er zijn fantastische Engelse en Amerikaanse romans en films, maar er zijn gewoon nog heel veel andere manieren om een verhaal te vertellen.‘ De vijf beste boekverfilmingen aller tijden, volgens Annelies Verbeke - uit Japan, Senegal, Duitsland en natuurlijk ook Amerika.

Medium xala

Annelies Verbeke begon haar carrière als scenarist, maar kwam al gauw tot de conclusie dat ze voor het witte doek op een ‘kreupele’ manier moest schrijven. Het tot wel zes keer toe herschrijven van een scène – want tja, voor de oorspronkelijke scène is nou eenmaal geen geld – en de complete locatie omgooien – ook niet beschikbaar: helaas! – deden haar haar koers al gauw verleggen, richting de literatuur. ‘Bij het schrijven van een roman heb je alle vrijheid van de wereld, dat is heerlijk. Geen budget! Je kunt bovendien zo veel je wilt gebruik maken van allerlei symboliek, spelen met taal. Het is niet echt de bedoeling om in een scenario gebruik te maken van metaforen, of om uren na te denken over hoe je iets op de mooiste manier kunt zeggen. Een scenario is toch meer een handleiding.’

De Belgische filmwereld vond ze bovendien wat oppervlakkig. ‘Het mag van mij gewoon wel wat intellectueler – al worden er natuurlijk ook wel eens goede Vlaamse films gemaakt’, vertelt ze op het terras van haar hotel in Vlissingen. Ze verblijft er een week om als jurylid op te treden tijdens het Film by the Sea-festival, een filmfestival dat volledig draait om boekverfilmingen. Want dát is natuurlijk weer een categorie an sich: een categorie waarin de schrijver alle creatieve vrijheid heeft genoten, en eventuele ‘problemen’ pas achteraf (met zo mogelijk nog meer creativiteit) moeten worden opgelost door de regisseur – door middel van vrije interpretatie, symboliek en stijlmiddelen.

De Vlaamse schrijfster kwam in 2003 ‘met zwaailichten op haar hoofd’ de literaire wereld binnen, vanwege het grote succes van haar debuutroman Slaap!. In de jaren erna publiceerde ze verschillende verhalenbundels en een aantal romans. Vorig jaar kwam haar nieuwste roman Dertig dagen uit, over de Senegalese Alphonse – een in Verbeke’s oeuvre ongebruikelijk ongecompliceerd en gelukkig personage – die zijn leven als muzikant in Brussel gedag zegt en naar de Vlaamse Westhoek verhuist, om er als klusjesman te werken. Met het boek won ze vorige week de Opzij literatuurprijs.

‘Maar ik heb veel bewondering voor goede scenaristen. Van een goed scenario kun je veel leren op het gebied van structuur. Al wil men daar ook nog wel eens in doorslaan – vooral in de Verenigde Staten. Dat er in “de zoveelste minuut” een turning point moet zijn, of dat de volgorde van de gebeurtenissen altijd volgens hetzelfde stramien loopt. In literatuur kun je dat soort dingen veel meer loslaten: je hoeft gelukkig niet zo plotgericht te schrijven.’

Toch ziet ze ook in de huidige literaire wereld een ontwikkeling in de richting van het strak geregisseerde: ‘Het lijkt alsof de literaire wereld steeds meer beïnvloed raakt door de Amerikaanse (film)wereld. Van de vertaalde boeken die hier verschijnen, wordt tachtig procent uit het Engels vertaald – een taal die veel mensen toch wel lezen. Dat betekent dat er nog maar twintig procent over is voor alle andere talen gezamenlijk, en de uiteenlopende stijlvormen en tradities die daarbij horen.’

Die dominantie van de Angelsaksische stijl heeft gevolgen voor de rest van de film- en literaire wereld, denkt ze: ‘Je ziet dat het invloed heeft op het idee dat mensen hebben van wat literatuur of film “moet” zijn. Begrijp me niet verkeerd: er zijn fantastische Engelse en Amerikaanse romans en films. Maar er zijn gewoon nog heel veel andere manieren om een verhaal te vertellen. In mijn jaarlijkse leesvoer verplicht ik mezelf daarom altijd om alle continenten aan te doen – en minstens drie eeuwen te bestrijken.’

