Het coc doet niet meer mee

DAT DE LOBBY voor het homohuwelijk door Gay Krant-hoofdredacteur Henk Krol gevoerd moest worden, is volgens betrokkenen typerend voor de situatie waarin het COC, de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit, zich op dit moment bevindt. Steeds vaker krijgt de vereniging kritiek op de wijze waarop zij naar buiten treedt. Nadat het COC in 1996 financieel al op de rand van een faillissement stond, zou het op dit moment vooral inhoudelijk bankroet zijn. Niet alleen de lobby voor het homohuwelijk maar ook de zaak tegen RPF-voorman Leen van Dijke, die in Nieuwe Revu homoseksuelen met dieven vergeleek, werd door anderen gevoerd.

Omdat door een beleidswijziging van het ministerie van VWS de structurele instellingssubsidie vervalt, moet het COC per 1 januari 1999 op een andere voet verder. Per project moet geld aangevraagd worden, wat consequenties heeft voor de organisatie van het landelijk kantoor van het COC. Voor de vereniging een moment om de prestaties van de afgelopen jaren te evalueren en naar de rol van het COC in de toekomst te kijken.
Bestuurders wisselen elkaar de laatste jaren snel af. Sinds november 1997 is Ineke Huyser voorzitter van het landelijk bestuur. Zij praat liever niet over de periode van haar voorgangers, maar wil wel kwijt dat ze het ‘merkwaardig’ vindt dat er in die tijd weinig op de actualiteit is ingespeeld. In het 'crisisjaar’ 1996 is er geen aandacht besteed aan de homofobe uitspraken van Leen van Dijke. Huyser: 'Het is maar waar je op dat moment je tijd in steekt. Nu denk ik dat we in zo'n geval wel actie zouden ondernemen. De rommel van 1996 is nu opgeruimd.’
DE OUD-HOOFDREDACTEUR van het COC-jongerenblad Expreszo, Bamber Delver, vindt niet dat de rommel is opgeruimd. Op de dag dat het COC in 1996 haar vijftigjarig bestaan vierde, publiceerde hij op de opiniepagina van dagblad Trouw een artikel waarin hij aangaf dat het COC 'inhoudelijk allang failliet’ was. Terwijl een belangenorganisatie voor homoseksuelen heel hard nodig is, slaagde het COC er volgens Delver niet in een rol van betekenis te spelen in het maatschappelijk debat. Landelijke thema’s gingen aan de vereniging voorbij en men is ingehaald door actievere organisaties die zich wél publicitair weten te verkopen. Het enige waar het COC volgens Delver het nieuws mee haalde, was het 'belachelijke idee’ van 'flikkerbosjes’ die aangelegd moesten worden in de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn.
Delver: 'Ik heb sinds 1996 nog niets van verandering gemerkt. Het COC presenteert zich als een vakbond voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen, maar maakt daar absoluut geen werk van. Als je de publieke discussie ziet, dan speelt het COC geen rol van betekenis. Met het binnenhalen van het homohuwelijk heeft het COC niets te maken gehad. Henk Krol wel; hij is een goede lobbyist. Het afgelopen decennium sneed hij de hot items aan, niet de vakbond. Hij is een gezicht geworden, hij praat mee. Het homohuwelijk is het resultaat van de goede manier waarop Krol de publieke opinie heeft weten te beïnvloeden. Bij het kamerdebat over het geregistreerd partnerschap zat het COC niet eens op de publieke tribune.’
De hoofdredacteur van de Gay Krant ziet ook dat het niet goed gaat met het COC, al wil hij niet van een 'inhoudelijk faillissement’ spreken. Krol: 'In de organisatie heerst nog steeds een sterk jarenzestigdenken. Het COC spreekt niet de taal van deze tijd. Het luistert niet naar de hele homopopulatie.’ Ook het 'vijanddenken’ richting andere organisaties stoort Krol. 'Ik zou dolgraag met het COC willen samenwerken. Wij bereiken 120 duizend mensen met de Gay Krant. Tegen kostprijs zou ik zo een pagina in onze krant aanbieden, maar zij willen niet. Ik geloof dat er in de ogen van het COC geen grotere vijand is dan ik.’
