KUNST

Het bos in

Dertien hectare

In Landscape and Memory (1995) schrijft Simon Schama over het laatste oerbos van Europa, het woud van Bialowieza op de grens van Polen, Wit-Rusland en Litouwen. Daar bestaat nog een flink stuk van, omdat respectieve koningen er hun privé-jachtterrein van maakten en de toerist en de houthakker buiten de deur hielden. Het komt ook doordat het voor de lokale volkeren van oudsher bijna mystieke betekenis had. De dichter Mickiewicz zag het als de oorsprong (en het toevluchtsoord) van de ziel van de Polen en Litouwers, ‘dreadful, sublime, perfectly imperfect’ en wat er later ook aan exploitatie en ontginning mag hebben plaatsgevonden, het hart van het bos bleef, aldus Schama, 'irreducibly alien, impenetrable, resistant’.
Dat soort bos hebben wij hier niet, dat moge duidelijk zijn. Wij hebben wel natuur, natuurlijk, 'een stukje bos ter grootte van een krant, een heuvel met wat villa'tjes ertegen’, en voor een romantische verhouding tot het landschap komen wij niet verder dan de Vordense Mickiewicz, Anthony Staring, die de voorkeur gaf aan de den boven de eik, omdat de den zo mooi recht groeide en zo ongelooflijk nuttig was.

En toch is het heel aardig om juist op zo'n 'stukje krant’, in dit geval een perceel bos van dertien hectare bij Heeswijk, in Brabant, een tentoonstelling te zien die iets wil zeggen over de lading van de begrippen 'bos’ en 'natuur’ in Nederland. Deze dertien hectaren zijn het eigendom van een varkensfokker die er de brui aan gaf, een bedrijf in tuinmeubelen begon en zijn land in 2003 bepootte met 35.000 bomen van allerlei soort. Dertien hectare is een kunststichting die elke twee jaar een toonstelling presenteert, dit jaar The Woods that See and Hear, gecuratord door de Nieuw-Zeelandse Sarah Farrar, met een tiental kunstwerken van makers uit België, Denemarken, Groot-Brittannië, Mexico, Nederland, Nieuw-Zeeland, Polen en de Verenigde Staten. De titel is wel heel poëtisch, voor zo'n fris stukje aanplant, maar in die tegenstelling zitten de interessante punten van het project: de radicale verandering van het gebruik van de grond, de kunstmatigheid en maakbaarheid van 'natuur’, de herinnering aan eerdere functies, de ecologische aspecten, maar ook de romantische.
Eve Amstrong, ook uit Nieuw-Zeeland, smeet midden op het pad een heel grote berg bouwpuin neer, als herinnering aan de gebouwen die er eerst stonden; Edoardo Abaroa (Mexico) bouwde met mobiele toiletten een compleet Stonehenge na, alsof er zo iets van prehistorische magie aan de plek gegeven kan worden. Op zoek naar eenzelfde connectie bracht Marjolijn Dijkman een eikje uit Brabant naar Bialowieza en nam van daar een Pools boompje mee terug, dat nu met een drietalig bordje tussen de andere eiken staat. Die verhuizing is een ouderwets romantische daad, lijkt mij, de import in Nederlandse bodem van een (zeer klein) deel van het complex aan voorstellingen over natuur, wildernis, ondoorgrondelijkheid mythe, enzovoort waaruit dat bos in Polen bestaat - zoals Breughel en Goltzius terugkwamen met tekeningen uit de Alpen, Jacob van Ruisdael uit Bentheim en Cesar van Everdingen uit Zweden. Die elementen vormden eerst ons mentale beeld van het landschap en daarna het landschap zelf. Het is in de geest van Schama’s stelling: 'Landscapes are culture before they are nature; constructs of the imagination projected onto wood and water and rock.’

The Woods that See and Hear, Dertien hectare, Meerstraat 22, Heeswijk; t/m 11 juli, donderdag t/m zondag; www.dertienhectare.nl