Het cda heeft de absolute meerderheid

Voor commentatoren en Haagse journalisten was het een saaie campagne. Ditmaal geen Arscop of andere affaires, geen lijsttrekker die van zijn voetstuk donderde. Er was wel een gebeten hond, D66, maar dat was lang zo leuk niet als het kelderende CDA vier jaar geleden. En over het premierschap, ook altijd een geliefd onderwerp, konden we het nauwelijks hebben, want daarvoor lag Kok in de peilingen te veel voorop. Het ging daardoor relatief veel over inhoudelijke onderwerpen. Over de zorg, de hypotheekrente-aftrek, een nieuw belastingstelsel, de opvang van asielzoekers, ja zelfs over de privatisering van de spoorwegen.

Debat was er echter nauwelijks. De lijsttrekkers holden van actualiteitenprogramma naar talkshow, maar vrijwel altijd zaten ze daar alleen, zonder tegenstander. Zo wilden de campagneteams het - doodsbang voor politisering - en de programmamakers gingen braaf akkoord. Ieder programma ontpopte zich op die manier als zendtijd voor politieke partijen - ‘Vandaag zag u Rosenm”ller. Morgen in onze serie: lijsttrekker Borst.’
Het gebrek aan debat is een logisch gevolg van de paarse coalitie. Als de belangrijkste ideologische tegenstanders vier jaar lang vrolijk samenwerken en om het hardst roepen dat ze dat de komende vier jaar opnieuw zullen doen, kun je geen spetterende campagne verwachten.
De eerste prijs voor het balanceren op deze glibberige evenwichtsbalk gaat ongetwijfeld naar de PvdA. Zelden wist een partij zo knap de indruk te wekken dat het de komende vier jaar hÇÇl anders zal gaan - veel groener, veel socialer, veel meer aandacht voor collectieve voorzieningen - zonder afstand te nemen van het kabinet waar ze zelf nota bene de grootste partij in was. Goed om straks tijdens de formatie-onderhandelingen te onthouden: de PvdA wil geen concurrentie meer op het spoor (kamerlid Van Gijzel), belooft de komende jaren nul gulden te investeren in autowegen (kamerlid Ferd Crone), steunt GroenLinks in het idee van een 'Groen Poldermodel’ (lijsttrekker Kok), en zal alleen met de VVD regeren als de liberalen akkoord gaan met het PvdA-belastingplan (minister Melkert).
Het was het CDA dat tijdens de campagne de enige echt fundamentele discussie aansneed. Nee, niet over gezinnen of normen en waarden, maar over private rijkdom versus publieke armoede. Wat willen we eigenlijk, zo vroeg de Hoop Scheffer keer op keer: meer geld in het loonzakje, of beter onderwijs en menswaardige zorg?
Hij heeft de bevolking voor 85 procent aan zijn zijde, zo bleek uit onderzoek van het programma Netwerk. Wie de rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau de afgelopen jaren heeft gelezen, had het al lang kunnen weten: een steeds grotere meerderheid van de bevolking wil graag netto loon inleveren voor betere collectieve voorzieningen.
Akkoord, het is niet helemaal geloofwaardig dat juist het CDA, tot voor kort kampioen lastenverlichting en sloper van publieke voorzieningen, met dit verhaal komt. Maar het is wel de fundamentele vraag voor het komende kabinet.
De PvdA heeft een gouden kans laten lopen door dit thema aan het CDA over te laten. De sociaal-democraten durfden de lastenverlichting niet ter discussie te stellen. De PvdA weet namelijk maar al te goed dat je veel lastenverlichting in je partijprogramma moet stoppen om 'goedgekeurd’ te worden door het Centraal Planbureau; volgens de modellen van het CPB levert belastingverlaging als vanzelf veel banen op.
Dat is lastig in een tijd dat de hele samenleving schreeuwt om meer geld voor onderwijs en zorg. Als de verkiezingsstrijd van de afgelopen maanden iets heeft opgeleverd, dan is het dat collectieve voorzieningen ook door de politiek weer beschouwd worden als een kwestie van beschaving en leefbaarheid in plaats van louter als kostenpost.
Compliment aan de actievoerende verpleegkundigen, compliment aan al die mensen in rokerige zaaltjes en op winderige markten die het de afgelopen weken de politici inpeperden. (Als we het televisiespotje van Wim Kok moeten geloven, waren zorg en onderwijs al zijn belangrijkste prioriteit toen hij nog in de luiers lag, maar dat was ons de afgelopen jaren even ontgaan.)
Zelden was de politieke eensgezindheid over wat prioriteit moet hebben zo groot. Maar die eensgezindheid is schijn. Onderwijs en zorg (maar ook renovatie van verpauperde wijken, openbaar vervoer en al die andere kwesties die gelukkig weer bespreekbaar zijn) kosten handenvol geld. Hoe denken de geachte politici dat te kunnen betalen als ze tegelijkertijd lastenverlichting beloven?
En zo zijn we weer terug bij de fundamentele vraag die alleen het CDA aan de orde durfde te stellen. Het was de grote misser van deze verkiezingscampagne dat dit dilemma niet op tafel is gekomen.
De ommezwaai van het CDA zou de PvdA als muziek in de oren moeten klinken. Eindelijk een potenti‰le bondgenoot in de strijd voor de kwaliteit van het bestaan. Maar de PvdA bleef roepen dat ze dolgraag wil doorgaan met de VVD. De wonden bij de PvdA over de onbetrouwbaarheid van het CDA in het kabinet-Lubbers/ Kok zitten diep. De tevredenheid over de prettige sfeer in het paarse kabinet is groot. Maar de bevolking koopt niet veel voor een prettige sfeer in de TrŠveszaal. In plaats van het CDA als melaatse te behandelen, kan de PvdA het ijzer van de christen-democraten beter smeden nu het rood oplicht.
(Maar we hebben nog een hele formatie te gaan. Het is een misverstand om de verkiezingstijd te beschouwen als moment suprˆme van de politiek. De echte politiek wordt pas gemaakt tijdens de formatie. Waren de politici de afgelopen maanden niet uit de openbaarheid weg te slaan, nu trekt een select gezelschap van acht, hooguit twaalf mensen zich terug om achter gesloten deuren de belangrijkste zaken voor de komende vier jaar te regelen. Zonder inbreng van het parlement, zonder controle door de media. Als de onderhandelaars enig democratisch besef in hun lijf hebben, maken ze er ÇÇn grote vrije kwestie van.