Jens Cotta in het bos van Bad Frankenhausen in de Oost-Duitse deelstaat Thüringen © Rosa Hofgärtner/ Isabel Seeger

‘Ik was als kind alleen maar in het bos’, zegt Jens Cotta. ‘Vaak met mijn opa. Het bos is heel belangrijk voor ons.’ We lopen langs de rand van het bos in Bad Frankenhausen in de Oost-Duitse deelstaat Thüringen. Het ‘groene hart van Duitsland’, waar Cotta is opgegroeid, verliest langzaam kleur: veel van de bomen hebben gebroken takken, zijn verdord en bruin, sommige zijn dood, door de wind uit de grond gerukt en hangen over elkaar heen.

Cotta is een charismatische man van in de veertig. Hij kent iedereen die we onderweg tegenkomen en geniet zichtbaar van de boswandeling. De temperatuur ligt onder nul, maar Cotta draagt geen muts of sjaal. Zijn jasje hangt open. Hij kent het bos in de regio als geen ander. Zeker nu hij sinds een aantal jaar jager is in zijn vrije tijd; dat heeft hij op de juiste, traditionele manier geleerd, licht hij met een schamper lachje toe, niet zomaar tijdens een weekendcursus.

Hij neemt ons mee naar een plek waar je goed kunt zien wat er zich in het bos voltrekt: het ene stuk na het andere sterft af. Bomen vallen letterlijk bij bosjes. ‘Het doet me pijn om te zien hoe ons landschap verandert. Die kale vlaktes gaan mij zeer aan het hart.’

Behalve fervent natuurliefhebber is Cotta politicus bij de rechts-populistische nationalistische partij Alternative für Deutschland, die vooral populair is in het voormalige Oost-Duitsland. Nog geen drie jaar nadat hij lid was geworden van de partij werd Cotta met wel dertig procent van de stemmen verkozen tot lid van het deelstaatparlement van Thüringen. Daar maakt hij deel uit van een fractie van 22 AfD’ers. Cotta wordt gedreven door het besef dat er van alles misgaat in Duitsland. Zo ook in het bos. ‘Wij zijn de Heimatpartei, en daartoe behoort ook de bescherming van onze natuur.’

‘Het bos maakt deel uit van ons thuisgevoel’, staat dan ook op de eerste pagina van de zogenaamde ‘bosleidraad’ van de AfD. ‘We leven ermee en ervan, hier zijn we geaard en voelen we ons veilig. Het is belangrijk om het bos te behouden en gezond door te geven aan de volgende generaties.’ Met deze uitgesproken verbondenheid met de lokale natuur sluit de partij zich aan bij een lange traditie van rechts-conservatieve ideologie waarin het belang van milieubescherming wordt onderstreept voor zowel de nationale cultuur als voor de economie.

Over klimaatverandering is de partij een stuk minder helder. In haar nationale partijprogramma van 2017 beweerde de partij nog dat de gemiddelde temperatuur wereldwijd sinds de jaren negentig niet is gestegen. In het verkiezingsprogramma voor de aankomende verkiezingen van september 2021 ontkent de AfD niet meer dat het klimaat verandert, maar betwijfelt de partij wel of de mens er in belangrijke mate verantwoordelijk voor is.

Los van de oorzaak toont de AfD zich niet al te bezorgd: CO2 draagt namelijk bij aan ‘de vergroening van de aarde’ en bovendien hebben ‘warme periodes altijd geleid (…) tot de bloei van leven en culturen, terwijl koude perioden gepaard gingen met ontberingen, hongersnood en oorlogen’.

Het vriest al de hele week in Bad Frankenhausen. Het dikke pak sneeuw kan de schade aan de bomen nog gedeeltelijk verbergen. ‘Toen ik klein was, hadden we hier sneeuw zonder einde. Wat we nu zien, is uitzonderlijk’, zegt Cotta. Ansichtkaarten en reisgidsen in de regio tonen nog steeds besneeuwde boomtoppen, bevroren meren en lachende langlaufers. ‘Het klimaat verandert, daar bestaat geen twijfel over’, zegt Cotta. ‘Maar het is de vraag hoeveel invloed de mens daarop heeft.’

Cotta komt uit Artern, een klein stadje zo’n vijftien kilometer verderop. Wie zich zorgen maakt over de gevolgen van de klimaatverandering in Duitsland heeft wellicht al van dit stadje gehoord: het staat sinds een paar jaar bekend als het droogste stukje van Duitsland. Cotta pakt een topografische kaart uit zijn binnenzak en laat zien dat de streek, ook wel bekend als het Thüringse Bassin, aan bijna alle kanten door bergen is omsloten. ‘Regenwolken kunnen amper langs de bergen komen. Het is hier altijd droog geweest, maar het wordt steeds erger.’

