John Gray over kapitalisme, revolutie en Fukuyama

‘Het burgerlijke leven is onderuitgehaald’

Het internationale landschap zal over een jaar of tien compleet veranderen, verwacht filosoof John Gray. ‘Dit zou wel eens een onplezierige en gevaarlijke tijd kunnen worden.’

Filosoof en schrijver John Gray oefent al ruim tien jaar kritiek uit op het ongebreidelde en gemondialiseerde kapitalisme. Maar hij heeft ook niet veel goede woorden over voor de socia­listische alternatieven. In een exclusief interview met het Engelse tijdschrift Tank praat hij over het definitieve einde van de theorie van het einde van de geschiedenis, over het einde van de middenklasse en over het begin van een onzekere en mogelijk zeer moeilijke tijd.

‘De meeste economen en de politieke elite zijn sinds de Tweede Wereldoorlog van mening dat het kapitalisme – als het aan zichzelf wordt overgelaten – zo veel onzekerheid creëert dat het leven van de middenklasse onmogelijk wordt gemaakt’, zegt Gray. ‘Hun oplossing was te proberen het in te dammen of te disciplineren. En dus is sinds de Tweede Wereldoorlog, zelfs in Amerika – vanaf president Roosevelt – een hele reeks beleidsmaatregelen de revue gepasseerd. Niet slechts de verzorgingsstaat, maar een heel scala aan maatregelen om de positie van de middenklasse te verstevigen en de burgerlijke manier van leven te beschermen tegen de meer anarchistische krachten van het kapitalisme. Jarenlang leek er dus een soort evenwicht te bestaan tussen de politieke krachten van de middenklasse aan de ene kant en de krachten van de markt aan de andere.

Dit evenwicht, dat toch al niet stabiel was, is onlangs om allerlei ingewikkelde redenen verloren gegaan, als gevolg van de mondialisering en specifieke beleidsmaatregelen die verschillende landen hebben genomen. De meeste landen hebben tot op zekere hoogte hun financiële markten en hun bankstelsels gedereguleerd, waardoor de banken – en zelfs regeringen – in feite een soort hedgefondsen zijn geworden. En dit proces heeft de bescherming ongedaan gemaakt die de middenklasse tegen het kapitalisme genoot. Bezittingen en rijkdom zijn vluchtig en mobiel geworden, zeker nu er zaken zijn als de zogenoemde “hoogfrequente handel”, zodat volgens sommige verhalen de gemiddelde periode waarin aandelen op Wall Street worden vastgehouden nog maar zo’n zes seconden is. Want deze transacties worden uiteraard niet door mensen, maar door computers uitgevoerd, met behulp van algoritmen die niemand echt begrijpt en die een buitengewone instabiliteit teweegbrengen.’

Met onvoorziene gevolgen.

‘Ja. De andere factoren hebben natuurlijk te maken met veranderingen in werkgelegenheidspatronen. Het idee van een levenslange carrière is volledig verdwenen. Deels door technologische veranderingen, dat is waar. Maar door de marktgedreven systemen versnellen deze veranderingen. Het concept dat je al vroeg in het leven voor een bepaald beroep kiest, een hoeksteen van het leven van de middenklasse, is verdwenen. In plaats van een verburgerlijking van de hele maatschappij, iets wat de meeste waarnemers, denkers en analisten na de Tweede Wereldoorlog hadden verwacht, is het tegenovergestelde gebeurd. In plaats van dat we allemaal tot de middenklasse gaan behoren, lijkt het erop dat we met een uitgebreide, totaal versplinterde onderklasse zullen worden opgezadeld.’

Dus de zogenoemde ‘Reaganomics’ en het geloof van Margaret Thatcher in het trickle down-effect van de kapitalistische economie blijken niet te hebben gewerkt?