MET DE KOMST van Laurette Spoelman als directeur van het COC zou er veel gaan veranderen, dachten critici in en rond de vereniging. Eind 1995, vlak voor het 'crisisjaar’, volgde Spoelman Anja van Kooten Niekerk op, die vanaf 1989 een duidelijk boegbeeld was. Van Kooten Niekerk kon zich, volgens de officiële lezing, niet langer vinden in vernieuwingen en maakte daarom plaats voor een jonge opvolger. De dertigjarige Spoelman, die eerder voorzitter was van de CNV-jongeren, moest een frisse wind door de vereniging laten waaien. Inmiddels is ook Spoelman weer vertrokken. Bij de verkiezingen van 6 mei is zij tot kamerlid voor de Partij van de Arbeid gekozen.
Ook Spoelman lukte het niet het COC te hervormen. Bamber Delver, die tijdens haar directeurschap het COC-jongerenblad maakte: 'Spoelman was een totaal fiasco. Ze heeft volstrekt niet gefunctioneerd. Ze was nauwelijks op kantoor aanwezig, had geen eigen ideeën en geen eigen inbreng. Ze faalde volledig en was zeker geen boegbeeld van de organisatie.’
Ook Cees van der Pluijm, bestuurslid van de COC-afdeling Nijmegen en columnist van de Gay Krant, heeft 'niet de indruk dat men er bij het COC erg rouwig om is dat Spoelman naar de Tweede Kamer vertrok’. In een ironisch getoonzette column nam hij onlangs afscheid van Spoelman, 'een vrouw met bijzondere gaven van hoofd en hart’. Van der Pluijm: 'Spoelman zei de mensen niet zo veel. Ze was publicitair gezien té grijs en zeker in de afdelingen in het land kende men haar nauwelijks.’
Tot hilariteit van haar critici gaf Spoelman zelf in een vraaggesprek met het officiële COC-blad XL toe dat zij als directeur weinig voor elkaar heeft gekregen. De weinig flexibele cultuur binnen de organisatie was haar tegengevallen. Dat zij die in haar eentje kon ombuigen, bleek een illusie.
In datzelfde interview gaf Spoelman aan zich in de Tweede Kamer niet meer met homobeleid te willen bezighouden. 'Daarvoor ben ik te betrokken’, verklaarde ze later in het PvdA-ledenblad Pro. 'Ik ben geen kamerlid geworden om één belangengroep te vertegenwoordigen. Ik heb mij de afgelopen jaren overigens flink uitgelaten over het homobeleid, volgens mij kan het dan alleen maar misgaan.’
Deze keus wordt Spoelman, die zegt niet langer als 'nationale pot’ door het leven te willen gaan, binnen en buiten het COC zwaar aangerekend. Van der Pluijm in de Gay Krant: 'Heeft mevrouw Spoelman zich op onze kosten mogen bekwamen in de homo-lesbische belangenbehartiging, gaat ze haar positie verbeteren door een nieuwe trede op de carrièretrap te bezetten, blijkt ze opeens te vinden dat ze haar deskundigheid niet moet aanwenden voor de groep waar ze de afgelopen jaren mee en voor gewerkt heeft.’
Ook voorzitter Ineke Huyser vindt de uitspraak van Spoelman 'bizar’. Het zegt volgens haar echter meer over Spoelman dan over het COC.
Volgens Bamber Delver is het wél typerend voor de vereniging: 'Het is idioot dat zij door de PvdA op haar functie als directeur van het COC naar de Kamer is gehaald maar dat ze zich daar nu niet bereid heeft getoond om homo- en lesbische zaken in haar portefeuille te nemen. Ik vind dat een onderdeel van het faillissement van het COC.’
