Wat is er mis met de Wiardi Beckman Stichting?

Het Bureau

Paniek in de Partij van de Arbeid. De Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de partij, is weer eens te kritisch bevonden. De WBS vecht voor haar bestaan.

Vier jaar geleden, de vijftigste verjaardag van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Lovende woorden voor de ‘klokkenluider van de Partij van de Arbeid’ van oud-minister Ed van Thijn. En een legendarisch geworden openbaring van Wim Kok, premier en partijleider. 'Soms zou ik de Wiardi Beckman Stichting wel eens willen uitlenen aan de concurrerende partij’, verzuchtte hij op de feestelijke bijeenkomst, 'maar soms heb ik ook wel het gevoel dat dat zonder mijn medeweten al is gebeurd.’ Een veelzeggende en eerlijke onthulling, zeker in het licht van de huidige discussie over de rol van de verschillende stichtingen die vanuit de PvdA betaald worden. En die door de allerbelabberdste financiële omstandigheden van politieke partijen in het algemeen en de PvdA in het bijzonder opnieuw moeten gaan nadenken over hun efficiëntie. Ook de Wiardi Beckman Stichting (wbs) lijkt niet te ontkomen aan de reorganiseerwoede van enkele nieuwe partijbaronnen. Onderstroom, officieel opvolger van de zaterdagse faxkrant Vlugschrift van Niet-Nix, kwam vorige week met een wat curieus bericht. Onder de kop 'Verzet WBS tegen reorganisatie partijbureau’ vochten directeur Paul Kalma en partijsecretaris Lein Labruyère een robbertje uit over mogelijk verregaande maatregelen om de wbs aan banden te leggen. 'Het partijbureau is bezig met een inventarisatie van zijn taken’, schreven de tegenwoordig geheel onder verantwoordelijkheid van het partijbestuur werkende redacteuren. Binnen de reorganisatieacties past een 'stevige integratie’ van de wbs in de partij. 'Gesproken wordt zelfs over ‘indalen in de partij’, ‘ombouwen’ en zelfs ‘opheffen’’, wist Onderstroom te melden. Labruyère probeerde in het bericht bezorgde wbs-medewerkers gerust te stellen, maar hij zorgde alleen maar voor meer onrust. 'Van opheffen van de wbs is op dit moment geen sprake’, zei hij fijntjes. Tot woede van Paul Kalma. Die weigerde te reageren op iemand die zo weinig gevoel voor de juiste verhoudingen had. 'Welterusten Lein’, was zijn reactie op Labruyère, die hij 'het type bestuurder’ noemde 'dat het vrije debat in de PvdA liever vandaag dan morgen zou smoren’. Hoewel Labruyère vanuit zijn achtertuin in Zeeland laat weten dat er niets meer aan de hand is en de hele zaak op een vreselijk misverstand bij de wbs berust, is met het akkefietje wel degelijk de toon gezet. De toekomst van de politieke partijen is een onzekere. VU-politicoloog André Krouwel heeft in NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer dienaangaande al meermalen de noodklok geluid. Ook onlangs nog voor een PvdA-gehoor op het drukbezochte Kennisfestival in Nijmegen. Krouwel schetste ten overstaan van een angstig kijkend partijkader een welhaast apocalyptisch toekomstbeeld van een democratie waarin politieke partijen zijn verworden tot kiesverenigingen met als voornaamste doel bestuurders voor lokale en landelijke politiek af te scheiden. Door het scherp dalende ledental van de partijen komt steeds minder geld binnen om de begroting rond te krijgen. Het nieuwe subsidiestelsel van het ministerie van Binnenlandse Zaken maakt het voor partijen wellicht iets gemakkelijker. Sinds vorig jaar worden wetenschappelijke instituten niet meer rechtstreeks door de overheid gesubsidieerd maar via de partij. Voor de financiering van de eigen politieke jongerenbeweging én voor de financiering van politiek-wetenschappelijk onderzoek is een vast bedrag gereserveerd waar de partij niet van kan afwijken. Maar het maakt natuurlijk niet uit wáár je dat geld voor onderzoek aan uitgeeft, meent Lein Labruyère. Dat enorme bedrag hoeft dus niet helemaal naar de Wiardi Beckman Stichting, maar zou net zo goed kunnen gaan naar een extern bureau dat wetenschappelijk onderzoek kan doen dat wellicht beter aansluit bij de agenda van het partijbestuur, zoals hij in Onderstroom suggereerde. 'De PvdA wordt door de overheid gesubsidieerd. Een deel van dit geld is bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek. Dat hoeft niet per se via de wbs, dat kan ook extern’, zei hij. Labruyère: 'Bij de wbs gaat de discussie altijd over onafhankelijkheid. En daar ben ik voor. Ze moeten onafhankelijkheid hebben om hun bevindingen als onderzoekers gestalte te kunnen geven. Als je die onafhankelijkheid niet garandeert, dan heeft het geen enkele zin om wetenschappelijk onderzoek te laten doen. Een onderzoek waarbij je van tevoren zegt wat de uitkomst moet zijn, heeft geen zin’, weet de nu ruim een jaar geleden aangestelde secretaris. 'Maar dat zou evengoed gelden als een extern bureau dat onderzoek zou doen natuurlijk.’ Maar zo’n 'extern bureau’, dat kán helemaal geen onderzoek doen voor de Partij van de Arbeid. Althans, niet van het geld dat de overheid voor het wetenschappelijk instituut gereserveerd heeft. De Leidse politicoloog Ruud Koole adviseerde vorig jaar nog de minister van Binnenlandse Zaken over de nieuwe wet op de partijfinanciering. In die wet staat dat de partij die subsidie van de overheid krijgt, één wetenschappelijk instituut moet kiezen waar het geld van de overheid voor wetenschappelijk onderzoek naartoe gaat. Wanneer dat geld niet naar de wbs zou gaan, dan kan de wbs haar deuren sluiten. Van donateurs alleen kan een wetenschappelijk bureau niet leven. Koole: 'Een wetenschappelijk instituut heeft in principe drie bronnen van inkomsten: overheidssubsidie, donateurs en een eigen bijdrage van de partij. Zo gaat het in ieder geval bij de PvdA. Met de nieuwe wet is het bedrag dat bestemd is voor wetenschappelijk onderzoek met 25 procent gestegen. De enige wijze waarop de partij kan beknibbelen op het wetenschappelijk bureau is als de eigen bijdrage van de partij aan het bureau omlaag gaat. Met eenzelfde bedrag bijvoorbeeld als waarmee de vaste overheidsinkomsten stijgen. Dan mist de nieuwe wet wel zijn doel, maar houdt de partij netto meer geld over om vrij te besteden.’ Aan vluchtiger onderzoek bijvoorbeeld. Want daar ligt het grootste probleem. De wetenschappelijke bureaus hebben de gewoonte zich vooral te richten op lange- en middellange-termijnontwikkelingen en actuele kwesties waarover de partij in enkele weken advies wil, slechts zelden aan te pakken. Bij de wbs, in de woorden van Ed van Thijn tijdens het jubileum in 1996, 'tasten de sensoren en de grijze cellen de verduisterde hemel af naar de nieuwe vormen en gedachten, die de rust van de zelfgenoegde zekerheid, de op spelden lopende policymakers verstoren c.q. versjteren.’ Men is 'altijd, bijna rusteloos, op zoek naar nieuwe trends in de samenleving’. 'Daarbij signaleerde de wbs ook vele malen breukvlakken, cesuren met het recente verleden, soms ook nog van de vorige dag.’ Ruud Koole: 'Daar ligt de spanning. Het zou de partij goed uitkomen als op commando naar ieder actueel thema onderzoek gedaan kan worden, maar zo werkt het dus niet. De instituten zijn officieel onafhankelijke stichtingen, die zelf hun agenda bepalen. Dat is in vergelijking met andere landen een tamelijk unieke situatie en het zou zonde zijn als dit verdween.’ Maar dat neemt niet weg dat een club als de wbs voor een regerende partij tamelijk lastig kan zijn. Philip van Praag, politicoloog van de Universiteit van Amsterdam: 'De wbs hecht heel erg aan haar onafhankelijkheid. Ze zet vraagtekens bij dingen die vanzelfsprekend zijn of dat voor de partij althans lijken. En ondertussen zit het partijbestuur met financiële problemen. Dan denkt die partij: ze krijgen al dat overheidsgeld voor wetenschappelijk onderzoek en dan lopen ze ons nog voor de voeten ook! Want er zijn natuurlijk geregeld dingen misgegaan. Dat de wbs vlak voor de verkiezingen met een rapportje komt waarin de hele partij of zelfs PvdA-bewindslieden bekritiseerd worden, bijvoorbeeld. De PvdA is onzeker op het moment. Er wordt buitengewoon veel nagedacht over het imago. De PvdA loopt voorop in de wijze waarop hier onderzoek naar wordt gedaan. De partij is een tamelijk professionele organisatie geworden.’ Dat is te merken. Lein Labruyère spreekt over 'Fte’s’ als hij aanstellingsplaatsen bedoelt en hij zegt dat hij de medewerkers van de partij 'leuke perspectieven wil bieden’ omdat hij 'toch een aantrekkelijke werkgever wil zijn’. Wat doet hij nu zoal? Labruyère: 'We zijn in Amsterdam begonnen met een takeninventarisatie. Een week of vier geleden hebben we een werkconferentie gehouden met het personeel en eenzelfde type werkconferentie met het dagelijks bestuur. We hebben gekeken of er vanuit de organisatie geen sprake is van dubbeling van activiteiten. Het doel is de klanten, de verschillende structuren binnen de partij dus, zo optimaal mogelijk te bedienen. Ik heb alle neveninstellingen meteen uitgenodigd direct zitting in de stuurgroep te nemen. Maar de wbs-stoel bleef helaas leeg.’ Labruyère is ervan overtuigd dat hij en Paul Kalma weer door één deur kunnen. 'Waar we vanaf moeten is dat dit uitgelegd zou worden als zou het partijbestuur de wbs als luis in de pels monddood willen maken’, zegt hij. 'Misschien heeft dat met onze tradities te maken, maar die ken ik niet, daarvoor ben ik te kort secretaris.’ Kalma en hij, ze hebben beiden het beste met de partij voor, zegt Labruyère. Aanstaande woensdag hebben ze een bespreking om over de details te praten. Kalma zit echter de hele week in het buitenland. Ook voor ons was hij niet bereikbaar voor commentaar.