‘Het tegenovergestelde is waar. De zaken zouden nog beheersbaar zijn als bijvoorbeeld twintig procent van de bevolking tot deze geatomiseerde onderklasse zou behoren en de rest een zeker en stabiel bestaan zou leiden. Maar dat is niet het geval. De armen en de arbeidersklasse zijn veel zwakker geworden, en het is voor hen tegenwoordig veel moeilijker om een soort collectieve solidariteit uit te dragen. Maar tegelijkertijd leiden grote delen van de middenklasse een net zo onzeker bestaan als de arbeidersklasse, ook al hebben ze hogere inkomens en bezitten ze een of andere vorm van kapitaal, meestal in de vorm van een eigen huis. De meeste mensen uit de middenklasse hebben helemaal geen pensioen of spaargeld. Ze hebben eerder schulden dan bezittingen. Er wordt gezegd dat de meeste Amerikaanse gezinnen drie loonstrookjes van het daklozenbestaan verwijderd zijn.’

En hoe zit het met de opkomende middenklassen in landen als China, India en Turkije?

‘Vergeet Afrika niet. Ondanks wat veel mensen dachten, heeft daar de afgelopen paar jaar een heel snelle economische ontwikkeling plaatsgevonden. Als de instabiliteit die we nu ervaren werkelijk een mondiaal karakter heeft, denk ik niet dat deze opkomende middenklassen immuun zullen zijn voor onzekerheid en turbulentie. China heeft nooit toegegeven aan de eis zichzelf helemaal in de wereldmarkt te integreren. Hoewel het een hyperkapitalistische economie is, is het ook een commando-­economie, en er gaat maar weinig kapitaal naar binnen en naar buiten. Het systeem kent een paar van de problemen die wij ook hebben, maar moet nog een vergelijkbare crisis ondergaan. Een van de sleutelvragen is of het Chinese systeem op de been kan blijven of kan veranderen op een manier die het in staat stelt intact uit de huidige crisis te voorschijn te komen, waardoor het relatief veel sterker zal worden. De traditionele middenklasse zou onder dit dirigistische kapitalisme – een zeer gereguleerde vorm van kapitalisme – misschien beter kunnen gedijen dan in het Westen. Maar het kan ook zijn dat zich toch een of andere crisis zal voordoen. Het idee dat het einde van de bloei in China tot een ander regime zal leiden is echter louter op wensdromen gebaseerd. Ik denk niet dat dit zal gebeuren. Om te beginnen hebben ze nog zo veel manieren waarop ze hun economie kunnen beïnvloeden, en daarbovenop is er ook nog eens een staatsfonds van astronomische omvang.’

De opkomst van de middenklasse, zoals die tot uitdrukking is gekomen in de bloei van het naoorlogse Amerika, was deels een manier waarop het kapitalisme zich kon beschermen tegen het communisme. Het maakte deel uit van een ideologische strijd…

‘… die nu is verdwenen.’

Dat is dus misschien een van de redenen waarom die bevordering van de burgerlijke manier van leven ook is verdwenen. Het kapitalisme heeft de steun van de middenklasse immers niet langer nodig. Het heeft geen ideologische rivaal meer.

‘Toch schuilt daar een paradox in. In sommige opzichten was het communistische systeem, in termen van onderwijs en werkgelegenheid, typisch een middenklassesysteem. Hoewel het de burgerlijke vrijheden onderdrukte, was het conservatiever dan veel van wat in het Westen bestond. Maar er was niet veel arbeidsmobiliteit. En toen de Sovjet-Unie ineenstortte, kwam dat neer op een plotselinge vernietiging van de economische positie van de middenklasse. Hoogleraren die…’

