Het CDA voert oppositie tegen de verfloddering

Steeds zwaarder wordt de druk op Enneus Heerma om met passie oppositie te bieden tegen paars. Hirsch Ballin beveelt zelfs de bevrijdingstheologie aan. Houdt de Stille Titaan uit Tietjerksteradeel het hoofd koel?

HET MOET ER hartstochtelijk aan toe zijn gegaan op het symposium Zingeving en verantwoordelijkheid van het wetenschappelijk bureau van het CDA, verleden week woensdag in het Gelderse Echteld. De historische betekenis van deze bijeenkomst is door de extreme beslotenheid nog lang niet volop aan het licht gekomen. Slechts twee journalisten (een van Trouw en een van NRC Handelsblad) mochten er aanwezig zijn, en dan nog nadrukkelijk op persoonlijke titel, zodat de berichtgeving over het nieuwe baken in de christen-democratische geschiedenis tot het minimum beperkt bleef.
Niettemin suizen de oren van de circa tachtig deelnemers aan het congres nog steeds na van het verbale geweld dat er te beluisteren viel. Een sterrol was weggelegd voor Ernst Hirsch Ballin, wiens bijdrage aan deze ideologische herijking van plaats en functie van de christen-democratie in dit heidense tijdsgewricht eeuwig in de herinnering van de toehoorders gekerfd zal staan. Een bewerkte versie van Hirsch Ballins donderpreek zal binnenkort worden afgedrukt in het blad Christen-Democratische Verkenningen. Tot dat moment moeten we het doen met mondelinge samenvattingen van de verbaasde toehoorders.
‘In zijn speech trok Hirsch Ballin veel harder en feller van leer dan we al van hem gewend waren’, zo reconstrueert Thijs Jansen, een van de organisatoren van het Gelderse conclaaf. 'Hij stelde zich op het standpunt dat het CDA zich geheel moet richten op de noden van de samenleving, dat de partij moet proberen om de vertolker te worden van alle onlustgevoelens die er leven bij de mensen die zich door de politiek in de kou gezet voelen. Dat strekt zich dan uit van de zorg over de oprukkende criminaliteit tot de vrees voor een algeheel normverval. Dat zou betekenen dat het CDA de mensen veel meer dan nu gebeurt, zou moeten aanspreken op het normatieve terrein, juist dat terrein zou het CDA moeten politiseren. Het was eigenlijk een hele nieuwe filosofische visie op de rol van de overheid, die erop neerkwam dat Hirsch Ballin de grenzen van de rol van de politiek en de staat wil gaan verleggen. Ik persoonlijk vond dat zijn verhaal op sommige punten nog het meeste deed denken aan de filosofie van de bevrijdingstheologie, die ervan uitgaat dat het ware godsbeleven zich manifesteert in solidariteit met de meest onderliggende klassen. Het was dan ook een verhaal dat het vooral goed deed bij wat je moet zien als de linkervleugel van het CDA, die al van oudsher meer aandacht besteedt aan het debat over normen en waarden.’
OPMERKELIJK MAG het heten dat juist Hirsch Ballin, een van de alom erkende ijzervreters van het CDA-conservatisme, in het heetst van de strijd zijn toevlucht neemt tot die marxistische variant van de christen-democratische gedachtengoed. Maar hij stond bepaald niet alleen. Ook Ruud Lubbers was aanwezig in Echteld, en hij schaarde zich voor de volle honderd procent achter het flamboyante betoog van zijn gewezen minister van Justitie. Lubbers hield zijn gehoor voor dat het electoraat meer van het CDA wil zien als het gaat om de strijd tegen de 'verfloddering’ van de Nederlandse samenleving. 'De mensen willen normatief worden aangesproken’, aldus de duit die de ex-premier in het zakje van het hernieuwde ethisch reveil deed.
Met dit zware ideologische geschut werden de gemoederen in Echteld tot het kookpunt opgejut. De reactie van Enneus Heerma op al deze staaltjes van brandende ambitie kwam op het symposium dan ook aan als een plotselinge plensbui tijdens een zonovergoten en opwindend rockfestival. De altijd bedaarde fractieleider moest er niets van weten. Vanwege zijn overvolle agenda kon Heerma maar heel even aanwezig zijn op de bijeenkomst, maar de spaarzame minuten die hij had voor een reactie op de voorgestelde zwenking van zijn partij in de richting van verre ideologische einders, deden niets af aan de vernietigende werking van zijn woorden.
Met zijn bekende korzeligheid maakte de Stille Titaan uit Tietjerksteradeel gehakt van het opgewonden vertoog van Hirsch Ballin. De politiek dient zich allerhuiverigst op te stellen jegens een zwaar normen- en waardendebat over de prive-sfeer van de burgers, zo luidde de boodschap. De grenzen van een politieke partij houden op bij 'het publieke domein’, want 'anders wordt de last te zwaar’, zo schoffelde Heerma de preek van de voorgaande sprekers kundig onder de grond. Daarna snelde hij weg, het publiek in Echteld in verwarring achterlatend.