‘Overhaaste pogingen om de CO2-uitstoot te verminderen’ kunnen daar niets aan veranderen, meent Cotta. Klimaatverandering is volgens hem een natuurlijk verschijnsel. In plaats van het implementeren van ‘ondoordacht klimaatbeleid’ dat gericht is op het terugdringen van de broeikasgassen roept Cotta op tot het beschermen van de natuur, want: ‘Als het goed gaat met de natuur, gaat het goed met de planeet.’

Tijdens een haastig bijeengeroepen Nationaal Bosoverleg in 2019 gaf de minister van Voeding en Landbouw, Julia Klöckner, in haar openingstoespraak toe: ‘Klimaatverandering heeft ons veel sneller getroffen dan verwacht.’ De kale heuvelruggen zijn niet alleen een treurig gezicht, de bossterfte heeft ook economische gevolgen: wanneer te veel hout de markt overspoelt, stort de prijs in. Dat brengt boseigenaren in financiële moeilijkheden en vormt een bedreiging voor banen in de bosbouwsector. Ook de toekomst van de toeristische industrie lijkt wankel.

Niet alleen het Thüringse Bassin is hard getroffen: de gevolgen van klimaatverandering zijn ook in de rest van de deelstaat voelbaar. Periodes van droogte en hitte komen vaker voor en worden intenser, en hevige stormen en hoosbuien teisteren de Thüringse bossen. Uit het meest recente verslag van het ministerie van Voeding en Landbouw blijkt dat een derde van de bomen in Duitsland zich in slechte staat bevindt. In Thüringen geldt dat zelfs voor meer dan de helft. Nog maar vijftien procent van de bomen in de Oost-Duitse deelstaat is helemaal gezond.

Een eenmaal aangetast bos kan in een neerwaartse spiraal terechtkomen: omgevallen bomen zorgen voor ‘gaten’ in het bos die de overgebleven bomen kwetsbaarder maken als het stormt. Kale vlaktes zijn ook vatbaarder voor erosie en uitdroging, en bovendien moeilijker om opnieuw te bebossen, omdat de vruchtbaarste bodem vaak is weggespoeld en -gewaaid. Alsof dat al niet genoeg is, krijgen de reeds verzwakte bomen steeds vaker te maken met insectenplagen.

Op dit moment is de schorskever het meest gevreesde beestje: dit kleine, bruine insect, dat zich nestelt onder de schors van sparren, kon zich explosief vermenigvuldigen tijdens de ongewoon warme lentes van de afgelopen jaren. En met de hitte kwam ook de droogte: zonder voldoende water kunnen bomen geen hars produceren om zichzelf tegen de kever te beschermen en gaan ze uiteindelijk dood. In de afgelopen 250 jaar was het nooit droger in Midden-Europa dan in 2018 en 2019.

DeThüringse bossen, Duitsland © Annett Schmitz / Mauritius Images GmbH / ANP

Jörg Henke stapt uit zijn enorme, zwarte pick-up om een veld te laten zien waar tientallen witte kokers uit de grond steken. De buizen moeten jonge boompjes beschermen tegen hongerig wild. Het bos dat het veld omringt, laat zien waarom herbebossing hier zo hard nodig is: het merendeel van de bomen is omgehakt. De bomen die nog overeind staan, gaan ook dood, zegt Henke: ‘Kijk maar, je kunt aan de schors zien dat de kevers ook deze bomen aantasten.’

Henke is een grote man en spreekt met de overtuiging van iemand die niet vaak wordt tegengesproken. Ook hij is een AfD-parlementariër in Thüringen en weet veel te vertellen over de snelle achteruitgang van de Duitse bossen. Henke is een belangrijke spreekbuis van de AfD over bosbeleid. Hij zit in de bosbeleidcommissie van het parlement en is zelf ook eigenaar van een stuk bos. ‘Hier kun je met je eigen ogen zien dat hele stukken bos zijn weggevaagd. Terwijl het bos zo ongelooflijk belangrijk is voor Thüringen.’ Je vindt het zelfs terug in de naam van het ‘houtland’ waar we ons begeven, vertelt hij: Saale-Holzland-Kreis.

Maar als we de AfD’er vragen naar de invloed van klimaatverandering lacht hij het weg. Hij erkent wel dat het droog is geweest en dat de bossen daaronder lijden, maar vraagt zich af: ‘Wat is klimaat en wat is het weer?’ Veertig jaar geleden was het ook wel eens extreem droog, zegt hij. En in 2013 hebben ze nog een heel nat jaar gehad. ‘Er zijn zoveel verschillende factoren die het weer beïnvloeden: de zon, de oceanen, kosmische straling… We hebben geen flauw idee, we weten het gewoon niet. Ik ga ervan uit dat we voorlopig te maken zullen hebben met droogte, maar dat zou dit jaar ook net zo goed volledig kunnen veranderen.’