… taxichauffeurs werden…

‘Ja, en onderzoekers die eindigden op de schroothoop of naar Noord-Korea moesten uitwijken. Dat was een enorme ontburgerlijking – vooral in Rusland. U heeft dus gelijk: de ineenstorting van het communisme was een van de factoren die het burgerlijke leven ondermijnden. Dat ging gepaard met een periode van triomfalisme en deregulering in Amerika, en met het idee dat er een mondiale vrije markt in het leven werd geroepen. De Chinezen en anderen werden opgenomen in een mondiaal systeem. Met andere woorden: zij begrepen de betekenis van het woord mondialisering verkeerd, want die mondialisering verspreidt volgens mij niet overal één soort kapitalisme. De Chinezen praten daar nooit zo over. Zij denken niet dat de Chinese aanpak naar Amerika, Europa of Afrika kan worden geëxporteerd; zij zien die als toegesneden op hun eigen historische omstandigheden. Maar in de periode tussen 1990 en 2007 werd geloofd dat één model, dat van Fukuyama en Friedman, overal zou kunnen werken. Ik vond dat volkomen belachelijk, omdat de mondialisering nieuwe vormen van het kapitalisme ­bevordert die wel bepaalde dingen gemeen hebben, maar in essentie toch met elkaar wedijveren. Het soort kapitalisme dat momenteel het meest te lijden heeft is het westerse ­kapitalistische model, dat het meest heeft gedaan om het burgerlijk leven onderuit te halen.’

De islamitische vorm van bankieren, de laatste solide manier van bankieren die nog overeind staat, werd door de mainstream tot voor kort als een grap gezien.

‘Ja, dat is een interessant punt.’

Ik ben benieuwd naar uw ideeën over kruis­besmetting en -bevruchting. Wat denkt u dat de verschillende scenario’s zijn die dit proces kan gaan opleveren?

‘Immigratie is een belangrijke factor, want als mensen zich van hier naar India, naar islamitische landen of naar elders begeven, nemen ze hun eigen vormen van bankieren en hun eigen vormen van bedrijfsorganisatie met zich mee. Die zijn dikwijls eerder familiegericht dan individualistisch. Een deel van het verhaal van het Westen was dat de verspreiding van het ­kapitalisme overal een bepaald soort individualisme teweeg zou brengen. Ik denk dat dit helemaal niet klopt. Ik bedoel: in de eerste plaats heeft het westerse individualisme zich kunnen uiten via veel verschillende kanalen, die niet ­economisch van aard waren, maar eerder religieus. Het ­westerse kapitalisme is trouwens ook diverser dan we doorgaans denken. Het Italiaanse kapitalisme is van oudsher bijvoorbeeld meer op familiebanden gebaseerd dan het Angelsaksische. En het Duitse kapitalisme verschilt daar weer van door zijn nauwe betrekkingen met Duitse instituties als gilden en vakbonden.

Het idee dat er sprake zou zijn van een triomfantelijke opmars van een bepaald soort kapitalisme, met een bijzonder ethische cultuur, is een complete zinsbegoocheling. Want dat kan een radicaal individualistische ethische cultuur blijken te zijn, die nogal instabiel is als – boven op het virulente individualisme – de verworvenheden van de economische zekerheid worden weggenomen. Als dit samengaat met een onvermogen om te plannen en om te sparen, eindig je met grote problemen, zoals onhoudbare kredieten en schulden die zeer instabiel kunnen worden.

Ik twijfel er niet aan dat het Chinese model in een aantal opzichten zal moeten veranderen, omdat het te afhankelijk is van de export. Maar verandering is niet hetzelfde als convergentie. Ze gaan niet veranderen omdat ze meer op ons willen lijken. En ik denk ook niet dat wij zelf zo eenvormig zullen zijn. Zelfs het idee dat er één enkele vorm van burgerlijk leven is dat ­iedereen zou willen leiden… ook dat is volgens mij een illusie. Denk er maar eens over na. Stel dat China het systeem van Singapore heel snel op veel grotere schaal zou kunnen imiteren. Zou er in China dan zo’n sterke drang naar burgerlijke politieke vrijheden zijn?’

Hervorming of revolutie?

