Toneel: Verteekening

Het broze ijs op

Soms observeer ik toneel tegen het ritme van een tekst in. Je mist dan wel wat, maar je kijkt anders en je ziet meer. Mijn blik volgt minutenlang één toneelspeler en registreert de honderden beslissingen die in kort tijdsbestek genomen worden.

Als de tekst niet vastligt en de voorstelling ter plekke op de speelvloer ‘geschreven’ wordt, is zo’n soort kijken net zo eng als dit soort toneelspelen-op-de-tast. Alles op de scène wordt een middelpuntvliedende kracht die samenhang zoekt, of juist het ontregelende tegendeel daarvan: vlucht, áf, wég, de coulissen in. De toneelspeler wordt een orkaan zonder oog, een ontmaskerde grappenmaker op een gemaskerd bal.

In de nieuwe productie van Maatschappij Discordia (binnen hun mooie reeks over existentiële vragen van de toneelspeler) vergelijkt een actrice het in die toestand oversteken van een podium met het betreden van een nog maar net bevroren watervlakte: je hoort alles kraken, je ziet wakken waar ze niet zijn, je weet niets meer en je kunt nauwelijks nog op iets rekenen. Ergens aan het begin van de vorige eeuw zijn er toneelmakers opgestaan die deze doodgriezelige toestand van menselijke wirwarrigheid bewust gingen opzoeken en herscheppen. Hun toneel onttrok zich aan iedere logica, onderzocht juist de wortels van dat panische tasten naar logica. Deze toneelpioniers hanteerden niet de spiegel van het vermeende realisme maar het vergrootglas, de vertekening – het beeld is van de dichter Majakowski. De titel van deze Discordia-­voorstelling is Verteekening.

Na de eerste keer kijken zocht ik thuis een tekst terug over Cézanne, die op hoge leeftijd almaar dezelfde berg schilderde en enigszins wanhopig aan zijn zoon schreef dat hij de complexe schoonheid van dat ding niet tussen de latten van zijn doek kreeg. Wij kennen nu de reeks beelden van die berg: de impressionist Cézanne was bij wijze van spreken achter zijn eigen rug om kubist geworden. De voorstelling Verteekening gaat misschien over de ontdekking van zo’n soort kubisme in de kunst van het uitbeelden. Voorwaar een avontuurlijke en riskante onderneming.

En dat bleek. De eerste keer dat ik de voorstelling zag hadden de grappen, de changementen, de half gestamelde zinnen, ja zelfs de muziekintermezzi en de stommelige mise-en-scènes een energieke en frisse exploratiezin waar ik vrolijk van werd. Verteeke­ning oogde als een theatraal essay over wat er gebeurt als je de afspraken waarop toneel schijnt te berusten binnenstebuiten keert en ondersteboven speelt. Een paar dagen later ging ik nog een keer. En toen was het of ik zat te kijken naar ge-ijsbeer op een provinciaal treinperron waar enkele ongeïnspireerde lanterfanters voorlazen uit de krant van eergisteren, terwijl de stationschef op de intercom af en toe een mopje Bach instartte. De voorstelling was een stoffige nachtmerrie geworden waar geen touw meer aan vast te knopen viel.

En ja, natuurlijk, de onschuld van de eerste keer kijken was weg. En ja, zeker, bij koord­dansen zonder vangnet bestaat het risico dat de boel naar beneden lazert. En toch, en toch, het contrast tussen deze twee versies van toneel als het ongekende, het onbenoembare kon binnen één week niet schrijnender. It’s all in the game. Als je dat niet hebben kan, dan moet je niet gaan kijken. Mij zijn deze struikelarijen liever dan veel voorspelbaar toneelspul. Je kijkt anders, soms lukt het niet, maar als de toneelspelers ‘beter falen’ (Beckett), dan zie je zo veel meer.

_* * *

T/m 27 oktober in Theater Frascati, Amsterdam_, 1 en 2 november in Theater Kikker, Utrecht, 5 en 6 december in Kaai Studio’s, Brussel en 14 en 15 december in Monty, Antwerpen. discordia.nl