Repliek

Het brulboek

Het is als een vreetfestijn ten voordele van de hongersnood: op papier de digitalisering van de letteren promoten. Maar ik leef in een democratie en mag dus luidkeels en inconsequent mijn visie verkondigen. Alles welbeschouwd is democratie gewoonweg een veredelde vorm van door-elkaar-schreeuwen. Dat geldt bij uitstek voor de basisdemocratie van het web. Op alle marktplaatsen en in alle uithoeken wordt daar gepromoot, gekeeld, gemeningd, geviswijfd, gesjacherd en gehypet. In de internetvitrine van de letteren bijvoorbeeld staan classy topwerken naast overjaarse taarten en ordinaire prulletjes en allemaal roepen ze en lonken ze als hoeren: ‘Koop mij, neem mij, lees mij! Ik vind mij de beste dus jij ook!’
De chaos en het geschreeuw zullen in de toekomst allesbehalve afnemen. Hoe minder stappen tussen schrijven en boeken aan de man brengen, hoe meer het boek zijn stem zal moeten verheffen om op te vallen. Niet toevallig ligt de toekomst van het boek, net zoals die van de politiek, de media, het varken op de slachtbank, in… geschreeuw. Dat las ik vanochtend in mijn koffiegruis dat geruisloos de waarheid dicteert.
Ga maar na: de lieden die met hun neus tussen twee boekkaften over de straat struinen zijn stilaan zeldzamer dan frituuruitbaters in de Sahel. De straten lopen vol mensen met oortjes, koptelefoons of volledige radiomasten op hun hoofd. Ongelukken nemen dag na dag toe doordat mensen op de tonen van Rammstein, Berdien Stenberg of D.H. Auden onder een auto walsen. Het zijn andere tijden dan pakweg twintig jaar geleden toen snijwonden bij het omslaan van een messcherpe bladzijde aan een bushalte nog dagelijkse kost waren. Otologen oftewel kenners van onze oren waarschuwen dat overdreven luide tonen ernstige gehoorschade veroorzaken. God heeft bij de schepping namelijk geen rekening gehouden met de iPod. We worden en masse doof doordat digitale klanken uren per dag rechtstreeks onze oren binnenstromen. Maar we hadden het over het nobele boek en de digitalisering. Mensen lezen nog steeds veel, zij het dan meestal op een beeldscherm. En voor urenlang beeldschermturen zijn onze ogen niet gemaakt. Mensen zijn wat gezichtsvermogen aangaat altijd al verwant geweest aan mollen, en nu takelen onze ingebouwde kijkcamera’s nog eens verder af.
Om kort te gaan: onze zintuigen begeven het onder invloed van zoveel nieuwe technologie. En hoe kun je als schrijver voor hardhorigen en slechtzienden schrijven? Waar staat het revolutionaire digitale boek zonder publiek? Welke vorm neemt het aan? Vragen waarvan iedere rechtgeaarde schrijver wakker ligt.
Veel meer dan vroeger zal een boek heel direct op zijn lezer moeten toestappen. Maar hoe? Ik heb daar mijn eigen visie en wilde dromen over: het brulboek. We diepen de schrijver uit de good old days weer op, de bard wiens vertelsels via tamtam en mond-aan-mondreclame bij het grote publiek terechtkwamen. Om het in internettermen te vertalen: zijn verhalen werden viraal verspreid. Hoe kun je nu tot slechtzienden en hardhorigen doordringen? Via het brulboek natuurlijk. Het brulboek is een virtueel reuzenboek dat in 3D-vorm voor zijn lezer oppopt wanneer die het oproept. Het ziet er lekker uit, heeft reuzengrote, digitale letters en het kan op eenvoudig verzoek enorm luid zijn verhaaltjes brullen, met de stem van de auteur. En wat meer is: het brulboek zal ons binden aan elkaar. Het sociale weefsel krijgt een boekenrand. Je stuurt het brulboek digitaal en viraal naar iedereen die je lief is. Die opent op zijn of haar beurt de link en laat zich eens groots en lekker hard een pakkend verhaal, een ontroerend epos of een ingenieus moordcomplot voorbrullen. En dat alles waar je maar wil: het boek duikt mee met jou in bad, onder de dekens, het leest de kindjes voor of zit naast je in de wagen. Duizenden wagentjes worden dan voortgedreven door het getril van decibels, niet langer door vervuilende benzine. Het brulboek: je GPS naar een andere, mooiere wereld in het halfblinde, halfdove leven.


Van Saskia de Coster verscheen vorig jaar Dit is van mij, Prometheus, 279 blz., € 18,95