De vijf beste boekverfilmingen aller tijden

1. Lolita – Stanley Kubrick (1962)

Medium lolita3

‘Mijn absolute favoriet is weinig origineel maar kan gewoon niet ontbreken in dit lijstje: Lolita.

Een productie die voortkomt uit de hoofden van twee meesters – Stanley Kubrick en Vladimir Nabokov – die óók nog eens in persoon samen hebben gewerkt aan de film. Dat is vrij uniek, en het zorgt ervoor dat deze verfilming gewoon “klopt”. Alles was precies zoals ik het me had voorgesteld: de actrice die Lolita speelt, het landschap, de sfeer. Ik vind Stanley Kubrick een van de beste filmmakers ooit en Nabokov een van de beste schrijvers. Een ontzettend geslaagde samenwerking, al weet ik ook dat Nabokov eigenlijk wilde dat de film langer zou zijn – daar stak Kubrick een stokje voor.

Het schijnt overigens wel dat de actrice die Lolita speelt een behoorlijke kater aan de film heeft overgehouden. Ze was zelf natuurlijk nog heel jong toen ze die rol speelde, en ze was zich kennelijk toch niet helemaal bewust geweest van de enorme lading die bij die thematiek hoort. Als volwassene keek ze daar niet helemaal met plezier op terug. Dat zijn denk ik best moeilijke offers die je als regisseur moet maken, vragen die je jezelf moet stellen: “Hoe ver wil ik daarin gaan?” Met papieren personages heb je dat soort problemen gelukkig ook nooit, daar hoef je geen rekening mee te houden.’

2. Rashomon – Akira Kurosawa (1950)

Medium rashomon

‘Hetzelfde principe (de krachtenbundeling van twee uitzonderlijke talenten) geldt voor de Japanse film Rashomon uit 1950. Die film is het product van een samenwerking tussen regisseur Akira Kurosawa en schrijver Ryünosuke Akutagawa, twee Japanse grootmeesters van een niveau dat op z’n minst vergelijkbaar is met dat van Kubrick en Nabokov. Kurosawa is een gevierde filmmaker en Akutagawa wordt beschouwd als de “vader” van het Japanse korte verhaal. Ik las Akutagawa al lang heel graag; ik hou sowieso erg van verhalenbundels. Het is een genre waar wat mij betreft veel te weinig aandacht voor is. Voor mijn eigen nieuwe verhalenbundel, die in januari verschijnt, heb ik een regel van Akutagawa gebruikt als motto.

De film brengt verschillende verhalen van Akutagawa samen. De gehele film draait om één gebeurtenis – de verkrachting van een vrouw – waarover door verschillende personages wordt verteld. De verhalen van de verschillende personages verschillen natuurlijk van elkaar, er is van alles dat gewoonweg niet kán kloppen. Maar achter de waarheid kom je niet, ook niet op het einde. Dat vind ik interessant: hoe verschillende mensen dezelfde situatie op zulke uiteenlopende manieren kunnen ervaren, het belang van perspectief. Dat is in de werkelijkheid natuurlijk net zo.’

3. Xala – Ousmane Sembène (1975)

Medium xala

‘De volgende film is in zekere zin ook een samenwerking tussen auteur en filmmaker, maar dan binnen één persoon: de Senegalese auteur en filmmaker Ousmane Sembène. Hier is hij eigenlijk helemaal niet bekend maar in Senegal is hij een absolute grootheid, al is hij iets minder bekend onder de jonge generatie. Door de overheid wordt hij gezien als een “gevaarlijke stem” – hij zet het volk aan het denken. Aanvankelijk schreef hij ook romans, maar op een gegeven moment besloot hij om alleen nog maar films te maken. In een land waarin geletterdheid relatief zo zeldzaam was – en boeken bovendien lang niet voor iedereen bereikbaar – kon hij simpelweg veel meer mensen bereiken via de cinema.