HET WAS DE eerste keer dat Heerma zo openlijk in aanvaring kwam met de vorige generatie machthebbers van het CDA, en het zal zeker niet de laatste keer zijn. De laatste weken begint vooral de roomse bloedgroep van de partij zich steeds heftiger te keren tegen de als te tam ervaren oppositiestrategie die de CDA-fractie zich onder leiding van Heerma in de Tweede Kamer eigen heeft gemaakt. Heerma, zowel in woord als in gebaar een wandelend monument ter nagedachtenis aan het ARP-gedachtengoed, krijgt steeds meer kritiek naar het hoofd gegooid over zijn te weinig tot de verbeelding sprekende wijze van bestrijding van het paarse gevaar. Het CDA-kamerlid W. van de Camp was de eerste van de christen-democraten in de kamerbankjes die openlijk voor zijn bezwaren uitkwam. 'Onze fractievoorzitter moet helderder de afweging schetsten die wij maken’, zo sprak hij daags na de Echteld-conferentie in NRC-Handelsblad. 'Wij krijgen nu steeds vragen in het land: waarom treden jullie niet harder op? We horen niets van jullie.’
Ook Yvonne van Rooy, als dochter van een Limburgse gouverneur de verpersoonlijking van de oude KVP-bloedgroep in het huidige CDA, keerde zich tegen het als te kleurloos ervaren weerwerk van Enneus Heerma. Als extra stok om de hond te slaan fungeerde het resultaat van een peiling van KRO’s Brandpunt onder het CDA-electoraat die uitwees dat slechts tweeentwintig procent van die kiezers op de hoogte is van het feit dat Heerma sinds de roemloze ondergang van Elco Brinkman aan het roer van het christen- democratische schip staat. In het verlengde van dat inderdaad weinig florissante resultaat begint er bij de katholieke segmenten van de partij een steeds grotere reserve tegen Heerma te ontstaan. Het idee dat het RK-kamerlid Jan de Hoop Scheffer, de belangrijkste tegenkandidaat van Heerma tijdens de strijd om het fractievoorzitterschap, het er veel beter van af zou brengen, begint zich dan ook als een olievlek uit te breiden.
De koers van Heerma als oppositieleider wordt zonder meer gekenmerkt door een hoge mate van rust en relativeringsdrift. Keer op keer heeft hij erop gewezen dat oppositievoeren tegen 'paars’ in feite een allereenvoudigst klusje is. 'Bij mijn aantreden vroeg ik het kabinet mij zo nu en dan te helpen bij het oppositievoeren, maar zoveel gulheid doet mij bijna blozen’, zo verklaarde hij verleden maand nog op de CDA-partijraad in Utrecht, toen de partij een grote idelogische herijking aankondigde als antiserum voor de harde kritiek die de commissie-Gardeniers had geuit op het reilen en zeilen van de partij. Heerma laat niet na het monsterverbond tussen sociaal-democraten en liberalen af te schilderen als een puur door opportunisme in de hand gewerkt 'verlegenheidskabinet’, en suggereert keer op keer dat het nooit lang kan duren eer Wim Kok in de christen-democraten weer zijn natuurlijke bondgenoot herkent.
Het is een opvatting die ongetwijfeld diep is verankerd in de warme herinneringen die Heerma zelf heeft overgehouden aan zijn jarenlange samenwerking binnen het Amsterdamse college van B & W met sociaal-democratische reuzen als wijlen Jan Schaefer. Het is alsof Heerma als oppositieleider al bezig is aan het opwarmen van de PvdA voor de volgende kabinetsformatie. Een al te agressief getoonzette oppositie van de kant van de christen-democraten zou de PvdA alleen maar verder in de armen van de liberalen drijven, zo lijkt zijn hoofdmotief.
DAT HEERMA ZICH weigert te laten opdrijven in de ideologische stampede zoals mensen als Hirsch Ballin en Lubbers die nu willen ontketenen, komt regelrecht voort uit zijn visie op de paarse constellatie als een politieke eendagsvlieg. Daarbovenop komt de herinnering aan de pijnlijke afgang van de vorige bekleder van het CDA-fractievoorzitterschap. De uiterst zonnige toekomstperspectieven van Elco Brinkman als natuurlijke opvolger van Ruud Lubbers als premier verdwenen in een afschrikwekkend tempo uit het zicht nadat hij zich, hongerend naar een ideologisch gezicht, onsterfelijk belachelijk had gemaakt met de publikatie van zijn 'tien-puntenplan’ voor de morele herijking van de Nederlandse samenleving. Het was een vanaf het prille begin tot mislukken gedoemde poging om het ethische vuurwerk waarmee zijn voornaamste concurrent Hirsch Ballin naam had gemaakt, in zijn pr-strategie te incorporeren. Het uiteindelijke resultaat was de totale vermorzeling van Brinkmans politieke carriere, en die van zijn raadsheer Frits Wester ging in dezelfde moordende vaart aan diggelen.
Enneus Heerma heeft dat afschrikwekkende voorbeeld goed in de oren geknoopt, getuige zijn kordate optreden te Echteld. Beter geen duidelijk geprononceerd politiek gezicht dan een geleend oorlogsmasker, zo is zijn terechte opvatting. Zo heeft hij zijn eerste grote interne partijduel vooralsnog met een technische knock-out gewonnen. Er zullen er nog vele volgen eer het CDA komend voorjaar zijn nieuwe ideologische koers zal presenteren aan de achterban.