‘Het zal waarschijnlijk iets worden wat daar het midden tussen houdt, want aan de ene kant zijn de Griekse politieke klassen vervreemd van de meerderheid van de bevolking. Laat ik het zo zeggen: het idee dat een beter management, een betere beleidscoördinatie de problemen van de eurozone zou kunnen oplossen is een hersenschim – daarvoor zijn die problemen veel te fundamenteel van aard. Maar er zullen geen revoluties komen zoals in de negentiende of aan het begin van de twintigste eeuw, omdat er, om te beginnen, niet zo veel politieke massabewegingen meer over zijn. Misschien heeft dat in zekere zin iets gemeen met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De ineenstorting van de Sovjet-Unie was geen revolutie. Er was heel weinig geweld. Een heel klein beetje in de Baltische staten misschien, maar niet op de schaal die je zou hebben gevreesd.’

Zoals in Tsjetsjenië.

‘Tsjetsjenië, ja – daar was vreselijk geweld. Maar dat was geen traditionele revolutie, het was echt iets anders. En in Griekenland zie je nu ook niet zozeer de opbouw van een massa­beweging, maar eerder de versplintering van de hele maatschappij. Je kunt natuurlijk zeggen: het zal wel weer voorbijgaan en zich op zo’n manier ontwikkelen dat er niets gebeurt. Ik denk niet dat dat het geval zal zijn. Ik denk dat als het leven ondraaglijk wordt voor bevolkingsgroepen die niets hebben om naar uit te kijken, er wél iets zal gebeuren. Er is een verschil tussen een grote verandering binnen het systeem en een revolutionair oproer. Ik denk dat dat nu voor de deur staat. Het zal niet lang meer duren, want de grenzen van de bestuurlijke oplossingen zijn al bereikt, nu ze zulke dramatische gevolgen hebben voor de mensen.

Bestuurlijke oplossingen kunnen deze problemen niet oplossen, die net zo diep geworteld als ernstig zijn. Onlangs heeft president Trichet van de Europese Centrale Bank gezegd dat Amerika een muntunie is, net als wij, en dat we het vergeleken met de Verenigde Staten zo slecht nog niet doen. Het zorgwekkende van dit soort uitspraken is dat ze zo ongelooflijk ver van de geschiedenis af staan. Amerika is anders, omdat Amerika al 150 jaar lang een natiestaat is, die is ontstaan na een bloedige burgeroorlog. Daarvóór bestonden er feitelijk twee landen: het ene een pre-moderne slaveneconomie, het andere een industriële economie. De Verenigde Staten hebben twee wereldoorlogen, de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog achter de rug. Er is een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur. De afgelopen honderd jaar werden immigranten gedwongen geamerikaniseerd, en hun kinderen werden verplicht in het Engels onderwezen. Op scholen in Californië werd het Chinese studenten bijvoorbeeld verboden Chinees te spreken; dat is de reden dat er particuliere Chinese middelbare scholen zijn opgericht. Amerika is dus een natiestaat.’

Iedere morgen zweren kinderen trouw aan de vlag. Dat is iets wat Europese kinderen niet doen – althans: nog niet.

‘Dat is een heel belangrijk punt. Maar helaas is Amerika politiek radicaal verdeeld. Er is sprake van een beleidsimpasse en van een diepgaande polarisatie tussen op z’n minst twee Amerika’s, aangewakkerd door wederzijdse haat. Ik ­verbaas me daarover, over die wederzijdse haat die ­kenmerkend is voor het politieke leven in Amerika en voor bewegingen als de Tea Party.’

Natuurlijk is er ook Occupy Wall Street.

‘Ja, maar dat is een nieuwe beweging, die overigens vrij sterk lijkt te worden. Hoewel zij wordt genegeerd, wordt zij vrij belangrijk. Zij verspreidt zich door heel Amerika.’

Hoe denkt u dat de internationale instellingen zullen worden beïnvloed door de Egyptische, Chinese of Braziliaanse versies van het leven van de middenklasse?