Hij heeft een van zijn eigen boeken verfilmd: Xala. Een ontzettend knappe film. De film gaat over een heel succesvolle man die zojuist zijn derde vrouw getrouwd heeft – maar dan wordt hij ineens impotent. Het verhaal is een metafoor voor de Senegalese regering. Na de onafhankelijkheid kwamen ze eindelijk aan de macht, maar door de snel groeiende corruptie werd hun succes al gauw in hoog tempo door henzelf ondergraven. Sembène heeft dat zó mooi neergezet. Hij heeft een heleboel prachtige films gemaakt, die man. Moolaadé, zijn laatste, vond ik een meesterwerk.’

4. Die Blechtrommel – Volker Schlöndorff (1979)

Medium blechtrommel

‘Een schitterende film, naar het boek van Günter Grass. Het geweldige aan de film is vooral de manier waarop het hoofdpersonage is gecast. Die is zó innemend. Hij kan heel hoog schreeuwen en hij slaat natuurlijk de hele tijd op zijn blikken trommeltje – dat geeft mij altijd een ontzettend akelig gevoel. De acteur die dat jongetje speelt is ook gewoon een akelig “mensje”. Hij is enerzijds heel kwaadaardig, maar anderzijds leef je ook wel weer met hem mee. Niemand anders had deze rol kunnen spelen – hij ís Oskar gewoon.

Het boek gaat in grotere zin over de tijd waarin het zich afspeelt – over de opkomst van het nazisme en de Tweede Wereldoorlog – dus het bevat veel “geschiedenis”, maar aan de andere kant kent het ook een heel eigen, introspectieve laag: bevreemdend, magisch, vol onverwachte aspecten.

Ik moet bekennen dat ik een scène uit het verhaal eigenlijk een beetje gejat heb, voor mijn roman Vissen redden. Het gaat om de scène waarin de moeder helemaal doordraait en zich in de viswinkel op de rauwe vis stort – dat beeld is mij altijd bijgebleven. Het hoofdpersonage in mijn roman eindigt op dezelfde manier.’

5. We Need to Talk about Kevin – Lynne Ramsay (2011)

Medium we need to talk about kevin

‘Tot slot een meer recente boekverfilming, een die mij gewoon enorm raakte: We Need to Talk about Kevin. Een verfilming van het boek van Lionel Shriver, over een jongen die een vreselijke daad begaat en een moeder die zich afvraagt in hoeverre zij medeschuldig is aan die daad. De film is geregisseerd door Lynne Ramsay. Het thema vind ik erg interessant.

Het gaat natuurlijk om een debat dat al zo lang bestaat: nature or nurture?

Dat debat wordt in de film enorm op de spits gedreven. En wat interessant is: ik heb met veel mensen over deze film gepraat en gemerkt dat iedereen er totaal iets anders in ziet. Je reactie op deze film verraadt in zekere zin je positie in het debat: zij die neigen naar de nurture-kant, die zeggen: het is de schuld van de moeder. Die nemen haar van alles kwalijk. Mensen aan de andere kant van het argument hebben juist medelijden met haar. Die zeggen: je zult maar zo’n kind hebben.

Ik vind de film beter dan het boek. Het verschil tussen de twee draait eigenlijk ook weer om de positie ten opzichte van de moeder: in het boek wordt veel meer gesuggereerd dat zij verantwoordelijk is, in de film een stuk minder. Je krijgt het idee dat het hart van de filmmaker toch meer bij die vrouw lag.’


De Dioraphte Film en Literatuur Award, de award die tijdens het Film by the Sea-festival uitgereikt wordt aan de beste boekverfilming van het jaar, ging dit jaar naar de film ‘Original Bliss’ van de Duitse regisseur Sven Taddicken – naar de gelijknamige novelle van A.L. Kennedy.