De meeste mensen in Duitsland zouden Die Grünen associëren met het welzijn van de planeet, maar Jens Cotta vindt dat absoluut niet terecht. In zijn ogen zijn Die Grünen afgedwaald van hun oorspronkelijke missie en doen ze nu meer kwaad dan goed, met hun elektrische auto’s met vervuilende batterijen en windturbines die vogels doden.

Sommige mensen zijn nog net wat meer gebaat bij gezonde bossen dan andere

Hij geeft toe dat het veranderende klimaat een bedreiging vormt voor het bos – of dit nu door de mens wordt veroorzaakt of niet – maar is ervan overtuigd dat er hier en nu in Thüringen toch niets aan gedaan kan worden. ‘Om het bos te redden’, zegt hij, ‘moet je concrete problemen aanpakken.’ Een concreet probleem is bijvoorbeeld dat Staatsbosbeheer met winstoogmerk moet opereren en daardoor soms de vrijheid mist om te doen wat vanuit ecologisch oogpunt het meest zinvol is.

Ook wijst hij erop dat een deel van de problemen ligt aan het feit dat er zoveel naaldbos is: van alle bomen in Duitsland is 26 procent spar en 23 procent den. In Thüringen liggen die percentages nog hoger. ‘Misschien moeten we dat eerst eens oplossen’, oppert Cotta: ‘Sparren waren nodig als bouw- en productiehout, vooral voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de ddr.’ Ze groeien snel en zijn goedkoop om te verbouwen en onderhouden, maar op plekken waar eigenlijk loofbomen thuishoren, kunnen naaldbomen nog slechter tegen droogte en hitte. ‘Er bestaat niet voor niets een gezegde’, zegt Cotta: ‘Willst du den Wald vernichten, pflanz dann Fichten.’ (Als je het bos wil vernietigen, plant dan sparren.)

Natuurlijk vindt professor Erik Findeisen, bosbouwkundige aan de Hogeschool van Erfurt en voormalig boswachter, de standpunten van de AfD over klimaatverandering klinkklare onzin. ‘Vooral de laatste vijftien jaar is men zich massaal bewust geworden van klimaatverandering. Maar gezien de levensduur van een boom kun je het bos niet zomaar even aanpassen aan de veranderende omstandigheden’, zegt hij terwijl we ook met hem een wandeling maken. Zijn oude jachthond sjokt achter ons aan.

We zijn in het naaldbos rond de universiteitsstad Ilmenau. Vooral de heuvelruggen die veel zon vangen, zien er gehavend uit. Ooit was dit de favoriete streek van Goethe, die in 1783 de lofzang Ilmenau schreef, beginnend met: ‘Anmuthig Thal! du immergrüner Hain!’ (Bekoorlijke vallei! Jij altijd groene bosschage!)

Toch geeft Findeisen de AfD-politici in grote lijnen gelijk over wat er misgaat bij het bosbeheer. ‘Er zijn hoe dan ook aanpassingen aan de bossen en het beheer nodig. We hebben allereerst meer diverse boomsoorten nodig om de kwetsbare monoculturen van naaldbos om te vormen’, zegt hij.

Veel Duitsers zijn gehecht aan het idee van het ongerepte, mysterieuze bos, maar dit beeld staat ver af van de realiteit. De typisch Duitse bossen zijn het gevolg van het economisch kortetermijndenken van de laatste eeuwen: gemengde bossen zijn misschien veerkrachtiger, monoculturen van naaldbomen leveren meer op per hectare en zijn goedkoper te beheren.

‘De problemen rond het behoud en onderhoud van de bossen bestaan al heel lang’, zegt Findeisen. Klimaatverandering voegt misschien extra urgentie toe, maar ook zonder toenemende droogte, stormen en plagen zouden we moeten toe werken naar natuurlijker en ecologisch stabielere bossen. Klimaatverandering is dus slechts het zoveelste argument voor de in Duitsland veelbesproken Waldumbau (bosomvorming).

Volker Gebhard, leider van het staatsbosbeheer Thüringen Forst, neemt ons mee naar een stuk bos waar de dingen al aan het veranderen zijn, in de heuvels rond het stuwmeer Hohenfelden. ‘Na de val van de Muur hebben we onze manier van werken hier volledig aangepast. We kappen nooit hele gebieden in één keer en laten inheemse boomsoorten zich op een natuurlijke wijze verspreiden om zoveel mogelijk te diversifiëren’, legt hij opgewekt uit.

