Het celluloidwonder

Ja, ik denk ook dat als er een toekomst voor de film is, dat die dan digitaal zal zijn. Maar dan hebben wet het over de toekomst. Nu is het nog niet zover. Opgewonden voorstanders van ‘het net 'en de cyber-ruimte’ doen echter of het al zover is. Ze vertonen modderige plaatjes op wazige schermpjes en glunderen erbij als een gokverslaafde bij een fruitautomaat.

Voorlopig worden, hoe kort het ook nog mag duren, de echt mooie beelden op film gemaakt. Gewoon chemisch celluloid dat via negentiende- eeuwse tandradtechnieken langs een grote gloeilamp wordt voortgetrokken. Als je eens rustig naar een filmprojector kijkt, waan je je in een museum voor industriele archeologie. Maar vooralsnog is de geprojecteerde film het mooiste wat er is op het gebied van het bewegende beeld.
In Rotterdam is er veel aandacht voor de toekomstige media onder de noemer Exploding Cinema, waardoor je bijna zou vergeten dat er ook nog fraaie en fijnzinnige geimporteerde cinema valt te beleven; films die demonstreren dat de cinema de zwarte kunst van onze tijd is. Een mooi voorbeeld vind ik Middle of the Moment van Nicolas Humbert & Werner Penzel. Vorig jaar in Berlijn ben ik bij deze film tijdens een middernachtelijke vertoning in een weldadige slaap gevallen. Het herzien in Rotterdam was als herdromen.
Wat maakt een film tot een ideale droomfilm? In de eerste plaats namen deze twee filmmakers alle tijd van de wereld om hun project tot een goed einde te brengen, iets wat ook al strijdig is met het hijgerige tijdsbesef van de nieuwe medialogen. Het is een film over nomaden; over nomadisch leven, nomadisch denken en nomadisch voelen. Alsof Deleuze & Guattari niet allang in de ramsj liggen. Humbert & Penzel volgden de dichter, clown en filosoof Robert Lax, het kleine Franse autonomencircus Cirque O en een Touareg-stam in de zuidelijke Sahara. Nadat ze het vertrouwen hadden gewonnen van de mediaschuwe Franse acrobaten en de vreemdelingenschuwe Touaregs pakten ze hun apparatuur uit hun koffers en filmden terwijl ze met de zelfgekozen en de traditionele nomaden samenleefden. Ze filmden met de kleinst denkbare crew en in prachtig donker zwart-wit. Ook zoiets. Zou er in het digitale tijdperk nog zwart-wit bestaan? Wordt het tweedimensionale zwart- witbeeld het spijkerschrift van de toekomst? Maar bij Humbert & Penzel is het er nog en het is meer dan herkenbaar en leesbaar. Het is voelbaar. Het brandt zich schijnbaar zonder tussenkomst van een medium direct op je netvlies.
Toen Humbert & Penzel na jarenlang reizen met 25 uur fenomenale beelden terugkwamen in hun geboorteland, sloten ze zich een jaar op in de montagekamer om volgens de klassieke regels van de kunst hun film te knippen en te plakken. Het is wellicht overbodig te zeggen dat de kapitale computergestuurde montageapparatuur van het moment, laat staan die van de toekomst, nooit zolang voor een enkele film beschikbaar zal worden gesteld. Monteren gaat tegenwoordig steeds sneller en makkelijker. Maar zijn mensen sneller gaan denken? Is het wikken en wegen, schikken en herschikken iets dat zich laat vervangen? Humbert & Penzel zochten na lang dubben het juiste beeld bij het juiste beeld. Schijnbaar naadloos springen ze in tijd en ruimte heen en weer zodat er een nieuwe filmische tijd en plaats ontstaat. Een tijd die voortschrijdt als een droom en een ruimte waarin kamelen grazen, vrachtauto’s wegzakken in de modder en genezers geheime formules schrijven in het rulle woestijnzand.
Er was nog een mooie demonstratie van het feit dat de oude media vooralsnog blijven boeien en ontroeren. Het Filmmuseum bracht een voorbeeldig gerestaureerde ontdekking van formaat naar Rotterdam: La Belle Dame sans Merci van Germaine Dulac uit 1920. Prachtig in monochromen getint en zonder geluid. Ter plekke lieten een pianiste, een zangeres en een zanger horen dat levende muziek zich nog steeds kan meten met het meest moderne digitale bioscoopgeluid.