‘Dat is heel moeilijk te zeggen. De ­Amerikanen hebben niet langer de hegemonie in ­handen. Hun wetten en voorschriften gelden niet in China of Europa; daar lachen ze erom, of ze negeren ze. Dat is een fundamentele ­verandering. Maar in zeker opzicht zijn de Amerikanen nog steeds de hoeksteen van het ­internationale systeem. Ik denk niet dat dit nog heel lang gaat duren. Als dat verandert, weten we niet hoe de volgende configuraties eruit zullen gaan zien. Maar we kunnen er wel zeker van zijn dat de Verenigde Staten niet door één andere grootmacht zullen worden opgevolgd. Want India en China ­hebben te veel belangenconflicten en te veel ballast. Rusland en China ook, hoewel die twee landen in veel opzichten samenwerken.

Het zal allemaal veel meer gaan lijken op het einde van de negentiende eeuw, met dit cruciale verschil dat veel van de grote spelers landen zullen zijn die destijds koloniën waren, of onderworpen, zoals India en China. De energie is uit Europa en Amerika gevloeid. Ik denk dat je dat kunt zien aan de manier waarop de vernietiging van de middenklasse in de Verenigde Staten het meest extreem is.

En het sociale stelsel functioneert er ook al helemaal niet. Van oudsher is een imperium ten dode opgeschreven als het intern ­insolvabel is geworden. Bij Groot-Brittannië begon dat ­tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Britse imperium eindigde waarschijnlijk met de ­invasie van Singapore, en dat was het dan.’

Slechts twintig jaar later.

‘Het duurt nooit heel lang, en dat zal met Amerika ook het geval zijn. We kunnen dus over een jaar of tien, vijftien een complete ­verandering van het internationale landschap verwachten. Maar hoe het er dan gaat uitzien is moeilijk te voorspellen.

Om terug te keren naar het begin van ons gesprek: we weten gewoon niet hoe succesvol we zullen zijn bij het uitzitten van de storm op de markten. We kunnen heel succesvol zijn of weinig succesvol, maar we kunnen ook heel serieuze problemen krijgen. Dat is de grote vraag. Deels omdat we niet weten hoe erg het in Europa gaat worden. Moeten we bang zijn voor een gecontroleerd staatsbankroet? Dat zou enorm ontwrichtend zijn. Het enige wat ik zeker weet is dat het leven van de middenklasse veel gevarieerder zal worden dan voorheen, dat de werkelijke verschillen zich vermoedelijk zullen voordoen tussen samenlevingen en economieën, en dat het de vraag is of de middenklassen daar nog een plaats in hebben.

In Amerika lijkt het er bijna op dat de meerderheid van de bevolking weer in een soort plantage-economie is beland. Kijk eens naar de hoeveelheid mensen die geen ziektekosten­verzekering hebben, zelfs ná Obama, terwijl één op de zes Amerikanen zich moet behelpen met voedselbonnen. De échte economie is die van de garageverkopen, drugs, kleine misdaad en sekswerkers. Het is bijna een karikatuur van de opkomende economieën van twintig jaar geleden. En als je kijkt naar wat de VS exporteren – producten als soja, maar geen ingewikkelde fabrieksgoederen – is het een zeer uitgeholde economie met een zeer uitgeholde middenklasse.

Het enige waar we zeker van kunnen zijn, is dat de schijnbare passiviteit onder de ­Amerikaanse bevolking ten einde komt. Er is sprake van een steeds breder wordende kloof in de politieke discussie tussen enerzijds de Occupy Wall Street-beweging en anderzijds de Tea Party. Je hebt iemand als Mitt Romney, die een bizarre mengeling belichaamt van ultra-kapitalisme en Amerikaans nationalisme en militarisme, in een tijd dat de Amerikanen zich hun militaire machine niet meer kunnen veroorloven.

Dit zou wel eens een heel merkwaardige, onplezierige en gevaarlijke tijd kunnen worden. Ik weet het gewoon niet.’


Dit interview stond oorspronkelijk in het tijdschrift Tank.

Vertaling Menno Grootveld