Gebhard stapt van het bospad af om te laten zien dat het beleid zijn vruchten afwerpt: binnen een armlengte-afstand bevinden zich zeker negen verschillende boomsoorten. ‘Om de bossen in de rest van Duitsland ook aan te passen, is er meer geld en meer mankracht nodig’, benadrukt hij. Zonder de steun van de politiek wordt dat moeilijk. ‘Het bos is een spiegel van de prioriteiten die de samenleving stelt.’

Als de bosdeskundigen en AfD-politici het in grote lijnen eens zijn over wat er moet gebeuren om de bossen weerbaarder te maken, is het dan een probleem dat de AfD-politici vraagtekens zetten bij de menselijke invloed op klimaatverandering?

‘Waarom zouden ze het ook over klimaatverandering hebben?’ stelt dr. Liz Koslov, assistent professor aan de Universiteit van Californië in Los Angeles. Koslov onderzocht hoe kustbewoners in Staten Island, in de Verenigde Staten, omgingen met de enorme schade die orkaan Sandy aanrichtte in 2012.

Na de ramp kwamen inwoners samen om hun verhuizing naar veiliger gebieden te organiseren via door de overheid gefinancierde opkoopprogramma’s (‘buyout programs’). Ze realiseerden zich dat orkanen steeds vaker voor zullen komen en dat ze hun huizen vroeg of laat zouden moeten verlaten. De nationale pers en de politiek prezen het initiatief van de mensen die zelf het voortouw namen op het gebied van klimaatadaptatie.

Koslov ontdekte iets opvallends: onder de sterkste voorstanders van verhuizing waren er bewoners die niet geloofden dat de mens invloed heeft op klimaatverandering. En zij die er wel in geloofden, waren terughoudend om het onderwerp ter sprake te brengen tijdens vergaderingen. ‘Als je heel diep in de problemen zit, wil je daar zo snel mogelijk uit komen. Zwijgen over klimaatverandering is in zo’n geval makkelijker en efficiënter’, legt Koslov uit.

Er bestaat een diepe kloof tussen mensen die de wetenschappelijke consensus over de oorzaak van klimaatverandering accepteren en zij die dat niet doen. ‘Agnostische adaptatie’ – het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering zonder te soebatten over de oorzaken – maakt het makkelijker om conflicten uit de weg te gaan en beslissingen te nemen.

Juist omdat de urgentie zo hoog is, klinkt het aantrekkelijk om eindeloze, fundamentele discussies te voorkomen. Toch is Koslov er niet van overtuigd dat dit de beste manier is om ieders welzijn te waarborgen.

Het is natuurlijk in het belang van iedereen dat de Duitse bossen gezond zijn: bossen zijn plekken om te recreëren, goed voor de economie en ze slaan veel CO2 op. Maar sommige mensen zijn nog net wat meer gebaat bij gezonde bossen dan andere: bijna de helft van de Duitse bossen is namelijk privé-eigendom. Net als de huiseigenaren aan de kust van de Verenigde Staten zijn Duitse boseigenaren slachtoffer van klimaatverandering en hebben ze financiële compensatie en steun nodig voor adaptatie. Daar zijn de AfD en andere Duitse partijen het ook over eens.

Maar door een gesprek over de oorzaak van klimaatverandering te ontwijken, ga je ook noodzakelijke vragen over mondiale verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid uit de weg. Degenen die het meest verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering zijn gemiddeld ook het best in staat om zich aan de ergste gevolgen aan te passen. Boseigenaren in Duitsland horen bij de selecte groep die een zogenaamd ‘adaptatieprivilege’ heeft: deze mensen hebben de middelen en macht om voor zichzelf op te komen.

Agnostische adaptatie kan dus een manier zijn om het hachje van een selecte groep mensen te redden, maar het kan andere inspanningen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken juist blokkeren. Koslov waarschuwt: ‘Met agnostische adaptatie hou je die machtsverhoudingen en de status quo in stand.’

Terug in Bad Frankenhausen staat Jens Cotta erop dat we nog een kopje koffie komen drinken in Grüner Wald, de fysiotherapiepraktijk van zijn vrouw. De praktijk staat volledig in het teken van het bos: de rustieke meubels in bruine en groene tinten, het behang van mistige boomtoppen, er hangen takken aan de muur, en foto’s van herten en vogels. Hij heeft cake gekocht. Als we hem vriendelijk bedanken, zegt hij dat we het zeker moeten laten weten als we weer in de buurt zijn. Hij heeft een geweldige vakantiewoning in de regio.


Deze publicatie kwam mede tot stand door financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl, en het Lira Auteursfonds Reprorecht