Het breekpunt

Al een jaar of drie, sinds het uitbreken van de Amerikaanse kredietcrisis in 2008, staat het Westen in vrijwel alle opzichten bloot aan een trommelvuur van onheilsvoorspellingen. Die ga ik niet meer opsommen. Maar is er enig uitzicht op een spoedig herstel van de economie?

Hebben we een geloofwaardige voorstelling van een manier waarop de oorlog in Afghanistan, het probleem Irak, de bedreiging door Iran tot een goed einde kunnen worden gebracht? Op die vragen volgt in alle toonaarden een vaag tot ontkennend antwoord. En dan hebben we nog de verder verwijderde grote mondiale vraagstukken, de opwarming van de aarde, de groei van de wereldbevolking. Daarover worden regelmatig conferenties gehouden, dat is alles wat we er op het ogenblik van kunnen zeggen.
Maar er is een andere vraag die niet zo vaak aan de orde is. Hoeveel slecht nieuws kan het publiek in ons deel van de wereld nog verdragen? Hoe schokbestendig zijn we? Dat is geen theoretisch probleem, en we hebben er enige ervaring mee. Toen aan het begin van deze eeuw het poldermodel voor versleten werd verklaard, volgde de Fortuyn-revolte.
Een paar dagen voor hij werd vermoord, op 6 mei 2002, heeft hij een paar vrienden, Harry Mens en Albert de Booy, toevertrouwd dat hij, na het volk te hebben wakker gemaakt, vond dat hij zijn plicht gedaan had en dat zijn volgelingen het verder zelf moesten opknappen. Een historisch feit dat is weggemoffeld. Daarop volgde de zomer van de kogelbrieven, en een kabinet dat door interne ruzies uit elkaar is gevallen. Dat was de inleiding tot de ondergang van de LPF. De moord op Pim Fortuyn heeft het volk niet alleen diep geschokt. Er is de inleiding tot een omwenteling via de stembus mee veroorzaakt.
Daarna is de publieke opinie niet stabieler geworden. Dat is door de volgende politieke moord, op Theo van Gogh, 2 november 2004, bewezen. De uitdrukking waarmee de toestand toen werd samengevat was dat er onder de kiezers ‘een veenbrand woedde’. Een onzichtbaar vuur dat elk ogenblik aan de oppervlakte tot uitbarsting kon komen. Na deze moord heb ik er rekening mee gehouden dat een groepje fanatici zou proberen een staatsgreep te ondernemen. Wat is een staatsgreep? Een poging van een kleine groep gewapende fanatici om de macht te veroveren, de politiek en de openbare orde naar eigen inzicht te regelen en daarna hun orde op zaken te stellen. Daarvoor was hier geen personeel.
In plaats van de staatsgreep kwam Rita Verdonk met haar Trots op Nederland. In 2007 kon ze volgens de peilingen rekenen op dertig tot veertig zetels. De partij werd geteisterd door interne ruzies en deze maand heeft Verdonk roemloos de politiek verlaten. TON krabbelt in een paar gemeenteraden nog een beetje verder, naar de definitieve ondergang. Intussen hebben we de PVV met haar opmerkelijke leider gekregen. Deze partij doet het beter dan de vorige exploitanten van de veenbrand, ten eerste dankzij de leider die vaak de taal van een groot en stabiel aantal kiezers spreekt en ook doordat hij zich in zijn gedoogpositie op beslissende momenten verre houdt van de uitvoerende macht.
Sinds een jaar of vijftien zit in de rechts-radicale formaties, alle nationale verschillen daargelaten, duidelijk een lijn, niet alleen in Nederland maar overal in het Westen. Ze worden nationalistischer, hun kijk op de grote vraagstukken in stad en wereld wordt simpeler en ze worden steeds groter. Maar ze dragen geen regeringsverantwoordelijkheid. Terwijl ze hun oppositie voeren, wordt er niets opgelost. Integendeel. Doordat de ontwerpers en uitvoerders van het beleid hun deel van de wereld van mislukking naar mislukking voeren, maken ze propaganda voor hun radicale tegenstanders. Die profiteren van de voortgaande en steeds sterker aanwezige Verelendung, zonder dat ze verplicht worden aan te tonen hoe het beter kan.
De praktische vraag is hoe lang dit nog kan duren. In de Occupy-beweging heeft links wel een uitdrukkingsvorm gevonden, maar naarmate de acties langer duren wordt het duidelijker dat daar geen samenhangende theorie en denkbeelden over het vervolg van het protest bestaan. Het aanvankelijk geïnteresseerde en misschien sympathiserende deel van de massa verliest het vertrouwen. Daardoor voelt, na aanvankelijke aarzelingen, het gezag zich nu vrij om te beginnen met de opruiming en dan blijkt weer dat daarmee geen protest van betekenis wordt veroorzaakt.
Intussen gaat de algemene Verelendung sluipend verder. Geen eind aan de crisis, voortgaande afbraak van de westerse macht, radeloze politici en economen en een massa in het hele Westen die steeds wantrouwender wordt, ongeduldiger, meer gaat morren.
Met de dag groeit het aantal burgers dat een diep wantrouwen heeft tegen alle politici van de zittende macht, de 'zakkenvullers’, de mensen die 'aan het pluche kleven’. Dat is in deze tijd de grondslag voor een politieke omwenteling. Een opstand van de 'burgers’ vergeleken waarbij wat we na de politieke moorden hebben beleefd, niet meer dan relletjes zijn.