SCHERTSEND WORDT gezegd dat Laurette Spoelman door haar vertrek een bijdrage levert aan de financiële en personele reorganisatie van het landelijk bureau van het COC. Dat dit niet ver bezijden de waarheid is, blijkt uit het feit dat er tot op heden geen nieuwe directeur gezocht is. Het hoge salaris van Spoelman drukte zwaar op de begroting, net als de kosten van het prestigieuze kantoorpand in het centrum van Amsterdam, geeft Ineke Huyser toe. De verantwoordelijkheid voor de hervorming van het COC ligt, nu Spoelman halverwege de rit het COC heeft verlaten, vooral bij haar. Op 1 januari 1999, als de structurele subsidie wegvalt, zal het COC compleet vernieuwd moeten zijn.
Organisatieadviseurs lichten op dit moment de vereniging volledig door. Eind deze maand zullen zij een rapport afleveren waarin de stand van zaken beschreven zal staan en alternatieve organisatievormen voor de toekomst genoemd zullen worden. Volgens Huyser zal de keuze gaan tussen doorgaan op de huidige voet - een landelijk opererende 'facilitaire organisatie’ met zowel nationale als internationale belangenbehartiging - of een nieuw model, waarin voor het landelijk bureau alleen nog een kleine coördinerende taak is weggelegd te midden van de zelfstandig geworden afdelingen.
De wijziging van de organisatiestructuur is volgens Huyser een van de manieren waarop de vereniging probeert zich 'meer aan de toon van de tijd aan te passen’. Een aanpassing van de statuten moet de grootscheepse veranderingen mogelijk maken. Begin mei zou het COC-congres, waarin alle afdelingen vertegenwoordigd zijn, over de aanpassingen vergaderen. Hoewel wijziging van de statuten ook voor de afdelingen ingrijpende gevolgen kan hebben, bleken de COC-leden matig geïnteresseerd. Het quorum werd niet gehaald. Het congres moest voortijdig worden afgeblazen.
Ineke Huyser wijt de geringe belangstelling vooral aan het mooie weer en het 'minder aantrekkelijke’ discussieonderwerp. Henk Krol geeft in zijn hoofdcommentaar in de Gay Krant een andere verklaring. Krol vindt het 'labbekakkerig’ dat de leden zo weinig betrokken zijn en hij vreest voor het idee dat mensen denken dat de homo-emancipatie is voltooid. 'Niemand schijnt zich te realiseren dat de homo- en lesbienne-emancipatie slechts enkele tientallen jaren oud is. De acceptatie en tolerantie die we hebben afgedwongen is nog maar flinterdun’, schrijft hij.
Huyser is het in dit opzicht met Krol eens. De homo-emancipatie is nog lang niet voltooid en dus zal het COC volgens haar actief moeten blijven. 'Amsterdam is niet de wereld’, zegt ze. 'In Friesland zijn er 22 gemeenteambtenaren die het vertikken om partnerregistraties te voltrekken bij mensen van een gelijk geslacht. Dan denk ik: hoezo “we zijn klaar”?’
IN DE BRIEF die het COC onlangs aan de kabinetsinformateurs stuurde, benadrukte Huyser het belang van de actualisering van het homo- en lesbisch emancipatiebeleid. Het is, zegt ze, niet meer alleen het bestrijden van discriminatie en ongelijke behandeling; het beleid moet zich ook richten op 'het bevorderen van de positieve identiteit van de eigen groep: diversiteit als bron van kwaliteit voor de multiculturele samenleving’.
Bamber Delver: 'De buitenwacht denkt dat homoseksueel Nederland een amusementsindustrie is geworden en het lijkt op het eerste gezicht dat het allemaal wel leuk gaat. Maar dat is niet zo.’
Ook Delver vindt dat de homo-emancipatie 'nog lang niet’ voltooid is, maar het COC heeft voor hem definitief afgedaan: 'Zoals het landelijk COC nu functioneert, kan het beter opgeheven worden. Het COC is een naar binnen gekeerde organisatie geworden die alleen maar kampt met interne problemen. Emancipatiebewegingen horen zichzelf overbodig te maken als de emancipatie is voltooid. Maar het COC heeft zich nu al overbodig gemaakt. Niet omdat de emancipatie voltooid is, maar door haar eigen functioneren.’