Het Britse uitbestedingsmodel wankelt

Londen – De Britse schaduwstaat is in de problemen. Bedrijven die publieke taken uitvoeren ontdekken hoe moeilijk en weinig winstgevend het is. Kijk- en luistergeld innen, hulplijnen beheren, lerarenpensioenen verwerken, soldaten werven, wao-keuringen verrichten. Het zijn wat werkzaamheden die Capita, opgericht in 1984, verricht voor de overheid. Daarbij profiteert het bedrijf van de overtuiging, tot wasdom gekomen in de New Labour-jaren, dat het bedrijfsleven efficiënter en goedkoper werkt. Critici noemen het bedrijf ‘Crapita’.

Politiek gezien leek publiek-private samenwerking een wondermiddel. Door bedrijven ziekenhuizen en scholen te laten bouwen konden grote investeringen buiten de boeken worden gehouden. Zodoende was er geen belastingverhoging nodig. De ware kosten werden over decennia uitgespreid. In feite leende de overheid geld bij het bedrijfsleven in plaats van bij de Centrale Bank, wat op lange termijn goedkoper zou zijn geweest. Maar aan de idylle is een einde aan het komen. Vorige week daalde de beurskoers van Capita met 47 procent, dit na een winstwaarschuwing. De baas beweerde dat de bedrijfsvoering ‘veel te complex’ is. De paniek bij de aandeelhouders is niet gek. Een maand geleden was Carillion failliet gegaan, een bouwbedrijf dat ook veel uitbesteed werk voor de overheid verricht.

Capita was van een omzet van 28 miljoen euro in 1991 naar 5,7 miljard euro nu gegaan. Net als Carillion was het te druk met de jacht op overheidscontracten om aandacht te schenken aan de bedrijfsvoering. Met concurrenten als Serco en G4S rende het een ‘race to the bottom’, gestimuleerd door een bezuinigende overheid. Het heeft voor een schisma gezorgd in de Britse politiek. De Conservatieven geloven, net als New Labour destijds, in het uitbestedingsmodel, terwijl Jeremy Corbyns nieuwe oude Labour heeft toegezegd dat overheidstaken niet door beursgenoteerde bedrijven moeten worden verricht. De meeste Britten willen best geloven dat bedrijven sommige taken beter kunnen uitvoeren dan de overheid, maar dat het publieke goed gebruikt wordt voor private winsten ligt gevoelig.

Om die reden wordt er nu ook kritisch gekeken naar Virgin Care, de tak van Richard Bransons imperium dat veel – verliesgevende – zorgcontracten heeft. Wanneer Virgin Trains wordt meegerekend, dat de Britten van het zuiden naar het noorden van het land vervoert, krijgt de ondernemer de helft van zijn inkomen van de Britse belastingbetaler. Zelf behoort Branson, woonachtig op een privé-eiland in de Cariben, niet tot de laatstgenoemde categorie.